//
Artikel
Artikelen

Voetballen achter de Muur. Een korte geschiedenis van het profvoetbal in de DDR

Stunde Null: in de jaren tussen 1945 en 1950 lag vrijwel elk onderdeel van de nu gedeelde Duitse samenleving stil. Ook het profvoetbal. In 1946 en 1947 ontstonden wel sportverenigingen, maar deze mochten slechts op regionaal niveau competitie spelen. In 1948 vond al een treffen tussen de beste ploegen van verscheidene Oost-Duitse regio’s plaats, maar pas in 1949 werd officieel de Fussball-Oberliga in het leven geroepen. De eerste kampioen van Oost-Duitsland? ZSG Horch Zwickau. Dit stuk is een bloemlezing van de (obscure) Oost-Duitse voetbalgeschiedenis, een geschiedenis die zich zoals zoveel van het openbare leven in de DDR laat kenmerken door een, op zijn minst, zweem van invloed van de staatspartij Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED).  

Een eerlijke competitie?

Zoals alles in de DDR stond ook de hoogste voetbalcompetitie onder streng toezicht van de SED.  Zo werd de vice-kampioen van 1950 SG Dresden-Friedrichstadt opgeheven wegens ongeregeldheden na een om dubieuze redenen verloren kampioenswedstrijd tegen ZSG Horch Zwickau: op het veld stormende supporters waren voor de leiders van de DDR voldoende reden de club uit Dresden op te heffen. Omdat Dresden als prominente Oost-Duitse stad toch vertegenwoordigd  diende te zijn op het hoogste voetbalniveau, werd voor het volgende seizoen een bataljon van de beste Oost-Duitse politieclubspelers bij de politieclub SG Deutsche Volkspolizei Dresden ondergebracht. Zo verloor de politieclub van Potsdam in dat jaar helaas al haar sterkhouders.  Wellicht niet geheel toevallig won de voormalige politieclub uit Dresden – daarna beter bekend als Dynamo Dresden – in het seizoen 1951/52 de beker en werd zij een seizoen later kampioen.  Iets dat in de Oost-Duitse hoofdstad waarschijnlijk jaloezie opwekte, want het volgende seizoen – 1954/55 – werd van hogerhand besloten het hele Dresdner elftal naar Berlijn te delegeren, om aldaar een club van nationaal topniveau op te kunnen richten, namelijk:  SC Dynamo Berlin. Toegegeven, erg creatief in naamgeving waren die Oost-Duitsers niet, maar in principe waren ze wat dat betreft wel to the point. De twee Dynamo’s waren immers precies dezelfde elftallen, ware het niet dat het ene in Berlijn speelde en het andere in Dresden. Het zal de lezer niet verbazen dat het elftal dat in Dresden na deze affaire achterbleef niet alleen het volgende seizoen verplicht in de tweede divisie moest beginnen, maar dat ze de twee seizoenen daarna even zo vaak degradeerde. Eerlijke competitie betekent niet overal hetzelfde.

Clublog SC Wismut Karl-Marx-Stadt. Foto: Wikimedia Commons.

Politiek (en dus ook financiële mogelijkheden) en voetbal waren innig verstrengeld in Oost-Duitsland. Zo was de club die tussen 1955 en 1959 vier keer kampioen werd – SC Wismut Karl-Marx-Stadt – opgericht als onderdeel van een staatsbedrijf in de sector van de mijnbouw. Natuurlijk toepasselijk voor een club uit een stad die een bij uitstek socialistische naam had gekregen. De club was namelijk ontstaan als het sportelftal van het door de staat geleide uraniumwinningsbedrijf Wismut GmbH – op een gegeven moment de op twee na grootste producent van uranium ter wereld. De club was eind jaren vijftig de beste van Oost-Duitsland, met onder andere Torjäger Willy Tröger en vedette Manfred Kaiser in de gelederen, en speelde in 1956 de legendarische wedstrijd tegen tweemalig West-Duits kampioen 1. FC. Kaiserslautern: het inter-Duitse spektakelstuk eindigde voor het oog van maar liefst 110.000 toeschouwers in Leipzig in een 5-3 overwinning voor de West-Duitsers, met een legendarische “Hackentrick“ van levende Lautern-legende Fritz Walter en al.

FC Carl Zeiss Jena was aan het eind van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig niet alleen een van de succesvolste clubs van Oost-Duitsland, ze had ook Europees succes: al in 1961 bereikte de club uit Thüringen de halve finale van de Europese beker voor bekerwinnaars, waarin Atletico Madrid te sterk bleek. In 1981 haalde FC Carl Zeiss Jena de finale van het Europese toernooi voor bekerwinnaars, na onder andere van AS Roma en Valencia te winnen, maar in de eindstrijd verloor het van de lokale FC uit het Georgische Tbilisi. De club uit Jena was evenwel in DDR-tijd een zogenaam ‘Leistungsinstitut’ , wat betekende dat het van staatswege was aangewezen als plek waar de tred gehouden diende te worden met een internationaal topniveau wat sport betreft. Een en ander had tot gevolg dat de club uit Jena – met een paar andere bevoorrechte clubs – de beste spelers van het land kostenloos kon aantrekken. Transferbeleid had in de DDR niets te maken met het afkopen van contracten of het bieden van grote premies: van bovenaf werd bepaald waar het voetbaltalent zich diende te vestigen.

Het grootste gedeelte van de jaren zeventig stond echter wat nationaal voetbal betreft in het teken van SG Dynamo Dresden. Jawel, de voormalige politieclub die in de jaren vijftig zo succesvol was, bleek in de jaren zeventig weer terug aan de top te zijn gekomen. Maar liefst vijf keer werd de club in dat decennium kampioen van Oost-Duitsland. En dat kon alleen maar jaloezie wekken in de hoofdstad. In Berlijn werd met argusogen gekeken naar het succes van de zuidelijk gelegen zusterstad.

Hoofdstedelijke dominantie

Kampioenselftal BFC Dynamo 1979. Foto: Wikimedia Commons.

De Berliner Fussball Club Dynamo (BFC), in de jaren vijftig ontstaan uit het succeselftal van Dynamo Dresden en toen nog genaamd SC Dynamo Berlin – we hebben het er al over gehad –, had gelukkig van 1978 tot 1988 een goede vorm te pakken. Laten we zeggen, een absoluut onfeilbare vorm, want van die tien seizoenen werd de club tien keer kampioen. Leuk weetje: de clubvoorzitter Erich Mielke was ook de baas van een andere gezellige club: de Stasi. Kwade tongen beweren dat in Mielke’s vocabulaire de term belangenverstrengeling niet voorkwam. Wel had BFC als ‘Leistungsinstitut’ een voordeel op de transfermarkt, dat nog eens werd versterkt door het feit dat de club was uitgekozen om de DDR op internationale toernooien te vertegenwoordigen. Het uithangbord van profvoetbal in de DDR had zodoende een lichte voorsprong op haar tegenstrevers. Ondanks de grote – bijna ongeloofwaardige – successen was de Berlijnse “Stasi-club” niet populair onder voetbalfans ten oosten van de Muur.

Incidenten als de ‘Schand-Elfmeter von Leipzig‘ in 1986 droegen daaraan bij. BFC stond in de wedstrijd tegen de 1. FC Lok Leipzig in 1986 tot in de vijfde minuut extra tijd met 1-0 achter; het resultaat was beslissend voor de eindzege van de competitie. In de 95e minuut besloot scheidsrechter Bern Stumpf – partijfanaat en kortstondig lid van de Stasi – voor een penalty in het voordeel van BFC te fluiten: de eindstand van 1-1 betekende het achtste achtereenvolgende kampioenschap voor de Berlijnse club. Waarom Stumpf een penalty gaf is tot de dag van vandaag ook bij nakijken van de televisiebeelden een raadsel. De affaire deed evenwel een grote stofwolk van verontwaardiging in de DDR opwaaien, die zelfs tot in de hoogste regionen reikte, waardoor staatsleider Erich Honecker zich genoodzaakt zag een einde te maken aan wat hij met ergernis de ‘BFC-Diskussion’ noemde, door de verfoeide scheidsrechter voor een jaar te schorsen. Het spreekt voor zich dat BFC haar achtste opeenvolgende titel evenwel behield.

Deze korte bloemlezing van vijftig jaar Oost-Duitse voetbalgeschiedenis laat zien dat in de DDR ook dit onderdeel van het openbare leven nauw verbonden was met de partijpolitiek. Dat gezegd hebbende: het profvoetbal werd er niet door gedetermineerd in die zin dat voetbal een spel blijft met een grote factor geluk. Maar net zoals met het hele openbare leven in de DDR hing succesvol  zijn voor een burger of vereniging voor een belangrijk deel af van hoe genavigeerd werd tussen de ver reikende tentakels van de SED. Dat daardoor een competitie ontstond die niet alleen op het veld, maar vooral ook daarbuiten, uitgevochten werd, kan twijfels doen rijzen over de sportieve eerlijkheid ervan. Het is hoe dan ook een bron van interessante voetbalverhalen en obscuriteiten. Een tijd dat een club als SC Wismut Karl-Marx-Stadt nog furore maakte. En hoewel dezelfde club nu op een veel lager niveau en onder andere naam acteert blijft die geschiedenis overeind. Nog één leuk weetje dan: de laatste kampioen van de DDR ontving de prijs meer dan een half jaar nadat de Oost-Duitse staat al had ophouden te bestaan. Met de afsluiting van het DDR-Oberligasaison 1990/91 beëindigde kampioen Hansa Rostock daarmee een van de laatste concrete erfenissen van de Deutsche Demokratische Republik.

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: