//
Artikel
Artikelen, EK 2012

Het sprookje van het camping-elftal. De winst van Denemarken op het EK 1992.

Nu Nederland aan de vooravond staat van haar openingswedstrijd van het Europees Kampioenschap is het verstandig de opponent eens nader te belichten. En wij zouden De Skybox niet zijn als dit verhaal niet vrij weinig met het huidige Deense elftal of haar confrontatie met het contemporaine Oranje te maken heeft. Dat gezegd hebbende, in 1992 speelden beide landen ook tegen elkaar op het EK. Maar dat was onder andere omstandigheden en er stond meer op het spel. Titelverdediger Oranje stuitte in de halve finale van die zomer in Zweden op het Deense elftal, dat het geheel tegen ieders voorspelling in zover had gebracht. Nog groter was de verrassing toen de Deense vedette Peter Schmeichel de strafschop van EK-kampioen Van Basten stopte en Denemarken aldus de finale haalde. En dat terwijl ze zich niet eens voor het toernooi geplaatst hadden!

Een veranderend Europa.

In 1992 was het EK in tegenstelling tot heden ten dage nog een competitie onder een vrij select gezelschap. Slechts acht teams, onderverdeeld in twee poules, streden om de titel. Groep A bestond uit Engeland, Frankrijk, Denemarken en thuisland Zweden. Terwijl groep B de grootheden Duitsland en Nederland bevatte, alsmede Schotland en de Gemenebest van Onafhankelijk Staten (GOS). Wie? Jawel, GOS, wie kent het niet; een combinatie van voormalige Sovjet-Republieken, maar in principe het elftal dat de regering uit Moskou vertegenwoordigde. Nederland haalde probleemloos de halve finale, door Schotland te verslaan, gelijk te spelen tegen het stugge GOS en de absolute kraker tegen het voor het eerst op een officieel toernooi onder gedeelde vlag spelende Duitsland winnend af te sluiten: het werd 3-1 na een door Oranje gecontroleerde wedstrijd. Duitsland plaatste zich evenwel als tweede in de groep voor de andere halve finale. Groep A kende een minder voorspelbaar verloop, daar thuisland Zweden en absolute outsider Denemarken notoire no-show Engeland en de tussengeneratie van Frankrijk voorbleven. Zweden versloeg zowel Engeland als Denemarken, hield Frankrijk op een gelijkspel en werd aldus groepseerste. Denemarken leek uitgespeeld na twee wedstrijden: gelijk tegen Engeland en verlies tegen Zweden. Maar net zo onverwacht als het elftal die zomer het EK compleet had gemaakt, net zo verrassend versloegen ze Frankrijk om naar de volgende ronde en een tweeluik met de Europees kampioen door te stoten.

Los van voetbalresultaten was het toernooi in Zweden er een waarin de veranderende geopolitieke situatie in het Europa van de begin jaren negentig duidelijk tot uiting kwam. Net zoals deze zomer door het nakende EK de journalistieke en politieke onafhankelijkheid in Oekraïne inzet van debat is, zo speelde politiek ook in 1992 in Zweden een ingrijpende rol, zoals we zullen zien: politiek en voetbal zijn tijdens het EK en WK nauw met elkaar verbonden. Zoals gezegd acteerde een groot deel van de voormalige Sovjet-Unie onder de naam Gemenebest van Onafhankelijke Staten. De Sovjets hadden zich reeds geplaatst voor het toernooi toen Michail Gorbatsjov in 26 december 1991 aftrad en de Sovjet-Unie de facto ophield te bestaan. Een aantal dagen daarvoor waren de akkoorden van Minsk getekend en was de GOS ontstaan. In politiek opzicht een lege huls, want de deelnemende staten zoals Rusland, Wit-Rusland en Armenië stonden nauwelijks soevereiniteit aan het overkoepelende orgaan dat in het Wit-Russische Minsk zetelde af. Er werd wel een vrijhandelszone gecreëerd door de GOS en eenmalig werd onder dezelfde noemer aan een internationaal toernooi meegedaan: het EK van 1992.

Maar van grotere invloed op de verloop van het toernooi was de politieke situatie bij de communistische buren zuidwestelijk van de voormalige Sovjet-Unie. Tussen 1989-1992 brokkelde de communistische staat in Joegoslavië af en na 1992 werden diverse burgeroorlogen uitgevochten waarbij de verscheidene republieken onafhankelijk werden. Het uitbreken van onlusten in 1991 was voor de UEFA reden genoeg om na aandringen van de VN het al geplaatste nationale elftal van Joegoslavië van deelname aan het EK in Zweden uit te sluiten. Zo gezegd, zo gedaan, maar nu had het toernooi een deelnemer te weinig. Gezien het feit dat de terugtrekking van het in burgeroorlog afglijdende Joegoslavië vlak voor aanvang van het toernooi geschiedde diende de boodschap van de UEFA aan de inderhaast opgetrommelde vervanger naar de campings en stranden van Jutland gezonden te worden: ja, de Denen hadden zich veel voorgesteld van hun welverdiende zomervakantie, maar niet dat ze die al voetballend in Zweden zouden doorbrengen.

Het sprookje van het camping-elftal

Of de Deense voetballers daadwerkelijk van de camping en het strand geplukt werden om deel te nemen aan het toernooi is een retorische vraag. Maar het loont niet te tornen aan een beetje romantiek in een voetbalsprookje. Hoe dan ook, feit blijft dat Denemarken zich eigenlijk niet had geplaatst en in allerijl toch deelnam aan het EK 1992 enkel vanwege het terugtreden van een ander. Maar het ‘camping-elftal’ speelde niet onverdienstelijk, zo moet de Nederlandse kijker die zomer hebben toegegeven. En dat terwijl het Deense elftal een van de beste spelers ter wereld miste. Wegens onenigheid met de bondscoach had Michael Laudrup besloten het toernooi links te laten liggen. Zijn broer Brian deed wel mee en ontpopte zich tot een van de smaakmakers van het EK.

Niettegenstaande de verrassende Denen was het Nederlands elftal de absolute favoriet voor de eindzege: de gouden generatie van Rijkaard, Gullit en Van Basten was nog steeds actief en van grote klasse, terwijl deze klasse nog een jeugdig goud randje had gekregen door de aanstormende nieuwe generatie van Bergkamp en Witschge. De echte sta-in-de-weg was natuurlijk het eeuwige Duitsland, dat de logische eindoverwinning op het WK in 1990 ook al geblokkeerd had. Wraak was al genomen in de groepsfase, maar een tweede confrontatie in de finale zou pas de echte graadmeter blijken, zo zal eenieder overtuigd zijn geweest van uitkomst van de eindstrijd.

En aldus waren de mensen op de Oranje-camping al met hun hoofd bij de finale tegen Duitsland – Zweden was de dag ervoor met 3-2 opzij gezet -, toen het Nederlands elftal op 22 juni aantrad tegen de verrassende Denen. De torenhoge favoriet liep echter de gehele wedstrijd achter de feiten – en een achterstand – aan. Na vijf minuten leidden de Denen al, een voorsprong die snel na de gelijkmaker van Bergkamp weer werd hersteld. De sensatie leek met het verstrijken van de minuten compleet, toen Frank Rijkaard in de 86e minuut van dichtbij een gelijke stand voor Nederland uit het vuur sleepte: verlenging en … penalty’s. Bij de beslissende strafschop stond de held van vier jaar daarvoor tegenover de markante Deense keeper. Peter Schmeichel keerde de inzet van Marco van Basten en niet Nederland, maar Denemarken mocht de finale spelen tegen Duitsland. Gedreven door het welhaast onwerkelijke succes van die zomer regen de ontketende Denen ook de laatste en belangrijkste wedstrijd aan hun zegekar. Met de vanzelfsprekendheid van de kampioen – hoe verrassend deze ook is – besliste het succesteam met twee schitterende afstandsschoten de finale tegen de Duitsers: 2-0.

Net zoals in 1992 moeten wij als Nederlandse fans ons niet teveel blindstaren op de confrontatie met Duitsland: alsof het toernooi in die wedstrijd beslist wordt. Waar de gouden generatie van Van Basten en de zijnen in 1992 zich al in de finale wist, met het hoofd al bij de confrontatie met de aartsrivaal, daar bleek een ‘camping-elftal’ uit Denemarken een onverwacht struikelblok. Laten we eerst maar eens van de huidige Deense generatie – met topper in wording Christian Eriksen -winnen, voordat onze Oranje-camping weer vroegtijdig terug kan naar daar waar het hoort: op vakantie.

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: