//
Artikel
Artikelen

Guy Roux en 44 jaar Auxerre. Een weg die enkel opwaarts leidde

In 1961 troefde de Russische kosmonaut Yuri Gagarin de Amerikaanse ruimtevaart af door de eerste man in de ruimte te zijn, sprak John F. Kennedy zijn inaugurele rede voor de Amerikanen en werden de eerste stenen gelegd voor wat later de Berlijnse Muur zou gaan heten. Johan Cruijff speelde nog in de jeugdopleiding van Ajax en ook Willem van Hanegem was nog niet doorgebroken bij Velox. Het was in datzelfde jaar dat een 23-jarige Guy Roux zich aanmeldde voor de vacante trainerspost bij de Association de la Jeunesse Auxerroise. De jongeman, die eerder, in een niet bepaald succesvolle voetbalcarrière, voor de Franse amateurclub uit was gekomen, had eerder dat jaar een kijkje in de keuken bij wat Engelse clubs gedaan en was een ambitieuze, maar jonge kandidaat. Roux schreef in zijn sollicitatiebrief dat hij alles voor de club zou doen, zelfs het hakken van hout. De trainer vroeg daarvoor 600 francs per maand – veel minder dan de andere kandidaten vroegen. Voorzitter Hamel wilde de gok wel nemen en stelde Guy Roux aan als trainer van de Bourgondische voetbalclub. De rest is geschiedenis.

Roux in zijn jonge jaren als trainer van Auxerre

Roux in zijn jonge jaren als trainer van Auxerre

Uit de krochten van het Franse amateurvoetbal
Auxerre was toen niet veel kleiner dan het nu is en is met zo’n 40.000 een middelgrote stad in de Franse provincie Bourgondië. In de regionale competitie was het een hoogvlieger noch een degradatiekandidaat: Auxerre hobbelde anno 1961 lekker mee met de andere clubs in de competitie. Roux, die af en toe zelf nog zijn kicksen aantrok, liet al snel zien een bevlogen coach te zijn. Zo slaagde hij erin de boeren uit de omgeving te overtuigen om de mest van hun geiten ten bate te stellen aan de ontwikkeling van het tot dan toe erbarmelijke veld van AJ Auxerre en betrok hij de spelersvrouwen in het werk rondom de training. Verder was het weinige personeel op de club al gauw overbodig: Roux regelde alles. Naar verluidt kon je in die tijd midden in de nacht naar de club bellen: Guy Roux stond je altijd te woord. Ça va?

Na negen jaar werd het eerste grote succes voor de nog steeds jonge coach realiteit: de Franse club werd kampioen van de Nationale 3 – de vijfde Franse divisie – en kreeg zodoende uitzicht op een profstatus. Deze ontwikkeling was te danken aan een tweetal pijlers, waarop Roux de club liet rusten. Allereerst zorgde hij er met zijn hierboven beschreven beleid voor dat de regio werd betrokken in datgene dat in het knusse stadionnetje van Auxerre gebeurde. De tot dan toe ingeslapen provinciestad kreeg al snel in de gaten dat Roux iets unieks aan het opbouwen was en al gauw was het niet alleen de stront van de geiten die gedoneerd werd aan de club, maar kon Roux rekenen op meerdere inkomstenbronnen.

Die inkomstenbronnen werden door Roux enkel en alleen geïnvesteerd in wat hij als levensader voor de club zag: de jeugdopleiding. Tot op de dag van vandaag is de jeugdacademie van Auxerre legendarisch. Auxerre maakte de sprongen voorwaarts in een periode waarin het voetbal zich op sportief, organisatorisch en commercieel vlak snel ontwikkelde. Roux moest weliswaar mee in die versnelling, maar hield vertrouwen in zijn beleid om de jeugdopleiding tot speerpunt van de club te maken.

In 1980, exact tien jaar later nadat de club zich had weten te ontworstelen uit de kluwen van de Nationale 3 , trad Roux met zijn club toe tot ´s lands eliteafdeling. Vanaf dat moment deed Roux wat concessies aan zijn dogma van het zelf opleiden. De dertigjarige Poolse spits Andrzej Szarmach kwam de gelederen versterken en de komst van de spits uit Gdansk bleek een meesterzet: in 148 wedstrijden scoorde hij 94 keer en daarmee won hij de harten van de Bourgondische supporters. Een seizoen later haalde de Franse club de jonge spits Patrice Garande op bij een kleine club in Zwitserland. Aan de hand van het spitsenduo Szarmach en Garande nestelde Auxerre zich in de vroege tachtiger jaren in de subtop van de Franse hoogste Division.

Grote successen

Enzo Scifo, één van de vaandeldragers van Auxerre aan het begin van de negentiger jaren.

Enzo Scifo, één van de vaandeldragers van Auxerre aan het begin van de negentiger jaren.

De Franse nationale elftallen sponnen garen bij het succes van Roux. In 1984 was Garande de grote man bij de Franse winst op de Olympische Spelen en bij de EK-winst van Frankrijk in datzelfde jaar waren doelman Joël Bats en middenvelder Jean-Marc Ferreri van de Auxerse succesformatie vertegenwoordigd. Het grootste succes moest echter nog komen.

In de jaren daarop kreeg de jeugdopleiding mythische proporties. Dat hield natuurlijk eens te meer in jonge spelers lang bij de club te betrekken. Zo stroomden onder meer Eric Cantona en Basile Boli door naar het eerste elftal en met de combinatie van de jonge, eigen spelers en aangetrokken spelers als Laurent Blanc en Enzo Scifo werd de naam van Auxerre zowel in eigen land als in Europa gevestigd. Daarbij speelde een van de grootste exponenten uit de jeugdopleiding Bernard Diomède een grote rol. De donkere vleugelspeler brak in 1992 door bij Auxerre en maakte de successen uit de jaren negentig allemaal mee, vergezeld in de spits door Lilian Laslandes, die op jonge leeftijd door meesterscout Guy Roux aan de selectie was toegevoegd.

Wereldkampioen Frankrijk plukte de vruchten van het succes van Auxerre. Het spitsenkoppel Guivarc'h (linksonder) en Diomède (rechtsonder) is hier vertegenwoordigd.

Wereldkampioen Frankrijk plukte de vruchten van het succes van Auxerre. Het spitsenkoppel Guivarc’h (linksonder) en Diomède (rechtsonder) is hier vertegenwoordigd.

In de vroege jaren negentig werd er trouwens nog een Nederlander aan de selectie toegevoegd. De bij Ajax mislukte, maar in Lausanne opgebloeide libero Frank Verlaat moest de verdediging van Auxerre gaan leiden en deed dat een aantal seizoenen met verve. Zo werd in deze seizoenen zelfs de halve finale van de UEFA Cup gehaald, onder meer door een spectaculaire winst op Ajax in de kwartfinales. In 1995 verkocht Auxerre Verlaat aan Stuttgart, waardoor de laatste man het grootste succes net niet meemaakte. In 1996, 35 jaar nadat voorzitter Hamel de jonge Roux het trainerschap van de Franse club had toevertrouwd, werd Auxerre de beste van Frankrijk. Het ijzersterke scouten en de fantastische jeugdopleiding bleken de fundamenten te zijn voor het kampioenschap, dat voor Roux de kroon op zijn werk zal moeten zijn geweest. In datzelfde jaar won hij immers ook de Coup de France, waarmee Auxerre zijn heerschappij in Frankrijk bevestigde. Op de aanval, bestaande uit Diomède-Laslandes-Guivarc’h, had geen enkele Franse tegenstander op dat moment een antwoord en ook de vliegensvlugge Steve Marlet, die op dat moment op het punt van doorbreken stond in Bourgondië, was een belofte voor de toekomst. Een opmerkelijke verschijning in deze Franse succesperiode was de Nigeriaanse excentrieke linksachter Taribo West, door Roux opgepikt in Nigeria en later carrière makend bij onder meer Internazionale en AC Milan.

Roux met de excentrieke Djibril Cissé, een van de sterren uit zijn laatste periode

Roux met de excentrieke Djibril Cissé, een van de sterren uit zijn laatste periode

Roux rustte na het succes niet op zijn lauweren en in Auxerre braken wederom nieuwe spelers door: Olivier Kapo, Djirbril Cissé, Phillippe Mexès, Alain Traoré, Younes Kaboul, Bacary Sagna zijn allen inmiddels tot de verbeelding sprekende namen. In de volgende jaren schreef hij en passant drie Coup de Frances op zijn naam. Na de laatste winst – in 2005 – vond de coach het welletjes geweest. Na 44 jaar was het tijdperk-Roux definitief over. Guy Roux gaf het trainersstokje door aan Jean Fernandez, die het succes in die jaren continueerde en in 2010/2011 zelfs weer eens deelnam aan de Champions League.

Het verval

Inmiddels staat de club er beroerd voor. In de zomer van 2011 vertrok Fernandez naar Nancy en kreeg Auxerre met Laurent Fournier weer een nieuwe trainer. Dat pakte niet goed uit en een nieuwe trainerswissel met de komst van Jean-Guy Walemme ten spijt degradeerde Auxerre het afgelopen seizoen na 32 jaar onafgebroken in de hoogste afdeling aanwezig te zijn geweest naar de tweede divisie. Daar neemt Auxerre momenteel een bescheiden elfde plaats in.

Roux zal het met lede ogen aanzien, maar intussen wordt zijn mythe er misschien alleen maar groter van. 44 jaar Roux was een periode van licht in de Bourgondische duisternis. Voor was niets, en na – afgezien van een Champions League-succesje onder Fernandez – tot op de dag van vandaag ook niet. Roux geniet groot respect in Frankrijk en werd meerdere malen – tevergeefs – benaderd om bondscoach van de Franse ploeg te worden. Ook buiten het voetbal wordt de gepensioneerde coach erg gewaardeerd: hij krijgt naar verluidt kerstkaarten van oud-president Jacques Chirac, kan het in het dagelijks leven goed vinden met sociaaldemocraat Lionel Jospin en zou, zo wordt gezegd, in goed contact hebben gestaan met François Mitterand.

In zijn eigen regio reikt de ster van Roux uiteraard tot grote hoogten, al wordt hij nog wel eens beschimpt om zijn gierigheid. Binnen de club wordt met respect over de man gesproken, al sijpelen inmiddels de verhalen door dat hij in al die seizoenen geen enkele tegenspraak duldde en de club op tirannieke wijze leidde. Maar, wie maalt daarom als je in 44 jaar een amateurclubje kampioen van Frankrijk maakt?

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: