//
Artikel
Artikelen

Voetbalcultuur verdwijnt met 120 kilometer per uur. De invloed van de drive-in culture op de verplaatsing van voetbalstadions naar de urbane periferie

Ze torenen hoog boven de bakstenen daken uit: de stadionlampen van de Adelaarshorst, thuishaven van Go Ahead Eagles uit Deventer. Ze omzoomen het toneel waarop de lokale helden hun kunsten tweewekelijks mogen vertonen. De sfeer van het verleden hangt als een sluier over het urbane landschap. Beklinkerde voortuinen met scooters in de tuin, een verzameling antiek tussen het oud papier en door Halfords verfraaide bolides in de straat. We zijn in de Vetkampstraat, bakermat van de bondscoach. Een seizoenskaart is overbodig voor de omwonenden: wie barbecuet in de tuin krijgt elke vrijdagavond gratis de tussenstanden mee van de plaatselijke voetbaltrots. Voetballen tussen de woningen: het lijkt een illusie geworden in tijden waarin het snelle geld het lijkt te winnen in de voetbalwereld. Steeds vaker verhuizen voetbalclubs naar de stedelijke periferie, onder het mom van veelgebezigde termen als ‘mobiliteit’, ‘business-inkomsten’ en ‘multifunctionaliteit’. Voetballen terwijl auto’s voorbijrazen of langs sluipen in de file: het is een toekomstbeeld dat de komende jaren de koers in het betaalde voetbal zal bepalen. Hoe is deze verschuiving van voetbalstadions naar zogeheten ‘A-locaties’ te verklaren en wordt daarmee geen afbreuk gedaan aan het erfgoed en de herkenbaarheid van een voetbalclub in een stedelijke omgeving?

Stadion de Adelaarshorst in Deventer bevindt zich midden in een woonwijk. Bron: Google Maps.

Daar waar de was niet meer wappert    
Bij het scoren van goals kon men de was horen wapperen aan de waslijn: terwijl het publiek van het Londense Arsenal de helden van weleer toejuichte, kon de oplettende toeschouwer in de hoeken van het stadion de typisch Engelse arbeiderswoningen onderscheiden. Het Highbury van Arsenal – het officieel onorigineel geheten ‘Arsenal Stadium’ –  als monument van de stad, een reliek van een rijk verleden. Toen Arsenal FC in 2006 de wijk Highbury verliet voor een hypermodern complex op 600 meter afstand van de voormalige voetbaltempel, vloeiden de tranen rijkelijk. Hoe konden de ‘Gunners’, van oorsprong net zo asgrauw als de vaak in fabrieken werkende fans, hun prachtige, monumentale complex verlaten voor een stadion dat in de mondiale zucht naar commercie en multimediaal vertier vooral soelaas bood voor de clubsponsoren? Hoewel de Arsenalsupporters nog altijd vanaf de zijlijn mee kunnen kijken naar de prestaties van hun club, zal men de waslijnen niet meer horen wapperen bij het maken van goals.  Nog altijd luidt de veelgehoorde kritiek dat Arsenal in navolging van Manchester City – dat het nostalgische Maine Road in 2003 verliet voor het naar de sponsor vernoemde ‘Etihad Stadium’ –  zijn ziel aan de commerciële duivel zou hebben verkocht met de verhuizing naar het nieuwe Emirates Stadium. Oude, door de tand des tijds aangetaste stadions, zouden immers niet afdoende sponsorinkomsten genereren en niet meer passen bij het grote belang dat de huidige samenleving hecht aan mobiliteit en bereikbaarheid. Deze zucht naar het spelen van voetbal langs snelwegen past in een stedelijke traditie die is overgewaaid uit de Verenigde Staten uit de jaren vijftig.

Back to the fifties: de opkomst van een ‘drive-in culture’    

Het nieuwe Kyocerastadion van ADO Den Haag voldoet gezien haar ligging aan het Prins Clausplein aan de wens naar mobiliteit. Bron: Google Maps.

Het was in de jaren vijftig dat de veelbediscussieerde notie van ‘The American Dream’ opkwam. Met de opkomst van de consumptiemaatschappij trad er tevens een verandering op in het stedelijke landschap van het door God gegeven ‘land van de mogelijkheden’. Het bezit van een auto, van ijsklontjesautomaat voorziene koelkast en transistorradio werden de adagia van de welvaart, in een wereld waarin het aanrecht als enige goed voor de vrouw gold en de man des huizes elke dag in zijn Buick of Cadillac stapte om voor brood op de plank te zorgen. Voor de blanke middenklasse werd suburbia het paradijs van de moderniteit, waarin door bomen omgeven lanen kleur gaven aan het grauwe nine-to-five-bestaan. Onder invloed van denkers als Franklin Lloyd Wright en Le Corbusier verwerd de binnenstad tot een zakencentrum, terwijl sociale cohesie binnen een bepaald gebied, op één plek gecentreerd, plaats moest maken voor meer individuele culturele ontplooiing. De auto werd de expressie van de welvaart en voorzieningen vonden hun plek langs de massaal aangelegde snelwegen. Sportscholen pal tegenover McDrives: het zijn tegenstellingen die ferm omarmd werden door de naar modernisering hunkerende modernisten. Bioscopen waarin men per telefoon popcorn kon bestellen vanuit de met leer beklede autostoelen deden hun intrede in het landschap: de drive-in bioscoop markeerde een definitieve breuk met de filmvertoningen in houten, collectief bezochte theaters. Door middel van advertenties bereikte ‘the American way of life’ ook het westen van Europa en werd onder aanvoering van Coca Cola, McDonalds en General Motors de modernisering van het stedelijke landschap ingezet. Spaarzame groenstroken, monotone bedrijventerreinen, neonverlichte fastfoodletters en eindeloze weilanden begonnen het wisselende decor te vormen waarin de auto het hoofdpersonage acteerde. Het staat in schril contrast met de vele in de vroege twintigste eeuw en pal in woonwijken gebouwde voetbalstadions die men nog spaarzaam vindt in de hedendaagse voetbalwereld.

Zeg maar dag tegen de fans: de intrede van de betonnen gracht    

Het nieuwe stadion van FC Zwolle maakt geen reclame voor de nieuwbouw van voetbalstadions. Bron: Google Maps.

Bij het zien van de schetsen van het nieuwe stadion moest het de supporters van FC Zwolle ongetwijfeld in het verkeerde keelgat zijn geschoten: daar waar de fans het krijt aan de schoenen hadden staan bij het zien van duels in het oude Oosterenk-stadion, daar leek de architect van het nieuwe stadion de Berlijnse Muur een tweede leven te gunnen. Voor voetballers van de FC moest het ongetwijfeld ook even slikken zijn: wie het waagde in de armen van de fans te willen vliegen bij het maken van een doelpunt knalde onherroepelijk tegen tien meter hoog beton aan. Met een grasmat die de kwalificatie ‘veredeld hockeyveld’ verdient en een rits kantoren langs de zijlijn doet het stadion eerder denken aan een ‘leisure zone’ in een bedrijventerrein dan aan een voetbalstadion. Als de terreinknecht even niet op heeft gelet, kijkt de televisiekijker linea recta een garagebox in waar elektrische grasmaaiers en opstapelbare verkeerspionnen het beeld in priemen. Hoewel de vaak lege tribunes zo vakkundig buiten het zicht van de camera’s worden gehouden, heeft het weinig meer te maken met de authenticiteit van het Oosterenk-verleden. Tot overmaat van ramp is het stadion daadwerkelijk gesitueerd te midden van asgrauwe préfabkantoren langs de provinciale weg, diep weggemoffeld tussen de betonnen treurnis die bedrijventerrein heet.
Hoewel het stadion van FC Zwolle geenszins reclame maakt voor nieuwbouw, past het in een traditie die sinds halverwege de jaren negentig is ingezet. Wat te denken van de van noodtrappen voorziene Rosada-stadions, DSB-stadions en Mitsubishi-Forklift-stadiums van deze wereld? Allemaal voetbalpodia die voldoen aan de moderne vraag naar mobiliteit en commercieel succes. Het ontwikkelen van nieuw te ontginnen grond blijft immers goedkoper dan het herontwikkelen van bestaande grond, evenals de nieuwe stadions verhoudingsgewijs meer ruimte bieden aan business-seats en sponsoruitingen. Economisch gezien valt de komst van de nieuwe voetbalarena’s dan ook te billijken. Echter, de geur van verschraald bier en urine is er moeilijk te vinden. Oude voetbalstadions als De Adelaarshorst, De Vijverberg en De Koel kennen een traditie die diep verankerd is in de identiteit van een dorp, stad of regio. Van grootvader, op zoon, op kleinzoon werd het evangelie van de plaatselijke FC’s overgedragen, uiting gevend aan de verbondenheid van stedelijke inwoners, of wijkbewoners, met de plaatselijke voetbalvereniging. Stadions als stedelijke ontmoetingsplaatsen, cohesie scheppende centra in gebieden waarin de fabrieksklok menigmaal het urbane leven voort slingerde. Het Rotterdamse Spangen kan niet zonder ‘Kasteel’, zoals het Groningse Oosterpark zonder het stadion louter bekend zou staan als probleemwijk. Hun cultuurhistorische waarde voor de omgeving – hele familielevens werden voor het leven getekend in de stadions – onderscheidt dergelijke bouwwerken van hedendaagse, in de periferie verscholen voetbaldecors.

Een blik op de toekomst met oog voor het verleden    
Toch, er gloort hoop aan de horizon. De afgelopen jaren doken er enkele voorbeelden op van hoe nieuwbouw gepaard kan gaan met het behoud van cultureel erfgoed. De Leipzig Red Bull Arena in de voormalige DDR laat zien hoe een hypermodern stadion respectvol om kan gaan met het verleden: gebouwd in de betonnen ring van het voormalige Zentralstadion – waarvan de eerste plannen dateren uit 1939 –  was het het enige in voormalig Oost-Duitsland gelegen voetbaltoneel voor het WK in 2006. Door de contouren van het oude Zentralstadion te verbinden met de nieuwe arena – zo is het entreegebouw herontwikkeld en dient het tevens als entreegebouw voor het nieuwe bouwwerk – wordt er op een waardevolle manier omgegaan met het cultureel erfgoed uit de voormalige DDR. Juist door de grondvesten van het oude stadion een soortgelijke, nieuwe functie te geven, geven de architecten rekenschap aan het verleden in hun taak Leipzig een voetbalstadion te schenken dat aan de moderne eisen en wensen voldoet. Een blik op de plannen voor de in 2018 te realiseren ‘Nieuwe Kuip’ in Rotterdam-Zuid leert dat ook hier de oude Kuip zoals we die nu kennen, een nieuwe bestemming aangemeten krijgt. Een dergelijk proces werd eerder ingezet bij het Highbury van Arsenal, daar de oude voetbaltempel een residentiële bestemming heeft gekregen, al dan niet met succes.
Hoewel nieuwbouw een ‘contradictio in terminis’ lijkt in verhouding tot het bewaren der historie, kunnen de toekomst en het verleden elkaar vinden in creatief denken. Het is een samensmelting die vooral berust op de stadionarchitectuur, en slechts spaarzaam op de stedenbouwkundige inpassing van de nieuwe stadions. Meer en meer verdwijnen oude voetbaldecors naar de stedelijke periferie, om de oude stadions over te leveren aan de krachten der Moeder Natuur. Deze oude stadions ontberen verbindingen met het provinciale wegennet, zijn gelokaliseerd op dure gronden en worden niet omringd door eenvoudig te bebouwen maagdelijke grond. De Marco Borsato’s en Nick en Simons van deze wereld zijn mede debet aan het verplaatsen van voetbal naar strategisch gelegen hotspots langs goede verbindingswegen. Voetbal verwordt tot entertainment en naar zweet stinkende voetbalfans maken op de tribunes plaats voor in wit of rood gestoken muzikale thrillseekers. Maar, de vaak van grote afstand zichtbare stadionlampen van oude stadions mogen de zuilen van een rijk (voetbal-)verleden genoemd worden. Het zijn dragers van een essentieel stukje stadscultuur, die meer en meer verdwijnt met 120 kilometer per uur.

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."

Reacties

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: De Skybox telt af…! 18-17-16 « - 13 juli 2012

  2. Pingback: De Groene Kathedraal: de Euroborg als uithangbord van een energieneutraal Groningen | - 1 mei 2013

%d bloggers liken dit: