//
Artikel
Artikelen

Het gelijk van Cruijff

Met het naderende EK zal de Oranjekoorts weer hoog oplopen, zoveel is zeker. Die Oranjekoorts zal – meer dan de laatste jaren gebruikelijk was – weer vooral in Nederland plaatsvinden, want het is inmiddels bekend dat weinig Nederlandse supporters oren hebben naar een verblijf in Oekraïne. Buurman Fred zal daarom waarschijnlijk met zijn traditionele Oranje klomp op zijn hoofd in juni eerder met de buurt achter de barbecue staan, dan lallend in een achterafstraatje in Kharkiv. De oranjegekte zal zodoende niet alleen op tv losbarsten, maar ook in de buurt. Daarmee zullen de meningen over het spel van Oranje niet van de lucht zijn. Experts zullen tijdens het EK overal te vinden zijn en waarschijnlijk doet De Skybox vrolijk mee. Het kan in deze periode van opeenstapelingen van verschillende meningen geen kwaad om die van Nederlands meest begenadigde voetballer serieus te nemen. Johan Cruijff heeft al meerdere malen aangegeven gecharmeerd te zijn van onze bondscoach, maar niet van het tactisch plaatje waarin hij de Nederlandse equipe laat voetballen. De Skybox ging op onderzoek uit naar de achterliggende gedachten van El Salvador en komt met een scherpe conclusie: hij heeft volkomen gelijk.

Over de grond

Nederlands beste voetballers lopen voorin en zijn gezegend met een prima techniek. Wesley Sneijder, Robin van Persie en Arjen Robben lopen over van technische bagage en behoren waarschijnlijk tot de beste twintig voetballers op deze planeet. Technisch gezien dan. Want fysiek zijn zij gedrieën een stuk minder begaafd. Hoewel ze allemaal wel een duel kunnen uitvechten, zijn ze op hun sterkst met de bal aan de voeten – misschien in mindere mate Robben, die ook zonder bal met zijn snelheid een groot wapen is. Daarmee heeft Nederland een ongekende luxe, maar het brengt ook verplichtingen met zich mee. Immers, gebruik je deze jongens níet goed, dan verword je tot een middelmatig en asgrauw elftal. Door deze jongens goed te gebruiken, kun je de zwaktes die Nederland elders heeft, goed verbloemen. Het is een eerste motief dat het Nederlandse voetbal beter over de grond dan door de lucht gespeeld kan worden.

Een tweede motief om vooral korte passes te bepleiten, is dat je bij het geven van lange ballen afhankelijker bent van een tweetal aspecten, waarover je zelf geen controle hebt: de tegenstander en toeval. Een pass over tien meter kan maar op twee manieren echter verkeerd gaan: bij de gever en bij de ontvanger. Wanneer de pass goed gegeven is, en de bal goed wordt aangenomen, is de actie geslaagd. Klaar. Daar komt geen hogere wiskunde bij kijken. Bovendien – en dat is fijn voor een trainer – is passen en aannemen trainbaar. Zeker bij technisch prima spelers als Nederland heeft is er zodoende reden te meer om te vinden dat de opbouw die tot stand komt middels korte passes succesvoller voor Nederland zal zijn dan ‘de lange bal’.

Hoe die korte passes het best tot stand te brengen? Even een gedachtenexperiment. We bedenken voor onszelf even twee systemen. 1 doelman en 10 aanvallers (Team A) en 1 doelman en 10 verdedigers (Team B). Welke van de twee opstellingen zal leiden tot die korte passes? De doelman uit Team A zal moeite hebben al die aanvallers in de voorhoede te bereiken en moet zijn toevlucht nemen tot de lange bal. De doelman uit Team B heeft voor zich 10 afspeelmogelijkheden en kan deze spelers dus aanmerkelijk makkelijker bereiken. Waarmee het argument ‘hoe meer aanvallers, hoe aanvallender het voetbal’ meteen teniet is gedaan. Wél kun je bepleiten: ‘hoe meer aanvallers, hoe opportunistischer het voetbal’, omdat het voetbal van Team A vooral de lange bal kiest en daarmee een hoog ‘pompen-of-verzuipen’-gehalte zal krijgen. Van een degelijke opbouw zal echter weinig sprake zijn.

De opbouw

Laten we het gedachtenexperiment achter ons en kijken we naar de realiteit. Nederland speelt met vier verdedigers en twee spelers daarvoor. Dat is het ‘verdedigende blok’. Het meer creatieve blok staat voorin en bestaat uit een lijn van drie spelers kort achter de diepe spits. Cruijff opteert voor een andere manier van voetballen. Graag ziet hij ook vier verdedigers met kort daarvoor één speler. Daarvoor twee middenvelders, met daarvoor drie aanvallers, met de middelste daarvan danwel naar voren (4-3-3), danwel naar achteren (4-3-1-2) geschoven. Systeem één is de meest traditionele manier van spelen, systeem twee is het huidige Barcelona, met Messi als teruggetrokken spits – feitelijk ook goed te vergelijken met het Nederlands Elftal van 1974, waarin Cruijff zelf ook allerminst in de spits bleef staan, maar ook veel liever over het veld zwierf. In Nederland speelt echter die teruggetrokken aanvaller áchter de diepe spits. Dat wil zeggen: Nederland speelt met een aanvaller méér dan Cruijff graag zou zien.

Met name tijdens de eerste helft tegen Brazilië in de kwartfinale van het WK 2010 en tijdens de wedstrijden die onlangs tegen Zwitserland en Duitsland werden gespeeld, kwamen de negatieve kanten van dit systeem aan het licht. De drie teams zetten vroeg druk op de Nederlandse defensie, zodat er weinig afspeelmogelijkheden waren in de opbouw. In deze wedstrijden werd in het centrum druk gezet, waardoor de Nederlandse backs in de opbouw vrij kwamen. Er is echter een groot nadeel aan de opbouw via de backs, en die is inherent aan hun positie: de zijlijn. Een centrale verdediger kan de bal over 360 graden kwijt, een back heeft aan één kant de zijlijn. Daar is dus geen afspeelmogelijkheid. Het geeft een duidelijk verschil weer tussen opbouwen en aanvallen. Worden de backs niet in de opbouw betrokken, maar pas later in het aanvalsspel, dan kunnen zij wel van grote waarde zijn (zie Barça-back Daniel Alves: die krijgt de bal steevast pas in ‘de laatste fase’ van de aanval aangespeeld). Maar die backs werden noodgedwongen in de opbouw betrokken. De hulpeloze voetballers wisten het daarop ook niet en roeiden vaak vooral de lange bal naar voren. Daar was het voor de kleinere aanvallers geen beginnen aan tegen de fysiek sterke verdedigers van de tegenstander. De centrale verdedigers hadden echter geen keus: de afspeelmogelijkheden dichtbij in het centrum waren vastgezet. Hun keuze was: of via de backs opbouwen, of zélf de lange bal spelen. En in de wedstrijden zag je dat die lange bal eigenlijk altijd ingeleverd werd bij de tegenstander.

Hoe de bal tijdens de opbouw beter in de ploeg te houden? We denken terug aan ons gedachtenexperiment: betrek een speler meer in de opbouw. Als we daarvoor de spits opofferen (de groene speler), de ‘nummer tien’ (de rode speler) laten staan – die inmiddels niet meer ‘achter de spits’, maar als ‘teruggetrokken spits’ speelt en de extra speler op het middenveld zetten, dan hebben we een speler meer in de opbouw. De centrale verdedigers hebben een afspeelmogelijkheid meer! Het maakt het opbouwen veel eenvoudiger, je hebt een extra ‘driehoekje’ gevormd en eenieder die ooit een training heeft gevolgd, zal constateren dat dat extra driehoekje je opbouw een extra mogelijkheid tot opbouw geeft – en daarmee worden de backs dus ontlast in de opbouw.

Waarom toch die aanvallers?

De vraag rijst waarom niet nóg meer spelers in de opbouw te betrekken als dat zo goed werkt. Daarvoor is een logische reden, die zijn oorsprong vindt in Cruijffs uitspraak dat je soms om te helpen, beter ‘weg kunt blijven’. De voorhoedespelers maken het veld ‘lang’, waardoor er ruimte is voor de verdedigers om op te bouwen. De truc is om deze voorhoedespelers geleidelijk te bereiken, niet met een lange pass (kennen we de uitspraak ‘lange-halen-gauw-thuis’ nog?) maar door middel van die korte passes. Als je als verdediging dan opschuift en je de balcirculatie hoog genoeg houdt, zet je de tegenstander continu vast. Essentieel hiervoor: snelle verdedigers (immers, wanneer de tegenstander de bal verovert en wél de lange bal speelt, sta je met opgeschoven, trage verdedigers in je hemd) en een goede techniek (immers, je moet wel in hoge balcirculatie kunnen passen, maar dat is, zeker bij de technisch prima onderlegde Nederlandse equipe aanwezig). In dit systeem zijn snelheid en techniek van groter belang dan fysieke kracht en conditie.

Want juist daarvan moet Nederland het niet hebben. Duitsland, ook spelend in het 4-2-3-1 systeem, gaf bij monde van Löw onlangs te kennen dat de bal juist zo snel mogelijk naar voren zou moeten worden gespeeld. Daarvoor is dit systeem juist wel geschikt, zo weet ook Cruijff: “Het is een uitstekend systeem voor minder goede voetballers, omdat er vooral gelopen en getrokken moet worden”. Wanneer we loopwonder Thomas Müller en krachtmens Lukasz Podolski voor ogen nemen, zien we wat Cruijff hiermee bedoelt. De bal naar voren en rennen maar. Dat is prima – Real Madrid deed het tegen Ajax (ook in 4-2-3-1) een aantal malen geniaal. Maar als je er niet de spelers voor hebt, zoals Nederland, dan is dit ‘countersysteem’, zoals Cruijff het noemt, verre van ideaal.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: