//
Artikel
Artikelen

Rolmodellen, juniorenvoetbal en de dood van een grensrechter. SIRE-spotjes kunnen asociaal gedrag niet compenseren

Ik gebruik tolerantie op zaterdag’. De man op de poster ziet er behoorlijk tevreden met zichzelf en zijn portie tolerantie uit. Nederland maakte afgelopen weekend echt kennis met de staat van zijn tolerantieniveau. En de conclusie is droevig: SIRE kan er nog zoveel kekke reclameboodschappen tegenaan gooien, op sommige gebieden staan we er treurig voor.

sireRolmodellen in de maatschappij
Voetbal is een afspiegeling – en misschien nog meer: een uitlaatklep – van de maatschappij. Zo kan niemand beweren dat het hooliganprobleem louter een voetbalprobleem is, of de tragische dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen buiten de kaders van de ‘gewone’ maatschappij plaatsen en op het voetbalveld houden. Kijk maar eens hier. Of hier…

De SIRE-campagne is in één klap knap lullig geworden. De beschuldigende vinger wijst alle kanten op, maar oorzaken moeten – los van bij de doorgeslagen idioten op het veld die dit op hun geweten hebben – ook bij rolmodellen worden gezocht. Jongeren vertonen immers bij voorkeur kopieergedrag en als rolmodellen het slechte voorbeeld geven, moet de beschuldigende vinger dan ook niet louter naar de jongeren worden gewezen. We leven als land wat dat betreft in een belabberde staat: in en rondom het parlement – een instantie die toch enige waardigheid zou moeten bezitten – wordt naar hartenlust gediscrimineerd en gekwetst en op tv krijgen voetbalhooligans en ongegronde beschuldigingen een podium in respectabele programma’s. Intussen schoot ook een politieagent een ongewapende jongen in Den Haag overhoop en zullen er in Nederland best mensen zijn die denken dat Badr Hari een stoere bink is, die wekelijks een podium krijgt van de Albert Verlindes en Wilma Nanninga’s van deze wereld. Als dat de voorbeelden zijn die we de jongeren willen tonen, dan vraag ik mij af in welke richting de beschuldigende vinger dient te wijzen?

Rolmodellen in de voetbalwereld
Natuurlijk staan we wel op het voetbalveld, dus de ogen sluiten voor wat op en om de groene weide gebeurt, zou niet fair zijn. Het voetbal loopt immers over van jongens ‘die een signaal willen afgeven’ en ‘de grens opzoeken’ door wekelijks in het wilde weg om zichzelf heen te schoppen. Zo zag ik toevallig afgelopen zondag Mike van der Hoorn die (letterlijk) binnen vijf seconden zijn elleboog in het gezicht van Viktor Elm plantte. Alsof er in de kleedkamer over was gesproken… Scheidsrechter Pieter Vink lachte het weg en liet lekker doorvoetballen. Verder hoorde ik het afgelopen weekend Dick Advocaat schimmig doen over de blessure van Mark van Bommel ‘omdat hij bang was dat dat tegenstanders op het idee zou brengen een extra tikkie op die plek uit te delen’. En nu hebben we het alleen nog maar over afgelopen weekend.

Niet alleen scheidsrechters bedekken schandalige acties vaak met de mantel der liefde. Ook commentatoren kunnen zichtbaar genieten van opstootjes en trainers treden vaak niet op tegen de zich misdragende spelers op het voetbalveld. Hebben we Marcello Lippi ooit gehoord over de manier waarop Marco Materazzi Zinedine Zidane verbaal tot wanhoop dreef? Neen. Het was louter ‘professioneel’. Hup: die cup naar Italië en zand erover. Alles voor de winst.

Een vliegende tackle van Bouaouzan, een bijtende Suarez, ze kwamen de afgelopen jaren op de Nederlandse velden voorbij. Het blijft overigens niet beperkt tot Nederland. Het voorbeeld Axel Witsel-Marcin Wasilewski is bekend, maar ook de recente discussies over racisme op het voetbalveld in het Engelse Premiership doen het imago van het voetbal weinig goeds. Om nog maar te zwijgen over wekelijks overspannen reagerende spelers op alle beslissingen van scheidsrechters: gele kaarten zijn per definitie onterecht en schwalbes en woedende tirades zijn aan de orde van de dag. De rare fratsen van Zlatan Ibrahimovic en Mario Balotelli worden steeds maar voor lief genomen, omdat ze zo goed kunnen voetballen. Elke maand is er wel een speler die na een rode kaart een deur of een raam in weet te slaan danwel te trappen.

Rolmodellen langs het veld

Dat sportverenigingen in dit kader een bijzondere pedagogische functie vervullen, daarover zijn recente onderzoeken het eens. Een van de maatschappelijke waardes die NOC*NSF aan sport toekent is dan ook dat sport kan bijdragen aan de opvoeding en socialisatie van kinderen. Sportverenigingen worden, na thuis en school, zelfs als het derde ‘opvoedmilieu’ voor jonge kinderen beschouwd. Sport heeft daarom invloed op de opgroeiende jeugd (Stichting NSA, 2012). Sport hoeft echter niet louter een positieve werking op jeugd te hebben, de context is daarvoor erg belangrijk, zoals uit een onderzoek van Boonstra en Hermens uit 2011 blijkt.

Een belangrijke actor in die context – die dus de pedagogische kwaliteit van de sportvereniging kan maken of breken – is de trainer.Trainers van pakweg de B2 van Achilles ’29 of de C3 van Jonge Kracht zien in zichzelf vaak een onontdekte Louis van Gaal: miskend door de hele voetbalwereld en vastberaden om met de voetballertjes het ongelijk van de trainer die het vroeger niet in hem zag zitten te bewijzen.

De verongelijkte trainer, in het bezit van weet-ik-veel-hoeveel interessante KNVB’diploma’s en gepokt en gemazeld in de voetballerij met allerlei indrukwekkende trainingsoefeningen en tactische bagage, kan winst in het weekend nog belangrijker vinden dan zijn jongetjes. Presteren, dat wordt er op jonge leeftijd ingepeperd, terwijl bij tieners plezier voorop zou moeten staan in plaats van indrukwekkende looplijnen of vernieuwende tactische concepten.

Als laatste moeten we misschien de ouder aanwijzen, die minstens zo verongelijkt is als de trainer over zijn mislukte carrière. Al die frustraties worden botgevierd op die jongetjes op het veld. ‘Kantelen’, ‘stappen’ en ‘opendraaien’, hoe vaak deze termen op die arme F-junioren worden afgevuurd: ik zou de ouders niet de kost willen geven. Ik heb ze gezien: scheldende ouders die boos waren dat hun kind gewisseld werd. Tirades van ouders naar een trainer, omdat hij het aandurfde hun eigen Messi te wisselen. Scheldkanonnades naar scheidsrechters die hun kind een loepzuivere penalty door de neus boorden. Een grensrechter wordt sowieso de huid volgescholden. Ik spreek uit ervaring: vlaggen levert je de woede van je eigen team op, niet-vlaggen maakt van je een thuisvlagger. Waar ik die vlag allemaal al had moeten stoppen van woedende supporters, ouders en andere mensen die het nodig vonden commentaar te leveren. Ik had trouwens teamgenoten die guldens betaald kregen voor het aantal doelpunten dat ze scoorden. Ik wilde dat ook! Dat mijn ouders nooit overstag zijn gegaan, daar ben ik tot op de dag van vandaag blij mee.

Zonder met dit artikel de schuld bij de echte schuldigen weg te hebben willen halen, probeer ik met deze voorbeelden de situatie breder te trekken. En inderdaad: jongeren vertonen kopieergedrag en zijn vatbaar voor rolmodellen. Daar mogen mensen in samenleving – en meer specifiek: op, en trouwens ook naast het voetbalveld – zich best wat meer van bewust worden. Dan kan het geld van de volgende SIRE-actie gespaard worden.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: