//
Artikel
Artikelen

Déjà vu. Een analyse van het zogeheten ‘terug-op-het-oude-nest-syndroom’. Deel 1

Ineens prijkte zijn naam op het wedstrijdformulier. In lange gedaante begon hij onder luid gejuich aan de warming up. Het stadion zinderde van opwinding: PSV stond op het punt oorlog te gaan voeren in de vijandelijke zestien. Ruim 1.92m brok geweld stond klaar om de Eindhovenaren te verlossen tegen de stugge Heraclieden uit Almelo. Hoewel de naam van de invaller Tukkerse roots verraadde, maakte de vermeende verlosser toch echt zijn comeback in het rood-wit van PSV. Zijn naam? Jan Vennegoor of Hesselink, targetman uit Tukkerland. De rentree van Vennegoor in Eindhoven past in een trend die de laatste jaren ruim gehoor heeft gekregen in de bovenste regionen van de Eredivisie: de terugkeer van de oude helden van weleer, die door de sporen van de tijd geacht worden broodnodige ervaring en professionaliteit toe te voegen aan de vele jonge elftallen die actief zijn in de vaderlandse competitie. Kunnen we stellen dat dit een gouden formule is met het oog op te toekomst, of blijkt het terughalen van deze routiniers een achterhaalde manoeuvre om in te spelen op de sentimenten van de fans in de zoektocht naar schier oneindige roem? De Skybox lanceert een tweeluik over het fenomeen der terugkerende routiniers. Vandaag deel 1.

De faam van het ‘verhaal-Cocu’             
De hausse in het terughalen van oude vedetten begon op grote schaal toen Guus Hiddink in 2004 Philip Cocu verleidde om in zijn vroege dertiger jaren Barcelona in te ruilen voor zijn oude liefde PSV. Met de succesvolle rentree van Frank Rijkaard in het Ajax van 1995 in het achterhoofd, werd Cocu geacht de vele jonge talenten van PSV te sturen en te motiveren als verlengstuk van Hiddink op het veld. De terugkeer van Cocu bleek geen verkeerde zet: onder de bezielende leiding van de middenvelder wist PSV in een elftal met doorbrekende spelers als Mark van Bommel, de Braziliaanse tank Alex en de vliegensvlugge Ji-Sung Park furore te maken in de Champions League. Was het niet aan de traditionele blessuretijdmazzel van het Italiaanse AC Milan, dan had PSV zelfs de finale van het prestigieuze toernooi gehaald. De faam van het ‘verhaal-Cocu’ verspreidde zich snel en al gauw bleek het terughalen van helden van weleer een wijdverspreid adagium onder menig Eredivisiescout. In plaats van vage videobandaankopen en op Youtube-florerende makelaarstips konden de Eredivisiefans zich opmaken voor de terugkeer van hún helden, die de clubs eens te meer internationaal op de kaart gingen zetten.

De geboorte van het ‘terug-op-het-oude-nest-syndroom’

Bij terugkeer bij PSV leek Andy van der Meyde in weinig meer op de vleugelflitser van weleer

Het verhaal-Cocu smaakte naar meer. In navolging van de middenvelder dachten de Eindhovenaren in de jaren erna lering te trekken uit het succes en begon met het vastleggen van oud-helden als Michael Reiziger, Jan Kromkamp, Patrick Kluivert en Andy van der Meijde. Helaas, het succes viel niet zondermeer te dupliceren. Bij de terugkeer van Reiziger bleek al bij aanvang het enthousiasme gedaald tot het vriespunt: moest deze matige back, die jarenlang door zijn Amsterdamse connecties en gebrek aan beter kon flaneren op de rechterflank van de Nederlandse verdediging, nu de achterhoede van de Eindhovenaren gaan leiden? Nu waren twijfelende backs als Michael Lamey en videobandaankoop Michael Ball al geen geboren leiders, maar de leidinggevende kwaliteiten van Reiziger bleken beperkter dan zijn mond deed vermoeden. Twee jaar bankzitten had de beperkte back eveneens geen goed gedaan: de snelheid van Reiziger daalde tot het niveau café-elftal, terwijl zijn draaicirkel Charisteas-vormen begon aan te nemen. Reiziger bleek echter niet de enige sportieve en financiële miskleun. Zo bewijst oud-international Jan Kromkamp tegenwoordig bij Go Ahead Eagles dat hij na zijn succesperiode bij AZ klaar was met voetballen om daarmee het ongelijk van de PSV-scouts te tonen. Vijf jaar bank zitten later en vijfentwintig kilo zwaarder leek ook Andy van der Meijde in weinig meer op de voormalige vleugelflitser van weleer. Even dachten de fans van PSV dat mastodont Alex was teruggekeerd, maar nee, het was dikke Andy. Zo traag als dikke stront wist Van der Meijde alleen in negatieve zin indruk te maken op de bijvelden van de Herdgang op menig regenachtige maandagavond. Patrick Kluivert bewees ondanks blessureleed dat jarenlang MTV-shows presenteren en nachtenlang doorhalen in donkere discotheken de inmiddels dertigjarige spits geen goed hadden gedaan: de trieste diagnose luidde dat Kluivert na zijn vierentwintigste levensjaar beter zijn schoenen aan de wilgen had kunnen hangen. Dat had een hoop voormalige fans weemoed naar het verleden bespaard bij het zien van de van een bierbuik voorziene Amsterdammer.

Ook de terugkeer van Patrick Kluivert bleek geen doorslaand succes

Een gokje wagen met een lege clubkas: de titelillusie bij Feyenoord
Het terughalen van voormalige vedetten bleek niet alleen mode in Eindhoven. Het summum werd bereikt in Rotterdam, toen Feyenoord in 2006 Bert van Marwijk terughaalde uit het buitenland in de hoop het Europese succes uit 2002 te herhalen. Feyenoord was op sterven na dood met een lege clubkas en een elftal vol middelmaat in de vorm van de Serginho Greenes en Patrick Mtiliga’s van deze wereld. De sinds 2002 drooggelegde ambitie naar succes werd nieuw leven ingeblazen met de aankoop van een rits routiniers: internationals Roy Makaay, Giovanni van Bronckhorst, Kevin Hofland, Tim de Cler en later Denny Landzaat en Jon-Dahl Tomasson sloten de handen ineen in de hoop om de supportersdorst naar succes te lessen. Twee jaar later bestond de Rotterdamse reservebank uit de genoemde routiniers en was de al lege clubkas enkele tientallen miljoenen leger. Het winnen van de beker in het eerste jaar kon de bittere smaak van een zesde plaats in de competitie niet wegspoelen, waarna Bert van Marwijk eieren voor zijn geld koos door bondscoach te worden om Feyenoord achter te laten met een peperdure en incapabele selectie.
In praktijk bleken alleen Makaay en Van Bronckhorst capabele investeringen. Ondanks sporen van slijtage bleef Van Bronckhorst tot twee, wellicht zelfs vorig, jaar de beste linksback op de Nederlandse velden, terwijl de sluwe Roy Makaay wel degelijk zijn doelpunten meepikte. Dat laatstgenoemde in zijn laatste seizoen vaak op de reservebank belandde valt geheel toe te schrijven aan de zichzelf overschreeuwende Mario Been, die zichzelf populair wenste te maken onder de Rotterdamse fans door de lepe counterspits misplaatst over de kling te jagen. In tegenstelling tot beide inmiddels  met pensioen zijnde profs, wisten de overige gelukszoekers weinig furore te maken in het zuiden van Rotterdam. Tomasson blonk louter uit in het tegen hoog salaris geblesseerd zijn, terwijl Hofland en De Cler een geheel nieuwe betekenis gaven aan het afschuiven van verantwoordelijkheid en het steevast naar medespelers wijzen bij tegendoelpunten. Vooral De Cler kreeg het voor elkaar de Rotterdamse supportersschare tot grote ergernis te leiden: een prestatie die lieden als Serginho Greene en Pascal Bosschaart tot dan toe alleen voor elkaar hadden gebokst. Het feit dat beide pseudo-verdedigers heden ten dage hun pensioen bij elkaar sparen in de freewheelende competitie op Cyprus, geeft aan dat zelfkennis met de jaren komt.

Niet alleen PSV en Feyenoord dachten met de routiniers goud in handen te hebben. Volgende week meer over de overige clubs in de Eredivisie die hun heil zochten in het terughalen van geroutineerde voetballers.

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."
%d bloggers liken dit: