//
Artikel
Artikelen

Iedereen kan zoals Messi zijn! Over spelplezier en amateurvoetbal

Door gastredacteur Kaj Beurskens

Alle voetballiefhebbers kennen het gevoel wel: als gehypnotiseerd naar een wedstrijd van Barcelona kijken, de bal volgen die snel van voet tot voet gaat, het kwijl dat bijna uit de mond komt en de vrouw die hoofdschuddend maar wat drinken gaat halen. Messi, het fenomeen van de huidige generatie is weer eens z’n kunsten aan het vertonen. Na iedere actie van hem verval je weer stil in gedachten als ‘wat simpel’ en ‘waarom lukt mij dit niet’. Bam! Back to reality.

Velen van ons komen voetballend dichter in de buurt van een boterham met pindakaas etende Pietertje uit een welbekende reclame dan Messi. Maar ook voor Messi is het niet simpel om de tackles van Pepe te ontwijken of na een slalom over de vleugel naar binnen te trekken en de bal hard en zuiver in het netje en buiten bereik van de keeper te schieten. Het is een combinatie van hard werken, talent en plezier. En daar snijden we een punt aan dat iedereen kan bereiken: plezier. Want daar gaat het zowel bij de amateurs als de profs in eerste instantie om.

Na verloop van tijd weet iedere voetballer wel ongeveer waar zijn grens ligt, en bij velen ligt die niet veel verder dan de plaatselijke FC. Maar dat staat niet in de weg om net zoveel plezier in het voetbal te hebben als Messi. Accepteer je eigen niveau, maar ook dat van je teamgenoten en tegenstanders, dat voorkomt al een hoop frustratie en ergernis. Sommigen kunnen alleen op spelcomputers het niveau van Messi en co benaderen, voor de meesten is dat zelfs al te hoog gegrepen. Het binnenhouden van het bier van de nacht ervoor is voor anderen weer een hele prestatie, terwijl een enkeling al blij is als hij niet struikelt in de warming-up (wie zegt dat Pietertje niet op waarheid gebaseerd is!?). Weer anderen verheugen zich meer op de derde helft dan op de twee daarvoor. Het niet accepteren van je eigen niveau of dat van de mensen om je heen staat vaak het plezier in de weg.

Dit is iets dat ik uit eigen ervaring regelmatig heb meegemaakt op onderafdeling amateurniveau. Tegenstanders die een half uur voor start van de wedstrijd met een serieuze warming-up bezig zijn, maar vervolgens toch met een ruime achterstand de rust in gaan, wat zich dan uit in gerichte tackles op de benen, ellebogen en commentaar richting de scheidsrechter. Buiten zelfoverschatting is de generatiekloof een vaak bijkomend probleem. Oud-eerste spelers die denken dat ze nog net zo goed (moeten) zijn als in hun beste jaren en jongere spelers die geen kritiek kunnen verdragen, zorgen vaak voor een explosieve mix, wat voor iedereen die bij zo’n team betrokken is geen pretje is. Daarbij zijn jongere spelers vaak meer individualistisch ingesteld dan de oudere, wat natuurlijk tot wrevel kan leiden. Bijvoorbeeld een wisselspeler die niet wil vlaggen of een basisplaats eist terwijl hij niet komt trainen. Denk ook aan aanvallers die, buiten de aftrap, nooit een voet op eigen helft zetten, en dan toch de verdediging de schuld geven van tegendoelpunten. Of verdedigers die iedere bal naar voren rossen en dan de aanvallers de schuld geven dat er niet gescoord wordt. Een beetje zelfkennis kan geen kwaad.

Natuurlijk moet je altijd proberen om jezelf te blijven ontwikkelen, maar zonder een beetje relativeringsvermogen zullen de meesten onder hun maximale niveau blijven presteren. Dit omdat ze zich meer richten op hetgeen dat fout gaat in plaats van dat goed gaat, wat zich weer uit in frustratie op zichzelf, medespelers, tegenstanders, scheidsrechters, de harde kern langs de kant of vrouw en kinderen thuis. Velen leggen de lat onnodig te hoog voor zichzelf. Je kunt eenvoudigweg niet de bal afpakken, vanaf eigen helft vijf man met een panna en tip-top voorbijspelen, daarna een voorzet geven en ‘m ook nog eens zelf a la Van Basten afmaken. Zelfs Messi lukt dit niet. Begin eerst maar eens met een pass over vijf meter in de voeten, dat is voor velen al lastig genoeg.

Messi is zelden te betrappen op negatief commentaar richting tegenstanders of scheidsrechters, en al helemaal niet richting teamgenoten. Dit terwijl het menigmaal gerechtvaardigd kan worden na een grove charge. Waarom, is dan de vraag die opborrelt. Het antwoord hierop is dat hij waarschijnlijk een goed relativeringsvermogen heeft en gewoon plezier wil beleven aan het spelletje. Qua beleving lijkt het alsof hij nog altijd op het trapveldje uit zijn jeugd staat te spelen, terwijl al het andere om hem heen is veranderd. Het veldje dat meer kuilen dan gras bevatte is ingeruild voor het biljartlaken van Camp Nou, de rode fiets is ingewisseld voor een vierwieler in dezelfde kleur en in plaats van zijn moeder die ‘s avonds voor het eten zorgt, zal er nu wel een knappe meid thuis op hem wachten.

Het enige dat hetzelfde is gebleven is de diepste en primaire drijfveer: plezier. Dat is waar het om draait, van de kaboutertjes categorie bij de pupillen tot en met de selectie voor het nationale keurkorps. Dat is wat alle voetballers van jong tot oud en van zesde klasse onderafdeling tot op het WK gelijk maakt. Dat is het enige waarmee wij, Pietertjes, op gelijke voet met Messi kunnen komen. Met een beetje relativeringsvermogen en een gezonde dosis zelfspot is dit voor iedereen te bereiken en met dit als basis komen de prestaties vanzelf voor iedereen op z’n eigen niveau. Natuurlijk ben je altijd afhankelijk van je omgeving en de specifieke context, maar hoe beter je jezelf kent, hoe beter je met die externe factoren om kunt gaan en er het beste uit kunt halen.

Over Gastredactie

Mail ons en word gastredacteur!

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: