//
Artikel
Dinsdag, talentendag

Dinsdag, talentendag! De Skybox presenteert Nederlands grootste talenten: 5-1

De Skybox presenteert de vijftig grootste Nederlandse talenten die in 1990 of later zijn geboren. Elke dinsdag verschijnt hier een aantal talenten, met uiteindelijk vandaag, 28 februari, de presentatie van ‘s lands vijf grootste talenten van dit moment, naar de bescheiden mening van de heren redacteuren van De Skybox. Hieronder zijn dan eindelijk de grootste talenten te vinden!

5. Luc Castaignos

Castaignos, in dienst van Internazionale. Bron: http://www.transferzone.nl

Castaignos, zoon van een Kaapverdische moeder en een Franse vader, verliet Feyenoord in de zomer van 2011 voor Internazionale, maar komt in Italië nog weinig aan spelen toe. Dat zou wellicht anders zijn als verdediger Walter Samuel het voor het zeggen zou hebben in de modestad. Recent liet de Argentijn zich immers nog lovend uit over Castaignos’ prestaties op de training. Helaas kiest de in zwaar weer verkerende coach Claudio Ranieri echter vaak voor de meer ervaren krachten in de selectie en ziet de geboren Schiedammer zich meer op de bank terug dan hem lief is. Het is een nieuwe situatie in de carrière van de lepe spits. Via lidmaatschappen bij Excelsior ’20 en Spartaan ’20 in respectievelijk Schiedam en Rotterdam, kwam Luc Castaignos bij Feyenoord terecht. Daar werd hij meteen gebombardeerd tot het kroonjuweel van de opleiding. Europese topclubs stonden toen al in de rij voor de diensten van de spits, die – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Jeffrey Bruma – besloot de Rotterdamse club wél trouw te blijven. In het seizoen 2009/2010 kreeg Castaignos de eerste speelminuten van trainer Mario Been, maar pas in het voor Feyenoord zo moeizaam verlopen 2010/2011 werd Castaignos er een vaste basisspeler. Hoewel het team zoekende was, onttrok Castaignos zich aan de malaise. De spits viel op door zijn beweeglijkheid en zijn neusje voor de goal. Castaignos is beter in de diepte dan met de bal in de voeten en koppelt een functionele techniek aan een rappe passeerbeweging. Hij mist echter nog af en toe het overzicht en kan af en toe nog wel eens wat zelfzuchtig zijn. Ook moet hij leren zijn temperament onder controle te krijgen, zo bleek nog in februari van dit jaar toen hij vanwege spugen naar zijn tegenstander een schorsing aan zijn broek kreeg. Wil hij de belofte die Walter Samuel in hem ziet inlossen, dan zal hij die vervelende trekjes achter zich moeten laten. Of dat voldoende is voor een doorbraak in Milaan, is echter afwachten. Wat Castaignos op dit moment van zijn carrière nodig heeft zijn speelminuten. Die lijkt hij van Ranieri vooralsnog niet te krijgen.

4. Georginio Wijnaldum

Georgino Wijnaldum. Bron: eindhoven.dichtbij.nl

Maarten Ducrot wilde nog wel eens suggereren dat een enkele wielrenner ‘een motortje ingeslikt’ zou hebben en als de illustere wielerverslaggever ook voetbal zou verslaan, zou hij deze uitspraak waarschijnlijk reserveren voor Georginio Wijnaldum. De middenvelder, die sinds de zomer van 2011 onder contract staat bij PSV valt wekelijks op door zijn bedrijvigheid en is continu in beweging. De Rotterdammer, die met broertje Giliano (AZ), halfbroer Rajiv van La Parra (Heerenveen) en neef Royston Drenthe (Everton) nog drie familieleden op de voetbalvelden weet, speelde in de jeugd van Feyenoord nog onder de naam Georginio Boateng. Nadat zijn ouders besloten tot een scheiding, gingen de zoons Georginio en Giliano in het vervolg onder de naam Wijnaldum – de naam van hun moeder – door het leven. Wijnaldum schreef in april 2007 geschiedenis, toen hij als Feyenoords jongste debutant aller tijden voor het eerst het rood-witte shirt mocht aantrekken. Hij maakte dermate indruk op toenmalig trainer Erwin Koeman, dat hij na deze wedstrijd bij het eerste mocht blijven. Wijnaldum bleef de Kuipclub trouw, ondanks dat internationale clubs van over de hele wereld achter de middenvelder aan gingen. In de seizoenen erop groeide Wijnaldum uit tot basisspeler bij Feyenoord en speelde hij vooral als aanvallende middenvelder, rechtshalf of hangende rechtsbuiten. Voor de ‘nummer 10’-positie bewees hij vooralsnog te weinig overzicht te hebben en na zijn transfer naar PSV hoefde Wijnaldum zich nog maar op één enkele positie te richten en dat is als rechtermiddenvelder. Tussen controleur Strootman en schaduwspits Toivonen is Wijnaldum het ideale cement van het elftal van Fred Rutten. Wijnaldum valt op door zijn beweeglijkheid, dynamiek en tweebenigheid, maar is in de duels nog wat kwetsbaar, hetgeen op deze positie meer opvalt dan in de voorhoede. Wijnaldum moet het niet hebben van zijn fysieke kracht en moet proberen de fysieke duels uit de weg te gaan. Met zijn techniek en diepgang is hij voor elke tegenstander een plaaggeest en bovendien komt hij erg sympathiek over. De neo-international ontwikkelt zich dit seizoen in elk geval uitstekend, nadat hij in Rotterdam de afgelopen jaren een beetje heeft stilgestaan. Zet hij deze ontwikkeling voort, dan wordt Wijnaldum een gewaardeerde international, dat kan bijna niet anders.

3. Adam Maher

Het is dit seizoen de doorbraak van Adam Maher. In het flitsende combinatievoetbal van AZ speelt de kleine middenvelder een grote rol. Voor de winterstop nog als aanvallende middenvelder en sinds het vertrek van Pontus Wernbloom naar Rusland een stukje teruggezakt. Samen met de meer controlerende Rasmus Elm en de van een blessure teruggekeerde Maarten Martens vormt Maher een middenveld dat opvalt door een surplus aan techniek, beweeglijkheid en positiespel. Voor velen komt de stormachtige entree in de Eredivisie van Maher als een verrassing. De middenvelder speelde vorig seizoen immers slechts één wedstrijd en gold in de jeugd niet eens als een supertalent. Ter illustratie: Ajax wees de geboren Amsterdammer tot drie keer toe af. AZ pikte hem daarna gretig op en heeft tot op de dag van vandaag plezier van de spelmaker, die zijn hoofd vooralsnog niet op hol heeft laten brengen door de interesse van buitenlandse clubs. Toonden eerder al Manchester City en Olympique Lyon interesse, sinds zijn doorbraak schijnt zijn naam ook steeds nadrukkelijker voor te komen in de scoutingsrapporten van Barcelona. Voor Maher is dat momenteel nog geen issue. Vader Ider Maher en zaakwaarnemer Sigi Lens hebben beide te kennen gegeven dat Adam Maher eerst een paar jaar wil presteren bij AZ, voordat hij de grote stap naar de internationale top gaat maken. Dat hij die stap gaat maken lijkt evident. Met technisch uitmuntende aannames en geniale no-lookpasses eist hij elke wedstrijd een hoofdrol op. Tel daarbij zijn lichtvoetigheid en dribbels op en het wordt al gauw duidelijk waarom Maher een plek in de top drie van dit klassement heeft verworven. Als hij echter een internationale topspeler wil worden, moet hij oppassen dat zijn sterke punten niet tegen hem gaan werken: zijn lichtvoetigheid is mooi, maar hij is zo vederlicht dat een type middenvelder als Yaya Touré of Xabi Alonso hem van het veld kan blazen. Voor Maher moet het spel van Barcelona hoop bieden: fysieke kracht hoeft niet altijd een voorwaarde te zijn om prijzen te pakken.

2. Karim Rekik

Karim Rekik. Bron: voetbalschoolcoenvanderhoeven.nl

De grote onbekende in de top drie is Karim Rekik. Dat is hij echter niet voor de miljonairs van Manchester City. Dat plukte de verdediger immers in 2011 weg uit de opleiding van Feyenoord, waar hij speelde sinds hij door die club uit de jeugdteams van SVV Scheveningen was gehaald. Want in de Hofstad, daar zag Rekik het eerste levenslicht, als zoon van een Tunesische vader en een Nederlandse moeder. Zoals zoveel anderen in deze lijst, was ook Rekik één van de grote jongens op het EK -17, dat door de Oranje brigade in 2011 gewonnen werd en na het toernooi stonden de Europese topclubs voor de rots in de branding van het Nederlandse juniorenteam in de rij. Atlético Madrid, Juventus en Chelsea, ze dongen allemaal naar de diensten van Rekik, die zelf niet zo nodig weg hoefde bij Feyenoord. Daar kwam verandering in na een teleurstellend verlopen gesprek met toenmalig technisch directeur Leo Beenhakker. Don Leo keurde Rekik, die met hoge verwachtingen de kamer was binnengestapt en had verwacht een mooi toekomstbeeld geschetst te krijgen, amper een blik waardig en duwde hem slechts een contract onder de neus. De weinig hartelijke manier van benaderen was voor Rekik de bevestiging dat hij de club moest verlaten. De keuze viel op Manchester City. De puissant rijke club uit de Noord-Engelse industriestad had een dik dossier aangemaakt met een sterkte-/zwakteanalyse van de speler en was bovendien op de hoogte van het voetbaltalent van kleine broer Omar, die ook een plekje in de Manchester City-opleiding kreeg. Verder zorgden de clubofficials ervoor dat het de familie aan niets ontbrak. Een welkom dat alle verwachtingen van de familie-Rekik, die toch al wat gewend was na tripjes naar Atlético Madrid en Chelsea, te boven ging. Inmiddels ontwikkelt de jonge verdediger zich stormachtig. Hij debuteerde op zestienjarige leeftijd voor het elftal van Mancini, die diep onder de indruk is van de linksbenige verdediger, die eventueel ook als linksachter uit de voeten kan. In een team dat gevormd wordt door gearriveerde sterren, is Rekik een welkome uitzondering. Hij is snel en ontzettend sterk in de lucht. Zijn fysieke kracht komt hem van pas in het Engelse voetbal en met zijn snelheid stelt hij elke verdediging in staat ver van het doel af te spelen. Rekik kan leiding geven, heeft inzicht in het spelletje en weet wanneer hij zichzelf moet inschakelen in de opbouw. Een linksbenige verdediger met lef en een bovengemiddelde fysiek: dat kan het Nederlands elftal in de toekomst wel gebruiken.

1. Kevin Strootman

Dat Kevin Strootman de nummer één van deze lijst is, zal voor weinigen als verrassing komen. Een middenvelder die op zijn leeftijd al een onmisbare leider op het PSV-middenveld is en tegen een basisplaats in het Nederlands Elftal aanzit, is een grote belofte voor de toekomst, dat kan bijna niet anders. Toch moeten we niet vergeten waar de middenvelder vandaan komt. Een dik jaar geleden pas werd hij door FC Utrecht bevrijd uit de Jupiler League, waarin hij met Sparta acteerde sinds de degradatie in 2010. Terwijl Nick Viergever en Erik Falkenburg – die beide te oud zijn om op dit lijstje voor te komen – de overstap maakten naar AZ en zodoende in de Eredivisie actief bleven, degradeerde Strootman met Sparta mee. Dat hij net toen hij aan het doorbreken was bij Sparta zijn contract langdurig had verlengd, hielp ook niet echt mee. Toch tekende deze contractverlenging de houding van Strootman, die vond dat hij teveel aan Sparta te danken had om gratis de deur uit te wandelen. Al op jonge leeftijd toonde de strateeg op het Spangense middenveld dat hij beschikte over een goed stel hersens en bovenal erg loyaal was. Het halfjaar Jupiler League nam hij klaarblijkelijk op de koop toe. Het kan bijna niet anders of de wedstrijden aan de Langeleegtes en de Krommendijken van deze wereld hebben het karakter van de voetballer Strootman gevormd. Immers, toen de voetballiefhebbers hem weer konden bewonderen op zondagavond om 19:00 uur in plaats van weggestopt tussen vechtende dwergen en obscure dartstoernooien op vrijdagavond, zagen ze een zichtbaar verbeterde Strootman, die het gehele middenveld van FC Utrecht naar een hoger niveau tilde. Van Marwijk had toen al gezien dat de Zuid-Hollander in het Nederlands Elftal thuishoorde en geheel tegen zijn eigen principes, liet de bondscoach hem na een paar wedstrijden in de Galgenwaard al debuteren in een Oranje shirt. Strootman zou maar een half jaar voor Utrecht voetballen. Geen wonder, want van over de hele wereld werd belangstelling getoond. Aanbiedingen van Fulham en andere Premier Leagueclubs liet hij echter links liggen en Strootman pakte zijn biezen en vertrok naar Eindhoven. Bij PSV ging hij meteen met nummer zes voetballen, een nummer dat de erfenis van een illustere voorganger met zich meebracht. En inderdaad, op veel gebieden doet Strootman aan Mark van Bommel denken. Zijn natuurlijke leiderschap, zijn felheid in de duels en zijn voor een controleur opmerkelijke goede inzicht en pass brengen de Eindhovense gedachten nog wel eens terug naar de Limburgse vedette. Beide spelers zijn dan ook veel meer dan verdedigende middenvelders: net als Van Bommel heeft ook Strootman de gave het juiste moment te kunnen kiezen om diep te gaan en voor het vijandelijke doel op te duiken. In tegenstelling tot de Limburger is Strootman stijf linksbenig. Dat brengt een risico met zich mee. In tegenstelling tot tweebenige spelers als Xavi en Sneijder, is Strootman meer gehandicapt als hij het spel een andere kant op moet draaien. Immers, hij moet dan eerst de bal voor zijn linkerbeen krijgen. Maar dat is een detail. Kevin Strootman, de leider, controleur én spelbepaler van PSV, is de onbetwiste nummer één van dit klassement.

Kevin Strootman, de onbetwiste nummer 1. Bron: sport1.nl

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: