//
Artikel
Artikelen

De treurnis van een echo. Hoe de Eerste Divisie verwerd tot vergaarbak voor derderangs buitenlandse aankopen

Karol Mondek, Salif Diao, Sherry Kindo Kamara, Zdenko Kapralik, Vasileios Emmanouil, Trstena Faton en Panagiotis Rampavilas. Nee, het betreft hier niet de checklist van een asielzoekerscentrum te Oude Pekela of Luttelgeest. De bonte verzameling namen verraadt de internationale focus van de scouts uit de Nederlandse Jupiler League. Bovenstaande voetballers, en met hen nog veel exotisch klinkende voetbalcollega’s, maken onderdeel uit van de selecties uit ’s lands laagste betaalde voetbaldivisie. De tijd van culthelden Marinus Dijkhuizen en Jan Bruin ligt inmiddels ver achter ons zo lijkt. Het aantrekken van deze voetballers, vaak binnengehaald als “jongens die het klappen van de zweep kennen” of “in eigen land geroemd worden om hun talent”, past in een traditie die de laatste jaren is ingezet. Deze trend kan niet los gezien worden van de discussies die spelen omtrent de degradatieperikelen richting het niveau dat Topklasse heet. Hoe is daarom het binnenhalen van deze voetballers die van heinde en verre ingevlogen worden te verklaren en betreft het hier een positieve tendens? De Skybox analyseert.

FC Wageningen trok in haar gloriejaren steevast duizenden mensen op de roemruchte Wageningse Berg. Foto afkomstig van: fcw.blogse.nl

En het degradatiespook verdween       
Lang stond de Eerste Divisie in menig geheugen gegrift als opleidingsinstituut voor de hogere regionen. Opgevist op druilerige dinsdagavonden op van nevel doordrongen trainingsvelden door de beruchte scouts in regenjas wisten de jonge jongens met genoeg talent de Eerste Divisie snel te verlaten. Terwijl de stadions in de jaren zeventig en tachtig immer uitverkocht bleken, mocht het geen deceptie heten om in de Eerste Divisie actief te zijn. Roemruchte clubs als Haarlem, FC Wageningen, Holland Sport, de Volewijckers en VV DOS wisten furore te maken in de Eerste Divisie, in een land waarin zelfs de aanwezigheid van een Tweede Divisie degradatie naar nog donkere spelonken mogelijk maakte. De dynamiek in het betaalde voetbal die hierdoor ontstond, zorgde voor perspectief en daarmee spanning. Toen in 1971 het besluit werd genomen om de Tweede Divisie, veelal bestaande uit semiprofs, af te schaffen, begon het eerste verval in de Eerste Divisie in te treden. Terwijl clubs voorheen het spook der degradatie voelden naderen, konden clubs die na de winterstop al kansloos waren voor de prijzen vanaf dat moment op hun lauweren gaan rusten. De gevolgen op lange termijn lieten zich raden. Tribunes werden leger en clubs armer.

Het Univé-stadion van FC Emmen is één van de vele stadions in de Eerste Divisie die wekelijks veelal leeg zijn.

De ambiance in de Eerste Divisie bleek het ongewillige slachtoffer van de ontwikkeling. De ooit zo uitverkochte stadions begonnen te veranderen in slecht verlichte voetbalpodia waarin de wind vrij spel had en de sfeer op de tribunes Oostblokkenmerken begon te vertonen. Het is een ontwikkeling die in de jaren negentig werd versneld. Het aanzetten van de televisie op de vrijdagavond – het nieuwe voetbaltijdstip als gevolg van de uitzendrechten –  begint heden ten dage dan ook synoniem te staan voor het aanschouwen van sfeerloze stadions waarbij de regie moeite moet doen om een vol sfeervak in beeld te krijgen. Uitpubliek dat met één auto komt en bij thuiskomst vrouwlief ongetwijfeld uitleg schuldig is voor de uren durende exercitie, vormt geen uitzondering. Vergeleken bij stadions als het Emmense Univé-stadion, het nieuwe Oosterenk in Zwolle en Almere’s Mitsubishi Forklift Stadium ogen zelfs voetbalpodia in de voormalige Sovjetunie als sfeervolle theaters. Zo blijven de 1200 zitplaatsen in het Mitsubishi Forklift Stadium van Almere menigmaal leeg, wat de twijfel over het daadwerkelijke aantal toeschouwers toe doet nemen. Wie de spelers menigmaal door de televisie heen aanwijzingen hoort geven weet dat het foute boel is: wat slechts rest zijn de herinneringen aan de volgepakte voetbalstadions van weleer.

Proosten op een utopie             
In 2010 werd de champagne echter ontkurkt in de bossen van Zeist. Onder luid gejuich van de boboësque voetbalwereld werd aangekondigd dat degradatie uit de Eerste Divisie sinds 1971 weer tot de mogelijkheden ging behoren. Het vooruitzicht van smadelijke nederlagen van clubs als FC Emmen, AGOVV en Almere City FC tegen gerenommeerde amateurclubs als Spakenburg, De Treffers en Achilles ’29 deed de gemiddelde voetbalkijker al watertanden. Helaas, het liep even anders. Daar waar Almere City FC in 2011 door het oog van de naald kroop door het faillissement van RBC Roosendaal, bleek degradatie ook dit seizoen een utopie te zijn. “Bij een promotie van de Topklasse naar de Jupiler League zijn de gevolgen gewoon veel te groot. De KNVB moet nu gaan nadenken hoe ze dat probleem willen tackelen”, wist een woordvoerder van Rijnsburgse Boys eerder dit jaar te melden.

Debet aan het degradatiedebakel bleken de eisen van de KNVB. Om de accommodaties van de amateurclubs op het niveau van een Betaald Voetbal Organisatie te brengen zijn vaak miljoenen nodig: menig amateuraccommodatie bestaat immers uit een veld, wat reclameboarding en een al dan niet vervallen kantine. De lasten die een laatstgenoemde accommodaties met zich meebrengen liggen bovendien veel lager dan de vaak lege voetbalstadions die wel aan de eisen van de voetbalbond voldoen. De KNVB houdt ondertussen krampachtig vast aan de eis voor minimaal zestien full-profs op de loonlijst clubs die actief zijn in de Jupiler League: een onverkoopbare eis aan de Topklassers die draaien bij de gratie van semiprofs. Daar komt bij dat het verplichte CAO-loon voor full-profs uit de Jupiler League vaak niet op te hoesten is door de amateurclubs. Promotie vanuit de Topklasse wordt zo een weinig gewaardeerd streven. De vastgeklonken regels brengen de clubs uit de Eerste Divisie – tevens belast met een vaak duur en niet rendabel onderkomen – eveneens dieper in de financiële problemen. Want ook hier woedt de crisis hevig: meer dan een wettelijk minimumloon kunnen de full-profs niet maandelijks op hun loonstrookjes verwachten.

Gevolg van bovenstaande ontwikkelingen is dat een voetballer die op parttime basis voetbalt bij een gerespecteerde Topklasser als de IJsselmeervogels en in de overige uurtjes bijklust als schilder of loodgieter per saldo meer verdient dan een full-prof bij een club als Telstar die slechts de reservebank warm mag houden. Gevolg? Voetballers die te klein voor het tafellaken der Eredivisie zijn en nog wel boven het minimumloon willen acteren verkiezen een avontuur in de Topklasse. Voetballen voor volle tribunes en de mogelijkheid om ook nog een maatschappelijke carrière op te bouwen wordt in deze context verkozen boven acteren in de treurnis die Jupiler League heet. Datzelfde geldt voor jonge talenten die direct vanuit de Topklasse doorstomen naar de top van de Jupiler League of de onderkant van de Eredivisie. De fans van clubs als FC Emmen en FC Oss hebben het nakijken. Het vooruitzicht van trainen op druilerige woensdagavonden met het vooruitzicht van voetballen in galmende stadions op de vrijdagavond is immers de term ‘jongensdroom’ onwaardig en dirigeert veel afbouwende eredivisiespelers richting de amateurs.

Home sweet Home: het succes van ‘regionaal’ beleid
De gevolgen van de financiële en maatschappelijke voordelen van het spelen bij de amateurs zijn wekelijks zichtbaar op de velden van de Jupiler League. Wie twijfels heeft over de multiculturele aard van de Nederlandse samenleving dient gemakshalve eens in te schakelen op de vrijdagavond. Uiteraard bulkt de competitie van net ontgroeide A-junioren, waarvan wellicht een schamele vijf procent doorbreekt tot in de Eredivisie, terwijl de rest zich op kan maken voor een carrière op de vuilniswagen of bij de plantsoenendienst. Clubs als Fortuna Sittard en FC Eindhoven, die dit seizoen de vruchten plukken van een succesvolle jeugdopleiding, zetten het op regionale jeugd gebaseerde beleid niettemin om in succes na povere jaren vol tropische voetbalverrassingen achter zich te hebben gelaten. Sportief succes en goodwill onder de fans mogen de gevolgen heten van een dergelijk beleid. Het door Limburgers gedomineerde elftal van MVV doet De Geusselt wekelijks vol lopen, terwijl play-offs voor promotie ook jaarlijks op de planning mogen staan. Ook Fortuna Sittard, dat na jaren vol sportieve en financiële misère de weg omhoog heeft gevonden, steunt op een elftal vol lokale helden uit lommerrijke oorden als Weert, Brunssum en Berg en Terblijt. Het tegenovergestelde bewezen het multiculturele Telstar van voormalig trainer Marcel Bout en AGOVV, dat onlangs een pretentieus samenwerkingsverband met het Slowaakse AS Trencín aanging. Beiden clubs die de weg naar Mekka zagen lopen via door makelaars aangeboden buitenlandse ‘pareltjes’. Praktijk? uitzichtloos voetbal in de diepste krochten der Jupiler League.

Tcho Tcho Nzuzi Makuso wist bij Go Ahead Eagles niet de indruk te maken die zijn naam deed beloven. Foto Ad Hakeboom, De Stentor. Te vinden op: http://www.destentor.nl

Zo moeten de scouts van Fortuna Sittard in 2010 ongetwijfeld ook hebben geloofd dat ze met de Brazilianen Diogo en João Marcos de nieuwe Ronaldo en Ronaldinho in huis hadden gehaald; een gedachte die al snel een illusie werd daar de Brazilianen gedesillusioneerd terugkeerden naar de favela’s van Rio de Janeiro. Bovendien weet Sparta, dat ooit op een fundament van jonge talenten als Kevin Strootman, Erik Falkenburg en Lerin Duarte jaren stand hield in de Eredivisie, met haar nieuwe buitenlandse aankopen de afgelopen jaren allerminst te overtuigen. Ook wist de Belgische Congolees Tcho Tcho Nzuzi-Makuso bij Go Ahead Eagles niet de indruk te maken die zijn exotisch klinkende naam deed beloven: vergeleken met de in vergetelheid geraakte vleugelback bleek zelfs de rentree van Marc Overmars meer tot de verbeelding te spreken. En wie in Maastricht het Vrijthof opgaat en rondvraagt naar de zijnen van Tosin Dosunmu, Alpha Ibrahim Bah en Marco Ingrao zal ook tegen onbegrijpend schuddende Limburgers aanlopen. En laat de mannen van Jiskefet het feit dat ene Zlatan Krizanovic geflopt is op Sportpark Schoonenberg van Telstar het niet horen: flauwe naamgrappen gegarandeerd.

De vraag rijst dan ook of de jeugd de toekomst heeft. Met het uitblijven van degradatie zal voetballen in de onderste regionen synoniem staan aan ramen wassen tijdens de regen: een zinloze onderneming. De kloof tussen Ere- en Eerste divisie zal groeien, terwijl die tussen de Topklasse en de onderste regionen uit de Jupiler League jaarlijks zal slinken. Lokaal georiënteerd beleid of niet. De redding ligt dan ook verborgen in het loslaten van de KNVB-mandaten. Uiteraard valt op jeugd gebaseerd beleid wel te prijzen: de cijfers wijzen uit dat de kans op succes toeneemt door uit te gaan van regionaal talent, terwijl er ook goodwill mee gecreëerd wordt onder de supportersschare. Terwijl de Topklasse doorgroeit tot podium waarin uitgerangeerde Eredivisievoetballers en jong talent uit de regio volle tribunes garanderen, blijft het vooralsnog stil in de Eerste Divisie. Lege stadions als decor voor te vergeten voetballers die door KNVB-reglementen gedwongen worden om dagelijks rondjes te lopen op het trainingsveld. Het opbouwen van een enigszins relevante maatschappelijke carrière in de ban gedaan om schuimbekkende trainers als Helmond’s Hans de Koning of Veendam’s Gert Heerkes tegemoet te komen. Contractregels immer zo stug als een chagrijnige Fries. Tot die tijd zal de wind vrij spel hebben in de Jupiler League. Zachtjes gierend door het beton. In de verte een treurige echo.

Bronnen

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."
%d bloggers liken dit: