//
Artikel
Artikelen

Rozen groeien niet op Mos

(door gastredacteur Christoph van den Belt)
Een prachtig stadion, een karakteristiek shirt en een historie die verder gaat dan welke andere betaald voetbalclub dan ook. Ik heb het natuurlijk over Sparta Rotterdam. Op 1 april 1888 werd deze club opgericht, het startsein voor een tijdperk waarin de club geregeld als eerste of tweede eindigde, met name in het eerste en vijfde decennium van de twintigste eeuw. Ook op Europees niveau liet de club van zich spreken door als eerste Nederlandse club de kwartfinale van het toernooi om de Europacup I te bereiken. In de jaren negentig van de vorige eeuw zocht de club echter steeds meer de marge van het Nederlandse voetbal op. Momenteel speelt de club uit Rotterdam in de Eerste Divisie. De degradatie vanuit de Eredivisie twee jaar geleden was het sluitstuk van een absoluut dieptepunt. Lag het aan de spelers? Was het een aaneenschakeling van domme pech geweest? Of moeten we de oorzaak zoeken bij de dwaze gedachtekronkels van een ‘dorpsidioot’, zoals Johan Derksen het zou zeggen?

Talent genoeg
Kortgeleden berichtten verschillende sportmedia dat de 21-jarige Marten de Roon aankomend seizoen het sc Heerenveen van Marco van Basten zal versterken. De middenvelder maakt op dit moment zijn minuten voor Sparta Rotterdam en zal aan het eind van het seizoen transfervrij verkassen naar Friesland. Hij zal tegen die tijd niet de enige Eredivisiespeler zijn met een recent verleden bij Sparta. Zo speelden Erik Falkenburg (AZ), Kevin Strootman (PSV), Nick Viergever (AZ), Lerin Duarte (Heracles Almelo), Rydell Poepon (de Graafschap), Edouard Duplan (FC Utrecht), Milano Koenders (verhuurd door AZ aan NAC Breda) en Joshua John (FC Twente) bij Sparta.

Allen spelen zij bij overwegend grote clubs en daar doen ze het goed. Strootman won met PSV de KNVB-beker en is sinds kort international, Viergever is niet meer weg te denken uit het team van AZ (en schopte het met zijn club tot de kwartfinale in de Europa League) en Duarte is bij tijd en wijlen de absolute smaakmaker in Almelo (en speelde in de bekerfinale). Wat opvalt is dat deze spelers deel uitmaakten van het team van Sparta dat in 2010 degradeerde uit de Eredivisie.

De resultaten die de club dat seizoen onder Frans Adelaar neerzette, hadden de clubleiding doen besluiten dat het tijd was voor een nieuwe trainer. De 4-1 nederlaag tegen sc Heerenveen was de druppel. Op het moment dat Adelaar het Kasteel uit vloog, was het net een week geleden dat Aad de Mos op straat was gekeild door zijn werkgever. De resultaten bij het Griekse Kavala waren aanvankelijk heel behoorlijk, maar blijkbaar had de eindverantwoordelijke weinig krediet opgebouwd, want toen het even minder ging, strandde het huwelijk. Stranden is nooit prettig, ook niet in Griekenland. Gelukkig voor hem kon De Mos in Rotterdam aan een nieuw zandkasteel beginnen.

Een ervaren coach met onorthodoxe methoden
De Hagenaar had eerder onder meer Ajax, KV Mechelen, Anderlecht, PSV en Werder Bremen geleid. Met de Belgische clubs Mechelen en Anderlecht was hij succesvol: hij won met de eerste club een landstitel, de beker en de Europacup II en met de tweede won hij eveneens een landstitel. Vervolgens trad de prijzendroogte in en volgden de ‘uitdagingen’ elkaar in rap tempo op. Hij wist dus als geen ander hoe hij aan een nieuwe klus moest beginnen: ‘Sparta is een club met traditie, die mij ook aanspreekt uit het verleden. Ik ga proberen de club in veilige haven te brengen’, liet hij optekenen in het Algemeen Dagblad van 4 maart 2010. In datzelfde artikel stelde hij dat zijn spelers ‘zijn werkwijze’ nog moesten leren kennen. En daar was geen woord van gelogen!

De Mos’ werkwijze was al vaker onderwerp van discussie geweest. Zo stelde Purrel Fränkel in 2007 over zijn tijd onder Aad de Mos bij Vitesse: ‘De afgelopen twee jaar waren de ergste uit mijn carrière’. Overigens moeten de woorden van de verdediger wel met een korreltje zout worden genomen, want welke speler is wel tevreden als hij niet speelt? De woorden, die betrekking hebben op de coach, zijn echter wel ongewoon hard. Een interview met Haim Megrelishvili had mogelijk nog negatiever uitgepakt voor de toenmalige coach van Vitesse. Het was deze verdediger die in een wedstrijd tegen FC Twente al na zes minuten naar de kant werd gehaald en twee weken later tegen AZ al na een kwartier. Uiteraard vond De Mos dat niet hij, maar de buitenwereld gek was: ‘Toen maakte hij fouten bij balverlies, nu ging het drie keer achter elkaar mis bij balbezit. Eigenlijk was ik te laat met mijn wissel.’ En Ebi Smolarek vertelde in februari jl. dat de spelers van Kavala tijdens trainingen alleen water mochten drinken bínnen de lijnen. Ook hij had het over spelers die na vijf minuten werden gewisseld: ‘Lachwekkend. De Mos kickte op de aandacht van journalisten die hij erdoor kreeg en was verder met maar één doel naar Griekenland gekomen: zo veel mogelijk geld ophalen.’ In Rotterdam waren het dus andermaal zijn trainingsmethoden die opvielen (hij had zich voor de afwisseling ook kunnen richten op het winnen van prijzen).

De Mos, karakteristiek wild gebarend op de Sparta-tribune.

De Nederlandse voetbalwereld hoonde met name over de berucht geworden wissel van Falkenburg. Tijdens de wedstrijd FC Utrecht – Sparta Rotterdam wisselde De Mos zijn middenvelder na 24 minuten ‘omdat hij zijn tegenstander liet lopen.’ ‘Vooraf hadden we de taken duidelijk afgesproken en daar moet iedereen zich aan houden’, aldus Sparta’s coach. Absurd natuurlijk, want als je elke speler die een fout maakt wisselt, houd je niemand over. Daarnaast kenmerkt voetbal zich in meer of mindere mate door de fouten die spelers maken. Fouten bieden ruimte aan genialiteit. Alleen de Messi’s en Ronaldo’s van deze wereld hebben die ruimte niet nodig. Ook kun je je afvragen in hoeverre deze speler beoordeeld dient te worden op zijn verdedigende verdiensten. Falkenburgs kwaliteiten richten zich immers op de vijandige doelmond. De speler zelf vond de wissel in ieder geval opmerkelijk, getuige het ongeloof dat van zijn gezicht afdroop toen hij richting zijlijn sjokte. Het publiek kon er met de pet niet bij en scandeerde de naam van de voetballer. Hugo Borst, die schreef over de degradatie in Waarom ik zo van Sparta hou (en Aad de Mos haat), liet er geen mos over groeien: ‘De Mos is een patiënt. Vuile klootzak. Maak onze talenten maar kapot joh. Jaag ze maar weg.’ Sparta verloor de wedstrijd met 3-0 en Falkenburg was ziedend na afloop: ‘Je kunt zeggen dat de omstandigheden van de laatste weken bij de club me niet hebben gestimuleerd om toch te blijven.’

De eerste wedstrijd onder De Mos, tegen Heracles Almelo, was geëindigd in een gelijkspel. Tijdens die wedstrijd werd de trainer, vanwege aanmerkingen aan het adres van de scheidsrechter, voor de volgende wedstrijd geschorst. Het duel dat volgde, in de Kuip tegen stadsgenoot Feyenoord, moest hij vanaf de tribune bekijken. Zelfs vanaf daar wist hij zijn manschappen niet naar de gedroomde overwinning te schreeuwen. Als een waar kapitein op het voorsteven van een zinkend schip, zoals later bleek, wees hij zijn spelers de juiste looplijnen. Dat de wedstrijd in een 3-0 nederlaag eindigde, lag in elk geval niet aan de druk gebarende hoofdtrainer die zich maar al te bewust was van de media-aandacht die het hem opleverde. Johan Derksen sprak liever van een ‘dorpsidioot’ om de gedragingen van De Mos te duiden, maar dat de Hagenees zijn rare fratsen in Griekenland bepaald niet verleerd was, daar was Nederland al vrij snel achter.

De vier duels die volgden leverden enkel verliespartijen op, waaronder de wedstrijd van de gewraakte wissel. Was het De Mos-effect al uitgewerkt? De Kasteelclub was in elk geval inmiddels gedoemd tot het spelen van play-offwedstrijden, om lijfsbehoud van de talentvolle selectie veilig te stellen.

En aldus kwamen er een aantal goedbedoelende Jupiler League-clubs op audiëntie in het Kasteel. Helmond Sport beet het spits af. De uitwedstrijd verloor Sparta met 2-1, van voetbal was geen sprake, zo belabberd was het vertoonde spel. De terugwedstrijd aan de Maas leverde een beter resultaat op, er werd met 2-0 gewonnen. Het tweede doelpunt in de laatste minuut was aanleiding tot een explosie van vreugde in het stadion. Aad de Mos liet zich gaan, iets dat hij twintig jaar, sinds zijn successen in België, niet op deze manier had gedaan. Gezien zijn gebrek aan succes was daar ook totaal geen aanleiding toe geweest. De sprint die hij inzette, deed denken aan die van een vadsige haan, die zijn zojuist ingepikte veren achterna ging. Dat de tegenstanders veredelde semiprofs waren, die wekelijks slechts gesteund werden door een handjevol supporters, was niet van belang. De volgende tegenstander op weg naar lijfsbehoud op het hoogste niveau was SBV Excelsior. Die club, ook uit Rotterdam, had FC Zwolle over twee wedstrijden verslagen.

De laatste keer in de schijnwerpers?
Sparta tegen Excelsior, een stadsderby met als inzet een plek in de Eredivisie. Het affiche was prachtig, maar dat Sparta zou zegevieren tegen het kleine broertje, daar was iedereen het over eens. De eerste wedstrijd vond plaats op Woudestein en eindigde net zoals deze begonnen was: doelpuntloos. De beslissing zou dus vallen in de thuishaven van Sparta. Deze wedstrijd leverde niet alleen doelpunten op, het werd een legendarische avond in het voetbal. Tot de 86ste minuut was het ongemeen spannend, maar doelpunten waren niet gevallen. In deze minuut werd aanvaller Luis Pedro (Excelsior) gevloerd in het zestienmetergebied. Penalty. Gyon Fernandez miste het buitenkansje en in de minuten die restten kopte Poepon raak namens Sparta! Het Kasteel ontplofte en De Mos deed een voorspelbaar vreugdedansje. Hugo Borst beschrijft in zijn boek de blijdschap, maar erkent dat de angst snel terugkeerde: ‘Waarom fluit de scheidsrechter niet af? Die vier minuten hebben we al vol gejuicht.’ De angst van Borst bleek gerechtvaardigd. De bal belandde voor de voeten van Fernandez en die maakte zijn eerdere fout goed: 1-1. Sparta degradeerde op basis van het uitdoelpunt van de stadsgenoot. Na deze tragische gebeurtenis hoefde Aad de Mos zich niet lang te bedenken, hij zag voor zichzelf geen toekomst weggelegd in de Jupiler League.

Strootman heeft de KVNB-beker te pakken (bron:www.picsunited.nl)

Hiermee hield hij de eer aan zichzelf. Eén punt na vijf wedstrijden in de Eredivisie, degradatie en rare fratsen tijdens trainingen en wedstrijden hadden De Mos geen uitzicht geboden op contractverlenging in Rotterdam. Ik zou echter een slecht historicus (in wording) zijn, als ik zou stellen dat Aad de Mos de enige verklaring is voor de degradatie van Sparta, zeker omdat hij pas sinds de laatste vijf reguliere wedstrijden op bank zat. Het moge echter duidelijk zijn dat hij de afgang van de Kasteelclub eerder heeft bespoedigd dan tegengewerkt. De gelouterde coach zegt verstandige dingen over voetbal, maar de media-aandacht stijgt hem naar zijn bol als hij ergens eindverantwoordelijke is. Het maakt hem mediageil.

Een team met zulke getalenteerde spelers had makkelijk stand moeten houden in de Eredivisie. De selecties van Willem II, ADO Den Haag en RKC Waalwijk herbergden minder goede spelers. De talenten van Sparta hadden vertrouwen nodig, vertrouwen van een ervaren coach. Als zij gewisseld worden binnen het half uur, dan tast je het zelfvertrouwen van die spelers aan. Ze hervonden vertrouwen in hun kunnen bij andere clubs, de transfers vielen als rijpe appels van de boom en Sparta gleed af in de trog van de Eerste Divisie. Het shirt, het stadion en de historie van de club blijven ongeëvenaard, maar of de club nog geschiedenis zal schrijven op het hoogste voetbalniveau, dat valt te bezien.

Over Gastredactie

Mail ons en word gastredacteur!

Reacties

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: Aad de Mos en het kapitaalkrachtige KV Mechelen: een greep naar de Belgische macht | - 25 juni 2013

%d bloggers liken dit: