//
Artikel
Artikelen

‘Een goeie clown zijn, is een schitterend deel van het leven’. Een portret van Frans Körver, demagoog met ongeëvenaard curriculum vitae.

‘Attractief voetballen over de vleugels’ of iets met schepjes en tandjes erop danwel erbij, dat zijn we gewend van de gemiddelde voetbaltrainer. Obligate praatjes met uitgekauwde teksten worden in het voetbal vaak tot perspraatjes gebombardeerd. Vergelijk dat eens met het pakkende: ‘Als mijn zuster een wiel had gehad, was ze een mooie kruiwagen geweest.’ Zo. Denk daar maar eens over na. Geestelijk vader van de uitspraak is een trainer/coach in ruste, wars van mediatrainingen en PR-reglementen. Een trainer die maar liefst zes keer met een club naar de Eredivisie wist te promoveren, een prestatie waarmee deze besnorde Limburger een record in handen heeft. Voor wie het nog niet weet: we hebben het over Frans Körver, een trainer met een grootse staat van dienst – maar ook een trainer die het bij geen enkele club echt lang wist vol te houden. Een portret.

Frans Körver aan het werk

Frans Körver aan het werk

Van aardige doelman tot veelbelovende trainer

Frans Körver werd geboren in Schinnen, een dorp onder de rook van Sittard. In zijn jonge jaren combineerde hij een voetbalcarrière bij de plaatselijke SV Schinnen met een opleiding tot schilder. Zijn voetbaltalent bleef echter niet lang onopgemerkt bij de grote clubs in de regio. Zo verdedigde hij gedurende zijn actieve carrière het doel van zowel Sittardia als MVV. Want inderdaad, Körver was een alleraardigste doelman. Maar bij het grote publiek werd hij bekender in zijn rol voor de dug-out dan voor het doel.

De Belgische Tweedeklasser Tongeren werd in 1973  Körvers eerste werkgever als trainer. Daar zorgde hij meteen voor een sensatie. Het kleine Tongeren speelde in 1974 de grote Belgische Bekerfinale. Verder klampte de Belgisch Limburgse club aan in de hoogste regionen van de Tweede Klasse. Hoewel onder de beginnende oefenmeester enkele periodetitels in de wacht werden gesleept, wist Tongeren onder leiding van de bevlogen Limburger geen promotie af te dwingen.

Dat werd anders in Wageningen, waar hij in 1976 als opvolger van Fritz Korbach werd aangesteld. Daar vestigde hij zijn naam in Nederland. Hoewel Körver in het seizoen 1979/1980 met de Wageningse voetbaltrots wist te promoveren, had FC Wageningen zijn grootste triomf een tweetal jaren eerder. Het grote PSV van de gebroeders Van de Kerkhof en Willie van der Kuijlen kreeg op de Wageningse Berg met 1-6 op de broek.

FC Wageningen was echter ook de eerste club die met het wispelturige karakter van de Limburgse trainer te maken kreeg. Körver was in 1980 – nog voor de promotie naar de Eredivisie – mondeling akkoord over een verlenging van zijn contract, zodat Wageningen voor een langere tijd verzekerd was van zijn succescoach. Het liep helaas net iets anders. Toen Körver hoorde van interesse van Fortuna Sittard, kon het mondeling akkoord de prullenbak in. ‘Niets kon me tegenhouden’, zo zei hij er later over. En zo vertrok de trainer die Wageningen naar de Eredivisie had geloodst terug naar zijn geboortegrond.

Lokroep uit Limburg

Körver doceert

Körver doceert

Zijn periode bij Fortuna Sittard kan herinnerd worden als een succesperiode. In de Westelijke Mijnstreek was de bevlogen coach thuis en ook met Fortuna promoveerde hij naar de Eredivisie. In 1982 kon de vlag uit in de Baandert, waar Körver Fortuna met durf en flair liet voetballen. In de twee Eredivisiejaren daaropvolgend bleef Körver de club trouw, maar toen in 1984 zelfs Europees voetbal werd gehaald met een selectie met vrijwel louter spelers uit de eigen opleiding, vond Körver het welletjes geweest. Zijn avontuurlijke karakter dreef hem naar Dordrecht, waar hij coach werd van DS’79.

Hoe succesvol zijn periode in Sittard was, bij DS’79 was het allemaal vanaf het begin moeizaam. De cultuurshock die hij in het westen des lands ondervond was voor de aimabele trainer waarschijnlijk teveel gevraagd. Na een paar maanden had hij het dan ook helemaal gehad en liet hij in de kranten optekenen: ‘Als ik weet dat Roda JC belt, begin ik al te kruipen’. Niet veel later belde Roda JC inderdaad en minder dan een halfjaar nadat hij in Dordrecht was begonnen, werd Körver gepresenteerd als trainer van de mijnwerkersclub: ‘het grootste moment uit mijn sportloopbaan’, zo zei hij er zelf over. Opmerkelijkerwijs kwam de komst van Körver op indirecte voorspraak van niemand minder dan Johan Cruijff zelf. Hij had opgemerkt dat meer spektakel nodig was in Kerkrade. Daarop had het bestuur niet getwijfeld en Körver gebeld.

Kerkrade had aan een wedstrijd genoeg om te zien wat voor vlees er in de kuip was gehaald en dat goed  op de woorden van Cruijff geanticipeerd was. Naar verluid zou de trainer bij zijn debuutwedstrijd met zijn knieën over Kaalheides karakteristieke sintelbaan zijn gevlogen om ‘zijn jongens’, om in zijn eigen woorden te blijven, vooruit te stuwen. Het seizoen 1984/1985 eindigde voor Roda op een teleurstellende elfde plaats, maar spektakel, dat was geboden sinds de komst van de trainer. Never a dull moment met Körver langs de lijn, zoveel wisten ze in Kerkrade al snel.

Het seizoen 1985/1986 verliep chaotisch voor Roda JC. Een inval van de FIOD leidde tot een arrestatie van manager Hens Coerver en het seizoen begon met hoge pieken en diepe dalen. Zo kon er zomaar met 6-0 van Ajax verloren worden, om even later met 5-0 Twente op de knieën te krijgen. De landelijke media leerden Körver in deze periode kennen als een opgewonden standje langs de lijn. Tot vervelends toe stond Körver te schelden op trainers van de tegenstanders en scheidsrechters. Het moment dat Körver in een wedstrijd tegen nota bene oude liefde Fortuna Sittard zijn spelers opdroeg een speler van de tegenstander ‘een doodschop’ te geven – een fragment dat helaas voor de geëmotioneerde coach duidelijk op camera was vastgelegd – betekende een schorsing en veel negatieve publiciteit voor Roda.  In een wedstrijd tegen AZ herhaalde Körver het incident nog eens dunnetjes: hij rende het veld op en vloog bijna de grensrechter aan, waarna hij een lading bier en een klap van een ‘supporter’ kreeg. Ook voor de spelers was het een spannende tijd. Na een bekerblamage tegen SVV reageerde Körver woedend: de spelers werden geconfronteerd met een zware straftraining en fikse boetes. Roda JC had het al snel gezien: ondanks de schitterende vijfde plaats en het recordaantal gescoorde doelpunten wilde men niet door met Körver. Het avontuur met Körver had spektakel geboden, maar hoefde niet langer te duren dan anderhalf seizoen. En zo ging Körver in de zomer van 1986 op zoek naar een nieuwe club.

Bij de andere Limburgse clubs werkte hij gestaag aan eerherstel: met MVV promoveerde Körver in 1988 en met VVV – na een kort en vruchteloos uitstapje naar Helmond Sport, deed hij dat in 1993 nog eens dunnetjes over met een kampioenschap. Het kampioensseizoen 1992/1993 was voor de Venlonaren een prachtig jaar: de wat traag en zwaar ogende spits Maurice Graef, in de seizoenen daarvoor door het Venlonse publiek nog beschimpt en weggejoeld, transformeerde onder Körver in een koele, legendarische goalgetter. Nog steeds is de Maurice Graef-stijl een memorabele: kont erin en scoren maar. Körver had in die periode een unieke Venlose generatie. Met de legendarische nummer 10 Jay (spreek uit ‘Jai’ en niet ‘Dzjeej’, zoals de NOS het steevast deed) Driessen, doelman John Roox, verdedigers Roger Polman en Maurice Rayer en de in Venlo nog steeds tot de verbeelding sprekende Geert Braem, Werner Smits en Juno Verberne kende VVV een succesgeneratie met spelers uit de eigen omgeving. Maar een sleutelrol in de promotie had een kleine, rappe Nigeriaan. Rechtsbuiten was zijn positie en Tijjani Babangida was zijn naam. ‘Baba’ moet zijn ogen uitgekeken hebben toen Frans Körver – want zo gaan de verhalen in de Koel – knielend in de kleedkamer zat: ‘Doe het voor jezelf, doe het voor mij, doe het voor de supporters! Alsjeblieft!’ Maar het had effect. Babangida kroonde zichzelf tot assistkoning en Graef werd tospcorer. VVV promoveerde naar de Eredivisie.

Het seizoen erop werd een drama voor de Venlonaren. Klaarblijkelijk waren de spelers vermoeid van de intensieve toespraken van de trainer, want er werden weinig punten gepakt in de Eredivisie. Dat Körver halverwege het seizoen doodleuk bekend maakte dat hij de nieuwe trainer van FC Volendam werd, hielp ook niet echt. Körver kreeg nog veel krediet van de Venlose bestuurders, maar werd in het voorjaar 1994 toch nog de wacht aangezet. Venlo was Körver-moe en Volendam zag bij nader inzien toch af van de trainer.

Op recordjacht

Dat gold niet voor de Superboeren. Hylke Enzerink, eerder al op deze site besproken, hield wel van een avontuurtje hier en daar en naadloos in zijn profielschets voor trainer paste dan ook de Limburgse succescoach. Bij De Graafschap volgde Körver in oktober 1994 de vertrokken Venlose coach Jan Versleijen op en ook in Doetinchem werden de verwachtingen waargemaakt: in 1995 stond Körver juichend op de markt: hij was weer eens gepromoveerd. En belangrijker nog, hij liet zien dat hij zijn kunstje ook nog steeds buiten zijn eigen provincie beheerste na het echec in Dordrecht en het weinig succesvolle avontuur in Helmond. Toch had ook Enzerink in het tweede seizoen-Körver al gauw genoeg van zijn oefenmeester. Een muitende spelersgroep, een ontevreden voorzitter die in de pers weemoedig terug dacht aan Jan Versleijen; het zorgde, reeds in het najaar van 1995, voor een gespannen sfeer op de Vijverberg. Körver kon zijn biezen pakken en wilde terug naar Limburg: ‘Ik ga maar weer een tijdje huisman spelen. Daar is niks mis mee, er zijn zat huismannen in de wereld. Maar ik hoop niet dat het allemaal al te lang duurt. Als Pim Verbeek me vanavond belt, sta ik morgen keeperstraining te geven bij Fortuna Sittard.’

Ook op leeftijd, nog steeds bevlogen

Al worden de haren grijzer, Körver blijft bevlogen

Niet Fortuna, maar MVV werd zijn nieuwe werkgever. Meteen na zijn ontslag in Doetinchem kon hij voor de tweede keer aanschuiven in de Limburgse provinciehoofdstad. Daar kreeg hij al gauw te maken met een machtsstrijd tussen voorzitter Jan Hoen en geldschieter Benoït Wesly. Körver reageerde daarop ‘op z’n Körvers’: ‘Jullie vreten wel allemaal lekkere asperges, maar waar blijven jullie centjes om nieuwe spelers te kopen? Je moest eens weten wat de mensen op straat over jullie vertellen…’ Het was de troef die Körver graag speelde: de vertegenwoordiger van de ‘gewone supporter’. Toen Wesly de voorzittershamer in 1996 van Hoen overnam, stond de oefenmeester dan ook al gauw in diens kantoortje: ‘U bent dus de nieuwe voorzitter, meneer Wesly? Luister goed, ik ga u een heel verstandig advies geven. De eerste beslissing die u moet nemen, en ik adviseer u dat vandaag nog te doen, is mij een contract voor een aantal jaren aan te bieden.’ Wesly antwoordde daarop dat Körver eerst maar eens moest promoveren met de sterk verbeterde spelersgroep, waarop Körver zijn meerdere in de Maastrichtenaar moest erkennen: ‘ik mag u wel, voorzitter.’

Wesly slaagt er in zijn boek Het paradijs kent vele gezichten op een schitterende manier in om het karakter van Körver in een aantal anekdotes te vatten: ‘Frans Körver houdt niet van z’n vak, hij aanbidt het stuk leer. (…) Mensen die ook maar even iets anders denken of doen, zijn in de ogen van Körver per definitie oplichters. “Voorzitter, die man bezeikt me.” Ontelbare keren heb ik die woorden uit zijn mond horen rollen. En als je niet zelf stevig in je schoenen staat, tuimel je daarin.’ Wesly noemt Körver een ‘slimme vogel die precies weet hoe hij het publiek moet bespelen en de gevoelens van de gewone man op de tribune moet oproepen’. Körver werd kampioen met MVV in 1996/1997, note bene in een seizoen waarin zijn oude werkgever VVV-Venlo groots ingekocht had met onder anderen John de Wolf en Maurice Hofman en titelfavoriet nummer één was, maar uiteindelijk MVV bij lange na niet bij kon benen.

Wesly vat ook samen wat de voorzitters van Roda, VVV en De Graafschap moeten hebben meegemaakt in de laatste periode-Körver: ‘Meneer de voorzitter, u dient mij ontslag te geven. Afgelopen zaterdag hebben wij verloren en ik ben de schuldige. Hier staat mijn kanariekooi en hier mijn tas met persoonlijke spullen. Ik heb ze reeds ingepakt. Deze jongen vertrekt.’ Zo ging het bij MVV in de Eredivisie niet éénmaal, maar, als we de woorden van Wesly moeten geloven, minimaal vijfmaal. Toch hield Wesly lang vertrouwen in Körver, maar in 1998 ging het toch mis: ook het droomhuwelijk Körver-MVV strandde.

Pensioen en een Sittards avontuur
Daarna was het voor Körver schluss. Zijn vrouw Thea, die volgens alle ingewijden de stille kracht achter de oefenmeester was, had recht op wat meer aandacht van de inmiddels op leeftijd geraakte Limburger. Hij verdween niet helemaal uit de publiciteit. In interviews stoorde hij zich nog wel eens aan het Limburgse voetbalklimaat: ‘Uit elk mens kun je wat halen. Alleen aan de meeste mensen wordt niet gewerkt om alles eruit te halen’, liet hij optekenen, zoals hij in hetzelfde interview vertelde wat zijn geheim was: ‘ik deed lekker een beetje kloten met de spelers. Niks geks aan. We waren een team, niet de beste spelers. Maar we waren een team.’ Ook liet hij weten dat opmerkingen over zijn uiterlijk hem veel pijn hadden gedaan in die jaren: ‘Ik loop nu vijftig jaar over de sportvelden en ik weet goed dat ik een grote neus heb. Waarom moet daar steeds over gezegd worden: hij heeft een groot reukorgaan. Nou, goed, dan ruik je ook goed. Ik vind dat niet nodig. Je mag me pakken op mijn vakmanschap, maar blijf daar gewoon vanaf, daar gaat het om. Ik ben wel gevoelig, ik kan daar wakker van liggen.’

In 2006 liet Körver zich nog één keer verleiden om zijn trainingspak aan te trekken. Het noodlijdende Fortuna zocht voor een seizoen een trainer die de focus op voetbal in plaats van op de financiën wist te richten. Die man was Körver. Hij slaagde wonderwel. Voor even werd de ellende vergeten en scandeerde het hele stadion de naam van Körver. De oude vos was zijn streken niet verloren. Dat wilde hij ook helemaal niet:  ‘Clichés dit en clichés dat, dat wil niemand en een goeie clown zijn, is een schitterend deel van het leven.’ En ook in de kleedkamer schrokken de spelers anno 2006 op van de toespraken van Körver, waarmee hij bewees dat de geruchten in de Koel over een knielende Körver best wel eens waar zouden kunnen zijn:

‘Oke, oke, gaan we er nog een keer ouderwets tegenaan? Oke? Oke? Daar zitten zes, misschien zevenduizend mensen, jongens. Die komen kijken naar jullie. Naar jullie! Dat is toch schitterend?’

De voetbaltrainer Frans Körver was een clown, een lastpak en een demagoog. Maar hij promoveerde zesmaal met een club. En die prestatie, die heeft tot op de dag van vandaag niemand hem nagedaan.

Bronnen:

–          T. Seevereens, Benoît Wesly, Het paradijs kent vele gezichten.

–          De jaren: 80. Promotie, Bekerfinale en Europees voetbal! via: http://www.fortunahome.com/index.php?m=content&id=7

–          Oude Doos, via: http://www.fcvd.nl/?pid=artikelen&id=134

–          GVDD: Frans (75) wil nog zo graag, via: http://senioren.voetbal.nl/article/23623/gvdd-frans-75-wil-nog-zo-graag

–          Ontslag bij De Graafschap doet Körver pijn en verdriet, via: http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2586548/1995/10/13/Ontslag-bij-De-Graafschap-doet-Korver-pijn-en-verdriet.dhtml

–          Roda JC trainers aller tijden: Frans Körver 1984-1986. via: http://www.rodajc.nl/Nieuws/180/1/roda-jc-trainers-aller-tijden-frans-k-rver-1984-1986

–          Bor, R. en Molenaar, A., De onneembare vesting. Betaald voetbal op de Wageningse berg 1954-1992.

–          Frans Körver – Ik heb de liefde gezien, Via: http://www.youtube.com/watch?v=n3JAV0SgPAE

–          Thuis in Limburg 31 juli, via: http://www.youtube.com/watch?v=OsYw6rbckww

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."
%d bloggers liken dit: