//
Artikel
Artikelen

Voetbal in een verdeeld gebied. Voetbalbonden van Israël en Palestina worstelen al bijna een eeuw

Op de kop af 1979 jaartjes geleden is het alweer – een paar mogelijke rekenfoutjes onderweg daargelaten – dat een Joods man uit de dood opstond, na eerst een tijdje aan het kruis genageld te zijn geweest. Het Paasverhaal is algemeen bekend, de Olijfberg, de plek waar de gruwelijke kruisiging zou hebben plaatsgevonden, een felbegeerde. Al eeuwenlang een bron van onrust, van gewelddadige kruisvaardende christenen tot Palestijnen, die hun grondgebied sedertdien te woord en te zwaard verdedigden. En dan werd het grondgebied door de internationale gemeenschap in 1948 ook nog eens ‘terug gegeven’ aan de Joodse bevolking, die na de eeuwenlange diaspora eindelijk thuis mocht komen op de heuvel Zion waarover Koning David ooit had geregeerd. Het is een gebied dat geteisterd wordt door gruwelijke vijandigheden, maar er wordt ook gevoetbald. Zo heeft zowel Israël als Palestina een erkend nationaal elftal. Vandaag besteedt De Skybox aandacht aan hun rumoerige voetbalgeschiedenis.

Voetbal in het nieuwgestichte Mandaatgebied
Zoals in menig ander land waren het ook hier de Britse zendelingen die het voetbalevangelie kwamen brengen. De aartsvaders van het voetbal waren immers ook verantwoordelijk voor de eerste potjes voetbal die in het gebied rondom de Jordaan werden gespeeld. Toen na de Eerste Wereldoorlog het Ottomaanse Rijk uit elkaar was gevallen, waren de Britten er als de kippen bij geweest om – als overwinnaars van de genoemde oorlog – enkele gebieden op te eisen. Eén van de voormalig Ottomaanse gebieden die onder Brits mandaat kwam te vallen was het toenmalige Palestina, dat vanaf dat moment door het leven ging als Mandaatgebied Palestina. In het Mandaatgebied Palestina werd voetbal al gauw immens populair. Onder zowel de Britse, de Joodse als de Palestijnse bevolking werd graag tegen een balletje aan getrapt en zodoende werd in 1928 het ‘Palestijns/Eretz Israëlisch’ voetbalteam in het leven geroepen. Het team nam in het voorjaar van 1934 als eerste Aziatisch land onder deze naam deel aan de WK kwalificatie voor het toernooi dat in de zomer van dat jaar in Italië zou worden gehouden. Omdat Turkije zich terugtrok, bleven in de poule slechts twee teams over: Egypte en het Palestijns-Israëlisch team. Het team herbergde slechts één Arabische voetballer en werd aangevoerd door een schare van negen Britten. De andere zes plekken in de selectie werden bezet door Joodse voetballers. Hoe goed de voetbalbedoelingen van het nieuwgestichte Mandaatgebied ook waren, Egypte maakte er korte metten mee. In Caïro overwonnen de Egyptenaren met 7-1, terwijl ook thuis, in Tel Aviv met 4-1 op de broek werd gekregen. Zodoende werden de ambities aan de Jordaanoever in de kiem gesmoord, maar was de eerste basis gelegd voor een succesvolle Brits-Joods-Arabische samenwerking, zeker toen nadien ook nog eens drie andere wedstrijden door het team werden gespeeld, waaronder twee – wederom verloren – kwalificatiewedstrijden voor het WK 1938, ditmaal tegen Griekenland.

Het bleek ook meteen het laatste voorbeeld van een vruchtbare samenwerking. Een vernietigende Tweede Wereldoorlog – en meer specifiek: een Holocaust – verder, was er van de Britse aspiraties van het gebied iets te maken, weinig meer over. Toen in 1948 het mandaat afliep, besloten de Britten in samenwerking met de internationale gemeenschap dat het gebied werd overgedragen aan Israëlische handen. Zodoende ging dan ook de  ‘Palestijns/Eretz Israëlische’ voetbalbond op dat moment over in de Israël Football Association. Echter, tot op de dag van vandaag worden door zowel de Israëlische voetbalbond áls door de Palestijnse, die in 1962 werd opgericht, de wedstrijden in de jaren dertig aan de palmares toegevoegd. Beide voetbalbonden claimen het vijftal wedstrijden.

Twee vertegenwoordigende voetbalelftallen
Op 26 september 1948 speelde het vertegenwoordigend elftal van de soevereine staat Israel zijn eerste echte wedstrijd – hoewel de Israëlische naslagwerken het steevast als de zesde wedstrijd zijn blijven betitelen. De wedstrijd werd gespeeld tegen – hoe kan het ook anders – de Verenigde Staten en de Israëliërs gingen met 3-1 de boot in. De wedstrijd bleek een eerste wedstrijd in een serie die het voetbalteam over verschillende continenten zou leiden. Hoewel thuiswedstrijden traditiegetrouw in Tel Aviv en Ramat Gan worden afgewerkt – Jeruzalem wordt daarvoor niet geschikt geacht – heeft het elftal zijn uitwedstrijden inmiddels al in alle uithoeken van de wereld gespeeld. In eerste instantie werd de geografisch meest logische keuze gemaakt door aan te sluiten bij de Aziatische voetbalbond AFC. De samenwerking verliep in eerste instantie helemaal niet zo slecht. In 1964 was Israel de gastheer van het landentoernooi van de AFC (de evenknie van UEFA’s EK) en won het het toernooi ook nog eens. De samenwerking was echter geen lang leven beschoren. De Zesdaagse Oorlog tussen Israel en de Arabische wereld in 1967 en de aanslagen van de Arabische wereld op Israëlische nederzettingen in 1973 deden de onderlinge relaties bepaald geen goed en Israël werd door de andere Aziatische landen in de ban gedaan. In de jaren tachtig waren de Israëliërs zodoende zoekende naar een kwalificatietoernooi voor de mondiale voetbaltoernooien waarbij het voetbalelftal uiteindelijk in Oceanië uitkwam. In 1991 werd echter een vooralsnog definitieve beslissing genomen. De wedstrijden tegen voetbalteams uit Oceanië waren geografisch weinig aantrekkelijk en de Israëlische clubs gingen meer en meer deelnemen aan Europese clubtoernooien. Derhalve werd aan het begin van de jaren ’90 ervoor gekozen om bij de UEFA aan te sluiten. Als klein land had Israël het die periode lastig in de kwalificatierondes en nam het nooit deel aan een eindtoernooi. In 2000 was het er dichtbij geweest, maar destijds blokkeerde op het laatste moment Denemarken de Israëlische gang naar Nederland en België.

Hoewel de omliggende Arabische landen eerder tegen Palestina dan tegen Israël wensten te spelen, is het lastig een nationaal team op te richten, dat geen thuiswedstrijden kan spelen. Immers, gedurende de periode van oprichting van het Palestijnse team in 1962, was er op het grondgebied maar één internationaal aanvaard nationaal team en dat was dat van Israël.  Zodoende speelde het Palestijnse nationale team zijn thuiswedstrijden in omliggende landen, met name in Qatar en het team werkte zijn trainingen af in Egypte. Hoewel er op vriendschappelijke basis tegen gelijkgestemde landenteams werd gevoetbald, erkende de FIFA het Palestijns elftal niet. Zodoende mocht Palestina nooit deelnemen aan eindtoernooien en speelde het daarvoor dus ook geen kwalificatiewedstrijden. Omdat de wedstrijden veelal in de anonimiteit werden afgewerkt, is er weinig naslagwerk te vinden over het Palestijnse voetbalelftal tussen de jaren 1962 en 1998.

De Oslo-akkoorden leverden in elk geval een van de meest hoopvolle foto's van de twintigste eeuw.

Toen na de Oslo-akkoorden de Palestijnen in 1994 een zeker recht op zelfbestuur kregen over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, konden er dan ook eindelijk thuiswedstrijden worden gespeeld. Hoewel de Palestijnen naar eigen zeggen nog steeds de claim houden hun thuiswedstrijden in Jeruzalem af te werken, speelt het nationaal team zijn thuiswedstrijden in een stadion in Ar-Ram, met een capaciteit van 10.000 plekken het grootste stadion aan de Westelijke Jordaanoever. In het nationale elftal spelen met doelman Ramzi Saleh en middenvelder Mohammed Samara twee voetballers die hun brood verdienen in de Egyptische competitie. De andere spelers spelen in de competitie van de Gazastrook of in die van de Westelijke Jordaanoever. De teams uit beide gebieden spelen sporadisch tegen elkaar, maar de voetballers van de topclubs uit beide liga’s treffen elkaar in het nationale elftal.

De vedettes van beide ploegen. Fahed Attal (links) speelde voor het Jordanische Al-Jazeera en geldt als topspits. Spelmaker Yossi Benayoun speelde voor Liverpool en Chelsea en gaat momenteel als 'Gunner' door het leven.

In 1998 kreeg het Palestijnse voetbaleftal dan eindelijk waar het al die jaren naar op zoek was geweest: erkenning van de FIFA. Toch is er een opmerkelijk verschil te zien tussen de FIFA reglementen en die van de Palestijnse voetbalbond: volgens eerstgenoemde trad Palestina in 1998 toe tot de voetbalbond, in laatstgenoemde paperassen wordt de intrede van Palestina tot de FIFA reeds in 1928 gelegd. Over de tussenliggende jaren wordt gezwegen. Het toont de ambivalente positie van de twee bonden over hun eigen voetbalverleden: beide claimen dezelfde geschiedenis. En tot op de dag van vandaag, nu Israël zijn wedstrijden in de UEFA speelt en Palestina in de AFC zone is opgenomen en vaak oefenwedstrijden speelt tegen Jordanië, Syrië en Irak, is voetbal het enige gebied waarop beide landen als gelijk worden bestempeld. Maar het is meer dan onwaarschijnlijk dat op een dag de Israël-vedettes Ben Sahar en Yossi Benayoun oog in oog komen te staan met Palestina-doelman Ramzi Saleh. De Olijfberg heeft een verdeeld land achtergelaten.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: