//
Artikel
Artikelen

En de spitsen slapen rustig door. Waar is de meedogenloze voorstopper gebleven?

Het was voer voor de ochtendkranten. De ontluisterende nederlaag van het Nederlands Elftal tegen de Duitse équipe op 15 november 2011 viel als donderslag bij heldere hemel de Nederlandse euforie binnen. Het kind van de rekening bleek de alom bekritiseerde achterhoede, die tegen de Duitsers liet zien alles te ontberen dat gevraagd wordt door het  hedendaagse topvoetbal. Terwijl Gregory van der Wiel al ruim een jaar niet in gewone doen is en Edson Braafheid liet zien het niveau van de grauwe middenmoot van de Eredivisie niet te ontstijgen, kregen centrumverdedigers John Heitinga en Joris Mathijsen logischerwijs eveneens het nodige te verduren. Beide heren zijn gezegend met een strakke inspeelpass, een degelijke lange bal en zijn in staat om door te schuiven naar het middenveld. Echter, beide verdedigers lieten zien één essentieel onderdeel te missen van het moderne voetbalcurriculum: meedogenloosheid. De keuze voor twee meer voetballende verdedigers door Bert van Marwijk – ingegeven door een gebrek aan beter – past in een trend die de laatste jaren is ingezet in het internationale topvoetbal. Eén vraag doemt op in deze ontwikkeling? Waar is de meedogenloze voorstopper gebleven, de moordenaar van weleer?

De stopper als eerste pion in het totaalvoetbal: de kwestie Michels
In een tijd waarin televisiebeelden beperkt bleven tot één of twee camerastandpunten per wedstrijd, vormden voorstoppers de vrees voor menig aanvaller op de internationale velden. Tot aan 1974 vormde de voetbalwereld een weelde voor de ouderwetse mandekkers. Uit het zicht van de camera’s ontwikkelden veel voorstoppers zich tot de nachtmerrie van menig aanvaller en zodoende tot cultheld van vele supporters. Het Feyenoord dat in 1970 als eerste Nederlandse club de Europa Cup 1 won leunde op een centrum met ‘IJzeren’Rinus Israel en Theo ‘De Tank’ Laseroms: beiden bepaald geen scherp gepolijste baltovenaars. In het trage jaren-zeventig-spel – door Co Adriaanse ongetwijfeld omgedoopt tot ‘woonerfvoetbal’ – kwamen deze statische, maar scherpe mandekkers zondermeer tot hun recht. Geruchten gaan dat tegenstanders al in de spelerstunnel met de spreekwoordelijke 1-0 achterstonden in de schaduw van een aldaar briesende Laseroms en Israel. Spitsen die het ondanks waarschuwingen waagden in de buurt te komen van beide snoeiharde stoppers konden hun tanden bij elkaar rapen na het eerste persoonlijke duel van de desbetreffende wedstrijd.  Mede door dergelijk spel konden creatieve voetballers als Coen Moulijn en Willem van Hanegem – die echter ook wist wat uitdelen was – tot bloei komen: Israel en Laseroms waren het cement voor het bloemrijke Feyenoord van de jaren zeventig. Eenzelfde cultstatus genoten Huub Stevens bij PSV en later Ivan Nielsen in De Kuip: no-nonsense verdedigers die het  slechts tot taak hadden om de spits van de tegenstander uit te schakelen.
Ondanks dat Feyenoord in 1970 furore maakte op de Europese velden, verkoos bondscoach Rinus Michels de voetballend sterkere Wim Rijsbergen tot slot op de deur van het Oranje van 1974. In het totaalvoetbal dat Michels wenste te spelen kon Rijsbergen voetballend beter meedraaien dan de stugge Israel en Laseroms, die verdedigend de soms wat flegmatieke Rijsbergen zondermeer de baas waren. De keuze van Michels bleek een trend in gang te zetten waarin de voetballende kwaliteiten van een verdediger steeds belangrijker werden geacht in het eisenpakket van het toenmalige voetbal. Vraag een gemiddelde Ajaxsupporter naar zijn of haar favoriete verdedigers en Danny Blind, Frank de Boer en Christian Chivu zullen de veelgehoorde namen zijn. Allen uitstekende verdedigers die uitblonken in het zoeken van de voetballende oplossing, maar geenszins moordenaars genoemd mogen worden. In Rotterdam-Zuid bleven harde verdedigers als John de Wolf en Henk Fräser desalniettemin gekoesterd door de fans. Beiden mandekkers die niet uitblonken op voetballend gebied, maar wel gevreesd waren onder de aanvallers uit de Eredivisie. Ook deze namen dateren reeds uit een grijs verleden, getuige het optreden van De Wolf in ‘Dancing with the Stars’ en een niet nader te noemen verzekeringsreclame.

De bakermat van de bikkel: De Italiaanse kunst van het verdedigen.

Marco Materazzi is nog immer de schrik van menig aanvaller

In het Catenaccio-predikende Italië bleef de moordenaar van weleer een vereiste in het nationale elftal: tot aan de jaren negentig maakten spijkerharde stoppers als Pietro Vierchowod – ‘De Gladiator van Sampdoria’ – Franco Baresi – die met zijn spelinzicht en harde tackles de Italiaanse Beckenbauer werd genoemd – en natuurlijk Marco Materazzi het leven van de tegenstanders zuur: het zijn culthelden tot aan vandaag de dag. Dat bij laatstgenoemde hard voetbal vaak verward wordt met ordinaire schoppartijen die niet op het voetbalveld thuis horen deert weinig Italianen: hun Materazzi bezorgde vele Europese spitsen ongetwijfeld slapeloze nachten. Ook de hedendaagse rots in de branding: Giorgio Chiellini van Juventus, blijkt een ware held onder de Italiaanse voetbalfan. Echter, op de thuisgrond van de harde verdediger wordt ook de voetballende – doch nog immer harde –  verdediger steeds populairder: Paolo Maldini, Alessandro Nesta en Fabio Cannavaro kunnen  er over meepraten. Toch leert een blik op de huidige defensies in de Italiaanse Serie A dat de ouderwetse mandekker nog altijd veelgeprezen is. Internazionale FC kent al jaren een stevig fundament in de personen van de Colombiaanse kuitenbijter Ivan Cordoba, de Argentijnse ‘Il Muro’ Walter Samuel en het Braziliaanse beest Lució. Ook al zijn de genoemde heren bepaald geen grootse voetballers: de kunst van het verdedigen verstaan zij allen zondermeer. Europese topspitsen als Gonzalo Higuaín, Didier Drogba en Wayne Rooney zullen zich ’s nachts ongetwijfeld nog een keer omdraaien wanneer ze de adem van de Italiaanse mandekkers in hun nek kunnen verwachten.

Ook collegaverdediger Ivan Cordoba is bepaald geen lieverdje op het veld

Toch onderscheiden dergelijke verdedigers zich van mindere goden: hard verdedigen behoort geen vrijbrief te zijn voor ongegeneerd schoppen zonder oog voor de bal. Een verdediger die in het bezit is van uitstekend spelinzicht heeft geen harde tackles nodig, zoveel is duidelijk. Snelheid, anticipatie en oog voor de spelsituatie zijn eigenschappen die een moderne topverdediger zonder meer behoort te hebben. Zo draait FC Barcelona al jaren mee in de top van Europa met voetballende verdedigers als Carles Puyol en Gerard Piqué en zijn ook Madrid-verdedigers als Sergio Ramos en Ricardo Carvalho geen slopers van het oude soort. Verdedigers als Walter Samuel tonen aan dat hard spel gepaard kan gaan met faire tackles. Jaap Stam was de laatste Nederlandse verdediger van een dergelijke signatuur. Nederlandse voetballiefhebbers zullen ongetwijfeld met weemoed terugdenken aan complementaire koppel ‘Stam-De Boer’: een schril contrast met de alleen qua haardracht indrukwekkende John Heitinga en collega Joris Mathijsen die in vergelijking met Stam als een brave hockeyvader oogt. Nee, het verlies van Jaap Stam heeft zich nog jaren doen voelen bij Manchester United.

Indrukwekkend op de videoband: mislukte voorstopper-experimenten          
De naam en faam van de harde verdediger blijft ondanks de toenemend belang van de voetballende capaciteiten van een centrale verdediger nog altijd een populaire zoekopdracht voor veel Europese scouts. Een blik op de Nederlandse Eredivisie leert dat tal van clubs het afgelopen decennium een gemene verdediger trachtten de scouten die de supportersdorst naar inzet en compassie kon lessen. Zo haalde de flegmatieke Sébastien Sansoni, ooit binnengehaald als leider van de achterhoede van Vitesse, alleen het nieuws door opmerkelijke incidenten en was enkele jaren later de Ecuadoriaanse Giovanni Espinoza niet zo indrukwekkend als zijn bijnaam ‘La Sombra’ (‘De Schaduw’) deed vermoeden. Ook zullen weinig PSV-fans Francisco Rodriguez herkennen als de ‘Moker’ die zijn bijnaam ‘Maza’ liet beloven. Graafschap-stopper Vito Wormgoor haalde vooral de kranten door dubieuze zaken buiten de lijnen en verdedigt niet zo scherp als zijn kortgeschoren kapsel doet vermoeden. Het succes van de Braziliaanse tank Alex bij PSV resulteerde in de komst van twijfelende verdedigers als Feyenoord-miskopen Alexander Ignjatovic en Cory Gibbs, ADO-Spanjaard Alberto Saavedra, Zwolle-sloper Albert Michael Yobo en Willem-II-miskoop Ibrahim Kargbo: allen verdedigers die werden binnengehaald als angst inboezemende leiders van de achterhoede. Het toont aan dat als hard bekend staande verdedigers als Giorgio Chiellini en Manchester’s Nemanja Vidic meer bezitten dan slechts een gemene gezichtsuitdrukking: inzicht, atletisch vermogen en voetbalintelligentie onderscheiden dergelijke verdedigers van verdedigers die alleen door makelaars neergezet worden als de nachtmerrie voor menig aanvaller. Enige voorzichtigheid is de scouts dan ook geboden: harde tackles zijn geen indicatie voor voetbalcapaciteiten.
De oude stopper van weleer is niet meer, dat lijkt de conclusie van een kritische analyse. Echter, harde verdedigers zijn er nog steeds, die uitstraling en hardheid koppelen aan spelinzicht, snelheid en intelligentie. Het tempo van voetbal staat in overdrive in vergelijking met de zeventiger jaren, waardoor er meer wordt gevraagd van verdedigers dan het louter inboezemen van angst bij de tegenstander. Echter, zeker in Italië geniet de sobere voorstopper nog altijd aandacht. Centrale verdedigers in de Europese top lijken allen uit de sportschool te zijn weggelopen en worden nog immer verwacht in staat te zijn een man uit te schakelen. Derhalve wordt de roep om het interland-debuut van de tot Nederlander genaturaliseerde Braziliaan Douglas des te groter. Want hoewel ook deze lange verdediger nog menigmaal te betrappen is op een foutje of twee, ogen collegaverdedigers John Heitinga en Joris Mathijsen als koorknapen vergeleken bij de fysiek sterke Braziliaan. En dat biedt hoop voor de toekomst; opdat Mario Gomez en David Villa alvast korte nachten mogen hebben.

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."
%d bloggers liken dit: