//
Artikel
Artikelen

Van ‘Mir san mir’ tot ‘Wir sind die Besten!’ Een impressie van een bijzondere stad en een bijzondere club.

Het is nog vrij vroeg in de ochtend. Onze queeste naar een goed ontbijt eindigt bij de naburige Bäckerei-Konditorei. We hebben geluk, de schappen zijn nog rijkelijk gevuld. Wie van overdadig zoet houdt, zit hier, in het zuiden van Duitsland goed. Degene die van een feestje houdt trouwens ook, want een groepje nevelige studenten voor wie het nog lang geen ochtend lijkt te zijn, schuifelt voorbij de etalageruit van de bakker. ‘Kón ich Ihnen hèèlfen’, vraagt de mannelijke bakker – uitgedost met een schort dat nog onder het meel zit – tamelijk bevelend in onvervalst Boarisch. Een Semmel met veel te veel – en veel te vette – Schinken rijker, stappen we de winkel uit en staan we op de zonovergoten stoep. Het is warm en we hebben een drukke dag voor de boeg. Wilkommen im München!

De Marienplatz van bovenaf met links de Frauenkirche en rechts het Rathaus.

Met een volle maag vervolgen we onze weg in de richting van de Marienplatz, het centrale plein van München. Hier, op dit plein, gebeurt het in deze stad. Rond deze tijd is het er nog betrekkelijk rustig. Een paar kale mannen, wiens witte hemdjes stuk voor stuk gevuld zijn met een flinke buik, zijn zwetend biervaten aan het versjouwen. Ook dat is kenmerkend voor de regio. München is de stad van de Hofbräu en het Oktoberfest en bier speelt een centrale rol in de cultuur van de stad. Wie Louis van Gaal overgoten zag worden met liters Paulaner na het door Bayern München gewonnen kampioenschap in 2010, weet voldoende: in München doet men niet aan champagne of kaviaar. Wurst en Bier, en het liefst in grote porties, dat is het cultureel erfgoed van de stad. De Marienplatz is zelden zo leeg als vanochtend. De biersjouwende veertigplussers zijn erbij gaan zitten en staren met een dromerige blik over het plein. Ze zullen vast ook hier hebben gestaan, toen de genoemde Louis van Gaal vanaf het bordes van het Rathaus een uitzinnige menigte toesprak. Het is waarschijnlijk een van de meest gedenkwaardige redes die hier ooit zijn uitgesproken en dat wil wat zeggen. De Marienplatz – en eigenlijk heel Beieren –  kent een rijke geschiedenis.

Van opstandig gebied tot Freistaat

Beieren, en specifiek haar hoofdstad München, is een vreemde eend in de bijt in de Duitse geschiedenis. In de Vroegmoderne tijd, toen elders in Europa al tamelijk vaste statelijke verbanden ontstonden, bleef het huidige Duitsland een samenraapsel van verschillende, veelal tamelijk onafhankelijk onder de keizer van het Heilig Roomse Rijk opererende deelstaatjes. Beieren voerde die onafhankelijkheid waarschijnlijk het verst door. Keerde het zich tijdens de Dertigjarige oorlog tussen 1618 en 1648 af van de opstandige protestantse Duitse staten en koos het de kant van de katholieke Keizerlijke partijen, het verwerd later het zelfs tot een koninkrijk, toen de – tot op dat moment als keurvorst te boek staande – Maximilian van Beieren, door handig manoeuvreren tussen de Franse troepen onder leiding van Napoleon, Oostenrijk en andere Duitse staten, zich vanaf 1806 Koning van Beieren mocht gaan noemen.

Neuschwanstein, een van de mooiste kasteeltjes van Lodewijk II, maakt een sprookkjesachtige indruk. Het is dan ook gebruikt als voorbeeld voor het Disney-kasteel.

Het nieuw gestichte koninkrijk moest na het Congres van Wenen in 1815 de eerder onder Franse druk geannexeerde gebieden Tirol en Voralberg afstaan aan Oostenrijk en ging zich vanaf dat moment meer richten op de zaken die ten noorden van de eigen grenzen speelden. Zo sloot het zich aan bij de Duitse Bond, in een poging onafhankelijkheid te bewaren tegenover het almaar machtiger wordend Pruisen. Onder leiding van Märchenkonig Lodewijk II werden er door heel Beieren kasteeltjes geplaatst en kreeg München een romantische opknapbeurt, maar ook hij kon niet verhinderen dat het zo machtige Pruisen in 1870 medewerking kreeg van Beieren, bij haar oorlog met Frankrijk. Na strubbelingen tussen communisten, koningsgezinden – die kleiner in getal waren geworden nadat koning Lodewijk III was afgezet –  en reactionaire conservatieven gedurende het begin van de twintigste eeuw, wist de laatstgenoemde groep te winnen en werd de Freistaat Bayern uitgeroepen. Zodoende werd Bayern van alle deelstaten het felst gekant tegen de republiek Weimar en een bolwerk van nationalistische aanhangers van de nationaal-socialisten. Hoewel ook de Freistaat na 1945 deel uit ging maken van de democratische Bondsrepubliek, is het nog steeds bij uitstek het meest conservatieve en traditionalistische gebied van Duitsland. Ter illustratie: in Beieren stemt men niet op de Christlich-Demokratische Union, maar is de partnerpartij Christlich-Soziale Union, die te boek staat als een stuk conservatiever, de grootste.

Van Marienplatz via Theresienwiese naar het Olympiastadion

Een typisch Beierse sfeer in een eetgelegenheid in München.

We bewonderen die ochtend het katholieke erfgoed van de stad zorgvuldig. In de afgelopen eeuwen groeiden de kerken als paddenstoelen uit de Münchense grond. Ze zijn vaak rijkelijk versierd, zoals de imponerende Frauenkirche, die gelegen is aan de Marienplatz en in het stadscentrum is een kerk nooit ver weg. München draagt aan alle kanten haar katholieke karakter uit, en steekt haar erfgoed niet onder stoelen of banken. Zo vinden we eveneens uit, terwijl we neerstrijken voor de lunch. Zittend aan een typisch tafeltje met een blauw-wit geblokt kleedje versierd, valt onze blik al gauw op een groepje smoezende mannen van middelbare leeftijd. Opvallend is de klederdracht waarin zij gehuld zijn, evenals de schnapps en het bier die rijkelijk soldaat worden gemaakt. De mannen zijn echter geen notoire dronkaards, ze maken een zelfbewuste, bijna hautaine indruk en we mijmeren erover hoe daar, aan dat tafeltje het beleid van de stad wordt overwogen. Het Münchens bestuur lijkt gestalte te krijgen in traditionele klederdracht en zittend aan een tafeltje, gevuld met halve liters Paulaner. Onze gedachten worden ruw verstoord als een serveerster, die haar klederdrachtjurk zorgvuldig om haar immense buste heeft weten te plooien. ‘Wolln Sie etwós èèssn?’

We weten nog steeds niet wat er precies in die Knödel verwerkt was, daar op dat terras, zoals we ook nog steeds niet weten wat het woordje gel betekent, waarmee de serveerster consequent haar zinnen afsloot, maar het was een deugdzame lunch die ons voorbereidt op een tocht die ons leidt via de rustige Theresienwiese – dat is eind september wel anders – naar het Olympiastadion (hiernaast). Al van verre is de tentachtige constructie te zien. Op de tribunes, die als tentdoeken om het stadion lijken te zijn geslagen, stonden supporters van het Nederlands Elftal in 1988 te juichen, het doel lijkt hetzelfde als dat waarin Van Basten de bal uit een voorzet van Arnold Mühren katapulteerde. Bayern vierde hier, in dit stadion – dat voor de Olympische Spelen van 1972 werd gebouwd – haar grootste successen. De eerste wedstrijd – een 5-1 overwinning op Schalke – was de allereerste Bundesligawedstrijd die live op de Duitse televisie werd uitgezonden. In de seizoenen daarop werd de aanvankelijk als grotere voetbalclub bekendstaande rivaal TSV 1860 München het nakijken gegeven. Waar 1860 in de Tweede Wereldoorlog nog de volgens de nationaal-socialisten enig juiste voetbalclub was – FC Bayern werd door hen als Judenclub weggezet – ging het in de jaren zeventig, kort na de gezamenlijke promotie met Mönchengladbach, in dit stadion crescendo met de club. In deze zestienmeter was Gerd Müller een Torkönig, aan de andere kant ranselde Sepp Maier de ballen uit het doel, gesteund door de beste libero ooit Franz Beckenbauer, en met venijnige dribbels draaide Uli Hoeness er iedere tegenstander dol.

We lopen omlaag, hier en daar blakert het beton wat af, zoals ook FC Bayern afblakerde nadat de grote namen waren gestopt met voetballen. Aan het einde van de jaren zeventig moest er een nieuw team geboetseerd worden. Opmerkelijkerwijs nam daarin Hoeness het voortouw, die vanwege een slepende blessure zijn carrière al op 27-jarige leeftijd beëindigde. Hij werd Sportdirektor en met op het veld het duo Rummenige-Breitner, ofwel ‘Breitnigge’, en doelman Walter Junghans, die het stokje van Sepp Maier overnam, keerden de successen voor Bayern terug. Hoeness bleek niet de enige die zou blijven hangen in München. Álle van de in de hierboven genoemde spelers, zijn later teruggekeerd in een functie in directie, staf of management en zij hebben in de jaren daaropvolgend in dit mooie, traditionele stadion, sturing gegeven aan het beleid van de club. In de rest van Duitsland zijn ze gehaat, in München zijn het grootheden. Het toont dat het sportieve vlaggenschip van de Freistaat binnen Duitsland nog steeds net zo controversieel is als haar geschiedenis.

Ribéry voelt zich prima thuis in Beieren en omhelst clubicoon Uli Hoeness. (bron: bundesliga.de)

Al die grote namen, van Breitner tot Rummenigge en van Hoeness tot Beckenbauer, ze zitten – daar zien we het traditionele karakter van de regio wederom terug – gebroederlijk, en vaak in Tracht achter een liter bier tijdens het jaarlijkse Oktoberfest. Het behoeft geen uitleg dat Paulaner een van de grote sponsors van de club is – zie hier het verschil met het poenerige imago van VW-club Wolfsburg. Oké, Bayern betaalt het meeste van alle Duitse clubs en koopt graag spelers weg van teams die ook nach den Sternen – lees: Bayern – greifen – Leverkusen kan erover meepraten na de exodus van onder anderen Lucio, Ballack en Zé Roberto, maar wil vooral gezien worden als die gezellige, traditionele club.

Een ufo aan de autosnelweg

Hoe gezellig het ook in dit met groen omgeven Olympiastadion is, het is inmiddels laat in de middag en het begint te schemeren. Het is tijd om de metro te nemen, want Hoeness en kornuiten hebben onderkend – zoals zovele sportbestuurders elders – dat slechts traditie niet genoeg is voor succes in het heden en zodoende is er midden in het knooppunt tussen de U99 en de U9 een gloednieuw stadion uit de grond gestampt. Het is geen grauwgrijze betonbak, zoals elders, maar het is een bezienswaardigheid op zich. Bij het verlaten van het metrostation valt onze blik dan ook op iets dat op een enorme rode ufo lijkt, een ufo die afsteekt tegen de schemering.

Met ons bewandelen duizenden anderen de weg van het station naar het stadion. Gehuld in FC Bayernshirts met grote namen uit het verleden als Elber, Kahn en Scholl – laatstgenoemden zijn inmiddels eveneens toegetreden tot de Bayern-staf –  tot de namen van hedendaagse sterren als Robben en Ribéry. Maar ook shirts met de namen van Müller, Alaba, Schweinsteiger, Lahm, Kroos en zelfs Badstuber komen voorbij: het is onmiskenbaar dat het huidige Bayern drijft op een solide eigen opleiding, die in de buurt komt van La Masía van FC Barcelona. Aangevuld met de genoemde topsterren en – als het even kan – nog een topspeler die weggekocht is van een concurrent –  in dit kader moeten we hier even de voorbijlopende dikke man in Gomez-shirt noemen – en er speelt hier in de Allianz Arena een team om van te dromen.

De Allianz Arena in drie kleueren: Rood bij wedstrijden van de FC Bayern, blauw als het dienst doet als thuishonk van 1860 en wit bij de wedstrijden van de Nationalmannschaft.

Moderniteit in een zo traditioneel ingestelde stad. De Allianz Arena toont aan hoe beide aspecten samen kunnen komen. Het stadion is immens en hypermodern, maar ademt historie. Elk hoekje, elk detail herinnert aan de glorieuze geschiedenis van FC Bayern. Binnen wanen we ons nog steeds in de oude binnenstad, in plaats van aan de Autobahn. Nog steeds zijn er supporters die in klederdracht het stadion bezoeken en nog steeds weerklinkt bij het betreden van het veld de tune van ‘Mir san mir’, de lijfspreuk van FC Bayern – en van München en misschien zelfs van de geschiedenis Freistaat in het algemeen. ‘Mir san mir’ is niet meer dan gewoon ‘wij zijn wij’, maar tegelijkertijd zoveel meer. Beieren is in al die jaren zichzelf gebleven en dat geldt ook voor de FC Bayern. De regio heeft in al die jaren met woord en daad gevochten voor haar onafhankelijkheid en had heel weinig gemeen met de gebieden in de buurt, zoals FC Bayern een eilandje op zich is in de Bundesliga. Eenmaal succesvol voor de club, betekent een immerdurende status, van Sepp Maier tot aan Mehmet Scholl. Of je moet het wel erg bont maken. Zoals Lodewijk III – die altijd vrij populair was geweest – door zijn hoogmoed door het Beierse volk werd afgezet in 1918, zo werd de eigenwijze Louis van Gaal in 2011 op straat geschopt. Het is in München dan ook helemaal niet nodig om keihard ‘Wir sind die Besten’ te schreeuwen. Dat weten ze hier allang. En dan volstaat ‘Mir san mir’. De wedstrijd kan beginnen.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: