//
Artikel
Artikelen

Een dag in de kleedkamer van een kampioenskandidaat

Door gastredacteur Jelle Blom

Ajax, de trots van Amsterdam, heeft eigenlijk een vreselijk jaar, punten worden links en rechts gemorst, de Champions League eindigde in een deceptie en bestuurlijk is de rust nog altijd verre van teruggekeerd. Dat Ajax immer kandidaat is voor de titel heeft meer te maken met de zwakte van de concurrentie, en dan voornamelijk de defensie van PSV, dan met het spel van de club met drie sterren. Maar ‘the show must go on’ en dat geldt dubbel in het profvoetbal. Dus is er ook op 4 maart 2012 een wedstrijd van Ajax. De kleedkamer is ‘off-limits’ voor buitenstaanders maar in mijn fantasie gaat het er ongeveer als volgt aan toe.

In de kleedkamer

Het decor: De Amsterdam ArenA

“Hey Lorenzo, luister je wel naar me?” Lorenzo Ebecilio kijkt verward op van zijn iPad, waar hij zojuist eindelijk de nieuwste video van ‘J Killa’ had gevonden. “Natuurlijk André, dreigen naar buiten en dan met mijn verkeerde been de bal in de kruising jagen. Ik zal het onthouden”. Dat Ebecilio niet speelt vanmiddag heeft blijkbaar niemand aan de routinier gemeld. Het is 4 maart in het jaar 2012, de zon komt door om het zomerse gevoel een extra impuls te geven. Ajax-Roda JC staat op het programma op deze mooie voetbalmiddag. In de kleedkamer van de kampioen is het onrustig. Vurnon Anita zit op zijn vaste plaats te werken aan een nieuw rapnummer voor zijn alter ego ‘JR’. Zijn concentratie wordt doorbroken door een gesprek dat gedomineerd wordt door André Ooijer en zijn nieuwe roeping: belangrijk zijn in de kleedkamer. De relatief ervaren spelers van de AFC zitten stil op hun plaats te hopen dat André hun rust niet komt verstoren met goed bedoelde, maar totaal zinloze coaching. Ook zij ontkomen echter niet aan roeping van de routinier. “Siem, domineer het middenveld, bikkelen De Jong, BIKKELEN!”. Vriendelijk kijkt Siem de Jong op van zijn schoenen en ziet de ogen van André op nog geen10 centimetervan de zijne. Hij knikt en hoopt dat het hiermee afgedaan is.

Siem is niet meer onder de indruk van de ex-international. Hij heeft de verhalen allemaal gehoord en bovendien heeft hij de grote André op het veld bezig gezien en zoals iedere Ajacied was Siem niet bepaald onder de indruk. Hij mompelt dat hij nog liever mevrouw Olfers achterin heeft staan dan de ervaren verdediger. Toby grinnikt, maar Siem heeft geluk, André heeft het niet gehoord. André staat vandaag in de basis en heeft daarom nog een grotere mond dan normaal al het geval is. Dat dit alleen maar is omdat alle verdedigers van boven de zestien geblesseerd zijn weet iedereen behalve de door de kleedkamer ijsberende routinier.

De warming-up

Thulani Serero doet een aantal mooie trucjes met de bal tijdens de warming-up. André kijkt toe met een glimlach. Het is alsof de veteraan wil zeggen:  ‘kijk die jongen toch, zo onbevangen en onervaren, met wat coaching van een ervaren speler zal hij ver komen’. De oud-international loopt naar hem toe en voegt toe als de jonge Zuid-Afrikaan de bal hoog in de lucht schiet, “look boy, you have to take this warmin-up serieus, it is important to loose de spieren for big game”. De routinier loopt tevreden weg, terwijl de jonge Serero nog altijd niet lijkt te begrijpen wat er zojuist gebeurde.

Van een afstand kijken Dennis Bergkamp en Wim Jonk met een blik vervuld van trots en jaloezie. “Die André heeft dat goed gezien, toch Dennis?”. Dennis mompelt iets wat op ‘ja’ lijkt. Dennis is geen prater, niet zoals André. Meer een Jan Wouters dan een Frank de Boer. Ondertussen komt Frank de Boer er bij staan: “Heren, vandaag gaan we met drie verdedigers spelen, Alderweireld, Vertonghen en André”. Wim is enthousiast, zoals eigenlijk altijd als Frank iets voorstelt. Dennis ziet dit minder zitten, André in de buurt van de Syrische topschutter Sanharib Malki staat immers synoniem voor roekeloze zelfmoord. Bergkamp lijkt aanstalten te maken om iets te zeggen, maar houdt uiteindelijk toch zijn mond. Dennis en Ajax staan beiden eigenlijk al met 1-0 achter deze middag.

André roept de jongens bij elkaar als hij ziet dat Frank de Boer het veld oploopt. “Jongens, even ophouden met dit gekloot, we gaan nu een serieuze warming-up doen”. Vertonghen, Eriksen en de Jong nemen de leiding tijdens de sprintoefeningen die volgen. Pas na twee rondjes hebben ze door dat de ervaren verdediger hen niet is gevolgd. Hij staat naast Frank de Boer terwijl die zijn tactische plan bespreekt met Hennie Spijkerman. Christian Eriksen ergert zich dood aan de naast Frank de Boer hevig meeknikkende verdediger, maar had hij al een WK gespeeld? Had hij al in de Premier League gezeten? Had hij al Luis Fabiano uitgeschakeld in een WK-wedstrijd tegen Brazilië? Nee, nee en nee, en daarom zal Christian Eriksen ook in dit geval zijn mond houden en vriendelijk lachen naar de demagoog. De jonge Deen maakt zijn rondjes af terwijl Hennie de pionnen al opraapt en klaarzet voor de volgende oefening.

Ondertussen is Dmitri Bulykin al vertrokken naar de kleedkamer om zijn schoenen te vervangen, maar blijft onderweg hangen bij het materiaalhok. De geblokte Rus heeft de oude Spijkerman immers beloofd om de hesjes mee terug te nemen. De grote spits doet de deur open van het hok en schiet van schrik twee meter terug de gang in. Tussen de van stof voorziene ballen staat een shirtloze levende tatoeage hem aan te staren met een sigaret tussen de lippen. “He man hou die deur eens dicht!” schreeuwt Theo voor hij de deur met een enorme klap weer dicht smijt. De verbaasd kijkende Rus trekt van verbazing zijn wenkbrauw op. In het gure trainingscomplex in Moskou had dit nooit gekund; deze ongedisciplineerde westerlingen komen hem zo langzamerhand de neus uit. Hij legt de hesjes netjes opgevouwen voor de deur en loopt richting de kleedkamer om zijn oorspronkelijke missie uit te voeren.

De wedstrijdbespreking

“Jongens, we gaan hier een aantrekkelijke wedstrijd van maken. Vanmiddag spelen PSV en Twente tegen elkaar en dus zal er minimaal één van twee punten verspelen. Wij moeten alert zijn en vandaag geen punten morsen! WIJ ZIJN AJAX, WIJ SPELEN OM TE WINNEN!”. Frank de Boer komt de kleedkamer binnenlopen, “Dank voor de mooie woorden André, maar zal ik het weer even overnemen?” Gedwee gaat André zitten met een tevreden glimlach op zijn gezicht. Vandaag doet hij weer mee, vandaag telt hij weer mee, vandaag zal Nederland zien dat het nog niet gedaan is met de carrière van André Ooijer.

“Heren, vandaag spelen we in een iets ander systeem, ja uhhh, dat zal ons meer voetballend vermogen op het middenveld geven en zoals ik al eerder zei: wie het middenveld domineert, domineert de wedstrijd”. De Boer kijkt naar de gezichten van zijn jonge selectie terwijl Hennie de startopstelling op het bord schrijft. Dit zijn de voetballers waarmee Ajax en hijzelf het moeten doen. Jongetjes zijn het, omhooggevallen A-junioren. Waar zijn de tijden gebleven van Litmanen, Kluivert, Kanu en niet te vergeten de gebroeders de Boer? Frank zou zijn linker tepel overhebben voor één voetballer van die kwaliteit in zijn selectie. Als Frank zo rondkijkt in de kleedkamer ziet hij een selectie vol zichzelf overschattende kwajongens die eigenlijk allemaal helemaal niets te zoeken hebben in het eerste elftal van de mooiste club van Nederland. Frank kijkt naar Jan Vertonghen, is dit nu de leider van de achterhoede? Is dit nu ZIJN opvolger? Frank schudt zijn ergernissen van zich af en neemt weer het woord: “Heren, wees aanspeelbaar, creëer gaten voor medespelers en boven alles: scoor er meer dan de tegenstander.”. “Frank? Mag ik iets vragen?” Frank draait zich om richting de vragensteller: “Ga je gang André”.

Op dit moment had André gewacht, hij zou het tactische plan zo naar zijn hand zetten dat hij de Syrische ‘Tank van Damascus’ Sanharib Malki uit de wedstrijd zou gaan spelen. Het was immers Ooijer zelf, gezegend met de nodige dosis levenservaring, die de Braziliaanse goalgetter Luis Fabiano uit de wedstrijd had gespeeld op het WK in Zuid-Afrika. Dan moet een Syrische middenvoor toch geen probleem zijn. “Laat die Malki maar aan mij over”, stelt de routinier.

De wedstrijd

Andre Ooijer baalt na de goal van Roda door een blunder van Ebecilio. Bron: http://www.ajaxlife.nl

De wedstrijd begint. André heeft het in de eerste minuten van de wedstrijd naar zijn zin op het veld. Ajax speelt weliswaar slecht, maar hij heeft als organisator van de achterhoede nog geen steek laten vallen. Toegegeven: hij heeft nog geen enkele aanval van Roda JC moeten tegenhouden, maar hij staat klaar. Na een half uurtje betreedt Ebecilio het veld in plaats van de geblesseerde Micky (Sulejmani red.). “Lorenzo, kom eens hier. Niet bang zijn jong, gewoon gaan en als je de bal verliest maakt dat niets uit man, ik sta hier om jou uit de brand te helpen”. Hier doet André het voor, die glimlach op het gezicht van een jonge Ajacied.

Enkele minuten later ziet de routinier dat Ebecilio gaat dribbelen. ‘Dat komt door het vertrouwen dat ik hem net gegeven heb’, denkt de ervaren verdediger. Maar Ebecilio gaat in de fout en verliest de bal. De tijd lijkt voor even stil te staan. Het is tijd André, ‘time to shine’ zoals hij in zijn tijd in de Premier League gezegd zou hebben. Malki heeft de bal. Ooijer heeft de situatie al in het oog, ingrijpen André, ingrijpen. Maar zijn voeten willen niet. Hij sprint op volle snelheid, maar zijn benen lijken wel van steen. Malki scoort, André scheldt. “Lorenzo jochie, wat doe je nou?!” Lorenzo kijkt aangeslagen richting zijn rots in de branding, maar durft niets te zeggen. Kort daarop volgt het rustsignaal.

De routinier zegt weinig in de kleedkamer, maar ziet tot zijn genoegen dat hij ook in de tweede helft nog aan de aftrap staat. De tweede helft loopt beter, Ebecilio maakt al snel de 1-1 en als Anita de 2-1 maakt ziet Ooijer dat het goed is. Hij loopt naar De Boer toe en zegt: “Mijn taak zit erop, gun Ricardo nog een paar minuten”. Niemand hoeft te weten dat Andre eigenlijk aan het einde van zijn Latijn zit na 78 minuten.” André ziet vanaf zijn vaste plaats op de bank dat Ebecilio nog twee keer weet te scoren met zijn ‘verkeerde’ been. Na het laatste fluitsignaal loopt hij even naar de jonge buitenspeler toe en spreekt hem vaderlijk toe: “jongen, ik zei het toch, luister naar ome André en je zal een grote worden”.

Over Gastredactie

Mail ons en word gastredacteur!

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: