//
Artikel
Buitenspel

Buitenspel. Deel 1. Brazilianen en een carrière-einde: een ongelukkig huwelijk

Wie onlangs de tranen van Cambuur-spits Mark de Vries zag en de twijfels van Ruud van Nistelrooy aanhoorde, weet het zeker: het besluit tot een afscheid van het voetbalveld valt elke voetballer zwaar; op welk niveau dan ook. Over de hele wereld worstelen ze, van frivole baltovenaars tot brute voorstoppers, met de kwestie. Wat nu als je te vroeg je voetbalschoenen aan de wilgen hangt? Misschien mis je dan nog net die glansrijke invalbeurt in de WK-finale of dat ene miljoenencontract in Abu Dhabi! In dit artikel een aantal voorbeelden van hoe het níet moet. Voetballers die steen voor steen hun eigen standbeeld afbraken, om maar zo lang mogelijk die droom van het profvoetballerschap te blijven najagen. Een kenschets van het Rintje Ritsma-effect op de voetbalweide. Vandaag het eerste deel in de reeks, over moeizaam stoppende Brazilianen.

De al grijs wordende Romario in dienst van Adelaide United (bron: http://www.footballnews.com.au)

In 1998 nam het Europese continent afscheid van een van de meest begaafde schutters die er ooit had rondgelopen: Romario de Souza Faria. De goalgetter bleef echter nog meer dan een decennium actief op het voetbalveld, hoewel bij deze acvititeit wel de nodige vraagtekens geplaatst kunnen worden. De Braziliaanse competitie loopt niet over van loopvermogen en de speler in kwestie had reeds in zijn jonge Eindhovense jaren te kennen gegeven niet over een exceptioneel arbeidsethos te beschikken. Romario was nog wel eens moe. De honger naar doelpunten dreef Romario echter nog naar een vijftal verschillende Braziliaanse clubs, waarvan Fluminense twee keer aangedaan werd en Vasco da Gama zich zelfs gedurende vier verschillende periodes op een bezoekje van de  reislustige Braziliaan mocht verheugen. Met uitstapjes naar Al-Sadd en Miami FC maakte de voormalige goalgetter vooral een karikatuur van zichzelf, om over zijn korte periode in het Australische Adelaide nog maar te zwijgen. Het diende allemaal het doel die magische grens van duizend doelpunten – eerder slechts behaald door de landgenoten Pele en Arthur Friedenreich – te overschrijden. Dat duizendtal werd bereikt – dat wel – maar dat werkgever Vasco da Gama er oefenpotjes tegen gemiddelde strandvoetballers voor moest organiseren en dat Romario naar verluid ploeggenoten moest omkopen om een basisplek te behouden, doet wel wat af aan de prestatie. Laat ons dan maar liever de goalgetter van PSV, Barcelona en Valencia herinneren. Inmiddels heeft de spits ten langen leste zijn kicksen aan de wilgen gehangen en wint hij almaar aan populariteit in zijn functie als prominent lid van de Braziliaanse Socialistische Partij. Misschien had hij daarmee beter een tiental jaren eerder kunnen beginnen.

Ronaldo geniet van een welverdiende vakantie op Ibiza (bron: http://www.deadspin.com)

De opvolger van Romario in Eindhoven was Ronaldo Luiz Nazario de Lima. Misschien was hij in zijn Eindhovense tijd nog wel beter dan zijn voorganger. Il Fenomeno kreeg zijn bijnaam dan ook niet voor niets. Bij PSV was hij de grote held, zoals hij die later ook was voor Barcelona en gedurende zijn eerste seizoen voor Internazionale. Tijdens het WK 1998 – waarin de verwachtingen extreem hoog gespannen waren – deed Ronaldo het naar behoren, maar bedierf een epilepsie-aanval – waarbij de spits volgens zijn behandelend cardioloog zelfs op het randje van dood en leven balanceerde – de finale, die de slagroom op het toetje had moeten worden. In de seizoenen daarop hervond Ronaldo maar moeizaam zijn vorm bij Inter. De klad kwam in zijn prestaties en de blessures regen zich aaneen. Volstrekt uit het niets presteerde Ronaldo het echter het WK in 2002 te verlaten als wereldkampioen, topscorer en absolute vedette. Het zorgde nog voor een transfer naar Real Madrid, waar de topscorer zijn vorm hervond. Hoewel in zijn Madrileense succesperiode ook al sukkelend met zijn gewicht, bleek het WK van vier seizoenen later eigenlijk een trieste slotnoot van de mooie carrière. Ronaldo oogde veel te zwaar en balde – afgezien van een goede wedstrijd tegen Japan – onopvallend mee. Een terugkeer naar Milaan lonkte, maar ook in dienst van AC Milan – Ronaldo speelde zodoende voor zowel Inter als AC én Real als Barcelona – kon hij weinig potten breken. Het Milan-lab had geen remedie tegen het overgewicht van de gevallen vedette, wiens shirt steeds strakker om zijn buik begon te spannen. Geruchten over een transfer naar PSV ten spijt, verloor Ronaldo zijn hart aan het Braziliaanse Corinthians. Daar scoorde hij nog wel een paar doelputen, maar maakte hij meer indruk met zijn bolvormige uiterlijk dat hij veelvuldig tentoonspreidde. Gezegend met een buik waarvoor tv-kok Julius Jaspers zijn hoed zou afnemen, was hij in 2011 genoodzaakt om de carrière te beëindigen. Hoezeer Ronaldo ook probeerde: het lichaam, gebukt gaand onder de schildklierziekte Hypothyreoïdie, die eveneens zijn steentje bijdroeg aan de enorme gewichtstoename van de Braziliaan, wilde niet meer.

Dat een Braziliaan niet op de Herdgang moet hebben rondgelopen om een belabberd carrière-einde tegemoet te gaan, bewijzen Denílson, Rivaldo en Roberto Carlos. Eerstgenoemde, bij zijn transfer van São Paulo naar Real Betis in 1998 nog de duurste speler ter wereld, haalde zijn niveau van het WK 1998 nooit meer. Betis, dat de hemel dacht te gaan bestormen met de frivole linksbuiten, bleef in de seizoenen daarop slechts een middenmoter en Denílson wist niet dermate positief op te vallen om een mooie transfer te maken vanuit de tegenvallende club uit Sevilla. Een transfer naar Girondins de Bordeaux leek in 2005 dan eindelijk uitkomst te bieden, maar ook in de Franse provinciestad speelde hij niet denderend. Het voormalig wonderkind besloot daarop ordinair achter het geld aan te gaan jagen. Al Nassr, FC Dallas en Palmeiras, het is zomaar een greep uit de reeks clubs die de linksbuiten onder contract hadden staan na zijn vertrek uit Parijs. Denílson voetbalde zonder probleem in welk shirt dan ook, om uiteindelijk in de weinig hoogstaande Vietnamese competitie terecht te komen. In het shirt van wereldclubs als Itumbiara en Xi Măng Hải Phòng maakte hij dermate veel indruk dat het Griekse Kavala nog een keer probeerde de voormalige supervedette naar het Europese continent te halen. Een omkoopschandaal maakte een einde aan de ambities van Kavala en was zodoende het einde van de carrière van Denílson, die geen club meer bereid vond en genoodzaakt was zijn voetballeven te beëindigen.

Rivaldo vormt wederom een schrijnend voorbeeld. De ‘nummer 10’, die meer dan wie dan ook – misschien Jari Litmanen daargelaten – het nummer van cachet voorzag, blijkt nog steeds te voetballen. De voormalige spelbepalende middenvelder, die op het WK van 1998 de absolute vedette onder de Brazilianen was en in 2002 een groot aandeel had in de Braziliaanse wereldtitel, voetbalde vooral bij Palmeiras, Deportivo La Coruña en Barcelona de sterren van de hemel. In een periode dat de Catalaanse voetbalsupporter weinig verwend werd met goed voetbal, was Rivaldo een welkome uitzondering. De vedette, die vrijwel nooit betrapt is op meeverdedigen en die wars is van tactische discipline, kreeg ruzie met Van Gaal en moest in 2002, voordat Van Gaal aan zijn tweede Catalaanse periode begon, wijken. Rivaldo vertrok naar AC Milan en eigenlijk begon daar al de malheur. Hoewel hij in zijn eerste seizoen nog deel uitmaakte van de selectie van de Chamions League winnaar, was zijn inbreng marginaal. Die werd nog kleiner toen hij in de zomer van 2003 voorbijgestreefd werd door landgenoot Káká op zijn positie, die wél in een tactische discipline kon spelen. Een transfer naar Cruzeiro volgde. Het werd een weinig gelukkige overstap, want goede vriend en trainer Vanderlei Luxemburgo werd al gauw ontslagen en ook Rivaldo stapte reeds na een paar wedstrijden op om daarna verdeeldheid te gaan zaaien in Griekenland. Van absolute vedette van Olympiakos Piraeus tot spelmaker van rivaal AEK Athene – het bleek voor de controversiële Braziliaan geen enkel probleem. De seizoenen in Griekenland bleken de ambities van de nog immer uiterst gedreven Braziliaan weinig goed gedaan te hebben. In plaats van zijn kicksen aan de wilgen te hangen, koos Rivaldo voor een miljoenencontract bij het Oezbeekse FC Bunyodkor. Bij de meeste voetballiefhebbers verdween Rivaldo op dat moment van de radar, voor de voorzitter van São Paulo echter niet. Die verleidde de gevallen grootheid middels een huurcontract tot een weinig succesvolle terugkeer op de Braziliaanse velden. Nadat zijn contract in Oezbekistan afliep, had geen enkele Europese club nog interesse in de spelbepalende middenvelder. Toen Rivaldo op hangende pootjes naar Limburg kwam om bij RC Genk om een contract te bedelen, wees de directie hem dan ook zonder pardon de deur. Ten einde raad besloot Rivaldo dan maar de wijk te nemen naar Angola, waar hij nu – waarschijnlijk tegen een aardige vergoeding – zijn diensten aanbiedt aan wereldclub Kabuscorp SC. Op 39-jarige leeftijd nog eens in Angola terecht komen, het is een droom die menig topvoetballer najaagt.

Roberto Carlos blijft gewoon lachen! (bron: http://www.aktuel-bilgi.com)

En dan de laatste Braziliaan in de rij. Was Dunga het verstand van het Braziliaanse team in 1998 en het spitsenkoppel Ronaldo-Bebeto het kloppend hart, dan waren Cafú en Roberto Carlos de longen van de ploeg. Waar eerstgenoemde zijn carrière reeds een half decennium geleden beëindigde met een glansrol in het Romeinse succes van kort na de millenniumwisseling, daar gaat de linksback de laatste seizoenen vrolijk verder met falen. Maar het begon zo mooi. Was hij bij Internazionale in 1995/1996 al een gewaardeerd voetballer, in Madrid kende hij zijn meest succesvolle seizoenen. Meer dan welke linksachter ook, was Roberto Carlos betrokken bij de opbouw en de aanval, zonder daarbij zijn defensieve taken uit het oog te verliezen. Immer gezegend met een grote glimlach op het gezicht, haalde de sympathieke Braziliaan met de geniale trap en het ongekende loopvermogen prijs na prijs op in dienst van de Koninklijke. Eigenlijk had hij het daar beter bij kunnen laten, toen hij de club in 2007 verliet. Maakte hij bij zijn intrede nog deel uit van de indrukwekkende Braziliaanse enclave van Fenerbahce onder leiding van trainer Zico, reeds in 2009 hadden de Turken het wel gehad met de op zijn retour zijnde Braziliaan. De speler, die het altijd had moeten hebben van zijn loopvermogen, kon het simpelweg niet meer opbrengen wedstrijd na wedstrijd over de linkerkant te razen. Corinthians bevrijdde de twee partijen in 2010 van elkaar, maar ook in Brazilië viel de linksachter erg tegen. Inmiddels is hij speler van Anzhi Makhachkala en probeert de club hem op elke positie uit, omdat hij een aardige commerciële waarde vertegenwoordigt. Echter, zelfs op de positie van spelmaker voor de defensie, waar coach Yuri Krasnozhan dacht de de positie te hebben gevonden waarop de Braziliaan het minst hoefde te lopen, ging het spel veel te snel aan hem voorbij. Inmiddels timmert Roberto Carlos aan de weg in de technische staf van Anzhi, want ondanks het geweld in de regio en het feit dat hij veelvuldig het mikpunt van racisme is, lijkt het leven in Dagestan de Braziliaan wel te bevallen. Een mooi optrekje in Moskou en een leuk gevulde bankrekening zullen daar wellicht een steentje aan bijdrage en verzachten de pijn van alweer een naar zijn gezicht gesmeten banaan.

Romario, Ronaldo, Denílson, Rivaldo en Roberto Carlos. Hun carrières doofden als nachtkaarsen, zoals eerder ook die van baltovenaar Garrincha – overleden aan een alcoholverslaving nadat hij hordes buitenechtelijke kinderen had voortgebracht en geslachtsziektes had getrotseerd. De liefhebber doet zijn best om de schitterende acties op het voetbalveld te herinneren in plaats van de lome voetballers die het tempo van de wedstrijd al lang niet meer konden volgen. Met die gedachte reizen we volgende week verder naar een nieuwe groep voetballers die moeite had met de beslissing de carrière te beëindigen.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: