//
Artikel
Artikelen

Uitstel van executie? De ‘rise and fall’ van AGOVV nader beschouwd

Er gloort weer hoop voor Tscheu La Ling. Na rigoureus afgewezen te zijn door bestuurlijke overlevers Steven ten Have, Paul Römer en Edgar Davids voor een functie binnen de muren van de ArenA, haalde de oud-international enkele weken geleden opnieuw de kranten. Door een stapje terug te doen weet La Ling zijn agenda de komende maanden wederom vol te plannen. Dat ‘een stapje terug doen’ in praktijk een degradatie van het zieltogende Ajax naar het afvoerputje van het Nederlandse Betaalde Voetbal inhoudt mag opmerkelijk genoemd worden: La Ling gaat in het kader van een samenwerkingsverband met zijn Slowaakse club AS Trencín aan de slag in de bossen van Apeldoorn, bij AGOVV welteverstaan. De Apeldoornse voetbaltrots bracht het nieuws vol bombarie naar buiten: onder leiding van La Ling zouden de ‘Blauwen’ de weg omhoog vinden. Niet gek, omdat de ranglijst louter verbetering kon beloven. De club die in 2003 nieuw leven ingeblazen werd is immers afgegleden naar de donkerste spelonken van het betaalde voetbal in Nederland. Hoe is dit verval te verklaren? Dit is een verhaal over misplaatste ambitie, niet ingeloste verwachtingen en verkeerd gemaakte keuzes.

Wat begon als een revolutie….

Voormalig AGOVV-directeur Ted van Leeuwen blijft immer ambitieus. Foto afkomstig van: http://www.omroepgelderland.nl

1 juli 2003. De champagneglazen klinken op Sportpark Berg en Bos in Apeldoorn. In het zo karakteristieke stadionnetje dat diep in de Apeldoornse bossen verscholen ligt dreigt voetballeven geboren te worden. Het in 1913 geboren en in 1971 ter ziele gegane “Alleen Gezamenlijk Oefenen Voert Verder Apeldoorn” wordt nieuw leven ingeblazen met de hulp van lokale investeerders. Oorspronkelijk opgericht in 1913 als de ‘Apeldoornse Geheelonthouders Voetbal Vereniging’ (AGOVV), bleek al snel dat zelfs op de christelijke Veluwe de goede voornemens groter bleken dan de realiteit. Derhalve verwerd de club al in 1921 tot de huidige naam en was het met de drooglegging gedaan. Nadat de club in 1971 failliet ging, werden in het seizoen 2001-2002 de eerste zaden voor hernieuwd enthousiasme gelegd: onder trainer Stanley Menzo wordt AGOVV kampioen van de Hoofdklasse C en later algeheel amateurkampioen van Nederland. De bescheiden business-lounge van het sportpark loopt dan ook vlug vol. Toenmalig directeur Ted van Leeuwen pakt de microfoon en belooft dat AGOVV binnen enkele jaren promoveert naar de Eredivisie. “Daar waar historie en moderniteit elkaar treffen”, de marketingleuzen over het verbouwde Berg en Bosstadion echoën door de ruimte heen. Termen als ‘topsportklimaat’ en ‘revolutionair denken’ voeren de boventoon terwijl het merendeel van de zaal instemmend in een kop koffie staat te roeren. De torenhoge ambitie van Van Leeuwen komt niet tot uiting in de trainerskeuze: middle-of-the-road-trainer Jurrie Koolhof krijgt de zware taak de Apeldoorners klaar te stomen voor promotie. Koolhof, gezegend met het uiterlijk van een bedrijfsaccountant en het charisma van een schoolconciërge, bleek tot dan toe bij clubs als De Graafschap en Emmen vooral uit te blinken in het dicht trappen van open deuren en het zuchtend en kreunend mompelen van wedstrijdanalyses na de zoveelste geleden nederlaag. Kortom, geen trainer die een volle prijzenkast garandeert. Uiteindelijk valt ook in Apeldoorn het kwartje en krijgt Koolhof zijn congé na twee kleurloze jaren.

Met de opvolger van Koolhof beginnen de eerste successen te komen. Daar waar Koolhof er niet in slaagt een elftal met ondermeer De Graafschap-huurling Klaas-Jan Huntelaar aan het voetballen te krijgen, weet zijn opvolger Stanley Menzo – teruggekeerd met de benodigde trainersdiploma’s op zak – in het seizoen 2005/2006 wel degelijk de nacompetitie te bereiken. Met aanstekelijk enthousiasme en een heldere nuchterheid weet Menzo zich te ontpoppen als een veelbelovende trainer. In augustus 2005 wordt een samenwerkingsverband gesloten met Vitesse, met de oprichting van een gezamenlijke jeugdopleiding ten doel. In alle euforie wordt ook Menzo geprezen om zijn daadkracht. De oud-doelman van onder meer Ajax zal het succes echter geen vervolg kunnen geven: een lucratieve aanbieding uit Volendam noopt de trainer ertoe zijn spullen te pakken en wederom naar het westen des lands te verkassen. Het succes heeft bovendien zijn prijs: de ambitie van Van Leeuwen blijkt gebaseerd op een financieel luchtkasteel, waardoor de directeur met de staart tussen de benen eieren voor zijn geld kiest om AGOVV achter te laten met een miljoenenschuld. Dat van Leeuwen immer ambitieus is gebleven, blijkt uit het feit dat hij het hedendaagse Vitesse portretteert als het ‘Manchester City van Nederland’.

Menzo’s opvolger Rini Coolen, oud-trainer van FC Twente, blijkt in woord en daad een kopie van Koolhof en kan een seizoen later wegens tegenvallende resultaten andermaal zijn koffers pakken. Net als Koolhof bewijst Coolen dat onderuit hangend in de dug-out aanwijzingen te geven aan spelers geen motiverende werking heeft; onder de inmiddels in Australië actief zijnde trainer voetballen de Apeldoorners gelijk naar het karakter van hun trainer: inspiratieloos. In 2006/2007 weet AGOVV de jonge Belg Dries Mertens te huren van het Belgische AA Gent: een beslissing die het falen van Coolen weet te verbloemen door de furore die de jonge aanvaller weet te maken voor de Apeldoornse voetbaltrots. In drie seizoenen weet de jonge Belg regelmatig het net te vinden en daarmee een transfer af te dwingen naar FC Utrecht. In dezelfde periode weet Nacer Chadli zich van 2007 tot 2010 te ontpoppen als wervelwind van jewelste met, jawel, Apeldoorn als bakermat.

……werd al snel een desillusie

Voormalig AGOVV'er Chiro N'Toko belichaamde de armoede waarin spelers als Dries Mertens floreerden. Foto afkomstig van: http://www.ad.nl

Deze zwaluwen maken nog echter geen zomer. Mertens voetbalt in een elftal waarin middelmaat gestalte krijgt in de Stanley Tailors en Dennis van der Ree’s van deze wereld. Om nog maar niet te spreken over de fysiek sterke doch stuntelende voorstopper Chiro N’Toko, die tegenwoordig wekelijks de samenvatting haalt met het veroorzaken van penalty’s als af en toe invallende wisselspeler van ADO Den Haag. Het feit dat een middelmatige verdediger als Ramon Leeuwin wekelijks de voorkeur krijgt boven de Afrikaanse stopper zegt genoeg over de voetbaltreurnis waarin groeibriljantje Dries Mertens zich drie jaar lang bevindt. Het dieptepunt werd bereikt onder de interim-trainers die de ondankbare taak hadden Coolen op te volgen: onder Roberto Klomp en Marco Heering eindigde AGOVV stijf onderaan de Eerste Divisie. Het boek-AGOVV leek gesloten.

Met de komst van de nieuwe trainer John van den Brom wordt de opmars naar boven langzaam maar zeker ingezet. De nog onervaren trainer, overgekomen van Jong-Ajax na furore te hebben gemaakt als trainer bij de succesvolle amateurvereniging Bennekom, weet zich in drie seizoenen dermate te ontwikkelen dat ADO Den Haag hem naar de Eredivisie haalt. Onder Van den Brom’s opvolger, Hans de Koning, weet AGOVV wonderwel de play-offs naar de Eredivisie te bereiken. Het mag de eerste goede prestatie heten in de lange carrière van De Koning, die wekelijks opvalt voor de camera’s van RTL7 door het geven van analyses die niet zouden misstaan in de zesde klasse amateurs: termen als “de beuk erin”, “de pollen opvreten” of “het snot voor de ogen werken” zijn standaard in het voetbaljargon van de vrijwel nimmer succesvolle trainer. Het succes gevalt de trainer echter bijzonder wel: de daaropvolgende contractonderhandelingen met AGOVV lopen derhalve stuk en De Koning is net zo snel vertrokken als bij zijn voorgaande clubs. Het feit dat De Koning andermaal emplooi vindt, duidt in elk geval op het hebben van een goede zaakwaarnemer.

Ondertussen nemen de financiële tekorten toe in Apeldoorn. Nieuwbakken trainer Hans van Arum krijgt te maken met een uitgedunde selectie die bestaat uit onrijpe talenten uit de jeugd en al vijf jaar versleten pseudovedetten. Veel eer valt er dan ook niet te behalen: onder Van Arum staat AGOVV tijdens de winterstop andermaal onderaan en nu lijkt de rol van de Apeldoornse club definitief uitgespeeld. De tribunes worden leger en de inmiddels aangelegde kunstgrasmat slechter: van historisch bewustzijn is weinig meer over. Het ooit zo ‘authentieke’ Sportpark Berg en Bos luistert tegenwoordig naar de melancholisch klinkende naam ‘Fly-Brazil Stadion’. Op sportief gebied lijkt AGOVV op alle fronten voorbijgestreefd door vele Topklassers; een constatering die werkelijkheid wordt wanneer gekeken wordt naar de ranglijst van de Jupiler League: op het moment van schrijven bezit AGOVV een schamele zes punten uit negentien wedstrijden, met een doelsaldo van vijftien goals voor en maar liefst 54 goals tegen. Niet bepaald cijfers om mee thuis te komen. Statistieken die doen geloven dat gerespecteerde amateurclubs als Spakenburg, de IJsselmeervogels, FC Lienden en GVVV allerminst onder hoeven te doen voor de manschappen uit Apeldoorn. Degradatie naar de Topklasse staat dan ook zeer waarschijnlijk synoniem aan het eruit trekken van de spreekwoordelijke stekker.

De wanhoop nabij? De kwestie Tscheu La Ling
AGOVV lijkt op sterven na dood en de wanhoop nabij totdat Tscheu La Ling het podium betreedt. Voorzitter Ad van der Molen is als een kind zo blij en roept dat AGOVV ‘alleen de allerbeste spelers van Trencín’ zal ontvangen. Met die boodschap kunnen aankopen Robert Mazan (17 jaar), Lukas Duriska (19) en Karol Mondek (20) het doen. Zo zal er ongetwijfeld ergens in Slowakije een naar wodka riekende bestuurder zijn die Europees voetbal op het spel zet om AGOVV van onvoorstelbare pareltjes te voorzien. ‘Spelers uit landen als Slowakije zijn doorgaans volgzamer dan Nederlandse jongens. Ze hebben een betere arbeidsethos en meer de bereidheid in zichzelf te investeren’, aldus Van Arum, die hiermee blijk geeft van zijn generalistische wereldvisie. Bovendien verraden de woorden dat het bekijken van videobanden en het lezen van scoutingsrapporten Van Arum vreemd zijn gebleven. Een klap in het gezicht van door deze samenwerking afgeschreven regionale talenten. Kleedkamer 2 van het ‘Fly Brazil’ stadion: het is een triest kerkhof voor de ooit zo veelbelovende talenten. Het is tevens de vraag of de drie Slowaken over tien jaar nog steeds bekend zijn onder de Apeldoornse supporters: grote kans dat zij in de grote potpourri van onbeduidende miskopen zijn verdwenen. Nu zullen deze spelers vreemd hebben opgekeken toen zij het trainingsveld van de Apeldoorners voor de eerste keer betraden: de van een bierbuik voorziene Ellery Cairo is degene die nog altijd de rechterflank bestrijkt – een gedachte die Andy van der Meyde moet sterken om terug te keren in het betaalde voetbal – terwijl assistent-trainer Stefan Postma in de verte ballen op het doel schiet van de doelman van de Apeldoorners. Voor wie de naam Stefan Postma niet kent, een zoektocht op het internet kan in deze context wonderen doen.

Door de met veel bombarie verkondigde samenwerking worden alle investeringen in de jeugdopleiding AGOVV/Vitesse echter zinloos, zeker omdat Jordania voorlopig de scepter zwaait in Arnhem en AGOVV afhankelijk is van La Ling’s Slowaakse vondsten. In plaats van het opbouwen van krediet en naamsbekendheid onder lokale fans door nadruk te leggen op het jeugdsamenwerkingsverband met Vitesse, verkiezen de Apeldoorners een Oosters avontuur. Uiteraard rijst de vraag of het doek zonder La Ling niet gevallen zou zijn. De geschiedenis leert ons echter dat met veel bombarie verkondigde overnames op bescheiden schaal vaak als een zeepbel uiteenspatten. Zo snel als dat deze verlossers ten tonele verschenen, zo snel hebben ze hun biezen en bijbehorend smartgeld gepakt. Alle goede bedoelingen ten spijt, dat wat ooit een revolutie genoemd werd, lijkt daarom slechts uitstel van executie.

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."
%d bloggers liken dit: