//
Artikel
Artikelen

Over Ivorianen, Robert de Pinho de Souza en Hutspot

Quizvraagje: Welke twee dingen hebben Barry Boubacar Copa, Emmanuel Eboué, Seydou Kanté, Mohamad Diallo, Arthur Boka, Abdoulaye Djire, Igor Lolo, Armand Mandakan, Marco Né, Ndri Romaric en Moussa Sanogo gemeen? Inderdaad, ze speelden allemaal mee voor SK Beveren in de verloren bekerfinale tegen Club Brugge, en hun wieg stond ooit in een West Afrikaans land, verre van het knusse stadionnetje Freethiel, waar de Oost-Vlaamse club ooit zijn thuiswedstrijden speelde. Inmiddels bestaat de club SK Beveren niet meer en zijn velen van bovengenoemde hemelbestormers uitgekomen voor het nationale elftal van Ivoorkust en heeft een groot aantal van de spelers in stadions van gerespecteerde Europese clubs gespeeld.

Yaya Touré, maakte inmiddels furore als middenvelder bij Barcelona en Manchester City

Ik kan me niet voorstellen dat Yaya Touré (niet aanwezig bij de bekerfinale, maar ook een Beverse ‘sterkhouder’) ooit een nacht echt slecht geslapen heeft vanwege de situatie in Beveren, toen hij zijn prijzenkast vulde bij Barcelona en Manchester City. Daar gaat het ook niet om. Clubliefde is niets anders dan werken voor je geld. Kijk, als Beveren jou geld betaalt om goed te presteren, dan trek jij je een blauw-geel shirt aan, doe je je stinkende best, en investeer je in je eigen carrière. Omdat het in het voetbal verdomd lastig is te groeien in een team dat niet functioneert, is het van groot belang voor jezelf om ook een stap extra te zetten voor een andere speler. Simpelweg, omdat je daarvan zelf ook beter gaat voetballen, en je zo misschien elders meer geld kunt verdienen, of meer status op kunt doen. En als je salaris en status bij Beveren volstaat, dan bal je toch lekker verder in Vlaanderen?

Clubliefde. Het is een stom begrip. Trek ene Robert de Pinho de Souza een rood-wit gestreept shirt aan heel Eindhoven juicht als hij een penalty erin schiet. Er zullen weinig supporters weten dat hij inmiddels in Mexico zijn geld verdient. Doet er ook niet toe. Hij heeft nu een blauw-wit in plaats van een rood-wit shirt aan, dus, who cares?

De oplettende lezer zal zich afvragen waar dit verhaal naartoe gaat. Een bataljon Afrikanen in Vlaanderen, een verdwaalde Braziliaan op de Herdgang, ze lijken weinig gemeen te hebben. Toch heb ik al jaren een ergernis, die eigenlijk zijn oorsprong vindt in uitspraken van Huub Stevens, eerst bij Roda JC, daarna bij PSV. Huub ziet zichzelf graag als een man van normen en waarden, als een man die de spelers niet alleen maar voetbaltechnische dingen bij moet brengen, maar die ook een stukje maatschappelijke vorming aan zijn spelers wil meegeven. Vreselijk. Hij ging de ‘koempelmentaliteit’ in Kerkrade terugbrengen en wilde op de Herdgang Brabantse gemoedelijkheid herintroduceren. Spruitjeslucht, één koekje bij de koffie. Lachen met Raymond Atteveld. Je kent het wel. Het geromantiseerde beeld van vroeger, toen spelers nog binding hadden met de club en er hard voor wilden werken. Hij joeg vrijwel alle exoten weg uit Kerkrade en zijn gebrek aan kennis van andere culturen werd pijnlijk duidelijk tijdens de schertsvertoning met Danko Lazovic en Edison Mendez op de gezellige Brabantse Herdgang. Het was er zelden zo gemoedelijk geweest.

Het heeft een tijd geduurd voordat PSV en Roda JC bekwamen van de cultuurshock die Stevens bij de clubs probeerde te bewerkstelligen. Een cultuurshock, dat werd het. De cultuur van de club werd: je gedragen zoals Huub Stevens dat doet. Op het veld, in de kantine, in de bus, aan de afwas, voor de TV. Huub is een man die je keuken binnenwandelt, je eigenhandig gemaakte bami woedend de prullenbak in gooit om je te vertellen dat aardappeltjes met worteltjes en een karbonaadje vroeger altijd goed zijn geweest. Doe niet zo mal, met je exotische gekkigheden!

Het tegenbeeld van Huub is Guus Hiddink. Die zal het geen moment in zijn hoofd hebben gehaald met DaMarcus Beasley en Jefferson Farfan naar de lampjesfrabriek te gaan. Het interesseert Guus niet wat die jongens in hun vrije tijd doen, en dat is maar goed ook. Als Beasley tegen Rosenborg de beslissende erin schiet, dan is er toch niemand die zich erom bekommert dat hij in zijn vrije tijd niet naar Guus Meeuwis luistert? En als Robert de Pinho de Souza – daar issie weer! – die penalty erin schiet, dan hoeft hij nooit hutspot te eten van Guus. Guus werd een paar keer kampioen en miste op een haar na de finale van de Champions League. Huub nam halverwege het seizoen troosteloos ontslag.

Als er al een reden is om je te verzetten tegen een speler in de selectie, dan is het omdat hij niet voldoet. Of dat nu komt doordat hij slecht voetbalt, zich niet op zijn gemak voelt, weinig communiceert of geen teamspeler is, dat is niet relevant. Of een speler voldoet, of niet. En als hij niet voldoet, dan heb je er niets aan. Of hij nu een Belg, een Nederlander, een Ivoriaan of een Azerbeidzjanees is. Natuurlijk is het vaak makkelijker werken met Nederlanders. Niet omdat zij de cultuur van clubliefde kennen en karbonaadjes eten, maar omdat zij Nederlands spreken, net als veel andere selectiespelers. Tenzij je een selectie met enkel Ivorianen hebt. Dan werkt een Fransman misschien beter.

Dirk Kuyt, toonbeeld van clubliefde?

Trouwens, even een tweede quizvraagje: wie weet wie er in de betreffende finale inviel voor de club uit Beveren? Juist, een jonge Björn Vleminckx, noeste werker en zelfverklaard Dirk Kuyt-look a like. Dirk Kuyt, het toonbeeld van clubliefde, die bij elke club waar hij bakken met geld verdient, meldt ‘dat het de mooiste club van de wereld is’, ‘dat deze club de beste supporters heeft’ en ‘dat hij er absoluut zijn carrière gaat afsluiten’. Jaja Dirk. Je kunt maar één club de mooiste vinden en je kunt je carrière bovendien maar afsluiten bij één club. Als de fans het willen horen, wil Dirk best zeggen dat-ie karbonaadjes eet. Of hutspot. Is het clubliefde te zeggen wat supporters willen horen? Of is dat hypocriet populisme? Doe mij dan maar een elftal Afrikanen zonder pretenties van clubliefde.

(vrij naar het artikel dat ik op 22 maart 2011 plaatste op www.voetbalzone.nl)

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: