//
Artikel
Artikelen

Te groot voor het servet… Vergeten toppers uit de krochten van het Nederlandse betaald voetbal

Hoewel de competitie tegenwoordig de naam van een Belgisch biermerk draagt, past de eerdere naam van de competitie – die van een sponsor die voetballiefhebbers ertoe wilde verleiden een gokje te wagen – waarschijnlijk beter bij de aloude traditie: ‘grote’ clubs die talenten van de Langeleegtes of de Krommedijken van deze wereld plukken om uit te proberen met de vraag of ze misschien een niveautje hoger aan zouden kunnen. Recente voorbeelden zijn Nacer Chadli, Kevin Strootman, Niklas Moisander en Dries Mertens, en ook Ruud van Nistelrooij – inderdaad, toen nog met lange ij – en Klaas-Jan Huntelaar komen uit de kweekvijver die we momenteel kennen als de Jupiler League. Omdat goed voorbeeld doet volgen probeerden clubs als VVV (Yannick Wildschut), ADO (Tjarron Cherry) en NAC (Éric Botteghin) en zelfs Ajax (Derk Boerrigter) het afgelopen zomer weer: de toppers uit de Jupiler League een kans bieden op het hoogste niveau. Dat ze uiteindelijk niet allemaal voor een enorm bedrag naar de Europese top vertrekken, wordt door de clubs misschien wel eens vergeten. Daarom in dit artikel een karakterschets van de toppers uit de Eerste Divisie die nooit naam en faam maakten in ’s lands hoogste voetbalafdeling.

Denkend aan grote namen uit het verleden van de Eerste Divisie, komt onherroepelijk de naam van Michel van Oostrum naar boven. De Amsterdammer, die vanaf de zomer van 1985/1986 nog tot de selectie van Ajax behoorde, maar nooit het Amsterdamse rood-wit mocht aantrekken, besloot in de winterstop van dat jaar de club te verlaten voor het kleine broertje uit Velsen: Telstar. Na twee succesvolle seizoenen in de schaduw van de Hoogovens, verliet hij de club om naar het oosten van het land te verhuizen: FC Zwolle werd Van Oostrums nieuwe werkgever. Onder andere door blessures wist hij er nooit door te breken en binnen twee seizoenen vertrok hij naar Old Boys Basel, waar de aanvaller slechts drie doelpuntjes wist te maken in dertien wedstrijden. Na een jaartje verruilde hij het Milka-koeienlandschap voor het landschap van weiden en hunebedden: Drenthe. Pas in Emmen kwam hij als schaduwspits volledig tot ontbolstering: in drie seizoenen scoorde hij er lustig op los. Een transfer naar Eredivisieclub Cambuur Leeuwarden was het resultaat. Hij wist er nooit het niveau te halen dat hij in Drenthe had gehaald en na een uitstapje naar De Graafschap keerde hij er in 1995 terug. Daar steeg zijn ster tot grote hoogten: hoewel Emmen niet wist te promoveren was het medio jaren negentig een toonaangevende club in de Eerste Divisie. In 1995 en in 1996 werd Van Oostrum verkozen tot Beste speler en in 1996 en 1997 werd hij ook nog eens topscorer van de Divisie. Nooit koos hij meer voor een transfer naar het hoogste niveau.

De Eerste Divisie bracht verschillende prima spitsen voort. Wat te denken van Martin Drent, die momenteel met zijn interviews voor RTV Noord regelmatig De TV Draait Door haalt. Zijn doelpuntengemiddelden uit de Eerste Divisie bij Veendam, Emmen en FC Groningen, werden niet meer gehaald toen hij voor laatstgenoemde club Eredivisie-doelgebieden onveilig maakte. Hetzelfde gold eigenlijk voor Marnix Kolder, na zijn overstap van Veendam naar FC Groningen en later VVV-Venlo. De topscorer van de Langeleegte werd een Houten Klaas in de Koel. Inmiddels scoort hij er weer lustig op los in de Jupiler League, namens Go Ahead Eagles. Dan spitsen als Berry Powel en Donny de Groot. Powel verliet de Jupiler League als topscorer van FC Den Bosch voor Millwall, slaagde daar niet, keerde terug in de competitie bij De Graafschap, scoorde een belachelijk aantal van 29 doelpunten in 36 wedstrijden en flopte namens de Superboeren het seizoen daarna in de Eredivisie. Ook bij Groningen en ADO loste hij zijn belofte niet in. Pas terug bij De Graafschap – in de Jupiler League – wist hij het net weer te vinden en liet hij met 15 doelpunten zien dat hij nog steeds de topschutter van weleer was. De gelijkenis met Donny de Groot gaat op vrijwel alle gebieden op.  Maradonny liet het Drentse net namens FC Emmen 30 keer trillen in 31 wedstrijden, maar wist in de Eredivisie bij RBC en Utrecht niet meer hoe hij de netten moest vinden. Bij De Graafschap hervond hij zijn scoringsdrift een niveautje lager en vorig seizoen nam hij RKC bij de hand en schoot hij de club bijna hoogstpersoonlijk terug naar het hoogste niveau. Donny verhuisde niet mee. Hij bleef in de competitie en scoort inmiddels gewoon verder voor degradant Willem II.

Een bijzonder geval is ras-Volendammer Jack Tuyp. Een gigantisch talent bij zijn doorbraak. Als spits promoveerde hij alle geniale steekballen van de centrale middenvelder Maurice Buys – ook al zo’n speler die slechts bij clubs als Volendam en Helmond Sport zijn genialiteit liet zien – tot treffer, maar in de Eredivisie wist hij voor FC Groningen geen enkel doelpunt te maken. Inmiddels, terug in Volendam, is de spits een local hero geworden, getuige zijn mateloze populariteit in het dorp. Ajax had in de periode-Van Basten naar verluid nog interesse in de spits, maar hij weet wel beter: zijn plafond ligt aan de Dijk. Hadden de Limburgse exoten Prince Rajcomar en Samir El Gaaouri hun plafond maar gekend, dan hadden ze de vruchteloze missie naar FC Utrecht waarschijnlijk nooit ondernomen. De Fortunezen mislukten in de domstad allebei jammerlijk, maar lieten namens Haarlem, Volendam en VVV (El Gaaouiri) en Den Bosch en MVV (Rajcomar), zien dat ze heus wel konden voetballen, al was het dan niet op het hoogste niveau.

Spits Stefan Jansen was een bijzondere spits in de Eerste Divisie. Voor Den Bosch en Top Oss liet hij meerdere malen zien een neusje voor de goal te hebben, in het bijzonder in het seizoen 2000/2001, toen hij namens de Ossenaren maar liefst dertig doelpunten wist te maken. Het seizoen erop, in dienst voor NEC wist hij een weinig indrukwekkende twee doelpunten te maken in de Keizerstad. Uit dezelfde categorie: Dirk-Jan Derksen. Nadat hij in zijn lange carrière furore had gemaakt bij FC Zwolle, Den Bosch en FC Emmen, mislukte hij hopeloos bij Roda JC. Toen hij het seizoen daarop VVV-Venlo naar de Eredivisie schoot, verliet hij de club voor Fortuna Sittard. Een Eredivisieavontuur was niet meer aan de lepe spits besteed.

De momenteel als professioneel strandvoetballer te boek staande vleugelflitser Leo Koswal had een groot aandeel in de titel van MVV in het seizoen 1996/1997, toen hij de ene na de andere fantastische voorzet wist af te leveren en menig linksback dol draaide. In dienst van Vitesse, dat in die periode graag alle spelers die mogelijkerwijs over talent beschikte aan haar selectie toevoegde, wist hij slechts vier keer een basisplaats af te dwingen. Hetzelfde gold – misschien in mindere mate – voor Tegelnaar Bernard Hofstede, die zich, na een aantal fantastische seizoenen voor VVV, richtte op Heracles Almelo. In dienst van die club reeg hij blessure aan blessure, waarna coach Ruud Brood hem bij het oud vuil zette. Pas aan De Dijk in Volendam bracht de frisse IJsselmeerwind iets van de klasse van de met onvervalst Venloos accent gezegende vleugelspeler, die inmiddels een linie gezakt was, terug.

Toen SC Heerenveen de Bulgaar Ivan Tsvetkov weghaalde uit zijn vaderland, moeten de verwachtingen waarschijnlijk groter zijn geweest dan uiteindelijk de prestaties namens de Friese club werden. Aan de Langeleegte scoorde hij er echter lustig op los: namens BV Veendam scoorde hij maar liefst 40 doelpunten in 66 wedstrijden. Het net gepromoveerde FC Zwolle dacht een goudhaantje binnen te halen met de Bulgaar, maar kwam van een koude kermis thuis. In twee seizoenen bracht hij het tot welgeteld één schamel doelpunt. In Helmond kreeg de wendbare spits zijn scoringsdrift terug, maar na zijn transfer naar het in de Eredivisie vertoevende Sparta moest hij zowel good old Yannis Anastasiou als het talent Marvin Emnes voor zich dulden. Inmiddels maakt de spits zijn doelpunten voor Levski Sofia, na een nomadische carrière die hem door onder andere Turkije en Azerbeidzjan leidde.

Jan Bruin kan het nog steeds!

We eindigen waar we ook begonnen; in de kop van Nederland. We gaan zelfs nog een stapje noordelijker. Jan Bruin werd ooit geboren op Ameland en was een markante persoonlijkheid. De lange spits had geen overvloed aan technische bagage, maar scoorde namens Cambuur, Zwolle en Telstar aan de lopende band. Zijn handelsmerk, de enorme stappen waarmee hij over het veld zweefde wanneer hij een doelpunt had gemaakt – en dat gebeurde maar liefst 164 keer – gebruikte hij amper in de Eredivisie. In de Eredivisie maakte hij slechts 11 van die 164 doelpunten. Misschien wel de meest technische voetballer die de Leeuwardenaren ooit kenden is Sandor van der Heide, een spelmaker zoals ze er slechts weinigen zijn. Ondanks zijn grote technische capaciteit, werd hij, afgezien van de beginjaren van zijn carrière voor Cambuur, nooit verleid tot een trapje hoger. Wel speelde hij lang voor de amateurs van ONS Sneek, een vreemde carrière voor zo’n goede voetballer. De laatste voetballer uit het overzicht is Marinus Dijkhuizen, een fysiek ijzersterke spits, die vanwege die kwaliteiten ook wel eens op andere posities werd geposteerd. Gewaardeerd aanvaller van Top Oss, Cambuur Leeuwarden en Excelsior, maar in Utrecht genadeloos afgerekend op zijn gebrekkige gemiddelde van 4 eredivisiedoelpunten uit 28 wedstrijden. Het was niet wat de Galgenwaard van het talent had verwacht.

Het overzicht toont dat lang niet alle voetballers die de stap van Eerste naar Eredivisie maakten, het niveau behaalden dat van hen verwacht werd. Topprestaties in de op-een-na-hoogste-divisie boden voor hen niet de garantie gewaardeerde Eredivisiespelers te worden. Ze lieten echter het publiek in de Eerste Divisie wekelijks genieten van onnavolgbare acties. De Messi’s van de Langeleegte, de Ronaldo’s van Sportpark Schooneberg, we hebben van ze genoten.

(in dit overzicht is Folkert Velten niet opgenomen, omdat de oud-topscorer en misschien wel verreweg de beste speler die ooit voor de Heraclieden uitkwam, vanwege zijn geloof helaas altijd aanbiedingen van Eredivisieclubs afwimpelde: hij vond een bezoek aan de Kerk een betere besteding van zijn zondag dan een optreden in een voetbalstadion.)


Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: