//
Artikel
De Vergeten Voetballer

Tarik Oulida en de ondraaglijke last van een erfenis

Andrés d’Alessandro en Pablo Aimar zouden de nieuwe Diego Maradona worden, terwijl een handvol Brazilianen en ook de Amerikaan Freddy Adu al het stempel kreeg van ‘nieuwe Pele’. In het nuchtere Nederland zijn de extatische bewonderingsuitingen spaarzamer, maar ook hier kwamen we al een ‘nieuwe Cruijff’ tegen. Met als meest opmerkelijke feit dat hij niet door de media tot wonderkind werd gebombardeerd, maar door nummer 14 zelf. Lees hier het levensverhaal van Tarik Oulida, Ajax-talent en bron van de eerste ergernissen tussen Johan Cruijff en Louis van Gaal.

Oulida heeft gescoord. Bron: ANP - Paul Vreeker

Terwijl in Amsterdam de doorbraak van een gouden lichting werd bevestigd met de UEFA Cup-winst in1992, zat Tarik Oulida tegen een doorbraak in het eerste elftal aan. Hoewel coach Van Gaal voor de buitenwereld de sleutelfiguur in dit succes was, was het Johan Cruijff die aan de basis stond van de wederopstanding van Ajax. Halverwege de jaren tachtig keerde Cruijff terug bij Ajax als coach en hij renoveerde de jeugdopleiding volledig. Dat het team van Van Gaal in 1992 werd gedragen door uit de Ajax-jeugd afkomstige spelers als Winter en Bergkamp was een logisch gevolg van de veranderingen in Amsterdam. Toch moet ook de invloed van Van Gaal niet onderschat worden. Zoals we het recent zagen met de doorbraak van Thomas Müller, Holger Badstuber, David Alaba, Diego Contento en Toni Kroos, was hij in de vroege jaren negentig in Amsterdam ook al een trainer met lef. Van Gaal aarzelde niet toen hij de talenten uit de opleiding onder ogen kreeg en gaf Bergkamp, Overmars, de broertjes De Boer, Edwin van der Sar en Edgar Davids destijds al op heel jonge leeftijd de kans in het eerste van Ajax. De synergie tussen Cruijff en Van Gaal leek ideaal voor Ajax. Leek, want reeds in deze periode ontstonden de eerst scheurtjes tussen beide.

Terwijl Cruijff tevreden toezag hoe alle pareltjes uit de jeugd zich ontwikkelden, kon hij het niet laten vanuit Barcelona een aantal opmerkingen te plaatsen over het beleid van de Ajax-trainer. Terwijl alle kroonjuwelen zich spectaculair ontwikkelden, stond juist Cruijffs favoriete exponent van de opleiding stil in zijn ontwikkeling doordat hij van de eigenwijze Van Gaal geen kans kreeg. Cruijff maakte in deze periode een opmerking over de op handen zijnde doorbraak van Tarik Oulida en noemde hem terloops een van de grootste talenten die hij ooit onder ogen had gehad. Cruijff kon het moeilijk verkroppen dat Van Gaal een exceptioneel talent als Oulida opofferde ten bate van veel minder technische teamspelers als Davids en Winter. Een nieuwe Cruijff was geboren.

Oulida vond het op dat moment vooral ‘cool’ dat het orakel uit Barcelona het zo voor hem opnam, zo meldde hij aan De Telegraaf. Toen hij een dag later op de training arriveerde werd de frivole Amsterdammer dan ook opgewacht door een groot bataljon journalisten. Van Gaal kon al deze aandacht minder bekoren en vond dat Cruijff een mes in zijn rug had gestoken. De eerste grote ruzie tussen Cruijff en Van Gaal was geboren en Tarik Oulida, een zeventienjarige jongen die gewoon wilde voetballen, was er het slachtoffer van geworden.

Hoe het ook zij, een nieuwe Cruijff werd Oulida nooit. Hij speelde in drie seizoenen Ajax slechts 17 wedstrijden en zijn ster vervaagde sneller dan hij aan de hemel was gekomen. Oulida hoorde zodoende nog bij de Ajax-selectie die in 1995 de Champions League won, maar speelde met 2 competitiewedstrijden in dit seizoen een minder dan marginale rol in het succes. Inmiddels voorbijgestreefd door een nieuwe generatie topspelers bestaande uit Kluivert en Seedorf, verliet Oulida gedesillusioneerd De Meer.

Scouts uit Sevilla waren Oulida nog niet vergeten en contracteerden hem. Hij speelde in Andalusië echter – vooral door een slepende blessure – nauwelijks en leek het gelijk van Van Gaal wekelijks meer en meer te bewijzen. Pas in zijn derde seizoen kwam hij dichter en dichter tegen een vaste basisplaats in te zitten, resulterend in uiteindelijk het spelen van 28 wedstrijden. Op het moment dat zijn carrière dan toch een vlucht had kunnen nemen, koos de Amsterdammer in de bloei van zijn carrière voor een avontuur in het land van de rijzende zon. Ver weg van de vergelijkingen tussen hem en Cruijff en ver weg van de hooggespannen verwachtingen. In Japan groeide hij eindelijk uit tot de vedette die Nederland ooit in hem gezien had. Van 1998 tot 2002 werd Oulida de grote spil in het team van Nagoya Grampus Eight, een Japanse subtopper. ‘Japan is goed voor me geweest. Hier was het minder belangrijk dat ik ooit bij Ajax had gespeeld. Ik moest me gewoon opnieuw bewijzen, dat vond ik wel prettig,’ zo zei hij er later tegen in een interview met De Telegraaf over.

Hij heeft geprobeerd terug te keren, eerst bij Sedan in Frankrijk en later speelde hij zelfs nog een paar wedstrijden voor ADO Den Haag, maar zijn belofte loste hij nooit in. Terwijl momenteel Van Gaal en Cruijff in Amsterdam rollend over de tafel vliegen, heeft Oulida ervaren wat voor gevolgen de ruzie van beide kemphanen voor een carrière kan hebben. Terwijl generatiegenoten hun prijzenkast vulden, balde de beste van hen in Japan. Weggejaagd uit Amsterdam en gevlucht naar Japan, en dat alles om niet ‘de nieuwe Cruijff’ te hoeven zijn.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: