//
Artikel
Moment van de Week

Week 5: Ommezwaai aan de Maas

Het kan verkeren. Gerbrand Adriaenszoon Bredero verkoos het lang, lang geleden als zijn lijfspreuk. De Amsterdamse dichter gebruikte de zin om te illustreren hoe veranderlijk het leven was en had waarschijnlijk niet kunnen vermoeden dat het gezegde dat hij trouw onder zijn verhalen neerpende, zo’n vier eeuwen na dato nog steeds een veel gebezigde uitspraak is. Toen ik – want dat doet een skybox-redacteur uit beroepsdeformatie – deze week voor de zoveelste keer het transfernieuws erop nasloeg, bleef mijn oog even rusten op de roerige transferwinter die VVV-Venlo doormaakt. De club, die de afgelopen jaren vooral naam maakte als kweekvijver van – voornamelijk buitenlands – talent, richt zich opeens op Ismo Vorstermans, Jeffrey Leiwakabessy en Sjoerd Ars. Ars en Leiwakabessy zijn waarschijnlijk niet met winst doorverkoopbaar, terwijl Vorstermans slechts gehuurd wordt. En, waren het eerder Aziaten, Portugezen en Nigerianen, waarover voorzitter Berden enthousiast werd, Vorstermans werd geboren in Almere. Kan het nog exotischer? Op dat moment leek Bredero me de zin toe te fluisteren, die het opportunistische voetbalwereldje in drie woorden vatte: het kan verkeren.

‘I am Honda, not the car’: Japanners in de Koel

De presentatie van Vorstermans of Leiwakabessy zal er waarschijnlijk anders uitzien dan die van Keisuke Honda, inmiddels precies vijf jaren geleden. Nieuwsgierige – en veelal Japans uitziende – journalisten waren naar De Koel afgereisd om te zien wat voor voetballer VVV aan de haak had geslagen. Met het grapje over zijn achternaam liet de goedlachse Japanner zien over humor te beschikken en vooral over datgene had wat veel van zijn landgenoten over de grens hadden tekortgekomen: zelfvertrouwen. Honda was een gouden zet. Een half jaar moest hij acclimatiseren, maar nadat de Venlose club was gedegradeerd, groeide Honda uit tot veruit de beste speler in de Eerste Divisie. Dat hij het seizoen daarop in de Eredivisie doorging, waar hij een divisie lager mee was gestopt – fantastisch voetballen, assists geven en doelpunten scoren – had eigenlijk niemand voor mogelijk gehouden. Alleen Berden, die destijds al aangaf dat de speler de Nederlandse top waarschijnlijk zou gaan overslaan. Aldus geschiedde. Glunderend streek Berden de kleine tien miljoen euro op, die CSKA Moskou aan de club overmaakte.

Met het geld dat de club aan Honda verdiende, werd een nieuwe Japanner aangetrokken: Maya Yoshida. Hij was in zijn eerste half jaar vooral heel veel geblesseerd en ontbeerde het zelfbewustzijn van zijn Japanse voorganger in Venlo. Stug en rustig, dat waren de karaktereigenschappen die bij de verdediger opvielen. In het veld liet hij de afgelopen seizoenen nog niet zien waarom Berden hem ooit ‘een aanwinst voor de Ajax-verdediging’ noemde. Een gebrek aan snelheid zorgt ervoor dat de verdediging van VVV nooit kan opschuiven als de aanvallers druk willen zetten. Resultaat: een gapend gat op het middenveld, dat door prima middenvelders als Molhoek, Linssen en Meeuwis nooit belopen kan worden. Zeker als de Japanner het centrum vormt met de al even wendbare Ferry de Regt, heeft menig spits van de tegenstander een prima zondagmiddag in de Koel. Heeft Yoshida dan alleen maar teleurgesteld? Nee. De woorden van Berden zijn absoluut te rechtvaardigen. Er zijn weinig verdedigers in de Eredivisie die zo’n goeie pass en techniek hebben als de rustige Japanner. Hij is intelligent en kan prima opbouwen. Er is absoluut nog hoop dat de Venlonaren winst gaan behalen aan Maya Yoshida, maar dat zal alleen lukken als hij een snelle en sterke mandekker naast zich vindt. Het duo De Regt-Yoshida heeft vooral duidelijk gemaakt dat snelheid voor een moderne verdediger een behoorlijk essentiële eigenschap is.

Een mislukt experiment: Portugese furie

Mario Capteijn, de vooral onzichtbaar gebleven oud-technisch directeur van de Venlose club, droeg ook zijn steentje bij aan de multiculturaliteit in het Venlose elftal. Met dank aan zijn Portugese contacten, haalde VVV de banden aan met de Portugese grootmacht FC Porto. Helaas leverde dit – een enkel pannaatje daargelaten – eigenlijk niks voor de club op en speelt er momenteel geen enkele Portugees meer op het Venlose gras.

Eerst was daar Diogo Viana, ooit nog dienend als wisselgeld voor Sporting Lissabon, toen deze Portugese club Hélder Postiga van FC Porto contracteerde. Inderdaad, Viana is afkomstig uit de veelgeroemde opleiding van Sporting en ging later pas naar FC Porto. Twee Portugese topclubs op je naam op je twintigste, dat kunnen niet veel voetballers zeggen. Diogo Viana zou dus vast wel een toegevoegde waarde zijn voor het voetbal van VVV. Hij kon in het seizoen 2009/2010 helaas slechts weinig van zijn brille tonen aan de Venlose supporters. Meestal was hij onzichtbaar als buitenspeler. Leverde Schaken op rechts voorzet op voorzet af aan de dankbare Haagse sluipschutter Sandro Calabro, Viana probeerde aan de andere zijde vooral zo weinig mogelijk op te vallen.

Gelukkig hadden Capteijn en consorten in de zomer van 2010 het mysterie-Viana ontrafeld. Hij bleek aan heimwee te lijden. En omdat FC Porto niet de beroerdste was, liet de club nog eens twee jongens naar Venlo vertrekken om de weifelende buitenspeler te steunen. Zodoende doken ook Chula en Josué op de Nederlandse velden op. Chula was een tovenaar en kon werkelijk alles met een bal, Josué was een linksbenige spelverdeler die al gauw werd vergeleken met toenmalig Twentenaar Theo Janssen – maar dan zonder tatoeages. Josué, jeugdinternational of niet, speelde na de eerste wedstrijden van het seizoen amper meer en vertrok roemloos uit de Koel. Chula gaf grilligheid een nieuwe betekenis: het ene moment was hij fantastisch, het andere moment onzichtbaar en ook hij vertrok na een seizoen uit Venlo. En Viana? Al die landgenoten bleken niet te helpen. Rondom Kerstmis 2010 liet hij zijn huurcontract ontbinden en ook van hem werd daarna niets meer vernomen. Het Portugese experiment is – zeker nu het vertrek van Capteijn een feit is – in één woord te vatten: mislukt.

Nigeria, het laatste station?

Berden zocht echter verder en vond, na vruchteloze omzwervingen bij Coritiba in Brazilië, via meesterscout en oud-Roda JC suikeroom Nol Hendriks, een paar Nigerianen op zijn pad. Alex Emenike Nkume maakt sindsdien indruk met het jaarlijks veranderen van zijn naam (van Nkume, via Emenike naar Alex) en van Kanu-look-a-like Michael Uchebo is nog steeds niet helemaal duidelijk of hij nu links- of rechtsbenig is. Het is echter te kort door de bocht om de komst van deze twee jongens als mislukt te bestempelen. Hoewel Emenike inmiddels uit de basis gespeeld is door Fleuren – een betere reden om je schoenen aan de wilgen te hangen is er niet – en Uchebo afgezien van zijn geniale hakbal-lobje (dat ook meteen in de NOS-Eredivisie-jingle is geïntegreerd) nog nooit heeft laten zien over enige vorm van techniek te beschikken, leverde de transfer van deze jongens Berden contacten in Nigeria op. En die contacten leverden Berden de rapste vleugelspeler van de Eredivisie: Ahmed Musa.

Daley Blind moet nog wel eens wakker schrikken van die wedstrijd in de Koel, toen hij continu werd voorbijgelopen door de Nigeriaanse rechtsbuiten. Of het lag aan de gebrekkige defensieve kwaliteiten van de-zoon-van of aan de genialiteit van Musa – dat maakt niet uit, Musa liet zien hoe leuk het is om zo’n goede voetballer in de Koel te hebben. De gedachten gingen al gauw naar Honda – zeker toen Berden astronomische bedragen begon te noemen. Musa had inmiddels ook al indruk gemaakt op een jeugd-EK en grote clubs smeekten om zijn diensten. Schalke deed een poging – een poging die al gauw werd weggelachen door Berden. Inmiddels is hij verkocht aan, wederom, CSKA Moskou en hij spekte zo de kas van VVV naar verluid met 5 miljoen – een bedrag dat via premies zou kunnen oplopen naar een dikke 8 miljoen. Honda + Musa = 17 miljoen euro. Een enorm bedrag voor zo’n kleine club.

Het aantal Nigerianen staat inmiddels op drie, want naast Uchebo en Emenike is ook spits Uche Nwofor – ook al succesvol op het genoemde jeugd-EK – de gelederen komen versterken. Nwofor lijkt gezegend met meer talent dan de andere twee, maar er valt nog weinig te zeggen over zijn potentieel. Stoke City is echter inmiddels in een vergevorderd stadium van onderhandeling met VVV over Uchebo – hetgeen waarschijnlijk meer zegt over de kwaliteiten van Uchebo’s zaakwaarnemer en Stokes scoutingsnetwerk dan over die van de slungelige spits, maar als hij een werkvergunning weet te bemachtigen is VVV deze winter weer circa twee miljoen euro rijker – hetgeen de som van de exoten naar bijna twintig miljoen euro brengt.

De Brabantse trainer Ton Lokhoff, de Almeerse centrale verdediger Vorstermans, de Nijmeegse linksback Leiwakabessy – ze staan in schril contrast met bovenstaande namen. Werd in de zomer, met de komst van Meeuwis en Molhoek al voorzichtig van de exotische lijn afgeweken, nu slaat Berden misschien wel erg door naar de andere kant. Natuurlijk, de verschillende exoten zorgden voor verdeeldheid in de kleedkamer, zo gaf onlangs behalve oud-trainer De Boeck ook aanvoerder Meeuwis aan, maar Berden moet niet vergeten dat ze bij elkaar zo’n twintig miljoen hebben opgebracht. Waarschijnlijk is in dit kader gematigdheid het devies – en dus niet doorslaan na een incidenteel Honda of Musa-succes. Maar, niets zo veranderlijk als de voetbalwereld. Schiet Sjoerd Ars en straks twintig in, dan kunnen er van de zomer zomaar een paar spelers uit de categorie-Donny de Groot in de Koel staan te ballen. Blijkt Leiwakabessy goed uit de Cypriotische zon te zijn teruggekeerd, dan struint Berden gewoon de boulevard van Larnaca af. Maar blijkt straks Nwofor toch een topspits, dan trekt Berden zonder pardon weer een blik Afrikanen open. En of dat Musa’s of Emenikes blijken te zijn, dat is ongewis. Niets zo opportunistisch als de voetbalwereld, wordt ooit gezegd – en zoals de voetbalwereld net het echte leven is, is niets zo opportunistisch als het echte leven, en dat was het al in de Gouden Eeuw. Vraag maar aan Bredero.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: