//
Artikel
Artikelen

Euro 1996. Karakterschets van een niet zonder reden vergeten toernooi

Tussen een toernooi waarop de Oost-Europese sterren Gheorge Hagi en Hristo Stoichkov hun mondiale sterrenstatus bevestigden en het toernooi waarop het blanc-black-beur van Frankrijk een succesvolle integratiepolitiek met een wereldbeker bekroonden, zit een toernooi dat door veel voetballiefhebbers het liefst wordt – en door velen zelfs al is – vergeten. Bij de meesten hangt er een grauwe sluier over het EK 1996 en dat geldt eigenlijk niet alleen voor de liefhebbers van het Nederlands elftal, dat na een compleet demasqué het Kanaal overstak om huiswaarts te keren. De Engelse voetballiefhebbers, die een thuiswedstrijd speelden, herinneren zich waarschijnlijk vooral de angst voor hooliganisme en de uiteindelijke winnaar, Duitsland, was exemplarisch voor het toernooi: saai, inspiratieloos en oerdegelijk. Nee, eigenlijk is er weinig reden om het Europees Kampioenschap op te rakelen.

Geboorte van een Gouden Generatie
Voor de Nederlandse voetballiefhebber staan de jaren negentig natuurlijk in het teken van de Champions League- en Wereldbeker-winst van Ajax in 1995 en de verloren Champions League-finale van hetzelfde team in 1996. Een jong elftal betoverde de wereld met oogstrelend en aanvallend voetbal onder leiding van Louis van Gaal. Het besef dat het Nederlands voetbal aan de hand van deze gouden generatie mooie tijden zou gaan beleven groeide in deze periode. Er zat immers nog zoveel rek in de Ajax-selectie, waarin zelfs een aantal tieners in korte tijd furore hadden gemaakt. Ja, Davids, Seedorf en Kluivert zouden zorgen voor een rijkgevulde Nederlandse prijzenkast, zoals het bij Ajax reeds in samenwerking met de wat meer ervaren – maar nog steeds jonge – spelers als de gebroeders De Boer en aanvoerder Blind was gebeurd.

Tien van de tweeëntwintig door Guus Hiddink opgeroepen selectiespelers waren dan ook rechtstreeks afkomstig van het succeselftal van Van Gaal. Aangevuld met de nieuwe PSV-sterren Jaap Stam – als vervanging voor de geblesseerde Frank de Boer – en Philip Cocu en wereldster Dennis Bergkamp was deze selectie topfavoriet voor de eindzege. Andere favorieten waren thuisland Engeland, vice-wereldkampioen Italië en de landen die twee jaren eerder in de Verenigde Staten ook succes hadden gehad: Roemenië en Bulgarije.

Poulewedstrijden zonder glans
Achteraf bezien was de eerste wedstrijd van het toernooi een voorbode van wat komen zou. De wedstrijd tussen Engeland en Zwitserland, de andere twee teams uit de poule waarin ook Nederland en Schotland waren ingedeeld, was voor de voetbalsport antireclame van het zuiverste soort. Slechts een benutte strafschop van aanvaller Kubilay Türkyilmaz zorgde ervoor dat de ingedutte voetbalsupporter even opveerde. Het betekende de 1-1, nadat absolute vedette Alan Shearer de Engelsen al vroeg op een comfortabel geachte voorsprong had gezet. Tot eigen verbazing wisten de Zwitserse underdogs een punt binnen te slepen en ze lieten daarmee de –  gezamenijk met het publiek – ingedutte Engelse voetballers gedesillusioneerd achter.

De openingswedstrijd van Nederland was er ook al een om gauw te vergeten. Tegen Schotland werd 0-0 gespeeld en de wedstrijd was misschien wel de vervelendste van het hele toernooi. Vanwege een schorsing van Blind speelde Davids centraal achterin – een rol die voor hem bekend was, aangezien hij daar bij Ajax in het seizoen 1995/1996 ook al vaker had gespeeld. Voor de wedstrijd tegen Zwitserland die volgde was Blind echter weer beschikbaar en moest Davids op de bank plaatsnemen. Schoorvoetend volgde de gekrenkte jonge Ajacied de eisen van Hiddink op en nog voor de rust kreeg hij gezelschap van zijn maatje Seedorf, die werd gewisseld nadat hij meerdere malen ternauwernood aan een tweede gele kaart was ontsnapt. Beide kompanen gingen naast elkaar zitten – dat mocht nog in die tijd – en er broeide wat, zoveel was voor iedere kijker duidelijk. Later zou Ronald de Boer zeggen dat Davids bondscoach Hiddink op dat moment het liefst had willen aanvliegen.

Maatschappelijke problemen: de ‘kabel’ en hooliganisme
Nederland won de wedstrijd, maar dat is door velen daadwerkelijk vergeten. De reserveplek van Davids, de vervanging van Seedorf en overigens ook de reserveplek van Kluivert, die in de hiërarchie moest plaatsnemen achter spits Bergkamp brachten aan het licht wat al langere tijd broeide: er was een tweedeling ontstaan en Nederland maakte kennis met de kabel. De selectie was verdeeld in twee kampen, hetgeen in de documentaire van Andere Tijden Sport duidelijk wordt gemaakt. Hiddink zag op dat moment het probleem niet zo: ‘kijk, iedereen neemt zijn eigen cultuur en identiteit mee. Waarom zouden die donkere jongens zo nodig boerenkool met worst moeten eten? Wij waren er gewoon om te presteren,’ zei hij jaren later tegen Andere Tijden Sport.

Verdeeldheid zichtbaar aan de Nederlandse eettafels

Toen echter Edgar Davids aan een journalist meldde dat ‘de bondscoach zijn hoofd uit het achterwerk van sommige spelers moest halen’, barstte de bom. Davids werd door Hiddink weggestuurd en keerde voorafgaand aan de laatste allesbeslissende poulewestrijd tegen Engeland huiswaarts. De kabel had een van zijn belangrijkste pionnen verloren. Bij een teambespreking waarop Hiddink opriep tot eenheid was daarvan echter allang geen sprake meer. Naar verluidt was Winston Bogarde witheet geworden en wilde hij de bondscoach het liefst iets aandoen. De poging van Hiddink was mislukt; het wij/zij-perspectief, dat al langere tijd bij werkgever Ajax sluimerde, was aan de oppervlakte gekomen. Nederland maakte kennis met Surinaamse en Nederlandse voetballers in eenzelfde Oranje shirt en dat bleek een probleem te zijn in 1996.

Nederland verloor de wedstrijd met Engeland met een beschamende 4-1, maar het doelpunt  van invaller Kluivert zorgde ervoor dat het toernooi een vervolg kreeg. Een vervolg, waarmee eigenlijk zowel selectie als pers niet meer bezig leken te zijn. Nederland wist echter de volgende ronde te bereiken, wat niet kon worden gezegd van Roemenië, Bulgarije en Italië – favorieten die roemloos ten onder gingen. Roemenië haalde aan de hand van Barcelona-vedette Hagi zelfs geen punt.

Voor Nederland eindigde het toernooi in de kwartfinale, waarin van Frankrijk verloren werd. Seedorf miste de beslissende penalty en werd – opvallend genoeg –   getroost door de Franse voetballers Karembeu en – later – Bernard Lama, die beide eerder bij het Nederlandse wonderkind waren dan de voetballers van het eigen elftal. Het betekende het einde van een beschamend toernooi voor Nederland, waarop maatschappelijke problemen de overhand hadden gekregen over het teamgevoel.

Maatschappelijke problemen kwamen ook aan het daglicht toen de wereld op het toernooi dan toch met het hooliganisme kennismaakte. De Engelse overheid had tal van voorzorgsmaatregelen genomen en het ging lang goed, totdat het Engelse voetbalelftal het toernooi moest verlaten na een verloren wedstrijd tegen Duitsland. Gareth Southgate miste uiteindelijk de beslissende strafschop en na de bloedeloze wedstrijd en de teleurstellende penaltyserie sloeg op Trafgalgar Square de vlam in de pan. Bij onlusten tussen Engelse en Duitse hooligans vielen diverse gewonden en de Engelse politie greep hard in. Ondanks de voorzorgsmaatregelen was het dan toch misgegaan op Engelse bodem. Dat waar de Britse politiek zo bang voor was geweest, was uitgekomen.

Een exemplarische winnaar en een hoopvolle horizon
Terug naar het voetbal. De andere halve finale, tussen Frankrijk en Tsjechië, eindigde – uiteraard – in een vervelende 0-0, waarna strafschoppen beslisten dat Tsjechië naar de finale zou gaan, waarin dus Duitsland wachtte. Duitsland won daarin uiteindelijk na verlenging door een doelpunt van Oliver Bierhoff en werd aan de hand van jongens als Babbel, Helmer, Eilts, Ziege en Sammer – bepaald geen wereldsterren – uiteindelijk Europees Kampioen. Opvallend genoeg was er voor de meest opvallende Duitse spelers van deze periode geen – Stefan Effenberg ontbrak vanwege het ‘Stinkefinger’-incident twee jaren eerder – of een marginale – ‘Super’ Mario Basler was veroordeeld tot een reserverol op het toernooi en vedette spits Klinsmann maakte slechts drie doelpunten – rol. Bondscoach Berti Vogts koos voor degelijkheid in plaats van techniek, en dat was de succesformule gebleken. Het voetbal was weer een sport van hard werken en veel rennen geworden en de glans van het Ajax, waarin techniek het van de fysiek had gewonnen, was vervaagd. Het EK 1996 had de exponent van het succes van Ajax moeten worden, maar werd het tegenovergestelde.

Dat uiteindelijk de ‘libero’ Sammer gekozen werd tot beste speler van het toernooi en dat Eilts bij de beste middenvelders werd geschaard, is waarschijnlijk ook vergeten. Mooie doelpunten herinnert niemand zich meer, slechts gemiste penalty’s, vechtende hooligans en de verdeeldheid van een Nederlandse natie zijn ons bijgebleven.

1996 bleek uiteindelijk echter een eenzame donkerte in de jaren negentig. In 1998 werd de wereld blijgemaakt door een Nederland waarin de kabel niet meer bestond en eendrachtig en met prachtig voetbal de halve finale werd bereikt, niet in de laatste plaats dankzij een fantastisch afstandschot van Edgar Davids in de kwartfinale. Bergkamp en Kluivert speelden samen in de spits en vormden een tandem waar de hele wereld zijn vingers bij aflikte. Uiteindelijk werd thuisland Frankrijk kampioen, en werd blanc-black-beur een voorbeeld voor alle teams: welke afkomst de voetballers ook hadden, ze zorgden samen voor de eindoverwinning. De zwakte van het Nederland van 1996, bleek de kracht van het Frankrijk en Nederland twee jaar later. De zon brak door en het Britse wolkendek dat het voetbal in 1996 zo karakteriseerde, was eindelijk vergeten.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: