//
Artikel
Artikelen

Tahitiaans tromgeroffel in de voorsteden van Parijs: De romantiek van het Franse bekervoetbal

December aan de voet van de Alpen. Een Franse gemeente waar Duits wordt gesproken en die een voorstad is van het Zwitserse Basel. IJskoude regens, langzaam veranderend in natte sneeuw, een witte grasmat die voor speelveld doorgaat en waar een oranje bal voortgestuwd door passie maar nauwelijks precisie overheen schiet. Houten tribunes van een amateurclub die op regionaal niveau behoorlijk hoog acteert en zo nu en dan op nationaal niveau mag schitteren. Dat is de charme van het bekertoernooi; daar waar lokaal supporterschap een nationaal podium krijgt. Wedstrijden die geen verliezers kennen omdat de negentig minuten zelf de overwinning zijn of het nu 2-0 of 0-2 wordt. Achilles – NEC, GVVV – Feyenoord; dat gevoel. De charme van het bekertoernooi is niet beperkt tot Nederland, ook in de Vijfde Franse Republiek biedt het nationale bekertoernooi in weerwil van de oninteressante competitie een welkome afwisseling in het verder grijze voetballandschap. Temeer daar de Franse staat zich over vele duizenden kilometers, een viertal continenten en vrijwel alle wereldzeeën uitspant. Dit is een verhaal over Tahitiaans tromgeroffel in de voorsteden van Parijs en de Duitssprekende Franse gemeentes aan de grens met Zwitserland.

Outre Mer

Frans-Guyana op het Zuid-Amerikaanse vasteland, Réunion voor de kust van Afrika en Tahiti te midden van het eindeloze blauwe van de Stille Zuidzee; de Franse staat behelst de einders van de wereld. Inwoners van deze overzeese landsdelen – Outre Mer – zijn burgers van Frankrijk, mogen stemmen bij presidentsverkiezingen en zijn volwaardig onderdeel van de Franse staat, net zoals Aruba een Nederlandse gemeente is. Of nu levend in Lyon of aan de andere kant van de wereld op een Bounty-eiland – totaal verschillende werelden in elk opzicht – een onderdaan van de Franse Republiek geniet in beginsel dezelfde rechten en plichten. Burgerschap heeft in Frankrijk meer cachet dan in Nederland, waar de rol van de inwoner in de maatschappij ophoudt bij het hekje dat zorgvuldig, strikt en volgens de conventie van de gemeentelijke ruimtelijke ordening om het eigen bezit en belang is gebouwd. Een waarschijnlijk gechargeerd verband, maar wellicht speelt de hechte verbondenheid tussen burger, departement en staat in Frankrijk een rol in het feit dat ook het nationale voetbal voor eenieder toegankelijk is. Ongeacht de schier onoverbrugbare geografische afstanden. Want er wordt dus daadwerkelijk elk jaar tienduizenden kilometers gevlogen voor bekerwedstrijden in de zevende ronde tussen het equivalent van EVV en Groene Ster. Op een natte, koude decemberavond voor een honderdtal trouwe supporters in St. Louis Neuweg in 2009 bijvoorbeeld.

Een lokale amateurclub neemt het in de sneeuw op tegen een team uit de Outre Mer

Een lokale amateurclub neemt het in de sneeuw op tegen een team uit de Outre Mer

Het zijn prachtige affiches voor de semiprofs en getalenteerde amateurs van voetbalclubs in de Colmar’s of Amnéville’s van deze wereld: vanaf de zevende ronde van de nationale bekercompetities stroomt een aantal overzeese clubs in. De helft daarvan speelt de wedstrijd van de zevende ronde op het Europese vasteland, maar er worden net zo goed Franse bekerwedstrijd op eilanden voor de kust van Afrika of in Zuid-Amerika gespeeld. Het systeem werkt als volgt: amateurclubs kunnen voorafgaand aan het bekertoernooi aangeven of ze in de poule willen komen waarin vanaf de zevende ronde ook een aantal doorgestoten overzeese clubs meedoen. Met het vooruitzicht van een uitwedstrijd op Tahiti is daarvoor uiteraard genoeg animo; hoe vaak ligt de schilder en rechtsback van Amnéville nu op een maagdelijk wit strand uitkijkend op een azuurblauwe en kraakheldere zee pina colada’s te drinken? Juist.

Om als Outre mer-club mee te doen aan de zevende ronde van de Franse beker dient eerst afgerekend te worden met de andere clubs van je eilandengroep; daarom wordt een poulefase afgerond van onder andere Frans-Polynesië en Réunion met als prijs voor de winnaars een trip naar het Europese vasteland. En zo kan het gebeuren dat de selectie van SS St. Jeanne D’Arc uit La Port, Réunion op een decemberavond in 1999 zich op het veld van de lokale FC uit St. Louis Neuweg staat warm te lopen – en dat duurt een poos voor Réunionse eilandbewoners op een winteravond in de voorlopers van de Alpen.

Coupe de France

Supporters van SS Jeanne D’Arc steunen hun team in de clubkleuren

Supporters van SS Jeanne D’Arc steunen hun team in de clubkleuren

De ‘elf’ van Réunion zijn gehuld in door de Franse voetbalbond en haar sponsors aangeleverde shirts die niet matchen met de clubkleuren. Gelukkig houden de honderd aanwezige supporters van Jeanne D’Arc wat dat betreft de eer hoog en zijn zij getooid in het paars en wit van de club naar de Alsace afgereisd. Het feit dat de supporters van de uitclub al in Frankrijk wonen en afkomstig zijn uit de immigrantengroepen doet niets af aan de pure charme van een elftal exoten die het opnemen tegen net zo gepassioneerde lokale amateurs en supporters. Het contrast met het profvoetbal is eindeloos groot, alleen al qua spelniveau, maar de vreugde bij de aanwezigen zal er niet minder om zijn. Dat de deur op slot gaat bij beide amateurs, ze met één eenzame spits spelen en afbraakvoetbal op de mat leggen doet er niet toe, evenals het feit dat de wedstrijd door de eilandbewoners met een schamele 1-0 wordt gewonnen.

De beker zal een team uit een van de overzeese gebiedsdelen nooit mee naar huis nemen, maar dat maakt ook helemaal niet uit. Wie interesseert het dat een saaie club als PSG bekerwinnaar van Frankrijk wordt. Het zijn de schitterende affiches op de regenachtige avonden in Colmar, of toppers als Tefana – Red Star (voorstad Parijs) naast de droomstranden van Tahiti die het toernooi zijn charme geven. En hoe het met de jongens van Jeanne D’Arc in de achtste ronde van het toernooi in 1999-2000 en de thuiswedstrijd op Réunion afliep? Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat tegenstander Feignies dat weekend het grijze en arme noorden van Frankrijk graag inruilde voor een snoepreisje naar Afrika: dát is de charme van het Franse bekertoernooi.

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: