//
Artikel
Artikelen

De Primera Division vóór Barca-Real. Het succes en verdriet van het Baskenland

Het was 1926 en José Antonio Aguirre stond enigszins verdwaasd en afwezig op het veld, de tegenstander nauwelijks actief opmerkend, eerder spelend op de automatische piloot. Niet bepaald zijn stijl, daar de Baskische speler vooral een man van bezielende inzet was, normaal gesproken spelend met volledige overgave. De technisch begaafde middenvelder wist een van de beste teams van het koninkrijk Spanje om zich heen, hoewel de laatste jaren magere waren geweest voor de club uit de hoofdstad van het Baskenland. De laatste titel was een jaar of drie geleden binnengehaald en dit seizoen beloofde niet veel beters. Nee, 1926 was geen goed jaar en het beloofde niet veel meer: niet voor Aguirre, niet voor Athletic Bilbao en zeker niet voor Spanje.

Een voetballende politicus

Aguirre als speler in het jaren twintig team van Athletic

Aguirre als speler in het jaren twintig team van Athletic

José Aguirre had reden om met zijn gedachten elders te zijn dan bij het voetbalspel. Hij was in de afrondende fase van zijn studie rechten en aan de horizon gloorde het gewicht van de familieonderneming dat hij zou moeten torsen op zijn schouders ware hij Atlas zelf. Het runnen van de  chocoladefabriek van zijn familie was aan hem toevertrouwd; een verantwoordelijkheid die niet gering was, daar het de tweede onderneming van Spanje was binnen de branche. Bovendien waren het tijden waarin zich donkere wolken boven het doorgaans zo zonnige Iberische schiereiland samenpakten. Het koninkrijk van Alfonso XIII liep op zijn laatste benen, sociale onrust rammelde in de vorm van straatarme, hongerige en dus opstandige arbeiders aan de zorgvuldig dichtgetimmerde clericale en elitaire poorten: de eerste tekenen van revolutie waren daar. Tot overmaat van ramp bestond er binnen dezelfde elitaire kringen net zoveel onrust: argwaan, jaloezie en nijd verspreidden zich binnen de rangen van de verscheidene machthebbende kringen. Generaals schaarden zich langzaam in kampen onder de noemers koninklijk, nationalistisch, separatistisch of republikeins. De geestelijken kozen ook kant en dan was er nog het immer dreigende Rode Gevaar. Want wat zowel de kerk, staat, als het leger gemeen hadden was hun afkeer voor de socialistische revolutie.

José Aguirre was de eerste minister-president van de Baskische regering

José Aguirre was de eerste minister-president van de Baskische regering. Foto: Wikimedia Commons

De jaren dertig leken in het begin evenwel vooral verbeteringen en voorspoed te brengen voor zowel Aguirre en zijn werknemers, als Athletic en het Baskenland. De arbeiders van de chocoladefabriek kregen betere werkvoorwaarden, daar hun sociaal begane fabrieksleider een hoop sociale veranderingen doorvoerde. Tevens werd het Baskenland waarin Aguirre de voornaamste politicus was een grote mate van autonomie toegewezen door de republikeinse regering. Een regering evenwel die wankelde. Maar terwijl het land steeds instabieler en de maatschappij roeriger werd kreeg ook Athletic Bilbao zijn vette jaren. Maar liefst vier titels werden door de Baskische club in de jaren dertig binnengehaald,met de laatste in 1936. Maar dat alles maakte het decennium voor de Basken, Aguirre en de voetbalclub niet minder zwart. In 1936 was de wankelende republikeinse regering namelijk behoorlijk knock-out gegaan, toen een groep generaals, waaronder een vanuit Spaans-Marokko noordwaarts marcherende Francisco Franco, een coup had gepleegd. De republikeinse regering – door de conservatieve generaals als ‘rode horde’ bestempeld – week uit naar Barcelona, aldaar gewapend verzet biedend tegen het in hun ogen ‘tirannieke conservatieve’ geweld. Omdat geen van de facties een snelle beslissing kon forceren draaide de coup uit op een bloedige en gruwelijke burgeroorlog, met het Baskenland als een van de grootste verliezers.

De Spaanse burgeroorlog

De inmiddels tot president van het Baskenland gekozen Aguirre – in functie van 7 oktober 1936 – 22 maart 1960 – koos de kant van de republikeinen die zijn Baskenland autonomie hadden geschonken en trad in de jaren van de burgeroorlog regelmatig in conclaaf met de verdreven regering die in Barcelona zetelde. Hij zag het familiebedrijf kapot gaan onder de druk van het regime van Franco, maar gaf niet op. De anarchie waarin het land verkeerde betekende de opschorting van de voetbalcompetitie en dus ook het einde van de successen van Athletic, zíjn club. Maar ook nu gaf Aguirre de strijd niet op en hij organiseerde wedstrijden waarin het Baskische elftal aantrad tegen teams uit onder andere Argentinië. De opbrengsten daarvan werden door de begane politicus direct ten behoeve van de lijdende Baskische bevolking gespendeerd; daar waar het nodig was. Een bevolking namelijk die als een van de eerste direct in het gezicht van mechanische verschrikking van het ongebreidelde vooruitgangsgeloof keek dat in de jaren veertig de hele wereld in as zou leggen, en het niet zelf kon navertellen.

Het doek Guarnica van Picasso. Foto: Wikimedia Commons

Het doek Guarnica van Picasso. Foto: Wikimedia Commons

Guernica, paniek en verschrikking op een doek, waanzin en gemechaniseerd kwaad gevangen in penseelstreken. In volledige grote vangt het werk van Picasso wellicht iets van de totale ontreddering die de bevolking van het Baskische dorpje moet hebben gevoeld toen door generaal Franco gestuurde Duitse bommenwerpers doelbewust voornamelijk vrouwen en kinderen vermoordden. Franco wilde daarmee het republikeinse verzet in de streek breken, terwijl Hitler en Göring vooral in hun nopjes waren omdat ze hun speelgoed hadden kunnen testen. Wat restte was een zwartgeblakerde ruïne van steen en botten en het dieptepunt van de Spaanse Burgeroorlog. Evenwel slechts een voorbode van het komende decennium.

Toen de rook van de Spaanse burgeroorlog in 1939 langzaam maar zeker optrok was Spanje van een linksgeoriënteerde republiek veranderd in een conservatieve militaire dictatuur die centraal vanuit Madrid met harde hand werd bestuurd. Baskische autonomie en sociale hervormingen werden teruggedraaid en beperkt, en in meer persoonlijk opzicht verloor ook de politiek vader van het Baskenland: José Aguirre zag zijn familiebedrijf in de jaren Franco ten onder gaan en zag zichzelf genoodzaakt te vluchten naar Parijs. Hij bleef evenwel een groot voorvechter van de gematigde Baskische autonomie en geldt als een van de grondleggers van de christendemocratische politiek. Net zoals zijn bekendste voetballer uit de jaren voor de burgeroorlog moest ook Athletic Bilbao zijn belangrijkste successen in het verleden zoeken. Hoewel in 1941-1942 en 1955-1956 nogmaals de titel binnengehaald werd moest de club uit het Baskenland de hegemonie van Real Madrid erkennen, dat vanaf de jaren vijftig oppermachtig werd in het Spaanse voetballandschap. Kwade tongen beweren namelijk dat deze hoofdstedelijke club de steun genoot van het Franco-regime en, tsja, die had nu eenmaal de burgeroorlog gewonnen. De Basken daarentegen stonden eenzaam aan de kant van de verliezer, Athletic niet anders dan de burgers.

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: