//
Artikelen

Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."
Thomas Vries heeft geschreven 36 berichten voor

De Koning van het Voetbalrijk. Valderrama en zijn machtige haardos

Hij is een van de meest iconische voetballers aller tijden, terwijl hij in zijn carrière nooit een prijs van internationaal allure op zijn palmares heeft mogen bijschrijven. Hij was de dragende speler in de gouden generatie die het trotse elftal van zijn land vormde, terwijl hij op drie WK’s aanvoerder was van de nationale equipe. Erg succesvol in Europa was de middenvelder met de nauwkeurige pass niet en toch zal iedereen op dit continent bij het horen van zijn naam een voorstelling van de man kunnen maken. Waarom? Daar is maar één antwoord op mogelijk. Heel eenduidig. Zijn haar. Valderrama had de mooiste haardos die een speler ooit over het veld heeft laten gaan. Lees verder

Waarom Ajax nooit meer de Champions League zal winnen

Gisteren bespraken we het jeugd- en aankoopbeleid uitgestippeld door de leiding van Ajax die vanaf de ‘revolutie’ van Cruijf en de zijnen in het zadel zit. We lieten beleidsbepalende figuren als Marc Overmars en De Boer aan het woord en vergeleken hun ambities en idealen met de realiteit van het clubbeleid van dag tot dag. Zo kwamen we tot een aantal discrepanties die naar hypocrisie rieken. Maar veel meer dan het simpelweg bekritiseren van de moeilijke keuzes die een clubleiding moet maken, is de bedoeling van deze twee artikelen om te verklaren waarom idealen en realiteit nooit, en in dit geval dus ook niet bij Ajax, overeenkomen. De keuzes die de Ajax-leiding maakt en die als hypocriet bestempeld kunnen worden, neem ik hen dan ook niet kwalijk, want in veel gevallen kunnen Overmars, De Boer en anderen simpelweg niet anders. Vandaar dat in dit artikel als verklaring daarvoor gewezen wordt op de oneerlijke financiële verhoudingen in de Europese competities. Lees verder

Jeugdbeleid van Ajax: tussen ideaal en hypocrisie

Ajax kondigde onlangs aan drie miljoen euro extra te willen investeren in de jeugdopleiding, bovenop de al geplande uitbreiding van het budget van zes naar zeven miljoen. Doel is duidelijk. ‘Zodat we steeds meer Christian Eriksens kunnen gaan opleiden,’ aldus coach Frank de Boer. Technisch directeur Marc Overmars maakt het beleidstechnische een-tweetje bij Ajax in VI af: ‘Alles is er bij Ajax op gericht dat we elk jaar minder aankopen hoeven te doen’ . De redenen zijn duidelijk: de financiële middelen van de club uit Amsterdam zijn in verhouding tot de Europese top beperkt en de club wenst niet meer mee te gaan in de inflatoire opwaartse spiraal van transfersommen en salarissen. En dus wordt een andere weg in geslagen. Zo min mogelijk aankopen, zoveel mogelijk doorstroming vanuit de jeugd. Doel is op deze manier exceptionele talenten klaar te stomen waarmee dan een à twee seizoenen Europees succes behaald moet worden. Maar hoe realistisch is dit streven? Raakt men in Amsterdam voorbij het uitspreken van een lovenswaardige visie wars van opportunisme en het stoïcijns volgen van het zelfverklaarde ideaal? Lees verder

Bum Kun Cha! De eerste Zuid-Koreaan in voetballend Europa

De wind giert in het Stadion am Böllenfalltor. Het is de een-na-laatste avond van het jaar en Vfl Bochum is op bezoek.  Niet bepaald een tegenstander om warm van te lopen: het is dan ook koud. De fans  van de thuisclub weten zich echter door een andere overtuiging gewarmd: dit seizoen loopt hoe dan ook goed af. Want of SV Darmstadt 98 nu slaagt of faalt in zijn dappere degradatiestrijd, de terugkeer op Bundesliga-niveau kan de trouwe aanhang niet meer afgepakt worden. Diep in het Hessische landschap heerst daarom vooral tevredenheid en fans genieten onbekommerd van de lokale elf. Degelijke spelers, ietwat saai zelfs, zoals Duitse voetballers betaamt. Mouwen opstropen en een schepje erbij, dat soort werk. Voetballers zo generiek dat de namen sinds dat jaar snel in vergetelheid zijn geraakt. Met één uitzondering natuurlijk – waarom zou ik anders een artikel beginnen met een sfeerimpressie van het niet bepaald legendarische Stadion am Böllenfalltor, ergens diep in Hessen, onder de rook van Frankfurt? Ja, die avond op 30 december 1978 zien de fans van Darmstadt een unieke voetbalcarrière geboren worden. Lees verder

Voetbal in het parlement: FC Bundestag en het Internationales Parlamentarier Fussballturnier

Stel je het volgende voetbalelftal voor: Fred Teeven op doel. Een zwaar gebouwde keeper die zich voor ballen werpt en de veiligheid van het doelgebied waarborgt, zoals hij al dan niet gevraagd voor de kleinburgerlijke vrijheden opkomt. Een gemeen centraal duo bestaande uit de onverzettelijke Ivo Opstelten en het vileine scheermes genaamd Geert Wilders: een verdediging zo gesloten als het gedroomde land van laatstgenoemde. Als saaie en zuigende stofzuiger op het middenveld de ook in de politiek kleurloze Stef Blok. Rechtsvoor dartelt een ongedwongen en goedlachse Brabander. Ja, Emile Roemer zou best een goede voorzet in de benen kunnen hebben. In de spits het Nederlandse antwoord op de geniepige Italiaanse goalgetter. Iemand die kansen verzilvert, zoals hij partijgenoten en politieke tegenstanders afmaakt. Maxime Verhagen zou de schrik van het Nederlandse parlementaire elftal zijn. Een prachtig elftal, dat voor de Europese titel zou kunnen gaan. De Europese parlementaire titel welteverstaan. Er wordt namelijk elk jaar een parlementair toernooi in Europa gespeeld, waaraan vier teams meedoen bestaande uit echte parlementariërs en ambtenaren. Dit is het verhaal van het Internationales Parlamentarier Fussballturnier. Lees verder

Het toernooi met twee keer een Nederlands elftal. Het WK 1938

Volgende zomer vindt het WK weer plaats. De culminatie van vier jaar sport, een paar weken waar in ieder geval ondergetekende behoorlijk naar toe leeft, een evenement dat voetbal, mocht het er van verstoken zijn, de helft zo interessant zou maken. Deze keer wordt om de wereldtitel gespeeld in een land dat als een van de meest voetbalminnende bekend staat, hoewel daaraan vermoedelijk veel mythevorming ten grondslag ligt. Maar dat is juist wat het wereldkampioenschap onderscheidt en tevens zo interessant maakt: het is veelal omgeven van een zweem van mythe. Legendarische wedstrijden, dito comebacks en spookdoelpunten, fabelachtige teams en namen die uitgesproken worden alsof ze een welhaast buitenmenselijke persoon betreffen. De zo nu en dan de kop opstekende beschuldiging van doorgestoken kaart, een gevoel van nationaal berokkend onrecht. Een ander gegeven dat het WK vaak cachet heeft gegeven is de politieke dimensie: men denke aan Argentinië 1978. Juist vanuit die laatste invalshoek – de politieke – zijn sommige eindtoernooien om de wereldtitel een tweede en derde blik waard. Zo gaat dit stuk over een toernooi waarin het Koninkrijk der Nederlanden door twee elftallen vertegenwoordigd werd en de latere winnaars de fascistengroet brachten aan de president van het land dat twee jaar later ondergelopen werd door de totalitaire horde. Lees verder

De Groene Kathedraal: de Euroborg als uithangbord van een energieneutraal Groningen

De Euroborg is in rap tempo een iconisch stadion op het Nederlandse profvoetbaltoneel geworden. Niet enkel vanwege de herkenbare groene kleur, of het daverende succes van FC Groningen in de laatste jaren – de huidige positie op de ranglijst daar gelaten. Er steekt meer achter het in 2006 geopende stadion dan het bieden van een podium voor tweewekelijks profvoetbal. De club uit het hoge noorden staat, volgens de eigen kernwaarden, met beide voeten stevig in de maatschappij en dus zet het sinds een aantal jaren zijn thuishaven in als facilitator van de eigen regio en een maatschappelijk zeer relevant debat: Groningse technologische innovativiteit op het gebied van duurzame energie. De Skybox brengt in deel drie van de stadionreeks een bezoek aan de ‘Groene Kathedraal’ en spreekt met commercieel directeur Robbert Klaver.

Lees verder

Trainer op de vlucht voor de Stasi. De loopbaan van Jörg Berger

1979. Terwijl enkele jaren eerder op het hoogste niveau de toenadering tussen Willy Brandt en Erich Honecker zeer precair tot stand is gekomen, woedt op andere niveaus van de samenleving nog een bittere strijd tussen de twee Duitse staten. Het Ministerium für Staatssicherheit (Stasi) treedt onverbiddelijk op tegen wat Republikflucht heet: het vluchten uit de Oost-Duitse republiek. Of het nu gewone burgers betreft, of gevierde voetbaltrainers als Jörg Berger. Diens leven staat bol van scenes die rechtstreeks uit een Bond-film lijken te komen: de pré-Daniel Craig-versies welteverstaan, toen de films nog een onmiskenbaar us and them-gehalte hadden. Ja, de Koude Oorlog is in de jaren zeventig en tachtig nog lang niet ontdooid. Vandaag duikt de Skybox in de geschiedenis van een succesvolle voetbalcarrière ondanks verwoede pogingen van de Oost-Duitse veiligheidsdienst om deze vroegtijdig te laten sterven. Letterlijk. Lees verder

Één speler, twee carrières. Hoe achttien minuten in Kiev het leven van Marcel Peeper veranderden

“Het liep lekker met Richard Witschge achter me,” zo herinnerde het slachtoffer die dag. “Ik had een paar goede acties. Toen werd ik finaal doormidden geschopt, mijn hele been in puin. Die gozer mocht gewoon blijven staan; hij kreeg niet eens geel”. En de dag was nog zo mooi begonnen voor de 25-jarige debutant in Oranje. Na al het verdriet en ongeluk dat hem dat jaar was overkomen, was de uitnodiging voor het vaderlandse keurkorps een spaarzaam lichtpuntje. Achttien minuten had de opleving van de getroebleerde buitenspeler geduurd, achttien luttele minuten op het hoogste niveau, voordat een roekeloze Sovjetspeler met de naam Gorloekovitsj de celdeur weer in het slot gooide. Het licht ging wederom uit. Nee, 28 maart betekende voor het jaar 1990 niet de ommekeer, een positief kantelpunt, het zou veeleer de welhaast eindeloze verlenging en verdieping van de ellende betekenen. “Waarom ik? Waarom moet ik zó veel ellende doorstaan in zó weinig tijd”? In het vliegtuig terug uit de Sovjet-Unie had hij moeite zijn tranen voor het meegereisde journaille te verbergen, hoewel niemand hem die kwaad zou hebben genomen. Nee, Marcel Peeper viel in 1990 allerminst te benijden. Maar toch bleef hij positief. Lees verder

De Vos die zijn streken verloor. De dood van RBC en het Roosendaalse profvoetbal

Het leven van de NAC-supporter gaat dit seizoen niet over rozen. Nu de club uit de Parel van het Zuiden zo moedig, en in de laatste weken succesvol, tegen degradatie vecht zullen de gedachten in Breda onwillekeurig naar het lot van de gevallen club uit het nabijgelegen Roosendaal gaan. Hoewel het een jaar of twee geleden ondenkbaar leek in Breda, dreigt bij degradatie en de huidige financiële sores toch echt het RBC-scenario voor NAC. RBC: een club die weliswaar nooit de allure en het relatieve succes van de buurman heeft gekend en de laatste jaren van haar bestaan in tegenstelling tot de club uit Breda steevast tussen het eerste en het tweede niveau jojode, maar niettemin een club met een tragisch einde. Natuurlijk zijn vragen over de leefbaarheid van zoveel profclubs in West-Brabant terecht, maar we spreken over clubs met een positieve uitstraling en supporters die voor de club door het vuur gaan. De liefhebber kan niet ontkennen dat het einde van NAC het Nederlandse voetballandschap armer zou maken, zoals het einde van RBC ook een verlies voor het Nederlands profvoetbal heeft betekend. Het verhaal van RBC kan enkel aan de hand van één man en zijn carrière beschreven worden, daar hij tot vier maal toe in Roosendaal onder contract stond, met de club degradeerde en promoveerde, het zoet en het bitter proefde. Mister RBC, die passanten als Azubuike Oliseh, Juan Viedma Schenkhuizen en Sammy Youssouf zag komen en gaan, trouw aan de Roosendaalse club en tegelijk de ultieme clubhopper was: Hendricus Johannes Petrus Vos. Lees verder