//
Artikel
Artikelen

Een volstrekt willekeurige lijst van buitenlandse spelers die ooit in Nederland speelden en waarschijnlijk inmiddels bij het grote publiek vergeten zijn. Een titel die het ergste doet vermoeden.

Het afgelopen weekend stond de Luxemburgse spits Aurelien Joachim (Willem II) tegenover de Zweedse spits Denni Avdic (PEC Zwolle). Best verdienstelijke spitsen, die de longen uit hun lijf lopen om beide degradatiekandidaten in de Eredivisie te houden. Los van enkele voetbalidioten, had waarschijnlijk eerder nooit iemand van de heren gehoord en heel waarschijnlijk verdwijnen ze bij het grote publiek ook snel na hun vertrek uit de Eredivisie van het netvlies. Niet bij mij. Ik ben zo’n voetbalidioot en ik heb mezelf dan ook vaak afgevraagd wat ik met dit soort loze informatie op mijn harde schijf aan moet. Welnu, daarvoor dient dit artikel. Zie het als een stukje zingeving na het jarenlang vergaren van nutteloze kennis. Ik neem u mee op een wereldreis op de voetbalvlakte. De geëngageerde – en niet afgehaakte! – lezer zou ik op deze reis graag één tip willen meegeven: poog niet een rode draad te destilleren uit deze waas aan informatie. Die is er niet.

Wellicht bent u ooit mijn artikel over PSV tegengekomen. Over Igor Demo en Andrej Skerla. Over babylonische spraakverwarringen in een defensie onder leiding van Yuri Nikiforov en Abel Xavier. Het Bobby Robson-jaar was wellicht een hoogtepunt in een obscure-buitenlanders-periode aan de Herdgang. Eerder, laten we zeggen, tussen de periodes van Ronaldo en Van Nistelrooij (toen nog met ‘ij’ inderdaad), werd Luc Nilis in de PSV-aanval geflankeerd door al lang vergeten spelers als Gilles de Bilde en Marc Degryse, maar veel onbekender zijn misschien wel Peter Møller, de lange Deense spits die 6 keer voor de Eindhovenaren scoorde, Marcelo Silva Ramos – eenmalig Braziliaans international – en Francisco Cláudio Oliveira Pereira, kortweg Cláudio, gebleven. Niet dat de komst van deze aanvallers veel zoden aan de dijk zette. Ter illustratie: Cláudio scoorde slechts vier doelpunten voor PSV in de periode 1996-2002 en wist ook tussendoor, tijdens een verhuurperiode in Sittard, weinig indruk te maken. Voor Fortuna scoorde het voormalige toptalent helemaal niet. Enkel zijn bijdrage in een 10-0 overwinning op FC Volendam zal een nostalgische Eindhovenaar aan de Braziliaanse spits terug doen denken. Ook linksbuiten Marquinho was niet helemaal wat de Eindhovenaren hadden verwacht, terwijl Leandro do Bomfin, ondanks zijn ongetwijfeld grote technische bagage, vooral de geschiedenis in gegaan is als een speler waarover PSV vaak de gang naar de rechtszaal heeft moeten maken.

Ajax bouwde in dezelfde periode eveneens een naam op wat het verkrijgen van buitenlands talent betreft. Echter, let wel, niet iedereen was Litmanen of Finidi. Vaak worden er grappen gemaakt over Ivan Gabrich, wellicht de grootste miskoop uit de Eredivisiehistorie, omdat medespelers als de gebroeders De Boer na enkele maanden nog steeds niet wisten of de bonkige spits nu rechts- of linksbenig was. Geruchten gaan dat hij een Argentijnse taxichauffeur was, die de Amsterdamse scoutingsbrigade zorgvuldig gefopt had. Misschien nog wel flagranter was Froylán Ledezma, die de Amsterdammers voor de neus van Feyenoord wegkaapten in 1997. De Costa Ricaanse aanvaller kostte Ajax destijds tien miljoen gulden, maar wist in de hoofdstad nooit op te vallen. Geen wonder, aangezien hij vooral in Costa Rica verbleef. Het enige dat de Amsterdammers sindsdien nog van hem vernomen, was dat hij betrokken was bij enkele vecht- en schietpartijen in zijn geboorteland. Schieten kon hij blijkbaar dus wel. Maar de ArenA heeft het nooit gezien. Met wereldkampioen Márcio Santos ging het niet veel beter. In 1994 leidde hij als centrale verdediger Brazilië naar de WK-winst, maar na zijn transfer naar Ajax die zomer, wist hij weinig indruk te maken. De atletische verdediger staat echter tot op de dag van vandaag in de geschiedenisboeken: hij kreeg de snelste rode kaart uit een invalbeurt. Scheidsrechter Dick Jol liet de speler tijdens Ajax-PSV in 1996 al na 19 seconden inrukken vanwege het neerhalen van een doorgebroken speler. Kinkladze, die een hele grote toekomst werd toegedicht, bleek niet zo’n sterke flankspeler te zijn en ook zijn naam duikt tegenwoordig op veel lijstjes met miskopen op.

Met Feyenoord maken we de topdrie compleet. Tsja. Waar moet ik beginnen? Liggen de jongens uit de periode-Gullit nog te vers in ons geheugen? Ja, want als we Alexander Östlund, Ivan Bandalovski, Cory Gibbs en Bruno Miguel Basto noemen, hadden bij Ajax ook Niculae Mitea en Edgar Manucharyan de revue moeten passeren – hoewel laatstgenoemde naar verluidt wel handig was aan de pokertafel. Roger, Juanfran en Urzaiz liggen wellicht eveneenste zeer voor de hand, terwijl ook Samuel Kuffour hier niet had misstaan. Nee, bij PSV zijn we ook zorgvuldig om Fágner, Osmar Ferreyra en Reimond Manco heen gelaveerd. Goed, Philippe Leonard, de linksachter die niet tegen een rechtsbuiten kon voetballen, hoort wel in dit rijtje thuis. Toch staat Feyenoord borg voor teveel inspiratie om louter de recente jaren te noemen. Stephen Laybutt was geen sterke verdediger, daar zijn de Rotterdammers het inmiddels wel over eens – of in elk geval, degenen die zijn naam nog kennen. Arie Haan kan beschouwd worden als een Martin Jol-avant la lettre, aangezien Feyenoord in de periode dat hij aan het roer stond overspoeld werd met obscure buitenlandse toptalenten. Natuurlijk herinneren we ons nog de prima middenvelder Pablo Sanchez, maar ook Fernando Picún, Patricio Graff en Geoffrey Claeys zijn het vermelden waard uit die periode. Uiteraard kwamen uit Afrika enkele potentiële toptalenten. Van Meshal Mubarak en Mohammed Abubakari is echter tot op de dag weinig meer vernomen. John Owouri en Georgi Demetradze waren ook niet echt voltreffers en als iemand nog van de Brazilianen Glaucio en Somalia gehoord heeft, dan is hij goed op de hoogte geweest van de Feyenoord-aanval uit de late jaren negentig.

Riemer van der Velde is ongetwijfeld een prima scout en doet volgens een enkele hoofredacteur en tv-persoonlijkheid nooit iets fout, maar ging in diezelfde periode in de jaren negentig ook wel eens de mist in. Florian Constantinovici, Radu Gusatu en Dorien Mitrita waren al geen helden, maar ook Henry Onwuzuruike en Godfrey Nwankpa wisten nooit het Friese volk op de banken te krijgen. Later was ook Radoslaw Matusiak geen schot in de roos: de spits die met grote verwachtingen werd binnengehaald, scoorde slechts éénmaal. Groningen had in die periode met Magno en Hugo enkele voltreffers, maar was met Mustapha El Idrissi ook nog wel eens de weg kwijt. Ansar Ajoupov, Youri Petrov en Anti Sumiala waren voor FC Twente geen slechte spelers, maar ook zij hangen niet in de Twentse Hall of Fame. Rico Steinmann en Frédéric Peiremans hangen daar overigens evenmin. Prince Polley – enkele jaren eerder – was dan wel weer een absolute held, die trouwens ook nog uitkwam voor Sparta en Heerenveen. Recent wist Twente hoog te scoren op het obscure-buitenlanders-lijstje met Vagiv Javadov en David Carney, die beide geen versterking bleken. Twente verraste ook niet met Ransford Osei en de Irakese held Nashat Akram. Sota Hirayama en Srjdan Lakic speelden ooit niet onverdienstelijk in de spits bij buurman Heracles. Als we vanuit Twente verder het land afzakken, komen we onherroepelijk in Doetinchem terecht. De meeste miskopen in de Udinese-periode hebben we al besproken, al zijn Ruslan Valeev, Kostas Dedeletakis, Patrick Friedholm, Sanda Sanda, Massamasso Komi Tchangai en Abdul Rahman Issa niettemin het vermelden waard. Een uitstapje naar Zwolle levert de naam Albert-Michael Yobo op, alvorens we in onze fictieve reis het Gelredome betreden.

In Arnhem speelde menig aansprekende buitenlander. Mahamadou Zongo en Mamadou Diarra zijn ongetwijfeld onthouden, maar kennen we Kalle Sone – van de misser tegen Liverpool – en Emile Mbamba nog? Of later Haim Megrellishvili, inderdaad, die van de wissels van Aad de Mos – zestien is vier – en Geovanni ‘La Sombra’ Espinoza? Ach, Martí Riverola is dan misschien erg recent, maar wel weer leuk om te noemen, net als Luca Caldirola. De buren in Nijmegen deden het in die periode rustiger aan, maar ook hier verschenen ene Dzvevdet Sainoski, Oleg Poutilo en Pavel Mikhalevic ooit op het wedstrijdformulier. In Limburg hengelde Nol Hendriks nog wel eens wat spectaculaire aanwinsten binnen. Niet iedereen was echter Garba Lawal of Bernard Tchoutang. Ratislav Mores was van een andere orde en ook doelmannen als Gregory Delwarte en Jörg Kässmann zijn niet de annalen in gegaan als goede ballenvangers. Nikola Damjanac was dat al helemaal niet. Gabor Torma was niet de spits die Kerkrade verwacht had te zien. MVV speelde in die tijd in de Eredivisie wel met een prima spits. Emerson was een bonkige aanvaller die er nog wel eens een balletje inkopte. Kenneth Perez werd in die tijd overgenomen uit Denemarken, terwijl met de komst van Wasiu Taiwo geprofiteerd werd van het uitstekende scoutingsnetwerk van De Graafschap – zie de alinea hierboven. Fortuna Sittard laat zich niet onbetuigd. We spraken al over Claudio, maar dat is de Limburgers niet aan te rekenen. Aardig succesvol was de Engelse middenvelder Mark Burke, die in Limburg bleef hangen en op een blauwe maandag nog wat wedstrijdjes voor FC Vinkenslag speelde. In zijn kielzog kwam Michael Jeffrey, die er in vier jaar Fortuna 25 doelpuntjes in legde. Geen spectaculair gemiddelde voor een spits. Philip Gray, een Noord-Ier, was de minste van het contingent Britten in Sittard. Hij verliet na een grijs seizoen het Limburgse land voor een transfer naar Luton Town. Roemenen als Alin Banceu, Dorel Zegrean en Cosmin Maris voegden uiteindelijk eveneens weinig toe aan Fortuna, midden jaren negentig. Jarda Paciorek deed dat evenmin. VVV-Venlo, dat in die tijd anoniem in de Eerste Divisie speelde, viel op door een Belgisch spitsenduo. Ben Mbemba – niet te verwisselen met de Mbamba van Vitesse – en Christophe Geebelen stonden voor spektakel in De Koel. Van een latere periode is vrijetrappenspecialist Luizinho in dit kader het vermelden waard.

We togen het Brabantse land in via Helmond. Bruno David Roma en Bruno Andrade bleken niet de sambavoetballers op wie was gehoopt – al mocht laatstgenoemde in de periode-Jol nog een keer meeballen op de Toekomst. Van Liberiaan Christopher Wreh werd in Den Bosch veel verwacht. De spits kwam immers halverwege de jaren negentig over van Arsenal en zou een grote toekomst tegemoet gaan. Nou, in en rondom de Vliert zal de naam Wreh waarschijnlijk weinig belletjes meer doen rinkelen. In Waalwijk gaan de harten sneller kloppen als wordt teruggedacht aan rechtsbuiten Anders Nielsen, maar zullen de namen Miodrag Bozovic en – later – Bernardo Vasconcelos weinig vreugdesprongen ten gevolge hebben. De Belg Garry de Graef – qua voornaam niet te verwarren met Rotterdammer Warry van Wattum, die overigens nooit voor RKC uitkwam en eigenlijk niets te zoeken heeft in dit lijstje, los van het feit dat zijn voornaam slechts één letter verschilt van die van Garry de Graef – was een aardige speler, maar werd vooral in dit lijstje opgenomen om te verwijzen naar Warry van Wattum.

Willem II bouwde aan het begin van de 21ste eeuw aan een gigantische lijst aan aanwinsten die niets aan de Eredivisie toevoegden. Zo bleek James Quinn een houten klaas en was Youssef Mariana… geen idee, wie was hij ook alweer? Uit een eerdere periode waren Jatto Ceesay en Ousmane Sanou natuurlijk wel voltreffers. De spelers legden cijfers aan de dag waar later Marco Kolsi, Marko Muslin, Leonardo Veloso en George Mourad louter van konden dromen. Peter Zois werd in die tijd overgenomen van NAC, maar de doelman zat, net als bij de buurman in Breda trouwens, vooral op de reservebank. De Australiër heeft echter zelfvertrouwen genoeg overgehouden aan zes jaar bankzitten: hij is immers momenteel keeperstrainer van Melbourne Heart. Ibrahim Kargbo was een stoere mandekker, maar bleek voetballend ongeveer van het kaliber Albert-Michael Yobo (zie enkele alinea’s geleden). Bij het genoemde NAC werden Sergio en Cristiano helden, maar had Yung-Yoon Noh weinig succes. Ante Milicic scoorde in Breda slechts tien keer in drie seizoenen en Michael Hanson wist ondanks zijn vermeende grote technische bagage NAC niet te behoeden voor degradatie.

Het rondje langs de velden had nog uren langer kunnen duren, maar ik wil de lezer graag bevrijden uit deze doolgang door mijn hersenpan. Natuurlijk, in Rotterdam speelden obscure buitenlanders niet alleen voor Feyenoord. Op Woudestein zette ooit immers ene Volkan Kahramann de lijnen uit en op het Kasteel was de besnorde Marillia een leider in de defensie – hij keerde trouwens in de Koel kortstondig terug op de Nederlandse velden. Sani Kaita en Ayodele Adeleye waren niet de Nigerianen waarop Sparta in een later tijdsgewricht hoopte. In Utrecht viste ooit Franck Grandel – vermaard om ‘het Grandelletje’ – ballen uit het net en Emanuel Nwakire poogde als verdediger doelpunten te voorkomen in de Galgenwaard. Tibor Dombi was een vleugelspeler, die aanvaller Paulus Roiha weinig scoringskansen wist te bieden. Azubuike ‘Bike’ Oliseh bikkelde op het Utrechtse middenveld, maar deed dat later ook bij RBC Roosendaal. Daar moesten de doelpunten komen van Sammy Youssouf, gesteund door Ebrima ‘Ebou’ Sillah. Daarbij moeten we de kwaliteiten van Juan Viedma Schenkhuizen niet vergeten, al is die eigenlijk een Nederlander. Het feit dat hij een tweederde Spaanse naam heeft én uitkwam voor Compostela, maakt de verdediger voldoende exotisch voor dit lijstje, evenals broodvoetballer Benoît Croissant, die neerstreek in Velsen, bij Telstar, onder de rook van het Alkmaarse AZ, dat in Abdelkrim El Hadrioui een succesvolle linksachter had. Dat gold niet voor de Finse rechtsback Juha Reini, die niet echt een verpletterende indruk maakte, zoals ook Rolf Landerl, Canigia en Aldair Cruz Vicente niet snel herinnerd worden in en AZ-shirt. Ik eindig dit lijstje met twee jongens die onlangs gezamenlijk ook op een lijstje bij Justitie verschenen. Waren Yassine Abdellaoui en Geoffry Prommayon tijdens hun actieve carrière alleen met voetballen bezig geweest, dan hadden ze alleen deze waslijst beëindigd.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: