//
Artikel
Artikelen

Der Boss und das Wunder von Bern: hoe een zomeravond in 1954 de Duitse geschiedenis veranderde

Op een zomerdag ongeveer tien jaar na de ergste episode uit de Duitse en Europese geschiedenis vindt een wonder plaats in Bern, Zwitserland. 60.000 toegestroomde supporters zien voor hun ogen een doelpunt en overwinning die maatschappelijk gezien grotere gevolgen hebben dan zij op dat moment kunnen bevroeden; maar wat zij wel voelen is de uitgelaten vreugde van eenzelfde orde van grootte. Net zoals talloze miljoenen aandachtig naar de radio luisterende Duitse burgers, wanneer de commentator bij een 2-2 stand hoopvol de troepen aanspoort tot het ondenkbare: ‘Aus dem Hintergrund müsste Rahn schiessen. Rahn schiesst: Tor! Tor! Tor! Tor! Tor für Deutschland!’  De commentator uit de nette jaren vijftig voelt de noodzaak zich enigszins te verontschuldigen voor zijn uitgelaten schreeuw, maar wordt meteen daarna weer meegezogen in het magische geluk van het moment: ‘Drei zu zwei führt Deutschland fünf Minuten vor dem Spielende. Halten Sie mich für verrückt, halten Sie mich für übergeschnappt. Ich glaube, auch Fußball-Laien sollten ein Herz haben und sollten sich an der Begeisterung unserer Mannschaft und an unserer eigenen Begeisterung mitfreuen‘. En bij de huldiging van de nieuwe wereldkampioen is de vreugde vergezeld door innige dank: ‘Unser Stolz, unsere Freude, und unser ganz innigen Dank; den elf Spielern im weissen Jersey und den schwarzen Hosen’. De commentator schreeuwt met een stem het geluk van een gebroken natie die nu in 1954 eindelijk onder het goedkeurende oog van de gehele wereld mag jubelen over nationaal succes: de vreugdekreet van het beste zijn van de wereld op sportieve basis.

De ontlading in het van schaamte en boetedoening doortrokken Duitsland is waarschijnlijk een van de meest emotionele en mooie momenten die voetbal in de maatschappij heeft ontlokt. En er was één man daarvoor verantwoordelijk: niet een sterke leider die een naar eigen zeggen achtergestelde natie op gewelddadige wijze de hoofdrol op het toneel van de wereldpolitiek zou laten opeisen, maar een gezegende aanvaller uit het industriële Essen die met een simpele voetbeweging zijn land een veel grotere eer bezorgde: Helmut Rahn – bijnaam Der Boss – schoot met een schuiver Duitsland in 1954 als wereldkampioen de boeken in. Het Wirtschaftswunder van het nieuw herboren Duitsland werd zo met een tweede wonder op het voetbalveld bekroond: men mocht weer een klein beetje trots zijn op het eigen land.

En dat ten koste van  de Magische Magyaren, de fluwelen balkunstenaars met exotische namen als Ferenc Puskás en Sándor Kocsis: in de jaren vijftig de absolute vedetten van het mondiale voetbal.  Puskás was de man met dynamiet in zijn linkerbeen, die samen met legende Alfredo di Stefano het maagdelijk wit van de Koninklijke uit Madrid tot grote hoogte had gestuwd en tot de verbazing van miljoenen voetballiefhebbers wereldwijd had doen spreken. Met vereende krachten hadden elf relatief bescheiden Duitse voetballers de wereldsterren van het land van de Donau verslagen: doorzettingsvermogen had het gewonnen van technische kunde. Maar er was niet alleen een wedstrijd van negentig minuten gewonnen; de overwinning in Bern had grote maatschappelijke gevolgen.

De ‘Weltmeisterzug’ die de wereldkampioen die zomer door West-Duitsland van huldiging naar feest vervoerde. Foto: Wikimedia Commons.

Vanuit het diepe Duitse dal …

De Duitse spoorwegdienst ruimde een speciale trein in om de gevierde wereldkampioen huiswaarts te brengen. Bij de eerste halte die deze trein van wedergeboorte aandeed stonden meer dan honderdduizend jubelende landgenoten te wachten. In München werden de voetballers op handen gedragen en de regionale hoofdstad was het toneel van uitzinnige taferelen. De trein boemelde die zomer van de ene grote West-Duitse stad naar de andere, alwaar steevast dezelfde uitbundige vreugde die Mannschaft ten deel viel. Auteur van het boek Finale Grande Alfred Georg Frei beschreef de bijna Homeriaanse huldiging als volgt: ‘Frenetischer Jubel, durchbrochene Polizeisperren, Geschenke an die Spieler als Vorgeschmack des Wirtschaftswunders, Blasmusik, vorbereitete Reden von Oberbürgermeistern und Landräten, denen niemand zuhören wollte‘. Maar waar kwam deze onovertroffen vreugde, zo eensgezind door de bevolking gevierd, vandaan?

De in 1949 gestichtte Bundesrepublik Deutschland (BRD) kende in het begin van de jaren vijftig een teleurgestelde en murw geslagen bevolking, die door de destreuze jaren dertig en veertig had geleerd al te geestdriftig sentiment te wantrouwen en vooral nergens op te hopen.  Aan de vooravond van de finale in Bern had zich echter langzaam maar zeker een verschuiving in het gemoed afgetekend: de West-Duitse staat werd onder de degelijke (maar autoritaire) leiding van staatsvader Konrad Adenauer stapsgewijs als volwaardig lid in de mondiale politiek opgenomen en het feit dat het nationale elftal in 1954 mee mocht strijden om de wereldtitel was daarvan een teken. Na de gewonnen wedstrijd ontstond voor het eerst sinds de oprichting van de BRD een wij-gevoel: opvallend is dat veelal werd geroepen dat ‘wir Weltmeister sind’ en niet dat ‘Deutschland Weltmeister ist’, zoals bij de daarop volgende titels in de jaren zeventig en negentig zou worden gezegd. Een van de bekendste Duitse historici en tevens schrijver van de hoog aangeschreven biografie van Adolf Hitler, Joachim Fest, spreekt veelbetekenend van het Wonder van Bern als de Geburtstunde der Bundesrepublik Deutschland. Na de Stunde null was dit de eerste klokslag voor de herboren Duitse natie. Net zoals de elf Duitse voetballers met credo’s als Teamgeist, vlijt en discipline het hoogste hadden bereikt, zo ook voelde de Duitse bevolking nu de motivatie het land op te bouwen en uiteindelijk dat wat als het Wirtschaffstwunder bekend staat te realiseren.

… en de hoogste top van roem …

De handtekeningen van de Duitse wereldkampioenen.Foto: Wikimedia Commons.

De drie iconische helden van dit eerste uur van het Duitse succesverhaal na de Tweede Wereldoorlog waren trainer Sepp Herberger, aanvoerder en vedette Fritz Walter en winnend doelpuntmaker Helmut Rahn. Zij genoten de status van volkshelden; zij hadden Duitsland haar eigenwaarde teruggegeven. Sterker nog: zij hadden Duitsland voor het eerst in haar roerige geschiedenis een gevoel van eigenwaarde gegeven dat de rest van de wereld kon accepteren. Overal waar het drietal kwam werd hen gevraagd naar het wonder, naar de teamprestaties, naar hoe ze het ondenkbare klaar hadden gespeeld. De trainer en aanvoerder werden telkens naar de veelbesproken Geist von Spiez gevraagd, die klaarblijkelijk voorwaarde was geweest voor het succes. En telkens antwoordden de beide leiders van het elftal dat daar in het trainingskamp in het Zwitserse Spiez een roes van ‘een voor allen – allen voor een’  was ontstaan, een collectieve winnaarsmentaliteit  die aangevoerd werd als de basis van het succes. Net zoals dat op het veld naar glorie en eer had geleid, zo ook zou het Duitse volk eendrachtig en hardwerkend op haar eigen schouders de staat op een respectabele en erkende plaats aan het mondiale politieke firmament hooghouden.  De eer lag in bescheiden arbeid, zo preekten Herberger en Walter keer op keer.

En Rahn? Rahn werd om de haverklap, tot in den treure, gevraagd naar zijn winnende doelpunt. Zijn hele leven, zo leek, werd teruggebracht tot die ene vraag: ‘ vertel nog eens van het doelpunt, Helmut’ . Op tv, op de radio, in de supermarkt: ‘Helmut, vertel nog eens van dat doelpunt in Bern’ . In de rij bij de bank, op het voetbalveld, in de kroeg:  ‘Dat doelpunt in Bern, Helmut, vertel ons daar nog eens van’: de zin die als een vloek over de begnadigd aanvaller werd uitgesproken overal waar hij kwam. Het gefluister en geroezemoes als boosaardige toverspreuken, overal waar hij binnenkwam. Doodmoe werd de spits van de vraag die de essentie van zijn leven in het publieke oog tot één kapot gesproken zin had gereduceerd. Waar de rest van Duitsland in de overgebleven jaren vijftig dronken werd van het (economische) succes, vervielen veel van de spelers van het winnende elftal in een meer mondain dronkenschap. Zo ook de gevierde doelpuntenmaker Helmut Rahn.

… weer terug in de persoonlijke put

Rahn bewoog nog tot 1965 als zeer succesvolle profvoetballer over de Duitse en internationale velden. In 1958 was hij na zijn optreden op het wereldkampioenschap in Zweden zelfs op de tweede plaats in de uitverkiezing van beste Europese speler geëindigd. Een groot contrast met zijn privéleven, dat roerig was en vaak in een negatief daglicht stond. In een documentaire over de wedstrijd in Bern en Rahn’s leven komt een beeld van een man naar voren die het liefst had gewild dat hij nooit ‘het doelpunt’ had gemaakt. Dronkenschap teisterde de geplaagde held en het had niet veel gescheeld of hij had niet eens op het WK in Zweden kunnen aantreden. Rahn was even daarvoor wegens dronkenschap achter het stuur in de cel beland en alleen na tussenkomst van bondscoach Herberger die zijn doelpuntenmaker nodig had, werd de aan lager wal geraakte held vrijgelaten.

De held van Bern meed in de rest van zijn leven de publieke aandacht en wenste zelfs niet mee te werken aan de documentaire over ’het Wonder’ en zijn aandeel daarin. In plaats daarvan was hij vaak te vinden in zijn stamkroeg Der Friesenstube in Essen,  waar hij in lamlendige dronkenschap ‘de vraag’ kon vermijden en verhuld door de donkerte van de bruine kroeg het Wonder kon vergeten.

Wellicht is de vreugde om en trots op de gewonnen voetbalfinale de eerste keer dat de Duitse natie een geschikte vorm vond om haar eigenwaarde in te gieten, waarmee zijzelf en de rest van de wereld genoegen konden nemen. Bezien tegen de destreuze Duitse geschiedenis in de decennia daarvoor, waar de eigenwaarde en nationale trots juist steevast de meest slechte en verwoestende vormen hadden aangenomen, is de de finale in Bern daarom een historisch moment. Helaas is zij ook debet aan groot persoonlijk verdriet. Roem kent zo altijd twee kanten.  In 2003 stierf Helmut Rahn na twee jaren van pijnlijke en slepende ziekte in relatieve rust, waarschijnlijk tevreden eindelijk het einde te hebben bereikt: nooit meer zou deze held van Duitsland  ‘de vraag’ gesteld worden.

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."

Reacties

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: Nederland-Duitsland, een korte geschiedenis van de rivaliteit op het veld « - 13 juni 2012

%d bloggers liken dit: