//
Artikel
Artikelen

Het Kleurrijk Elftal (1986-1989). Over een selectie die net niet thuiskwam

In 1984 bedacht de Amsterdammer Sonny Hasnoe dat er een mogelijkheid was om met een enkel initiatief iets te doen dat de armoede in Suriname zou kunnen bestrijden en tegelijk de integratie van Surinamers in Nederland zou kunnen bevorderen. Wat daarvoor nodig was, was enkel de medewerking van de Nederlandse voetballers met Surinaamse roots, een tegenstander in stijl en het liefst de nodige media-aandacht. Twee jaren later kreeg het idee gestalte met een wedstrijd in het Olympisch Stadion tussen de Surinaamse topclub SV Robin Hood en een groep bereidwillige voetballers. Het werd een groot succes: het ‘Kleurrijk Elftal’ was geboren. En omdat het een groot succes bleek te zijn, werd een traditie in het leven geroepen: in 1987 en 1988 vond de wedstrijd in respectievelijk Hengelo en Enschede nog een keer plaats en in 1989 was de tijd dan eindelijk rijp om de rollen om te draaien: het Kleurrijk Elftal zou in Suriname gaan voetballen. Niet alleen een wedstrijd tegen SV Robin Hood, maar ook wedstrijden tegen SV Boxel en SV Transvaal stonden op het programma. Wat een feest der herkenning had moeten worden, eindigde op 7 juni 1989, om drie minuten voor half vijf, in een drama.

Een succesvol plan

Zoals gezegd, de Nederlandse voetballers met Surinaamse roots zagen het initiatief helemaal zitten. Ruud Gullit, Frank Rijkaard, en Aron Winter: ze vormen zomaar een greep uit de voetballers die graag hun diensten voor het goede doel ter beschikking wilden stellen. Het Kleurrijk Elftal was een dwarsdoorsnede van de Surinaamse voetballerpopulatie in Nederland. Hand in hand met de internationale vedette Ruud Gullit, balden bijvoorbeeld voetballers van bescheiden clubs als Telstar, Heracles Almelo en RBC mee in het team. Trainer van het team was Nick Stienstra, die als voetballer in Suriname actief was geweest voor Robin Hood en in Nederland het CIOS had afgemaakt en in het dagelijks leven coach was van amateurclub RCH uit Heemstede. Aan het einde van de jaren tachtig was hij druk doende om een proflicentie te krijgen, om zo terug te keren naar zijn geboorteland om daar het voetbal van de grond te krijgen. Een goede eerste stap zou het toernooi zijn dat in 1989 zou worden gehouden. Trainer Stienstra zag er met een glimlach op toe hoe Hasnoes initatief uit de vroege jaren tachtig bekroond zou worden met een ‘thuiswedstrijd’ voor eenieder in Zuid-Amerika.

Afzeggingen en een vervulde jongensdroom

Stienstra kreeg echter een aantal vervelende berichten in de aanloop naar het toernooi. Gullit, Rijkaard, Roy, Winter en Fräser kregen van hun clubs geen toestemming om af te reizen naar Suriname. AC Milan zag de licht geblesseerde vedettes Gullit en Rijkaard liever geen vermoeiende vlucht maken naar de andere kant van de wereld om een paar wedstrijdjes te spelen en om daarna misschien nog veel ernstiger geblesseerd terug te keren in de Italiaanse modestad. Ajax en Feyenoord verhinderden eveneens de trip van Winter en Fräser. Ook aanvoerder van het team Marcel Liesdek gaf geen acte de présence vanwege contractonderhandelingen met zijn club.

Jerry Haatrecht in het shirt van VV Neerlandia ’31. Bron: http://www.enotes.com

Winston ‘Winnie’ Haatrecht besloot zelf thuis te blijven. Zijn club SC Heerenveen haalde de nacompetitie en hij vond dat hij het zijn club verplicht was om daarin zijn steentje bij te dragen. Het mes sneed bovendien in de familie Haastrecht aan twee kanten: broertje Jerry droomde van een debuut in het Kleurrijk Elftal, maar was kwalitatief niet goed genoeg voor de selectie van Stienstra. Immers, in de selectie speelden slechts profvoetballers en voor een amateurvoetballer als Jerry was geen plaats. Winnie toonde zich echter een goede broer toen hij bij Stienstra aanklopte om aan te geven dat Jerry een van de beste amateurspelers van Nederland was. Stienstra, die het in eerste instantie niet zo zag zitten, nodigde Jerry daarop uit voor een stage. De korte stage was voldoende voor de coach: nu zoveel profvoetballers hadden afgezegd, waren de kwaliteiten van de amateurvoetballer absoluut voldoende. De droom voor het Kleurrijk Elftal uit te mogen komen zou in de zomer van 1989 voor Jerry uit gaan komen. Het bleek een tweede opsteker in korte tijd in het gezin-Haatrecht, want de moeder van de broers had kort daarvoor een strijd tegen kanker overwonnen.

Het ongeluk

Vrijwel de voltallige selectie van het Kleurrijk Elftal kreeg bij vertrek naar Suriname te maken met urenlange vertraging. Vrijwel, want spits Hennie Meijer en doelman Stanley Menzo hadden besloten gezamenlijk een vlucht eerder te nemen. De rest bleef wachten op Schiphol. Het duurde uren voordat het vliegtuig, dat vanuit Miami moest komen, eindelijk het Amsterdamse vliegveld had bereikt. De voetballers maakten er het beste van; samen met het orkestje de Draver Boys, dat traditioneel voor sfeer in het stadion moest zorgen bij wedstrijden van het team en veel andere Nederlanders van Surinaamse afkomst – waaronder overigens ook de moeder en de zus van de latere profvoetballer Romeo Castelen – viel het wachten niet zo zwaar. Er lag dan ook een mooi toernooi in het verschiet, dat ondanks de afzeggingen van veel spelers een succes moest gaan worden. Jerry Haatrecht moet daar, in de wachtruimte van Schiphol, de mooiste uren van zijn voetballleven hebben beleefd: als enige amateur tussen al die profvoetballers, met het toernooi in zijn vaderland in het verschiet: het moeten mooie momenten zijn geweest.

Uiteindelijk, na uren wachten, vertrok de Douglas DC8 Super 62 met als bijnaam Anthony Nesty – naar een Surinaamse topzwemmer – van de Suriname Luchtvaart Maatschappij (SLM) onder leiding van gezagvoerder Will Rogers en copiloot Glenn Tobias vanaf Schiphol en het toestel koos het luchtruim richting Suriname. Urenlang zullen de voetballers naar het water van de Atlantische Oceaan hebben gestaard. Misschien was dat de reden dat Jerry van plaats wisselde met Edu Nandlal. De oceaan maakte na uren echter plaats voor een jungle, die door  toenemende mist steeds minder goed zichtbaar werd. Naarmate vliegveld Zanderij dichterbij kwam, moet Rogers meer en meer problemen hebben gekregen. Het rijk beboste landschap van Suriname kwam steeds dichterbij de onderkant van het toestel, terwijl Rogers drie pogingen waagde om de landing in te zetten. Omdat hij zo’n slecht zicht had, probeerde hij het met behulp van Instrumental Landing System (ILS), een radionavigatiesysteem dat de piloot een indicatie zou kunnen geven van de afstand tot aan het ideale landingspunt op de baan. Dat hij dit deed, terwijl het op dat moment ten strengste verboden was, toont de roekeloosheid van Rogers. De vierde poging bleek fataal.

Het vliegtuig vloog te laag, zo moeten de automatische signalen Rogers hebben verteld. De door de mist nauwelijks zichtbare boomtoppen kwamen voor de uit het raam starende passagiers steeds dichterbij. Veel dichterbij. Uiteindelijk raakte het toestel op 25 meter hoogte een paar bomen en draaide het helemaal om. Rogers verloor op dat moment alle controle. Geheel omgerold boorde het vliegtuig zich met volle snelheid in de jungle, het landingsgestel naar boven toe uitgeklapt. Veel passagiers moeten op slag zijn overleden en voor degenen die de klap in eerste instantie overleefden, kwamen de hulptroepen veelal te laat en waren zij veel te klein in aantal. De tegenwoordig als zaakwaarnemer opererende Sigi Lens – oom van de huidige PSV rechtsbuiten Jeremain, was één van de gelukkigen die op tijd werd geholpen, net als Telstar-speler Radjin de Haan en ook Edu Nandlal – inderdaad, degene die van plaats had geruild met Jerry Haatrecht.

Jerry overleefde de ramp aanvankelijk ook, maar doordat de hulptroepen te klein in getal waren, lieten ze de hulpeloze voetballer in eerste instantie aan zijn lot over. Zij hielpen eerst Nandlal, die later aangaf dat op dat moment Jerry inderdaad nog in leven was. Toen de hulpverleners terugkeerden, was het te laat voor Jerry.

Later bleek dat gezagvoerder Rogers geen geldig brevet had en een schorsing uitzat vanwege eerdere capriolen in een vliegtuig. Copiloot Glenn Tobias vloog onder een valse naam en met vervalste papieren en had helemaal geen brevet. De ramp betekende het einde van het Kleurrijk Elftal en was een enorme klap voor het gezin-Haatrecht. Winnie vertrok naar de Zwitserse Tweede Divisieclub FC La Chaux-de-Fonds en bij moeder Haatrecht werd een terugkeer van kanker geconstateerd. Ze had helemaal geen zin meer in een chemokuur en overleed in december 1991. Wat een feestelijke happening had moeten worden, eindigde in een drama. Romeo Castelen groeide op zonder moeder en zus en het initiatief van Sonny Hasnoe stierf op die mistige junidag in 1989, om drie minuten voor half vijf in de jungle van Suriname, op een steenworp afstand van vliegveld Zanderij, samen met de slachtoffers. De namen van de slachtoffers worden tot op de dag van vandaag herinnerd. RCH heeft een gedenksteen ter nagedachtenis aan Stienstra in haar kleedkamer verwerkt en in het nieuwe stadion van FC Zwolle is een Fred Patrick-tribune te vinden. De regel, uit het gedicht dat aan de slachtoffers werd opgedragen ter nagedachtenis, zal voor altijd een leidraad moeten blijven. Al is het maar voor Jerry:

Streep hun namen niet door, al zijn ze tot stof vergaan. Streep hun namen niet door, alsof ze nooit hebben bestaan.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: