//
Artikel
De Vergeten Voetballer

Yuri Nikiforov. Bescheiden rots in de branding

In de zomer van 1998 was het duidelijk, het zou een tussenjaar gaan worden voor PSV. Het was wachten op de nieuwe trainer Erik Gerets – in een roemrucht verleden furore makend als rechtsachter van de Eindhovenaren – die nog een seizoen vast lag bij werkgever Club Brugge. Voordat de gemoedelijke Belg zijn intrede zou doen op de Herdgang moest er dus een seizoen overbrugd worden en voor de functie van trainer werd een oude bekende benaderd: de verpersoonlijking van het begrip gentleman Bobby Robson wilde best voor een seizoen zijn oud-werkgever uit de brand helpen.  In het kielzog van de Brit volgden er een heleboel exoten, die  de velden van de Herdgang gingen bevolken. Passanten als peroxide-verdediger Abel Xavier en de Braziliaanse talenten Jorginho en Marcos; velen zijn hen al lang vergeten. Slechts een robuuste Oekraïner verloor zijn hart aan Eindhoven en zou er in vier seizoenen tot bijna honderd wedstrijden komen. De Grote Vriendelijke Reus uit Odessa zag verschillende collegaverdedigers in Eindhoven passeren, maar bleef zelf jaar in jaar uit trouw aan PSV. Ook toen de club overspoeld werd met nieuwe vedetten-van-de-toekomst zoals Mark van Bommel, Johann Vogel en Arnold Bruggink, kon de Eindhovense verdediging immer rekenen op Yuri Nikiforov.

Als kleine jongen was ik supporter van PSV. Het was niet dat ik tegen andere clubs was, maar ik vond PSV gewoon leuker en eigenlijk werd die voorkeur geboren in het seizoen 1998/1999. Iedereen was fan van Ajax, dat kort daarvoor de wereld had betoverd met fantastisch voetbal – ik was realistisch genoeg om dat te erkennen en om te beseffen dat het vreemdelingenlegioen dat PSV was, lang niet zo goed zou worden. Maar ik vond het wel grappig, al die nieuwe jongens op de Nederlandse velden. Hoewel ik vaak een voorliefde had voor vleugelspelers en aanvallers, had ik in die periode een zwak voor Yuri Nikiforov. Waarom? Daar probeer ik in dit artikel achter te komen.

Nikiforov blonk eigenlijk nergens in uit. Hij kon aardig koppen, was geen slechte opbouwer en had niet echt een verwoestende tackle. Nee, een slager had PSV niet in Oekraïne opgeduikeld. Zijn carrière kwam langzaam op gang. Eind jaren tachtig, in een afbrokkelende Sovjet Unie die aan de horizon haar einde naderbij zag komen, maakte hij zijn eerste meters voor het plaatselijke SK Odessa, dat hij al gauw verruilde voor het grotere Chernomorets Odessa. Na een jaartje bankzitten bij Dinamo Kiev, dat op dat moment een fantastische ploeg had onder leiding van Valeri Lobanovski, keerde hij terug in zijn geboortestad en voetbalde hij een aantal seizoenen succesvol voor Chernomorets. Het veranderende politieke klimaat van het begin van de jaren negentig in de regio had zijn weerslag op de onorthodoxe interlandloopbaan van de verdediger: Op 25 januari 1992 debuteerde hij voor het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, waarmee hij ook present was op het Europees Kampioenschap. Kort daarna speelde hij – ook nog in 1992 – drie wedstrijden voor Oekraïne en begin 1993, na zijn transfer naar Spartak Moskou, maakte hij zijn debuut in het Russische voetbalelftal. Voor dat land zou hij uiteindelijk tot 55 interlands en drie eindtoernooien (1994, 1996 en 2002) komen.

PSV pikte de verdediger in Asturië op, want het carrièrepad had Nikiforov in 1996 naar de Noord-Spaanse kuststad Gijón geleid. Bij PSV kende hij een rommelig debuutseizoen, waarin de club vooral veel scoorde (87 keer), maar ook veel doelpunten tegenkreeg (55). Ter indicatie: degradant NAC kreeg er slechts 6 meer tegen. De verdedigingslinie, waar het een komen en gaan was van Xavier, Dirkx, Oyen, Ooijer, Skerla, Jorginho, Marcos en Van der Weerden, ging gebukt onder communicatieproblemen en er was weinig sprake van coherentie in het team. Nikiforov speelde in het seizoen echter vrijwel altijd. Dat ternauwernood de derde plek – die toen nog recht gaf op de voorronde voor de Champions League – achter kampioen Feyenoord en verrassing Willem II werd bereikt, was vooral te danken aan de doelpunten van spitsenkoppel Van Nistelrooy (31) en Nilis (24). Niet aan Nikiforov. Maar toch herinner ik me van dat seizoen vooral Nikiforov. Hij sprak dan ook een woordje Nederlands. Dat kregen we van Jorginho en Marcos niet te horen. Hij droeg zelfs een paar keer de aanvoerdersband, meen ik me te herinneren.

Het jaar erop werd PSV met overmacht kampioen en was het weer Nikiforov – inmiddels in het knuffeljargon van Gerets gereduceerd tot ‘Niki’ – die wekelijks de verdediging van PSV leidde. Gerets gebruikte de nooit klagende Oekraïner danwel Rus in de seizoenen daaropvolgend wekelijks. Toch werd in 2002 besloten zijn contract niet te verlengen, nadat hij in het laatste seizoen van Gerets een groot aandeel had in de zeer teleurstellende prestaties van het team – die zelfs oversloegen naar de normaliter zo gemoedelijke supporters die in de UEFA-cup wedstrijd tegen Kaiserslautern zich van hun slechtste kant lieten zien. Met grillige prestaties was Nikiforov bepaald geen rustpunt in de verdediging. In een verkiezing van VI bemachtigde hij zelfs een tweede plek in het klassement van ‘meest teleurstellende spelers’ uit het elftal van Gerets. Wél keerde hij in dat seizoen terug in de selectie van Rusland: nadat hij jarenlang had geweigerd voor het land uit te komen, pikte hij in Japan en Zuid-Korea weer wat wedstrijdminuten mee voor het Russische voetbalteam.

In de zomer van 2002 kwam er een einde aan het dienstverband van Nikiforov bij PSV. Bij zijn afscheidswedstrijd bleef hij 90 minuten op de bank zitten. Het was sneu voor de trouwe verdediger, maar hij klaagde niet – zoals hij dat nooit had gedaan. Gerets had daarvan achteraf geen spijt: ‘Door de blessure van Arnold Bruggink moest ik eerst al noodgedwongen een wissel toepassen, daar had ik vooraf niet op gerekend. Daarnaast wilde ik met het oog op de komende wedstrijd tegen De Graafschap mijn beide linkeraanvallers in actie zien. Derhalve heb ik Gakhokidze in het veld gebracht voor Ramzi.’ De eveneens afscheid nemende doelman Patrick Lodewijks kreeg ook nog speelminuten van de coach en daarmee was hij door zijn wissels heen.

De Oekraïner vertrok echter niet meteen uit Brabant. Eindhoven werd verruild voor het op een steenworp afstand liggende Waalwijk: voor de Eredivisie-middenmoter, die een naam opbouwde met het laten doorbreken van talent, werd hij binnengehaald als welkome versterking die de jonge spelers wegwijs moest maken op het voetbalveld. Echter, in Waalwijk bleek hoe traag de verdediger inmiddels was geworden. Sympathiek, dat was hij nog steeds, maar dat was niet voldoende om een contractverlenging af te dwingen. Na één seizoen vertrok hij naar Japan, waar hij voor Urawa Red Diamonds nog twaalf wedstrijdjes in de Japanse J-League speelde. Daarna hing hij zijn voetbalschoenen aan de wilgen. Wat er daarna met hem gebeurd is? Ik weet het niet. Internet weet het ook niet. Hij werd in elk geval geen manager, trainer/coach of wat dan ook, zoals zoveel andere voetballers die geen afscheid konden nemen van het vak. Nikiforov had daarmee blijkbaar minder moeite en dat maakte hem misschien dat ik hem zo sympathiek vond. In een milieu waarin zonnebrillen, merkkleding en popster-achtig gedrag de fundamenten waren waarop het leven van de nieuwe profvoetballer gestoeld was, daar bleef Nikiforov introvert en bescheiden. Hij voerde zijn taak uit, meer deed hij niet. En je eigen zwaktes kennen? Dat is een kwaliteit waarmee maar heel weinig voetballers gezegend zijn.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."
%d bloggers liken dit: