//
Artikel
Artikelen

De holle frase die ‘D’ran’ heet. Hoe een trainerswissel leidde tot onherroepelijke degradatie in de Achterhoek

De zeis der degradatie heeft weer toegeslagen in de Achterhoek. Na twee jaar dienstverband op het hoogste niveau gaan de ‘Superboeren’ traditioneel terug naar de donkere spelonken der Eerste Divisie. Het nietige FC Den Bosch bleek na een 1-1 gelijkspel te machtig na een sobere 0-0 in het zielloze stadion De Vliert in de periferie van de Brabantse hoofdstad. Het mag een traditie heten in de historie van De Graafschap. Gedwee zakken de fans immer af na een zoveelste nederlaag: het enige criterium voor tevredenheid onder de fans is het feit dat geen enkele speler met een schoon broekje het veld af mag lopen. ‘D’ran!’ luidt het clubdevies stoer. Niets van dat alles was echter zichtbaar de afgelopen maanden. Terwijl het zieltogende Excelsior met opgeheven hoofd afdaalde richting de Eerste Divisie is iedereen het er over eens: Het De Graafschap van na de winterstop verdiende degradatie.

De lijfspreuk van De Graafschap: ‘D’ran!’. Hier verdediger Vito Wormgoor in actie tegen PSV. Foto ANP. Bron:www.degelderlander.nl

Een in steen gegoten stukje nostalgie
Het is een weetje voor intimi: vlak voordat de spelers van De Graafschap om de week het goed bemeste veld van De Vijverberg betreden lopen zij klakkend met hun noppen over een stukje in steen gegoten nostalgie: een in de grond geklonken steen met de nietsverhullende boodschap ‘D’ran!’ is ingemetseld in de weg richting voetbalvertier.  De boodschap herinnert aan het ethos van de gemiddelde Graafschapsupporter, die vaker gekleed gaat in overall dan in pantalon en klompen verkiest boven Van Bommels. Het is strijd dat de klok slaat op zondagmiddagen. Vaak overgenomen leuzen als “de beuk erin” of “het opvreten van de pollen” hebben hier nog betekenis en vormen onlosmakelijk onderdeel van de clubcultuur. Steevast is De Vijverberg volgepakt, een constatering die het oude stadion uittilt boven sfeerloze préfab-tonelen als het Woudenberg van Excelsior. Voetballen op De Vijverberg kent een lange traditie in zowel Ere- als Eerste Divisie en is absoluut geen voorbode van wat komen gaat in de treurnis die Jupiler League heet. Traditioneel is een uitwedstrijd bij De Graafschap geen sinecure voor de topclubs. De laatste keer dat de Superboeren degradeerden was het onder een trainer (Peter Bosz, red.) die naar eigen zeggen “wilde voetballen” met het elftal: een misvatting en miskenning van de clubcultuur die degradatie tot gevolg had.

Nee, wat men wilde zien was tomeloze inzet. Het is een cliché zo oud als de weg naar Rome, maar de fans die het agrarische oosten van Gelderland decennia lang op de kaart hadden gezet verlangden bovenal strijd en opportunisme. Dat deze houding vaak een voorbode bleek voor het tegen krijgen van counterdoelpunten werd voor lief genomen: het aanvallende passievolle voetbal in de thuishaven was de tegenhanger voor het door velen beleefde kleurloze bestaan dat bestond uit koeien, mest en Grolsch drinken. Met het mannelijke voetbal op De Vijverberg werd vaak het vege lijf gered: uitwedstrijden bleken niet het specialisme van de Superboeren te zijn, daar de ambiance van de eigen Achterhoek steevast ontbrak. Met dergelijk voetbal moest trainer Darije Kalezic in 2011 het veld ruimen: een dertiende plaats op de ranglijst matchte niet met de grenzeloze ambitie van toenmalig technisch directeur Leen Looijen, die een trainer zocht die paste “bij een profielschets in het kader van het strategisch plan” voor de komende jaren. Dat dergelijke leuzen in het verleden vaak tot teleurstellingen leidden mag geen wonder heten. De overambitieuze zoektocht degradeerde Looijen na enkele afzeggingen naar de volkswijken van Deventer. Onder Kalezic’ opvolger Andries Ulderink, op het oog zo weggelopen uit een seizoen van Jiskefet, bleek het passievolle voetbal tot aan de winterstop goed voor een plaats in de onderste middenmoot, dicht in de buurt van de onderste plaatsen.

De trainer van ‘de dertien finales’        
Reden genoeg voor het bestuur om de meelijwekkende trainer zijn congé te geven. Met dooddoeners als “Het worden dertien finales” en “Alle neuzen dezelfde kant op” betrad vervolgens assistent-trainer Richard Roelofsen het toneel. De Graafschap zou volgens hem weer ‘D’ran!’ moeten. Niets bleek echter minder waar. Met enkele tactische omzettingen veranderde Roelofsen het ooit zo opportunistische elftal in een zich ingravend betonelftal. Creatieve voetballers als Anco Jansen werden opgeofferd ten faveure van beroepsschoffelaars als Yuri Rose in een team waarin een gemillimeterd kapsel en tribal-tatoeages de norm begonnen te worden. Wie de trouwe fans enkele jaren geleden een elftal had voorgeschoteld vol justitieklanten en over het paard getilde pseudovedettes was zeer waarschijnlijk voor gek verklaard. De praktijk deed anders uitwijzen. Spits Rydell Poepon, immer verantwoordelijk voor 10 à 15 seizoenstreffers, stond wekelijks lijdzaam toe te kijken hoe de als vuurpijlen afgeschoten lange ballen van achteruit De Vijverberg uitvlogen. Roelofsen bezag de speelwijze op geheel eigen wijze: “Het is niet de bedoeling de boel open te gooien en alle risico’s te gaan nemen. Maar wel dat we de dingen doen die we met elkaar afspreken en dat negentig minuten lang”. De woorden van de prille trainer verwerden in praktijk tot een zich ingravend De Graafschap dat vol angst alle ballen blind naar voren joeg naar de plompverloren spitsen Poepon en De Leeuw. De vanaf de zijlijn observerende Roelofsen stond wekelijks schuimbekkend voor zijn dug-out te ijsberen, meedeinend met de joelende aanhang: het mocht allemaal niet baten.

Niet dat Roelofsen te klagen had over een gebrek aan talent. Met gerespecteerde Eredivisiespelers als de genoemde Poepon en De Leeuw en jeugdexponenten Soufian El Hassnaoui en cultheld-in-wording Tedje van de Pavert, bezat Roelofsen een elftal waar de inmiddels ontslagen Excelsior-trainer John Lammers alleen maar van kon dromen. Het ontwijken van risico bleek echter lastiger dan verwacht. Een verdediging die steunde op flegmatieke stoppers Vito Wormgoor –  die de afgelopen jaren vooral de kranten haalde door dubieus gedrag buiten de lijnen –  en Jan-Paul Saeijs – het bewijs dat scherp dekken en 33 jaar in zijn geval niet samen gingen –  maakte catenacciovoetbal bij voorbaat zinloos. Bovendien vertoefde linksback Purrel Fränkel vaker in hogere sferen of in de nor dan als redder in nood der Doetinchemse defensie. Het was de arme keeper Yves de Winter niet gunstig gezind: vergeleken met voormalige grabbelaars als Jurgen Wevers en Joost Terol wist de Belgische doelman nog een relatief acceptabel niveau te behalen. Het vooruitzicht van stuntelaars Wormgoor, Saeijs en Fränkel voor diens neus deed de Belg echter verzuipen in armoede.

Richard Roelofsen stond wekelijks te vloeken voor zijn dug-out. Foto ANP. Bron: http://www.ad.nl

Betalen voor diegenen die falen           
De beslissende degradatiewedstrijd tegen Excelsior bracht de problemen pijnlijk aan het licht: terwijl trainer Roelofsen na afloop van de moeizame 2-2 sprak van “een pluim voor de ploeg”, gaven zelfs de trouwste Superboeren na afloop toe dat De Graafschap hoorndol was gespeeld door het armetierige Excelsior, dat voetbalde met uitgerangeerd Cyprusvedette Joost Broerse en beroepsflop Jason Oost (21 wedstrijden, 1 goal)  in de gelederen. Roelofsen gaf ondertussen geen krimp. Geen supporter op de Vijverberg die dacht aan “een trainer met een profielschets voor ons strategisch plan” op dat moment. De murw gebeukte fans wisten echter niet wat hen nog te wachten zou staan. Voor de beslissende demasqué tegen Den Bosch was de jonge trainer nog vol goede hoop over het strijdplan: “Dominant zijn, zowel in balbezit van ons als van Den Bosch. Wij moeten bepalen wat er op de Vijverberg gebeurt. Vanaf minuut één willen we zorgen dat we het publiek achter ons krijgen”. De open deuren ten spijt, de volle Vijverberg kreeg een apathisch elftal voorgeschoteld dat voetballen niet in het curriculum had staan. De kritiek die de achterban reeds na enkele wedstrijden uitte op het negatieve spel werd door Roelofsen echter in de wind geslagen: onder de zichzelf overschreeuwende trainer – die met name uitblonk in het ordinair vloeken voor de camera’s van Eredivisie Live – bleef De Graafschap vasthouden aan een voetballoze koers. Het gevolg moge duidelijk zijn. De Graafschap degradeerde en Roelofsen tekende voor vier jaar bij als assistent. Het lijkt de wereld van scholengemeenschap Amarantis wel: een gouden handdruk voor een ieder die opzichtig faalt.

Het is een klap in het gezicht van de zo trouwe fans. Niet alleen staan uitwedstrijden naar Sportpark Schoonenberg of het Emmense Univé-stadion wederom op het programma komend jaar, ook vielen er dit jaar weinig bloed, zweet en tranen waar te nemen op de Vijverberg. Overambitie door De Graafschap meer toe te dichten dan een ooit respectabele dertiende plaats in combinatie met de proletarische oneliners van Roelofsen deden de karaktervolle club de das om. Want door toedoen van de raaskallende en inmiddels met bonus vertrokken Leen Looijen en de steevast ordinaire Roelofsen kan De Graafschap er volgend seizoen inderdaad ‘D’ran’: in de Eerste Divisie welteverstaan.

Bronnen

http://www.superboeren.nl/news/824-richard-roelofsen-wil-op-het-randje-spelen

http://www.degraafschap.nl/nieuws/5696/richard-roelofsen-blikt-vooruit-de-graafschap-fc-den-bosch.html

http://www.degraafschap.nl/nieuws/3801/de-graafschap-en-darije-kalezic-na-dit-seizoen-uit-elkaar.html

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: