//
Artikel
Buitenspel

Buitenspel. Deel 2. De voorhoede van de generatie ’95: afscheid nemen van het spelletje valt zwaar

Wie onlangs de tranen van Cambuur-spits Mark de Vries zag en de twijfels van Ruud van Nistelrooy aanhoorde, weet het zeker: het besluit tot een afscheid van het voetbalveld is voor elke voetballer een zwaar; op welk niveau dan ook. Over de hele wereld worstelen ze, van frivole baltovenaars tot brute voorstoppers, met de kwestie. Wat nu als je te vroeg je voetbalschoenen aan de wilgen hangt? Misschien mis je dan nog net die glansrijke invalbeurt in de WK-finale of dat ene miljoenencontract in Abu Dhabi! In dit artikel een aantal voorbeelden van hoe het níet moet. Voetballers die steen voor steen hun eigen standbeeld afbraken, om maar zo lang mogelijk die droom van het profvoetballerschap te blijven najagen. Een kenschets van het Rintje Ritsma-effect op de voetbalweide. Vandaag deel twee, over de carrière-einden van de  voorhoedespelers van het Ajax van 1995.

Daar stonden ze dan, eind mei 1995 in het Ernst Happel Stadion in Wenen. Een beetje bleu keken ze om zich heen, de tieners die namens Ajax als waren ze daadwerkelijk Griekse goden, de hemel bestormden. De voetbalmachine van AC Milan bleef verbluft achter nadat de Amsterdamse voetbalstorm was gaan liggen en nadat het Oostenrijkse wolkendek opengetrokken was, stonden daar de jonge Ajacieden met de cup te zwaaien. Een enkele uitzondering daargelaten allen aan het begin van een grootse carrière, zoveel was zeker. Dat de carrières bij velen van hen lang niet zo succesvol eindigden, dan ze begonnen waren, zijn velen onder ons waarschijnlijk vergeten.

Een spits van wereldklasse
In een periode dat leeftijdsgenoot (op de dag nauwkeurig!) Ruud van Nistelrooy langzaam begint te denken aan een carrière-einde, heeft Patrick Kluivert zijn schoenen al een paar jaren geleden aan de wilgen gehangen. Dat was niet helemaal op eigen initiatief. Helemaal niet zelfs, want geen enkele club had nog interesse in de voormalige superspits. Kluivert had in periodes bij Ajax en Barcelona de wereld laten kennismaken met een nieuw type ‘nummer 9’. Geen onopvallende goaltjesdief, geen twee meter lange krachtpatser, neen: Kluivert moest het hebben van een feilloze techniek. Hij was altijd aanspeelbaar en wist middenvelders en vleugelspelers met het grootste gemak voor het doel te zetten. Dat hij dat teamspel kon combineren met een indrukwekkend doelpuntenmoyenne maakte van Kluivert ’s werelds meest veelbelovende spits. Seizoenenlang was hij dan ook de onbetwiste spits van de blaugranas, terwijl ook in het Nederlands Elftal Kluiverts ster grote hoogten bereikte op eindtoernooien in Frankrijk en in eigen land. In 2003/2004 – uitgerekend in het jaar dat Laporta, Beguiristain en Rijkaard onder leiding van Johan Cruijff een grootscheepse renovatie plachten te laten plaatsvinden – voldeed Kluivert plots niet meer. Hij verloor zijn positie in de spits, liep een zware blessure op en werd almaar impopulairder bij de Catalaanse supporters, die kennelijk de doelpunten van de spits vergeten waren. Toen in de zomer van 2004 ook nog eens Samuel Eto’o voor de spitspositie werd gecontracteerd, moest Kluivert vertrekken.

Patrick Kluivert, eenzaam en alleen in de spits van OSC Lille

Vanaf dat moment geraakte de carrière van de nog maar 28-jarige spits in een neerwaartse spiraal. Met de transfer naar Newcastle werden de hoge verwachtingen dan ook op geen enkele manier waargemaakt. Eerlijk is eerlijk, manager Bobby Robson, die verantwoordelijk was voor de komst van de Nederlander, werd al gauw op straat gezet, waarmee Kluiverts positie er niet sterker op werd. Desondanks logen de tabloids waarschijnlijk niet, toen zij stelden dat Kluiverts transfer slechts goed nieuws was geweest voor de plaatselijke nachtclub-eigenaren. Een transfer naar Valencia moest uitkomst bieden, maar ook hier bleef Kluiverts niveau ver onder de maat. Een goed debuut in de Intertotocup – waarin hij de hele verdediging van AA Gent doldraaide alvorens de bal in het net te draperen – kende geen vervolg. David Villa werd de eerste keuze in de spits en Kluiverts reputatie meer tijd in het nachtleven dan op het trainingsveld te spenderen bleef hem achtervolgen. De Spaanse media maakten gehakt van de goedlachse Nederlander en zij joegen hem weg uit Spanje, om met open armen ontvangen te worden door Ronald Koeman, toenmalig trainer van PSV.

Nederland maakte zo in 2006 hernieuwd kennis met Kluivert. In Eindhoven werd zijn komst echter met scepsis begroet – wat moest de Eindhovense voetbaltrots nu met deze ras-Amsterdammer? Ook in Eindhoven bleven blessures de spits achtervolgen en hoewel hij met enkele doelpunten belangrijk was in de – op doelsaldo gewonnen – Eindhovense titelwinst, stelde niemand meer prijs op de aanwezigheid van de gevallen supervedette. Ook niet in Amsterdam overigens, want daar dwarsboomde Martin van Geel de terugkeer van de spits, die maar wat graag zijn oude niveau in Amsterdam zou willen halen. In plaats daarvan vertrok Kluivert naar Lille OSC. In het ultradefensieve voetbal was echter geen plaats voor een spits die komende middenvelders om zich heen wil hebben en werd Kluivert al gauw naar de bank verwezen, om plaats te maken voor klassieke counterspitsen als Kevin Mirallas of Pierre-Alain Frau. Zijn carrière eindigde toen na zijn korte dienstverband in Frankrijk geen enkele club zich meer voor hem meldde. Nederlands meest technische goalgetter had een mooier afscheid verdiend, dan als afgeschreven spits op de bank van een Franse subtopper te eindigen.

Gouden vleugels

In de rug werd de grote Kluivert anno 1995 gesteund door vleugelspelers Finidi George en Marc Overmars. Beide vleugelflitsers kenden een triest carrière-einde. Finidi haalde nooit meer het Ajax-niveau. Het had zo anders kunnen lopen als hij daadwerkelijk bij Real Madrid had getekend, nadat de Koninklijke club geïnteresseerd was in de rechtsbuiten. Het werd echter een plek in de anonimiteit van Betis Sevilla, een club met ambities die nooit helemaal van de grond kwamen. Een vertrek naar Mallorca bleek geen uitkomst, zoals ook een transfer naar Ipswich Town geen schot in de roos was. Daarop keerde de vriendelijke Nigeriaan terug naar de Balearen om een paar wedstrijdjes lang anoniem bij Mallorca mee te ballen. Zijn carrière doofde als een nachtkaars, maar inmiddels is de voormalige vleugelspeler directeur van het noodlijdende Betis Sevilla geworden, een functie die hij uitoefent vanaf Mallorca; het Party-Insel was hem klaarblijkelijk goed bevallen. Dus als we ooit een donkere jongen in een Jurgen Drews-videoclip zien fungeren, misschien is het dan wel Finidi.

Overmars maakte een spectaculairdere carrière mee dan zijn evenknie aan de andere zijde. Hij was de grote man bij Arsenal en Barcelona en in dienst van de laatstgenoemde club speelde de vliegensvlugge Epese Roadrunner zijn laatste wedstrijd. Dom, dom, dom Marc, om je kicksen vijf jaren later weer op te pakken. Zo zagen we hem  – aangemoedigd door fantastische dribbels bij de afscheidswedstrijd van Jaap Stam – een paar seizoenen geleden stuntelen bij jeugdliefde Go Ahead Eagles, waar hij in de treurige ambiance van de Jupiler League totaal geen indruk wist te maken. Romantisch en goed bedoeld, absoluut: maar de jonge rechtsback van pakweg FC Dordrecht of BV Veendam had helemaal geen boodschap aan de goede bedoelingen van de voormalig supervedette. Hij was lang niet meer zo snel als voorheen en daarmee had hij zijn grootste wapen verloren. Tel daarbij nog een tweetal ernstige knieblessures op en de vraag rijst of Go Ahead en Marc Overmars wijs zijn geweest met de rentree. Het leverde de sympathieke oud-directeur technische zaken van de Eagles op sommige plekken hoongelach op, maar meer werd er met een meelijwekkende blik gekeken naar de prestaties op het veld. Wél poetste hij in de tussentijd de schulden van de club weg met prima beleid. Marc Overmars heeft een nieuwe roeping gevonden en heeft – gelukkig voorgoed – zijn kicksen verruild voor het maatpak.

Een sympathieke ‘nummer 10’ van glas
En dan de laatste aanvallend ingestelde speler van de Amsterdamse basisformatie van 1995 en waarschijnlijk de meest technisch begaafde speler die we ooit op de Nederlandse velden hebben gezien. Ja, voor iedere jonge voetballer moet Jari Litmanen een voorbeeld zijn geweest. Zijn balbehandeling was fenomenaal, zijn intelligentie op het voetbalveld was misschien nog indrukwekkender, maar de Fin viel vooral op door zijn sympathieke en sportieve uitstraling. Nooit een kwaad woord, niet mekkeren tegen de scheids en op een schwalbe is de ‘nummer 10 aller nummers 10’ waarschijnlijk ook nooit betrapt. De Fin was dan ook de absolute publiekslieveling toen hij Ajax in 1999 verliet voor – hoe kan het ook anders – Barcelona. Geplaagd door blessures kwam hij daar minder uit de verf dan in Amsterdam en ook een transfer naar Liverpool bood geen uitkomst. Dat Gérard Houlier vaak de voorkeur gaf aan stormram Emile Heskey als tweede spits, maakt de Fransman voorgoed ongeloofwaardig als voetbaltrainer. Wie het talent van beide spelers vergelijkt, moet onderkennen dat de Engelsman niet in de schaduw mocht staan van de oud-Ajacied, indien fit.

Ook een terugkeer naar Ajax blies de carrière van de nog immer gedreven Fin geen nieuw leven in: op zijn favoriete positie was hij dan misschien een goede mentor, maar moest hij de nieuwe talenten Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder voor zich dulden, terwijl ook Steven Pienaar vaak de voorkeur kreeg. In Finland, in zijn geboortestad FC Lathi, kreeg Litmanen wederom te maken met veel blessureleed, waarna het einde van zijn carrière in zicht leek te zijn gekomen. Het tegen degradatie vechtende Hansa Rostock dacht daar anders over en verleidde de schaduwspits tot een avontuur in de Bundesliga. Hoewel het vechtvoetbal in de Noord-Duitse havenstad bij Litmanen pastte als een aanvallende actie bij het huidige De Graafschap, deed hij er zijn best en werkte hij zich een slag in de rondte. Het mocht niet baten: Rostock degradeerde en het contract van Litmanen werd ontbonden. Aan stoppen dacht de Fin klaarblijkelijk nog steeds niet, toen hij in 2005 een contract tekende voor Malmö. Daar was hij in twee seizoenen vooral veel geblesseerd, waarna hij terugkeerde naar Engeland.

Litmanen, poserend met het shirt van zijn nieuwste werkgever HJK Helsinki

Fulham was immers Litmanens volgende station. Bij zijn debuut voor de beloften zag de voetballiefhebber eindelijk weer iets van de brille van de voormalige vedette terug. Het lot bleek Litmanen echter wederom ongunstig gezind: in de week voorafgaand aan zijn Fulham-debuut kreeg hij een bal tegen zijn hoofd, waarna Litmanen een paar weken rust moest nemen. Zodoende speelde de man van glas geen enkele wedstrijd voor de Londenaren, die in de zomer van 2008 met pijn in het hart afscheid namen van de voormalig supervedette. Via een terugkeer naar FC Lathi, kwam hij in 2011 voor de tweede keer in zijn carrière bij HJK Helsinki te voetballen. Daar werd hij in 2011 voor het eerst in zijn carrière kampioen van Finland. Zijn inbreng in de titel was echter marginaal en zijn transfer werd door de Lathi-fans – die kort daarvoor hun vedette middels een standbeeld hadden vereeuwigd – niet bepaald toegejuicht. Maar tot op de dag van vandaag staat de Fin onder contract in Helsinki. Hij kan er simpelweg geen genoeg van krijgen, maar is al lang niet meer de speler die hij ooit, lang geleden, was.

De aanvallers van de succesformatie die door Louis van Gaal zorgvuldig geboetseerd was, bleken allen moeite te hebben hun liefhebberij terzijde te leggen. Kluivert kan zijn ervaring aanwenden om de toppers in spe, die hij in zijn toekomstige trainerscarrière onder handen zal krijgen, te leren goed om te gaan met de enorme media-aandacht. Finidi lijkt het intussen allemaal wel prima te vinden, terwijl Overmars te ambitieus bleek voor de Go Ahead Eagles. En Litmanen? Die balt intussen vrolijk verder in zijn geboorteland. Opdat hij zijn schoenen maar niet op hoeft te bergen. En dat allemaal uit liefde voor een spelletje.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: