//
Artikel
Artikelen, EK 2012

Het selectief geheugen van de azijnpisser

Met nog geen fractie van het aantal inwoners dat landen als Duitsland (boven de tachtig miljoen), Frankrijk (meer dan zestig miljoen) of bijvoorbeeld Spanje (over de veertig miljoen), is het zonder meer knap te noemen dat het Nederland op voetbalgebied een Europese grootmacht is. Dankzij een goede organisatie, een prima opleidingssysteem en betaald voetbalclubs die het meestal als een gezonde verplichting zien eigen jeugd te laten doorbreken, kan Nederland zich meten met landen die qua inwoneraantal veel groter zijn. ‘We’ zijn zelfs vice-Weltmeister, maar het begint er steeds meer op te lijken dat het bagatelliseren van die prestatie gemeengoed aan het worden is. Vaak wordt, onder aanvoering van de, zichzelf als ‘romantisch’ betitelende voetbalanalytici verteld dat ’s lands trots een ‘on-Nederlandse’ stijl hanteert en dat er wordt terugverlangd naar een verleden, toen Nederland klaarblijkelijk nog wel volgens de Nederlandse school voetbalde. Een nuchtere blik in het verleden leert echter het tegendeel: de analytici doen aan geschiedsvervalsing.

Analyticus Borst doopte zich als eerste om tot een ‘romantisch’ voetballiefhebber en toonde daarmee zijn gebrek aan historisch besef.

Vraag aan een willekeurige Nederlandse voetballiefhebber wat hij zich herinnert van het tijdperk dat het Nederlands Elftal onder leiding van een – toen nog besnorde – Guus Hiddink stond en hij zal wegdromend mijmeren over de lange bal van Frank de Boer, de feilloze aanname van Dennis Bergkamp en de geniale afwerking met buitenkantje-rechts. Dat Bergkamp een wedstrijd eerder na natrappen tegen een Joegoslaaf rood had moeten krijgen (minuut 4:35), dat Nederland in de openingswedstrijd tegen België allerbelabberdst voetbalde en dat ternauwernood de Poulefase overleefd werd na een moeizaam binnengesleept gelijkspel tegen Mexico, zijn veel van hen al lang vergeten. Dat er in 1996 geen minuut goed voetbal werd laten zien, wordt daarbij eveneens graag vergeten. Neen, de periode-Hiddink is die ene minuut tegen Argentinië.

Niet dat daarbij de argumentatie van onze criticaster eindigt: de echte topgeneratie van 1974 speelde een toernooi lang ‘totaalvoetbal’. Dat Nederland ter kwalificatie voor dat toernooi een arbitrale dwaling nodig had om zich te kwalificeren vergeet  de nostalgicus dan ook maar meteen. De Belgische middenvelder Jan Verheijen, vader van de jaren later eveneens als profvoetballer actieve Gert Verheijen, scoorde namelijk een loepzuiver doelpunt, dat echter werd afgekeurd aan het einde van de allesbeslissende wedstrijd (minuut 1:19) Weten we dat nog? Nee, dat moment is ver weggestopt in het geheugen van de het verleden bewierokende voetbalsupporter, die zich liever een enkele actie van Cruijff herinnert dan een fout van de scheids.

Ook bij René van der Gijp lijkt het ‘vroeger-was-alles-beter-syndroom’ te leiden tot een groeiend gebrek aan realiteitszin.

Terug naar de recentere prestaties. Frank Rijkaard nam na het WK van 1998 het stokje van Hiddink over en kreeg gedurende de twee jaren dat hij het bewind voerde een storm van kritiek over zich heen. De onervaren coach maakte volgens de media onbegrijpelijke tactische beslissingen en de oefenwedstrijden tussen 1998 en 2000 – Nederland hoefde zich immers niet te kwalificeren voor het toernooi in eigen land – leverden een storm aan kritiek op. In deze periode won Nederland slechts 4 van zijn 17 wedstrijden en de kritiek zwol aan toen Nederland na een 2-1 verlies tegen Marokko tegen België met 5-5 gelijk speelde. Voorafgaand aan het toernooi werd Rijkaard veelvuldig beschimpt met betrekking tot tactiek en selectiebeleid en tijdens het toernooi vermeldde Cruijff doodleuk dat het elftal een allerbelabberdste indruk maakte. De poulewedstrijden waren volgens hem het aanzien niet waard, de keuze voor Davids als reserve-aanvoerder werd belachelijk gemaakt en Frank de Boer, Philip Cocu en Dennis Bergkamp zouden een dramatisch toernooi spelen. Seedorf en Rijkaard zouden daarnaast met elkaar overhoop liggen. Weten we allemaal niet meer. Nee, de voetballiefhebber herinnert zich de 6-1 overwinning op Joegoslavië en de gemiste penalty’s tegen Italië, toen Nederland heer en meester was. Beseffen we wel dat deze twee wedstrijden minder dan de helft van de wedstrijden vormden dat Nederland op het toernooi actief was?

Na Rijkaard volgden Van Gaal, Advocaat en Van Basten. Over Van Gaal hoeven we weinig te vertellen. Hij slaagde er wonderwel in Nederlands topgeneratie die op dat moment op de toppen van haar kunnen was niet naar het WK te loodsen. Advocaat poogde gedurende zijn tijd als bondscoach tot frustratie van eenieder twee jaren lang vruchteloos het spitsenkoppel Kluivert-Van Nistelrooy uit, om uiteindelijk op de eindronde in 2004 geen enkele wedstrijd echt goed te voetballen. Ja, de wedstrijd tegen Tsjechië was zestig minuten prima – maar werd na de gewraakte wissel alsnog verloren. Dat we de poule alleen doorkwamen omdat Tsjechië zijn sportieve plicht tegen Duitsland deed, is bij velen onbekend. Wat we vooral nog weten van 2004 is dat we afrekenden met ons penaltysyndroom na een dodelijk saaie wedstrijd tegen Zweden, waarin Robben in de tas van Alexander Östlund – later op een blauwe maandag nog Feyenoordback – zat. Robben als revelatie van het toernooi? Een uurtje tegen Tsjechië dan misschien, want ook in de halve finale tegen Portugal was Robben onzichtbaar, zoals het hele Nederlandse team werd weggetikt door het gretige thuisspelende team dat in stofzuiger Maniche haar uitblinker had.

Na twee jaren van geruzie tussen Advocaat en assistent Van Hanegem was het tijd voor eendracht in de technische staf, zo moet de KNVB hebben gedacht toen het klaverjasclubje rondom Van Basten in stelling werd gebracht. Het land was enthousiast, een frisse wind zou goed doen. Niets bleek minder waar. Van Basten lag herhaaldelijk overhoop met zijn beste spelers, maakte van het Nederlands Elftal een duiventil waar dan eens Martijn Meerdink en dan eens Ugur Yildirim mocht meeballen en zette Nederland voor schut in 2006, toen de wedstrijd tegen Portugal eindigde in een worstelwedstrijd. Speelde Nederland in 2008 zo goed dan? Nou, dat viel wel tegen. Frankrijk en Italië werden met prima counters weggespeeld – dat zeker. Maar verwijten we nu Van Marwijk countervoetbal, dan moeten we niet refereren naar deze twee wedstrijden. En dat Van Basten zijn meerdere moest erkennen in Hiddink bleek in de kwartfinale, toen Rusland tactisch gehakt van Nederland maakte? Dat vergeten we ook liever, Nederland prikte er een paar in tegen Italië en Frankrijk, de rest was bijzaak.

Nederland werd twee jaren later tweede van de wereld. Het voetbal was bij vlagen helemaal niet zo goed. Maar what’s new? Nederland speelde nooit gedurende een lange periode het voetbal dat iedereen zo graag op het verleden projecteert. We herinneren ons flarden, fragmenten en doelpunten en vergeten dan liever arbitrale dwalingen, ordinaire schoppartijen en countervoetbal. Dat we het daar ooit van kunnen moeten hebben is helemaal niet erg. Zoals gezegd, Nederland is een klein land en mag vooral heel trots zijn op haar rijke voetbalpalmares. Maar laten we niet doen alsof Van Marwijk heeft gebroken met een traditie van oogstrelend voetbal, want dat is historisch gezien een leugen. Daarom zou ik ervoor pleiten de ‘romantische’ voetballiefhebber om te dopen tot een azijnpisser met een selectief geheugen. Herinneren we dit even als we de komende maand discussies aan tafel bij Jack en Wilfred bekijken?

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: