//
Artikel
Artikelen

Het succes van de Oekraïense voetbalprofessor en het beste jongetje uit de klas. Over de maakbaarheid van voetbalsucces

De enkele Nederlander die deze zomer gehuld in een leeuwenpak en  met een oranje klomp op het hoofd de reis naar de oostelijke einders van Europa zal maken, zal bij het passeren van steden als Kharkiv vooral aan nietszeggende Europacup-potjes op donderdagavond denken en bij Donetsk vooral de volledige Braziliaanse enclave in Oekraïne tezamen op een veld verzameld voor de geest halen. Tegenwoordig is het Oekraïense voetbal internationaal gezien inderdaad vooral het succes van oliegeld en in handschoenen en mutsen gehulde Brazilianen gebleken, althans zo is de eerste associatie die ook bij ondergetekende opkomt.

Gevaarlijke ploegen om tegen te spelen, met technisch en vooral tactisch erg begaafde spelers, getuige de vermakelijke recente ontmoetingen van Nederlandse clubs met Oekraïense tegenstrevers. Internationaal gezien doen de Oekraïense clubs het dan ook heel behoorlijk, met als hoogtepunt de Europacup winst van Shakhtar in 2009. Dat is echter zeker niet het eerste internationale succes van een Oekraïens elftal: zowel in de jaren zeventig als tachtig van de vorige eeuw werd in Kiev een tactisch perfect spel op de mat gelegd dat ver buiten de Oekraïense grenzen naam maakte. Destijds was Oekraïne nog een deelrepubliek van de Sovjet-Unie en het binnen de communistische staat absoluut dominante Rusland dankte in die jaren vrijwel haar gehele internationale voetbalsucces aan het elftal uit Kiev. Een elftal dat overigens als club zijnde ook de nodige successen boekte. Twee namen zijn verbonden aan dit Oekraïense succesverhaal: trainer Valeri Lobanovski als tactisch genie en Oleh Blochin als pijlsnelle pendant van het uitgekookte countervoetbal.

Wetenschappelijk counteren in de tijd van het totaalvoetbal

Terwijl Ajax en Nederlands elftal aan de hand van het individuele genie Cruijff de wereld veroverden met het aanvallende totaalvoetbal, was men onder leiding van Lobanovski aan de Djnepr in Oekraïene bezig met het perfectioneren van een totaal ander voetbalsysteem, dat in de jaren daaropvolgend enorm aan invloed zou winnen en het individu juist ten koste van het systeem opofferde. Waar het Nederlands elftal en het team van Ajax rondom de spil Cruijff waren opgebouwd, was voor Lobanovski het individu van ondergeschikt belang. De in 1974 aangetreden coach van het plaatselijke Dinamo  – in de jaren vijftig zelf spelend bij Kiev als een linkspoot met een legendarische traptechniek – introduceerde een systeem van twee linies van van vier spelers voor de keeper, zonder libero, en een op razendsnelle uitbraken gerichte speelstijl: een speltactiek die in de decennia daaropvolgend door vrijwel elk Europees elftal buiten Nederland in zekere zin overgenomen werd. Voor het systeem was een tactische gedisciplineerdheid, gekoppeld aan enorm loopvermogen en functionele techniek, noodzakelijk: het elftal van Dinamo Kiev wist met dergelijke kenmerken in de jaren zeventig en tachtig dan ook vele successen te behalen. Zo werden meerdere nationale titels in de Sovjet-competitie behaald en werd ook Europees gezegevierd. Met zijn vernieuwende speelwijze beïnvloedde Lobanovski veel westerse trainers, spelers en elftallen: onder meer Franz Beckenbauer – die als libero bij uitstek toch echt overbodig werd gemaakt door Lobanovski’s systeem – en Arrigo Sacchi – dé succescoach van AC Milan – hebben meermaals aangegeven door de Oekraïense voetbalmeester te zijn beïnvloed.

Graf van de in 2002 overleden Valeri Lobanovski. Foto: Wikimedia Commons

Vanwege het primaat van het tactische concept over individuele spontaniteit dat Lobanovski verkondigde werd het ‘team’ belangrijker dan de ‘speler’. Een verschuiving van aandacht die duidelijk wordt uit de manier waarop de Oekraïense voetbalmeester het spel zag: voetbal werd wetenschappelijk benaderd door individuele prestaties slechts te analyseren in hoeverre ze het tactische concept ondersteunden. Concreet: de prestaties van de spelers werden continu statistisch geanalyseerd en daaropvolgend geoptimaliseerd. Daarvoor werkte de voetbalprofessor samen met Anatoly Zelentsov, hoofd van het Instituut voor Natuurwetenschappen: totaal vernieuwend waren de computertestjes die spelers moesten ondergaan op basis waarvan het ideale team werd samengesteld. Spelers leerden volgens patronen lopen, waarmee een vanzelfsprekendheid in het spel werd gecreëerd die de handelingssnelheid van de spelers wanneer goed uitgevoerd enorm verhoogde, en aldus het systeem perfectioneerde. De wetenschappelijke focus had ten gevolge dat het doel van de beoogde succesformule was om toeval statisch te minimaliseren, getuige de uitspraak van Lobanovski: ‘Een elftal dat bij niet meer dan 15 of 18 procent van zijn handelingen fouten maakt, is onverslaanbaar’. Geheel volgens de modernistische traditie van het wetenschappelijke paradigma van de Sovjet-Unie was ook het voetbalsucces maakbaar volgens de voetbalprofessor en de ‘echte’ hoogleraar. Het dogma dat de immer stuurs voor zich uit kijkende Lobanovski predikte was dat van de tactische regelmaat en het systeem: het collectief was ook binnen deze niche van de Sovjet-Unie heilig.

Het Oekraïense succes

In eerste instantie lijkt een dergelijke focus op het team het individu en de individuele klasse uit te bannen. De uitspraak van Lobanovski dat zelfs improvisatie te leren was voedt deze eerste aanname. Maar wanneer beter bekeken excelleerden juist vanwege deze tactische consequentie enkele individuen binnen de succesteams van Lobanovski: spelers als Buljan, Onitsjenko, Michailitsjenko, Belanov en vooral de linksbuiten Olech Blochin functioneerden zo effectief binnen het gespeelde systeem dat hun namen in West-Europa herkend werden en ze met hun prestaties hoge ogen gooiden.

Zo werd in 1975 niet wereldster Cruijff tot Europees Voetballer van het Jaar uitgeroepen – waar hij dat in het jaar daarvoor uiteraard wel was geweest –, maar viel de pijlsnelle linkspoot Olech Blochin die eer toe. Binnen het team van Lobanovski’s Kiev had deze linksbuiten dat jaar kunnen excelleren. In 1975 legde Dynamo Kiev oogstrelend en perfect uitgevoerd combinatievoetbal op de mat met Blochin vaak als laatste station van razendsnelle counters, zowel in de Sovjet-competitie als in de Europese beker voor bekerwinnaars die gewonnen werd door een kansloos Ferençvaros met 3-0 naar huis te sturen. De daaropvolgende dubbele ontmoeting met het onaantastbaar geachte Bayern München van Gerd Müller en Franz Beckenbauer in het kader van de Supercup bleek het bewijs voor het succes van de formule van Lobanovski. In de heenwedstrijd in München werd achterin niets weggegeven en werd de wereldberoemde Beierse verdediging door een dodelijke counter en een fantastische dribbbel van de linksbuiten vanaf de middellijn in de 66e minuut te kijken gezet: 0-1 was de eindstand, uiteraard met een doelpunt van Blochin. Voor het oog van 100.000 voetbalminnende Oekraïners werd de terugwedstrijd eveneens gewonnen zonder een tegentreffer te incasseren en wederom excelleerde de linksbuiten Blochin binnen het tactisch geperfectioneerde systeem door twee treffers te maken. Keeper Sepp Maier en libero Franz Beckenbauer – het cement van de legendarische Beierse defensie – stonden erbij en keken ernaar. Ongetwijfeld is in deze dubbelconfrontatie de bewondering voor het systeem van Lobanovski ontstaan bij Der Kaiser.

Olech Blochin, hier als trainer, was eens een gezwinde linkerflankspeler. Foto: Wikimedia Commons

Olech Blochin, hier als trainer, was eens een gezwinde linkerflankspeler. Foto: Wikimedia Commons

Blochin bleef ondanks het Europese succes het team van Lobanovski trouw – hij mocht van het Sovjet-regime overigens ook niet westwaarts verkassen. Gezien de staat van de Koude Oorlog zag de communistische regering in Moskou niets in het westwaarts laten vertrekken van een van haar beste voetballers. De strijd tussen Oost en West werd ook op het sportveld gestreden en succes voor de club uit Kiev betekende succes voor de regering in Moskou. Als communistisch burger had Blochin maar te leven met het feit dat hij in alles – en dus ook wat voetbal betreft – in dienst van de Sovjet-Unie stond: individueel belang was ook buiten de tactische consequenties van Lobanovski’s team ondergeschikt. De pendant van het Kievse succes was er dan ook in 1986 nog bij om het tweede internationale succes van Dinamo mee te maken: in de finale van de beker voor bekerwinnaars werd Atlético Madrid kinderlijk eenvoudig aan de kant geschoven. Uiteraard speelde Dynamo nog steeds onder leiding van het tactisch genie Lobanovski. In datzelfde jaar speelde de Sovjet-Unie op het WK in Mexico en het nationale elftal van communistische staat was een vrijwel letterlijke kopie van dat uit Kiev. Vrijwel alle spelers speelden bij Dinamo en het valt te raden wie de bondscoach was. De groep werd gewonnen met 9 doelpunten voor en slechts 1 tegen en het team van Lobanovski had de pech in de tweede ronde het beste elftal tegen te komen dat onze zuiderburen tot op de dag van vandaag hebben gekend: in verlenging verloor de Sovjet-Unie met 4-3 van België, een elftal waarover overigens is gezegd dat het wereldkampioen was geworden als er een niet een gedrongen voetbalgenie uit Argentinië juist dat jaar was opgestaan. Het succes van Kiev kon dus niet naadloos gekopieerd worden naar het nationale elftal van de Sovjet-Unie, maar het is de vraag of menig Oekraïner daarom tegenwoordig nog rouwig is. Wat vooral telt is dat de grote broer Rusland voor voetbalsucces moest aankloppen bij het regionale Oekraïense succeselftal uit Kiev: dat was in principe al overwinning genoeg voor de door Rusland onderdrukte Oekraïners. Ook in 1988 bleek Dynamo de basis voor het Sovjet-elftal dat alle wedstrijden op het EK won behalve de belangrijkste: in de finale was de individuele genialiteit van Gullit en Van Basten toch te machtig voor het gedisciplineerde collectief van de Sovjet-Unie.

Ondanks het feit dat het Lobanovski nooit gelukt is met de Sovjet-Unie het succes van Dinamo Kiev te herhalen, leeft zijn erfenis tot vandaag voort. De eerste bouwsteen van het hypermoderne Milanello, het trainingscomplex van AC Milan dat vaak wordt geroemd als een van de eerste plekken waar de prestaties van spelers statistisch en wetenschappelijk worden geanalyseerd en geoptimaliseerd, stamt in zekere zin uit Kiev. Lobanovski is als ‘voetbalprofessor’ ook de heden ten dage meer bekende ‘le professeur’ Arsène Wenger voorgegaan, en niet alleen wat bijnaam betreft: ook van de Franse coach van Arsenal wordt gezegd dat hij innoveert door zijn statistische en wetenschappelijke benadering van voetbal. Daarnaast heeft hij met de introductie van een 4-4-2 systeem zonder libero een breed gevolgde tactische erfenis nagelaten. Maar wat het meest bij blijft van de stuurse Oekraïner is zijn vermogen om met een helder en doordacht concept van lokale spelers internationale helden te maken: een prestatie die weinig voetbalcoaches in de huidige door transfers gedomineerde voetbalcompetities zo duidelijk toegeschreven kan worden.

Bronnen

–          http://cf.hum.uva.nl/oosteuropa/prospekt/artikelen2003/dynamo_okt.html

–          http://www.geschiedenis24.nl/nieuws/2002/mei/Voetbal-als-wetenschap.html

–          http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/639464/2002/05/15/Lobanovski-s-wetten-knelden-zelden.dhtml

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."
%d bloggers liken dit: