//
Artikel
Artikelen

De naam en faam van ‘Las Naranjas’. Over de betekenis van Valencia CF voor de Spaanse kustplaats

Het was geen reclame voor het Nederlandse Voetbal. Terwijl FC Twente en AZ de Nederlandse voetbaleer hooghielden tijdens de Europese duels met respectievelijk Schalke 04 en Udinese, bleek PSV niet bij machte overeind te blijven in het Mestalla van Valencia CF. Aanvoerder Kevin Strootman werkte zich een slag in de rondte om de schade beperkt te houden, maar jongeling Jetro Willems, de flegmatieke Marcelo en de wederom in slaap gesust lijkende Stanislav Manolev bleken debet aan de afgang van de Eindhovense trots. En dan vergeten we het onwennige optreden van de Belg Timothy Derijck gemakshalve, die alleen mocht spelen omdat Wilfred Bouma al ruim twee jaar over datum is. Terwijl de weifelende Andreas Isaksson vier ballen uit het net mocht vissen, combineerden de Valencianen naar hartenlust als een mes door de Eindhovense boter. Na afloop bleven Spaanse media de vraag stellen: waren zij nou zo zwak, of waren wij zo sterk? De geschiedenis van de op twee na grootste Spaanse voetbalclub kent een rijke traditie in de (sub-)top van Europa. Wat maakt deze club zo speciaal? De Skybox dook al in 2011 het vliegtuig in en doet uitgebreid verslag.

Waar het verleden de toekomst ontmoet

De nauwe straatjes in de binnenstad geven Valencia een geheel eigen identiteit

Juli 2011. Terwijl Nederland gedompeld is in de treurnis van een natte zomer, komt de hitte van de Spaanse zon ons tegemoet wanneer we het station van Valencia bereiken per langeafstandstrein vanuit Barcelona. De brandende zon maakt het verslepen van koffers naar een hotel tot een crime.  Valencia, de bakermat van de sinaasappel – “La Naranja” –  en bovenal de stad waar oud en nieuw elkaar omarmen. Of het nu de nauwe straatjes zijn die de Catédral de Santa Maria omzoomen of Calatrava’s megalomane modernistische bouwwerken: Valencia is doordrenkt met sfeer. Knap hoe een conglomeraat van bijna een miljoen inwoners overweldigend en pittoresk tegelijk kan zijn. De twee centrale pleinen van de stad, het Plaza del Ayuntamiento en het Plaza de la Reina, geven de stad eigenheid en karakter. Overdag bevolkt door fotograferende toeristen en ’s avonds het terrein voor druk bevolkte terrassen. ’s Nachts begeven hippe tieners zich in het bruisende nachtleven van de oude wijk ‘El Carmen’, hoppend van cocktailbars naar donkere discotheken. De carnavaleske souvenirwinkeltjes hangen vol met shirts van lokale voetbalhelden als Pablo Piatti en David Albelda. Kenmerkend voor Valencia zijn de ‘Jardines del Turía’, een kilometers lang lint van stadsparken, sportvelden en culturele voorzieningen dat gelegen is in de drooggelegde bedding van rivier de Turía. Het vormt de groene aorta van een dichtbebouwde binnenstad. Wie even genoeg heeft van de hitte en roekeloos rijdende chauffeurs in de nauwe straatjes, kan alhier vluchten in de schaduw van de bomen. Het in de zon volwassen geworden fruit van de alom verspreide fruitkramen doet de rest: het is goed toeven in zomers Valencia.

Calatrava's bouwwerken doen denken aan een stap in de toekomst. Hier het wetenschapsmuseum.

Op ons programma staat zondermeer een bezoek aan het roemrijke ‘Ciudad de las Artes y las Ciencas’, oftewel het wetenschapsmuseum dat in 1991 ontworpen is door de Valenciaanse architect Santiago Calatrava (1951-). Het gebouwencomplex doet met haar boogvormen, futuristische betonnen gewelven en door strakblauwe waterpartijen gedomineerde omgeving denken aan een stap in de toekomst. Wie wil weten hoe modern modernistische architectuur kan zijn, moet echt eens Calatrava’s versie van Valencia bezoeken. De Starship Enterprise is er niets bij. Zelfs de meest hardnekkige traditionalist in de architectuur zal erkennen dat Calatrava’s creaties blijk geven aan creativiteit of, in het minste geval, lef. In combinatie met de van Middeleeuwse en Moorse invloeden doordrenkte binnenstad geven de roomwitte architectonische schepsels Valencia een geheel eigen identiteit. En wie genoeg heeft van alle cultuur kan altijd nog verfrissing zoeken aan de uitgestrekte zandstranden van de stad: de door Afrikaanse verkopers overbevolkte stranden van Barcelona zijn er niets bij.

De rise and fall van Los Xotos. Een kroniek

Maar goed, wij zijn hier natuurlijk ook voor het voetbalrijke deel van Valencia. Getooid met een logo bestaande uit de Senyera – de nationale vlag van Valencia – en de vleermuis – symbool voor de stad en terug te vinden in het stadswapen – trekken de in wit-zwart gehulde spelers wekelijks ten strijde. Het steevast in Oranje uitgevoerde uittenue is een verwijzing naar de uitstekende condities waarin Spaanse sinaasappels de Valenciaanse horizon oranje doen kleuren. Ontstaan in 1919, betrokken de Valencianen in 1923 het toen nog 17.000 zitplaatsen tellende Estadio Mestalla. De Spaanse burgeroorlog (1936-1939) degradeerde Mestalla haast tot een ruïne, met de stilstand van de Spaanse competitie tijdens de oorlog als gevolg. Terwijl Estadio Mestalla als een feniks uit de as herrees in 1939, begonnen ook de eerste langdurige successen te komen.

Naast Valencia komt ook Levante UD sinds 2010 uit in de Spaanse Primerá División. De Valencianistas worden door de fanatieke fans van Levante neerbuigend ‘Los Xotos’ (de geiten) genoemd, verwijzend naar de witte tenues van het grotere Valencia CF. De prijzenkast van ‘Las Granotas’ (de kikkers) verbleekt echter bij die van de grootste club van de stad. Het Estadio Mestalla waar PSV zielloos ten onder ging biedt plaats aan een kloeke 52.469 toeschouwers: plaatsen die ook daadwerkelijk wekelijks bevolkt worden door de fanatieke aanhang. Seizoenkaarthouders moeten er snel bij zijn: voor een prestigieuze pas van de club geldt een wachttijd van een astronomische 20.000 (!) supporters. Zes landstitels (de laatste in 2004), vijf Copa del Reys, één Spaanse Supercup, een in 2004 gewonnen UEFA Cup en twee UEFA Supercups bevolken de goed gevulde prijzenkast van de derde club van Spanje. Grote rivaal is ook zeker het nabij gelegen Villarreal CF, dat dit seizoen echter niet verder komt dan het strijden tegen degradatie, in contrast met het op de derde plek staande Valencia CF. Nee, het was niet zomaar een club waar PSV het tegen op moest nemen.

Het Estadio Mestalla van Valencia vandaag de dag

Het was in de jaren vijftig dat de Valencianen de eerste zaden voor succes legden: onder de welluidend klinkende voorzitter Luis Casanova wist Valencia met een elftal met spelers als Puchades, Fuertes en de roemruchte Braziliaan Socrates het tot dan toe superieure Barcelona te verslaan in de Copa del Rey. De foto van keeper Quique, zittend op de deklat van één van de goals van het Estadio Mestalla spreekt nog immer tot de verbeelding in het museum van de club: het grote Barcelona uit Catalunya moest voor het eerst haar meerdere erkennen in de Valencianen. Uiteraard lijkt ook dit museum op een folkloristische propagandazaal, maar de foto van de breed lachende doelman blijft ons op het netvlies hangen. De eerste Europese successen van de club werden geboekt in de zestiger jaren, maar het was niet eerder dan de jaren zeventig toen trainer Alfredo di Stefano en topschutter Mario ‘El Matador’ Kempes de naam van de club definitief vestigden. Kempes, in 1978 medeverantwoordelijk voor de ondergang van het Nederlands Elftal in het Argentinië van Videla, schoot de clubrecords aan gort. Pas met de bloei van David Villa in het shirt van de Valencianen werden deze statistieken geëvenaard. Toenmalig Oranjeverdediger Ernie Brandts zal ongetwijfeld nog eens met gêne terugdenken aan zijn duels met de Argentijn: hoorndol werd de Brabander gespeeld in de heksenketel van Buenos Aires. De jaren tachtig daarentegen waren voor de club uit Valencia evenwel net zo treurig als de hitmuziek van die tijd en resulteerden in kortstondige degradatie naar de Segunda División.

Nederlanders in Valencia: een gelukkig huwelijk?

Het was een Nederlander  die de hoop terug bracht in de harten van de Valenciaanse fans. Niemand minder dan Guus Hiddink gaf vanaf 1992 geboorte aan de carrière van latere topspelers als Predrag Mijatovic en Gaizka Mendieta. De komst van trainers als Luis Aragones en Claudio Ranieri betekende de doorbraak van spelers als Claudio ‘El Piojo’ Lopez, peroxidedoelman Santiago Cañizares en de Roemeen Adrian Ilie: namen die tot aan vandaag de dag gehoord worden in het geroezemoes van de vele cafés die de stad rijk is. In 1999 en 2000 wist de Argentijnse coach Hector Cuper de Valencianen richting de finale van de Champions League te loodsen, met spelers als libero Roberto Ayala, de kiezelharde back Amedeo Carboni, middenvelders Ruben Baraja en David Albelda – die mateloos populair werden onder de fans – spelmaker Pablo Aimar, loopwonder Vicente, vleugelspelers Rufete en Kily Gonzales en de Noorse targetman John Carew. Niet alleen op papier een elftal om serieus te nemen. In het seizoen 2003/2004 volgde onder leiding van Rafael Benitez de titel van de Spaanse Primera División: een wereldprestatie, gezien de concurrenten ‘Los Galacticos’ uit Madrid en Ronaldinho’s Barcelona mochten heten. Als kers op de taart werd in hetzelfde jaar de UEFA Cup binnengesleept na een zege op Olympique Marseille. Honderdduizenden fans stroomden naar het Mestalla en het gemeentehuis om te delen in de feestvreugde van een seizoen dat de clubgeschiedenis in mocht gaan als het beste ooit.

Op langere termijn bleek Valencia financieel niet in staat om de met miljoenen smijtende concurrenten uit Madrid en Barcelona bij te benen. Voorzitter Juan Soler pompte zonder pardon extra geld in de club met de komst van getalenteerde spelers als David Villa, Fernando Morientes en Joaquín als gevolg. Er was een Nederlander voor nodig om de Valenciaanse hoop aan gruzelementen te helpen. Met de trein vanuit Eindhoven was het Ronald Koeman die het in financiële crisis verkerende PSV de rug toekeerde om te trainen in een land dat zijn hart had gestolen. Het klimaat in Valencia bleek ‘Floquet de Neu’ (Sneeuwvlokje) niet gunstig gezind. Met de boodschap tijdens de eerste persconferentie “Er zijn nog grotere clubs in Spanje dan Valencia” konden de fans het doen: Koeman kwam duidelijk niet om vrienden te maken. Tot overmaat van ramp kreeg de trainer het aan de stok met clubiconen Cañizares, Albelda en Angulo die hij zonder pardon naar Kleedkamer 2 verwees. Rondom het ooit door fans omzoomde trainingscomplex liet Koeman een betonnen muur herrijzen om pottenkijkers buiten de deur te houden. Van gesloten trainingen had men in Valencia echter nog nooit gehoord en Koeman sprong net zo snel weer op de trein als dat hij was gekomen: een illusie armer maar een ervaring rijker.

Wie in de namiddag flaneert over de pleinen en nauwe straatjes van de stad kan echter niet om de naam en faam van de club heen. Clubvlaggen pronken trots boven de cafeetjes en winkels uit, terwijl voetbalshirtjes net zo veel gedragen worden als fleecetruien op regenachtige campings. De wedstrijd tegen PSV bevestigde dat de Nederlandse competitie nog een lange weg te gaan heeft richting de zo vaak met weemoed aangehaalde Europese top. Met een achterstand van maar liefst 26 punten op koploper Real Madrid weten ‘Las Naranjas’ echter ook geen aansluiting te vinden bij het geweld uit de hoofdstad en Catalunya. Wie aanvallers Pablo Piatti en Roberto Soldado als op een trapveldje zag dartelen door het hart van de PSV-defensie kan echter ook hier concluderen dat de wens vaak de vader van de gedachte is. Aanvoerder Kevin Strootman sprak na de met 4-2 verloren wedstrijd van een “goede uitgangspositie”. De kenners wisten echter wel beter. Of zoals de Spanjaarden de woorden van de middenvelder zouden typeren:

Pensamientos del corazón.

Daar konden de PSV-fans het in praktijk dan ook mee doen. Sterkte.

Bronnen

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: