//
Artikel
De Vergeten Voetballer

De teloorgang van de hoop. Brutil Hosé, verdwenen wonderkind van Ajax

De gedachten gaan terug naar de tweede helft van de jaren negentig. Terwijl de ‘Generatie ‘95’ afzwaait kijken Ajaxfans reikhalzend uit naar de nieuwe lichting spelers. De fans hebben van horen zeggen dat ook de nieuwe generatie barst van het talent. Ajax lijkt op rozen te zitten: onder trainer Morten Olsen pakt Ajax in het seizoen 1997/1998 de dubbel, terwijl ook Ajax A1 met kop en schouders boven de concurrentie uitsteekt. In Ajax A1 springt één naam vooral in het oog: spits Brutil Hosé maakt dat seizoen maar liefst 39 doelpunten in één jaargang, wat hem op de bijnaam ‘De nieuwe Kluivert’ komt te staan. Men is lyrisch op De Toekomst: Hosé zou de Amsterdamse trots de komende jaren van tal van doelpunten voorzien, alvorens hij naar een Europese topclub zou vertrekken. Niets kon er misgaan, zo leek. Anno 2012 is Hosé verdwenen in de donkere spelonken van het amateurvoetbal. Wat is er gebeurd met de man die meer talent kreeg toegedicht dan zelfs Patrick Kluivert? Waar kwam de kink in de kabel en welke lessen zijn hier uit te trekken? Dit is een verhaal van hoop en, vooral, desillusie.

“Het grootste talent sinds jaren

Brutil Hosé werd gezien als grootste Ajax-jeugdexponent in jaren. Foto afkomstig van: leden.ajax.nl

“Hij is het grootste talent sinds jaren”, laat Hans Westerhof, hoofd opleidingen bij Ajax eind jaren negentig optekenen, wanneer hij gevraagd wordt naar zijn mening over de nog jonge Hosé. “Van veel mensen binnen de vereniging hoor ik dat hij bijvoorbeeld verder is dan Kluivert op die leeftijd”. Geen verkeerde woorden voor een speler die is opgeleid in de harde wereld die de Ajax-jeugdopleiding heet. Terwijl CIOS-adepten jaarlijks tientallen jongetjes gedesillusioneerd naar huis sturen weet de Antilliaanse spits wel in de smaak te vallen. Hosé vormt het speerpunt van een zeer succesvol Ajax A1, waarin de geboren Antilliaan een gevreesde voorhoede vormt met rechtsbuiten Andy van der Meijde en linksbuiten Kevin Bobson, de man die op een blauwe maandag nog de training van het Nederlands Elftal haalde onder voormalig bondscoach Marco van Basten. Met een goede aanvoer van de flanken eist Hosé met maar liefst 39 doelpunten een hoofdrol op in het kampioenschap later dat jaar. In een generatie met wat later bleek mindere goden als Michael Lamey, Pascal Heije, Darl Douglas, Alpha Turay, Serge van den Ban en Quido Lanzaat weet vooral de voorhoede de Amsterdamse harten vol van hoop te laten lopen. Want terwijl Bobson en Van der Meijde voorzetten bleven leveren, bleef Hosé het net doen bollen. Men wist het zeker, de nieuwe Patrick Kluivert kwam eraan.

Op 15 november 1998 maakte de geboren Antilliaan zijn debuut voor het eerste elftal. Voordat Hosé acht jaar eerder naar Nederland kwam, leerde hij op Curaçao de beginselen van de voetbalsport op de straat. “We speelden er met zelfgemaakte ballen. Voetbal was altijd mijn lust en mijn leven. Naar school gaan was er amper bij in die tijd”, wijzend naar zijn ervaring van de straat als echte leerschool. Op de straat leerde de Antilliaan voor zichzelf op te komen, zoals zoveel jongens van zijn generatie. Na het overlijden van zijn moeder verhuisde vader Hosé met zijn kinderen naar Den Helder, alwaar hij als marinier gestationeerd was. In Nederland werd de jonge Hosé vervolgens liefdevol opgevangen door de ouders van Michael Reiziger. De geborgenheid die de spits daar vond, veranderde zijn leven naar eigen zeggen in positieve zin. Hosé: “Zij weten wat er voor nodig is om de top te halen. Wat ik daarvoor moet doen en laten. Vroeger dacht ik niet zo bij na bij wat ik deed. Plezier maken in het leven stond voorop, de rest was bijzaak”.  Met deze lijfspreuk bleek Hosé al snel een graaggeziene gast op de straftrainingen van de Toekomst. Onder de hoede van de Reizigers ontwikkelde Hosé zich echter tot exponent van de prestigieuze Ajax-opleiding. Niets leek een doorbraak in de weg te staan.

De teloorgang van een talent: Hoe Brutil Hosé in de anonimiteit verdween

Brutil Hosé, inmiddels enkele kilo’s rijker, is afgezakt naar het niveau van de amateurs. Foto afkomstig van: http://www.wijzijnvoetbal.nl

Het liep even anders. Terwijl Andy van der Meijde begon uit te buiken en Kevin Bobson in de anonimiteit van het profvoetbal dook, bleek ook Hosé’s profcarrière geen lang leven beschoren. Ajaxtrainers Morten Olsen en Co Adriaanse verweten Hosé een gebrek aan discipline en claimden dat de jonge spits er een verkeerde levensstijl op nahield. Te laat komen op trainingen, wangedrag op het veld en een ongemotiveerde uitstraling tijdens oefensessies deden de reputatie van het grote talent Hosé geen goed. De spits zelf zag dat anders: “Het is in elk geval zo dat ik bij Ajax geregeld moest invallen. Als je slechts een gedeelte van de wedstrijd mag spelen, is het lastig om je te bewijzen. Het lijkt me schitterend om de stap naar het profvoetbal definitief te maken. Er zijn maar weinig Antilliaanse spelers die daarin slagen. Komt omdat de meesten mooiweervoetballers zijn en geen goede mentaliteit hebben. Een ding weet ik zeker, daar zal het bij mij niet aan schorten”. De mooie woorden van Hosé ten spijt, diens voornaamste herinnering blijft die van een kille woensdagavond in december 2001. Ajax 2 speelt in een nagenoeg lege ArenA een duel met FC Twente, waar notoire schopper Dennis Hulshoff op het wedstrijdformulier genoteerd staat. Hosé krijgt het al snel aan de stok met de harde back: een ruzie die resulteert in een kopstoot van Hulshoff die wordt beantwoord met een directe rechtse van de spits: knock-out zonder pardon. De trieste aftocht van de met rood bestrafte Hosé is het laatste dat de Ajaxfans van de ooit zo veelbelovende spits te zien krijgen. Een lange periode vol verhuurperiodes aan De Graafschap, Haarlem, Sparta en FC Dordrecht resulteert in de ene teleurstelling na de andere, totdat Hosé in 2004 opduikt bij de amateurs van Haaglandia uit Rijswijk. Dieper lijkt de carrière van de zieltogende spits niet te kunnen zinken, totdat het Griekse Poseidon Nuon Perron, het Arabische Al-Wakrah en het Maleisische Sarawak FA een extra teleurstelling aan ’s mans Curriculum Vitae toevoegen. Toch spreekt de inmiddels 27-jarige spits met veel plezier over zijn periode in het Midden-Oosten: “Het was een kort en mooi avontuur. Ik heb in die paar maanden best wat geld verdiend. Ik reed in een mooie auto en woonde in een villa. Je komt in een heel andere cultuur”. De mooie woorden ten spijt, globetrotter Hosé stelde sportief wederom teleur. Gevolg? Een trieste terugtocht eind 2006 naar de amateurvelden van Haaglandia. Sinds 2009 is Hosé, enkele kilo’s rijker, te bezichtigen in de Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek bij RKSV Leonidas: het eindstation voor de laatste zelfopgeleide, maar gedroomde goalgetter in dienst van Ajax.

Ver weg van de glorie: het boek Hosé gesloten             
Derhalve blijkt het boek Hosé te eindigen op de winderige velden van Rotterdam-Noord. In dit desolate deels des vaderlands is de glorie van de ArenA nergens te bekennen en is de joie de vivre van ’s lands hoofdstad ingeruild voor het ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’-denken. Niet het toneel voor iemand die meer potentie kreeg toebedeeld dan goalgetter Patrick Kluivert. Beiden bleken eerder qua karakter dan qua carrièreverloop parallellen te vertonen: een treurige constatering die de laatst levende Amsterdamse hoop op een nieuwe goalgetter teniet heeft gedaan. Het leert de huidige talenten dat capaciteiten niet afdoende zijn voor het wel slagen van een carrière. Want wanneer een voetballer mentaal tekort schiet, lijkt de hoop daarmee verloren te gaan.

Geraadpleegde bronnen:

http://www.rtvrijswijk.nl/nieuwsarchief.php?subaction=showfull&id=1165683123&archive=&start_from=&ucat=1&

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2643325/1998/11/24/Brutil-Hose-is-bij-Ajax-het-grootste-talent-sinds-jaren.dhtml

http://www.deondernemer.nl/sport/260882/Een-bardienstje-draaien-vindt-Hose-leuk.html

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: