//
Artikel
Artikelen

Het is goed toeven op het voetbalkerkhof. Een persoonlijke interpretatie van het leven bij AEK Larnaca op Cyprus

Larnaca juli 2011. De zon staat hoog en op de boulevard waait een zwoel briesje. In de verte zijn vissers bezig om de vangst voor de volgende dag binnen te halen, terwijl op één van de veranda’s van de wit beschilderde restaurantjes een gerimpelde Cyprioot een dutje doet op een schommelstoel. De hitte hangt als een allesverzengende sluier over het landschap. Hoog in de heuvels staart Kevin Hofland met een piña colada in zijn hand uit over de vallei. “Hey Danny, pak jij de huzarensalade even uit de koelkast?”, klinkt het uit de mond van de oud-international. Even verderop staat oud-Spartaan Danny Schenkel in de koelkast te rommelen. We zijn hoog in de heuvels van Cyprus, aan de rand van het in de horizon overlopende zwembad van de familie Hofland. “Dit is nog eens leven”, mompelt Hofland terwijl hij een teug van zijn cocktail neemt. Tegelijkertijd plonst oud-international Tim de Cler in het zwembad. “Ik had nog zo gezegd geen bommetje” grapt (de inmiddels vertrokken) trainer Ton Caanen even verderop. We bevinden ons in de ommuurde compound van de Hollandse enclave die is neergestreken op Cyprus. Voetballen lijkt een bijzaak voor deze voetballers die zich in de verre herfst van hun carrière begeven. 

De boulevard in Larnaca nodigt uit voor zwoele nachten op het warme Cyprus


Op en top prof onder de Cypriotische
zon
Het is ongegeneerde mode geworden: over the hill-zijnde pseudo-vedetten die in de nadagen van hun voetballoopbaan hun carrière een welverdiend uitgeleide doen in de Mediterranée. Daar waar het Midden-Oosten ook nog altijd de voorkeur geniet van menig versleten voetballer, bevinden zich sinds enkele jaren steeds meer Nederlanders op Cyprus. Het tempo van de Eredivisie lijkt hier enkele niveaus teruggeschroefd, terwijl de term ausputzer hier geen negatieve bijklank heeft. “Ik kan de jonge jongens sturen vanaf mijn positie in het veld” aldus Kevin Hofland die zich steevast enkele meters achter de nog gretige mandekkers bevindt. “Ik heb natuurlijk veel ervaring en wil die graag met de jonge jongens delen. Die rol had ik bij Feyenoord al en hier ben ik helemaal op mijn plaats”, aldus de verdediger. Even verderop staat oud-Utrechtaanvoerder Gregoor van Dijk met zijn zoontje een balletje in de tuin te trappen. “Ik moet even de satésaus uit de garage halen” klinkt het even verderop. En weg is Danny Schenkel: schuin tegenover de Hoflandjes staat het huis van de Schenkeltjes, waar op de oprit een blinkend antracietgrijze Volkswagen Touareg in de zon staat te blinken. “We wonen weliswaar in hetzelfde complex, maar we hebben absoluut onze eigen privacy. Het is natuurlijk wel erg leuk voor mijn vrouw en de kinderen” aldus Ton Caanen. “Kostas komt elke maandag de boodschappen brengen, terwijl we natuurlijk ook het nodige uit Nederland mee hebben genomen. Hier hebben ze namelijk geen bitterballen van de Mora” vult de in zwembroek gehulde Tim de Cler aan. Er staat geen training op het programma vandaag:  de broeiende zon noopt tot relaxen aan het azuurblauwe privézwembad. “Wij zijn natuurlijk wel op en top prof, we weten wanneer we wel in de zon kunnen liggen en wanneer niet”, stelt Hofland terwijl hij nog een Corona uit de koelkastdeur trekt.

Het is een namiddag zoals zo velen deze maand. De zon gaat pas laat onder en tot diep in de avond hangt er een zwoele warmte over de heuvels van Larnaca. In de verte sjirpen krekels, terwijl olijfbomen de vallei diepgroen doen kleuren. “Meestal trainen we ’s ochtends, maar op een dag als vandaag is het vooral belangrijk je rust te pakken” bromt Gregoor van Dijk. De bebaarde bikkelaar op het Utrechtse middenveld lijkt verleden tijd: voor ons staat een in bermudazwembroek en hawaiiblouse gehulde routinier, wiens dure zonnebril nonchalant in het rossige haar is gedrapeerd. Het was de inmiddels ontslagen trainer Ton du Chatinier die het einde inluidde voor de Utrechtse publiekslieveling: de van brylcream doordrongen Gianluca Nijholt verwees de voormalige vedette naar het tweede plan. “Ach, Ton du Chatinier, hij verwees zelfs Dries Mertens en Ricky (van Wolfswinkel red.) regelmatig naar de bank. Als ik hem vergelijk met Ton (Caanen red.), dan ben ik blij om hier te zijn” aldus Van Dijk. Terwijl Van Dijk memoreert over zijn Utrechtse tijd komt de geur van gebraden vlees en brandende kolen ons tegemoet. “Wie heeft er zin in een shaslick? Mijn vrouw heeft ze speciaal gemaakt vanmiddag”, roept Ton Caanen even verderop. Terwijl het gezelschap zich tegoed doet aan de gebraden lekkernijen, klinken wij een glaasje mee. De drukkende warmte kan de feestvreugde niet schaden. Terwijl wij in een gehuurde Suzuki Jimny ons hotel opzoeken, horen we het gezelschap bulderend de nacht inluiden. Het zou nog laat worden in Larnaca.

Rust als remedie: de echte prof kent zijn beperkingen
De volgende dag begeven we ons naar het trainingscomplex van de plaatselijke voetbalvereniging. Het was Jordi Cruijff, inderdaad de zoon van, die hier enkele jaren geleden als technisch directeur het fundament legde voor de Nederlandse hoogconjunctuur op het eiland. Het trainingscomplex oogt echter nog altijd als een uitgemergeld relikwie tegenover de chique trainingscomplexen die men tegenwoordig in Dubai aantreft. Eén van de velden doet in zijn zanderige gedaante eerder denken aan een onverharde parkeerplaats dan aan een daadwerkelijk voetbalveld. In de verte zien we een terreinknecht op een rochelende grasmaaier een poging doen om nog wat te maken van één van de velden. Als we aankomen tegen een uur of tien in de ochtend oogt het complex akelig uitgestorven. Nadat we een half uur nodig hadden om Ton Caanen te bereiken blijkt dat de training afgelast is. “De jongens hebben door alle hitte nu even behoefte aan rust. Morgen trainen we weer” lezen we per sms. Dan maar naar het strand. “You Dutch?” spreekt de ober ons toe in gebrekkig Engels. Het lijkt alsof we niet de eerste zijn op dit lommerrijk in de schaduw gelegen verandaterras. Terwijl we na een hobbelige autorit genieten van een ijskoude Corona schuift even later Tim de Cler aan voor een gesprek. De verdediger, die de term pseudo-verdedigen en het afschuiven van verantwoordelijkheid een geheel nieuwe lading heeft gegeven in de afgelopen jaren, spreekt over het herwinnen van plezier en het feit dat hij eindelijk meer tijd aan zijn gezin kan besteden. De woorden van De Cler doen verwachten dat zwaar over the hill zijnde voetballers als Gerald Sibon, Arnold Bruggink en André Ooijer – die bijna in Cyprus had getekend voordat hij een belangrijke rol ging opeisen in de kleedkamer van Ajax –  binnen afzienbare tijd ook de Cypriotische zon op zullen zoeken.

De beste stuurlui staan aan wal
Later op de avond bezoeken we een vriendschappelijke wedstrijd tussen AEK Larnaca en de plaatselijke amateurclub. Tijdens de warming-up ontwaren we onder de Larnaca-spelers een oude bekende: het is Gonzalo Garcia Garcia, de man die jarenlang zijn inefficiënte trukendoos kon openen in Groningen en Venlo. Garcia Garcia speelt zoals gewoonlijk kort achter de spitsen en doet wat hij al die jaren al deed: een hakje hier, een lobje daar, Garcia is hier in zijn element. Langs de boarding van het veld staan hoogstens twintig supporters, die gratis getuige zijn van de matte spelvertoning. Het is Hofland die met zijn kont tegen de eigen zestien sjokkend de meute vooruitbrult. Gregoor van Dijk laat zien dat hij na zijn tweeëndertigste beter zijn schoenen aan de wilgen had kunnen hangen. Tijdens het oefenduel duikt de op proef zijnde doelman Barry Ditewig traditioneel meerdere keren onder voorzetten door, al weet de plaatselijke postbode die in de spits is geposteerd van de tegenstander geenszins het net te vinden. Ondertussen is Tim de Cler vooral bezig met het schelden op medespelers, terwijl Danny Schenkel hevig naast Ton Caanen mee staat te wijzen als ware hij een assistent-trainer. Terwijl de jonge Griekse rechtsbuiten van Larnaca niet-begrijpend naar de zijlijn staat te staren, gebaart Schenkel hevig alsof zijn leven er van afhangt. “Je moet maar binnen, naar binnen!”: de woorden van de voormalig Willem-II-verdediger loeien over het veld alsof er een Boeing 747 langs de zijlijn stationair staat te draaien. Vanaf een afstandje steekt Jordi Cruijff een sigaretje op. Aan zijn norse blik valt af te lezen dat hij met zijn gedachten ergens anders zit. Dat geldt ook voor oud-Roda spits Andrés Oper, die in de spits loopt met een bierbuik die niet onderdoet voor die van Ahmed ‘Mido’ Hossam of Collins John. De rappe spits van Roda is niet meer: het Cypriotische leven is hem welgevallen zo te zien.

Hoewel Larnaca de 4-0 overwinning zakelijk incasseert, oogt het voetbal allerminst indrukwekkend. Wie kijkt naar de carrières van de Nederlandse Cyprioten kan duidelijk stellen dat de rek er wel uit is bij de Nederlanders: een constatering die wordt bevestigd bij het observeren van het zaterdagmiddagvoetbal dat de ruim twintig toeschouwers net voorgeschoteld kregen.  Het lijkt een wereld van verschil met de ploeg die later dat jaar furore zal maken in de Uefa Cup. Danny Schenkel maakt de vreugde echter niet meer mee: hij leidt heden ten dage de labiele defensie van Telstar, daar heimwee hem ertoe deed beslissen weer onder de rook van de Hoogovens van IJmuiden te gaan wonen. Ook Ton Caanen, inmiddels de laan uitgestuurd ten faveure van oud-Feyenoordassistent Leon Vlemmings – geen familie van de ‘Ter Land Ter Zee en in de Lucht’- coryfee – maakt de huidige succesperiode niet meer mee. Het verschil met de overige ploegen op Cyprus is echter nog enorm: voetballers die als semiprof bijverdienen naast hun baan als visser, stratenmaker of barman zijn geen uitzondering op het eiland, waarop alleen het noordelijker gelegen Apoel Nicosia in de internationale krochten van het voetbal enigszins meetelt. “Mensen die denken dat wij hier zijn voor het geld hebben het mis” stelt Gregoor van Dijk na afloop van de wedstrijd. “Wij willen hier gewoon iets moois neerzetten” besluit de geroutineerde middenvelder. En dat kan zeker, want het is goed toeven op het voetbalkerkhof van Cyprus.

Bronnen

Reportage TV Limburg februari 2011 ‘AEK Larnaca op Cyprus’:

http://www.youtube.com/watch?v=FB5nXYZ1NGw

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."
%d bloggers liken dit: