//
Artikel
Artikelen

Aad de Mos en het kapitaalkrachtige KV Mechelen: een greep naar de Belgische macht

Ver voordat hij de bijnaam Aad Afkoopsom verwierf, voordat hij aandacht trok met vreemde capriolen voor de Sparta-bank, voordat hij Vitesse-back Haim Megrelishvili slapeloze nachten bezorgde en zelfs voordat hij nationale bekendheid verwierf als IJsmeester van Eindhoven, was Aad de Mos een succesvol trainer. Nadat hij in Amsterdam zijn trainerscarrière glansrijk startte, werd de Hagenaar vooral een held bij onze zuiderburen. In dit artikel wordt ingezoomd op de Mechelse jaren van Aad de Mos, waarin hij het kleine KV Mechelen bij de hand nam en naar het kampioenschap leidde. Een karakterschets van een trainer die zijn successen meteen aan het begin van zijn carrière vierde. ‘Mijn eerste drie clubs waren zó succesvol, dat je een stempel krijgt van succestrainer. Als je hem haalt, win je prijzen.’

De geldkraan in Mechelen

John Cordier (bron: http://www.stamnummer25.be)

Vlaming John Cordier richtte in 1969 telecombedrijf Telindus op. Het bleek een gouden zet: Telindus groeide uit tot een van Belgisch grootste netwerkbedrijven en de eigenaar haalde met het bedrijf veel geld op. De ambities van Cordier reikten echter verder dan zijn eigen bedrijf. De rijke ondernemer had sportieve ambities en werd in 1982 voorzitter van voetbalclub KV Mechelen. Malinwa, zoals de fans hun club liefkozend noemen, speelde in die jaren een bescheiden rol in de Eerste Klasse en degradeerde zo’n beetje om het jaar, om het jaar erop weer te promoveren. Met de komst van Cordier moest daar verandering in komen. Met zijn geld moesten er spelers naar de Vlaamse stad worden gehaald om traditionele topclubs als Club Brugge, Anderlecht en Standard Luik naar de kroon te steken.

Het was voor Cordier lastig om daadwerkelijk die stap te maken. In het seizoen 1985/1986 was KV Mechelen nog steeds een club die vocht tegen degradatie. Ernst Künnecke kreeg als trainer van dienst het team niet aan de praat. Dat terwijl Cordier de geldkraan wagenwijd had opengezet om de selectie te versterken, daarbij vooral kijkend naar wat in Nederland gebeurde: Walter Meeuws werd van Ajax teruggehaald naar België, Graeme Rutjes kwam van Excelsior en het grote talent van FC Groningen, Erwin Koeman, was verleid om ‘Achter de Kazerne’ een balletje mee te komen trappen. Het zorgde niet voor succes en Künnecke, die sowieso al weinig geliefd was vanwege zijn succesvolle periode bij aartsrivaal Racing Mechelen, werd door Cordier ontslagen. Ook voor een nieuwe trainer was zijn blik strak op het noorden gericht. Aad de Mos moest het succes in Mechelen komen brengen.

De Mos en Cordier zouden al overeenstemming hebben bereikt over een dienstverband voor het seizoen 1986/1987, ver voordat Künnecke bij het oud vuil werd gezet door de Belgische voorzitter. Toen Künnecke echter eerder diende te vertrekken dan eerder gepland, mocht De Mos al eerder aan zijn klus in België beginnen. Dat was de ambitieuze Hagenaar niet vreemd: in zijn allereerste seizoen als trainer van Ajax, volgde hij de ontslagen Beenhakker op en leidde de Amsterdammers terloops van de zesde naar de tweede plek: interimklussen waren de jonge coach dus wel toevertrouwd. En, inderdaad, ook in dienst van KV Mechelen maakte hij al snel indruk door het team uit de degradatiezone te loodsen en in veilige haven te spelen. De Vlamingen waren klaar voor een nieuwe, roerige transferzomer.

Bouwen aan een sprookje

Aad de Mos was in zijn Mechelse jaren getooid met een indrukwekkende snor (bron: beeldbank.nationaalarchief.nl)

Aad de Mos wist ook destijds al precies wie hij aan zijn selectie wilde toevoegen. Hij sloeg een geweldige slag door een van ’s werelds beste doelmannen van dat moment, Michel Preud’homme, bij topclub Standard Luik – waar hij naar een vermeende zwartgeldaffaire in ongenade was geraakt –  weg te halen. Met die geruchtmakende transfer was de Mechelse koopwoede nog lang niet gestild: ook de Limburgse stoere voorstopper Lei Clijsters – vader van Kim – werd aan de selectie toegevoegd. Hij was in 1986 nog onderdeel van de succesvolle WK-selectie van de Belgen geweest. Geen gekke transfers voor een club die jaar in jaar uit tegen degradatie had gevochten. Naast de komst van jonge talenten als Alain de Nil en Paul de Mesmaeker strikte De Mos ook  de Nederlander Wim Hofkens, die jarenlang sterkhouder in Anderlecht was geweest. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat de ambities aan het begin van het nieuwe seizoen hoger lagen dan het behalen van een plek in de Belgische middenmoot.

Aan De Mos de taak om van dit bijeengekochte stel voetballers een team te maken. Dat ging hem wonderwel goed af. Net als in zijn periode bij Ajax wist hij al snel de verwachtingen te overtroeven. Zijn eerste seizoen sloot hij af als tweede en daarnaast won hij met het team de beker. Aan de hand van de ontketende Rotterdamse spits Piet den Boer, die al jarenlang in Mechelen speelde maar in dit seizoen echt doorbrak, stal KV Mechelen de harten van de Belgische voetbalsupporters met prima voetbal. Helaas was Anderlecht op dat moment in de competitie nog een maatje te groot.

Dankzij de bekerwinst mocht KV Mechelen in het seizoen 1987/1988 voor het allereerst Europa in. Om beslagen ten ijs te komen op dit niveau, mocht De Mos van Cordier wederom rijkelijk geld spenderen. De grootste transfer van die zomer was die van Pascal de Wilde. De Wilde was precies de speler die de selectie van De Mos nodig had. De flamboyante vleugelspeler met Congolese roots sprong in de jeugdopleiding van Club Brugge vrijwel meteen in het oog, samen met zijn maatje Marc Degryse. Waar generatiegenoten in het eerste elftal kwamen, wist De Wilde nooit echt door te breken. Uiteindelijk moest hij, met frisse tegenzin, zijn kunsten gaan vertonen bij het laaggekwalificeerde Harelbeke. Daar pikte De Mos hem voor 12 miljoen Belgische franken op en aan de hand van de Nederlandse trainer groeide Passie, zoals hij door De Mos werd genoemd, uit tot een gezichtbepalende speler. Mechelen was een team geworden met gigantisch veel kwaliteit: Rutjes en Clijsters vormden een degelijk hart in de defensie, voor doelman Preud’homme. Erwin Koeman stond centraal op het middenveld geposteerd en werd in de rug gesteund door de hardwerkende Hofkens en Marc Emmers. Voorin vormden De Wilde en Den Boer en sterk duo, vanaf links meestal gecompleteerd door de rappe Paul de Mesmaeker.

Genoegdoening en Belgisch succes

Opstellingen Ajax-KV Mechelen 1988 (bron nl.wikipedia.org)

Het seizoen verliep uitstekend: wederom een tweede plek – ditmaal achter het Club Brugge, dat met Henk Houwaart eveneens een Nederlandse trainer en met Marc Degryse de beste speler van de competitie had – maar vooral de Europese campagne werd een sprookje. Als debutant haalde Mechelen de finale en daarin was uitgerekend Ajax de tegenstander. Het was een Ajax dat op de toppen van haar kunnen was. Met John van ’t Schip, Arnold Mühren, Dennis Bergkamp, John Bosman, Aron Winter, Danny Blind, Jan Wouters en Stanley Menzo zijn slechts enkele namen genoemd van het succeselftal dat in Amsterdam ontstond en dat zijn weerslag zou hebben op de latere Nederlandse EK-winst. Bij Ajax twijfelde niemand over de overwinning. De Mos: ‘Mijn vrouw was al uitgenodigd voor het feest van Ajax. Zo zeker wisten ze dat ze de finale gingen winnen.’ De spelers merkten dat er voor De Mos meer op het spel stond dan enkel een Europacup II-titel. Zijn ontslag werkte nog steeds door. De Wilde: ‘Aad was anders. Hij was nooit zenuwachtig. Maar nu wel.’ En Erwin Koeman: ‘Ajax was voor hem een rode lap voor zijn ogen, omdat hij daar was weggestuurd.’ De Mos liet niets aan het toeval over: ‘Ik heb er een heleboel dingen omheen gedaan om die wedstrijd mijn wedstrijd te laten worden. Ik heb andere coaches ingeschakeld, mijn maatje Dick Advocaat (toen trainer van Haarlem, red.) heeft speciaal voor mij een bepaalde tactiek tegen Ajax gespeeld om uit te testen hoe ze daarop zouden reageren.’

KV Mechelen heeft de Europacup gewonnen! (bron: http://www.sporza.be)

Uiteindelijk kwam de Mechelse ploeg tot op het bot gemotiveerd op het veld en strooide het team zand in de Amsterdamse motor. Rechtsback Danny Blind had moeite met het Israëlische talent Eli Ohana, die de voorkeur had gekregen boven Paul de Mesmaeker. Het was dan ook Ohana die de assist gaf en Piet den Boer die tekende voor de winnende treffer. Met een 1-0 overwinning werd het Amsterdamse sterrenkorps terug naar Amsterdam gestuurd. Finalestad Straatsburg kleurde rood en geel en voorzitter Cordier zat met een grote glimlach op de tribune. De man met de grootste glimlach was echter Aad de Mos, die zijn team, dat weliswaar kwalitatief in orde was, maar lang niet kon bogen op zoveel individuele kwaliteit als Ajax, zo goed geprepareerd had, dat het smadelijke ontslag van enkele jaren eerder goed was gemaakt. De overwinning zal voor De Mos het zoetst hebben gesmaakt.

De honger van De Mos en Cordier was nog niet gestild. In de transferzomer die daarop volgde werden spelers aangetrokken met maar één doel: het kampioenschap. Het Europese succes verleidde enkele toppers tot de weg naar Mechelen. Zo kreeg Piet den Boer concurrentie in de spits van John Bosman en werd met Marc Wilmots het grootste talent van België naar Mechelen gehaald. Het ongenaakbare PSV werd in de Europese Supercup slachtoffer van de Mechelse dadendrang en  met dank aan de excellerende John Bosman met 3-0 naar huis gestuurd. Wederom een Nederlandse tegenstander die door Aad de Mos het nakijken werd gegeven. Hoewel het PSV van Romário in de terugwedstrijd in Eindhoven met 1-0 wist te winnen, kwam de Supercup niet meer in gevaar. In het voorjaar van 1989 werd uiteindelijk bereikt wat De Mos en Cordier al jaren nastreefden: Mechelen was voor het eerst in veertig jaar de beste van België. De spelersgroep, die inmiddels bulkte van het talent, gaf het Club Brugge van Marc Degryse het nakijken, liet ook geen spaan heel van Standard Luik – dat begin jaren tachtig veruit het beste team had gehad – en had weinig te duchten van Anderlecht, dat vooral verzandde in interne ruzies.

Na KV Mechelen

Daarna ging het bergafwaarts voor Mechelen, maar bleef De Mos in België de successen aaneenrijgen. Hij verliet Mechelen voor Anderlecht, dat de Mechelse heerschappij niet langer duldde. In het kielzog van De Mos kwamen enkele Mechelenspelers naar Brussel en van Brugge kwam Marc Degryse. In Constant Vanden Stock had De Mos de ideale voorzitter. Vanden Stock had het helemaal gehad met de interne strijd en wilde in één keer doorpakken om KV Mechelen en Club Brugge van de troon te stoten. Daarbij werd rijkelijk met geld gestrooid. Twee kampioenschappen en één Europacup II-finale verder, werd De Mos op straat gezet. Hoewel hij succesvol was en nieuwe talenten als Luis Oliveira en Luc Nilis liet doorbreken, ging hij zich steeds excentrieker gedragen. Zijn kenteken (AAD-300) werd in België met argusogen bekeken en het feit dat hij tijdens een kampioensfeest hordes supporters zou hebben aangemoedigd om het veld op te rennen, werd ook niet gewaardeerd in Brussel. En dan was er nog de rel over het drakenjasje van De Mos, dat door Vanden Stock als ‘onsmakelijk’ werd betiteld. Zijn beslissing om het talent Pär Zetterberg uit het elftal te kegelen vanwege zijn suikerziekte, deed zijn imago ook al geen goed. Enfin, in 1992 had Vanden Stock genoeg van zijn trainer en trok De Mos terug naar Nederland. Een jaar later maakte Cordier een einde aan zijn voorzitterschap bij Mechelen en de club zakte daarop vrij snel in. Anderlecht werd, onder leiding van trainer Jan Boskamp, daarna weer de alleenheerser in België.

Aad de Mos is in zijn element op het Eindhovense ijs. (bron: http://www.rtl.nl)

De Mos kreeg het daarna nooit meer zo op de rails als in Mechelen en Brussel. Van zijn transfer naar PSV had hij al snel spijt, de erfenis van Otto Rehhagel bij Werder Bremen viel hem zwaar en een terugkeer naar België, via Standard Luik, werd eveneens geen succes. Bij Sporting Gijón vertrok hij al snel nadat de door hem geëiste versterkingen uitbleven en met het kapitaalkrachtige Urawa Red Diamonds degradeerde hij in rap tempo, waarna hem ook hier de wacht werd aangezet. Een poging KV Mechelen uit het sportieve dal te trekken mislukte kort na de millenniumwisseling en via  Al Hilal en de Verenigde Arabische Emiraten kwamen we Aad weer tegen in Arnhem, waarna hij via Kavala en Sparta aan zijn voetbalpensioen kon beginnen.

Inmiddels herinnert iedereen zich vooral de De Mos uit de laatste alinea. Een clubhopper die continu om versterking bedelt en met rare fratsen de media haalt. Toch heeft De Mos wel degelijk zijn sporen verdiend. Het verhaal van Aad de Mos, John Cordier en KV Mechelen uit de jaren tachtig lijkt een sprookje met een wrang einde. Aad de Mos viel van zijn voetstuk als trainer, John Cordier overleed inmiddels aan een hartstilstand en KV Mechelen – inmiddels omgedoopt tot het weinig romantisch klinkende Yellow Red KV Mechelen – worstelde zich langs faillissementen en financiële afgronden en belandde in de krochten van het Belgische voetbal. Inmiddels speelt het weer een bescheiden rol in de Eerste Klasse, maar de tijd dat Europese successen werden aaneengeregen en in Anderlecht bezorgd naar de Mechelse noorderburen werd gekeken, lijkt definitief voorbij. En Aad? Die schaatst, twittert en duikt zo nu en dan op in voetbalprogramma’s waarin hij krampachtig probeert de Aad te zijn uit zijn Belgische jaren. De tijd kent geen genade.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: