//
Artikel
Artikelen

Van de regen in de drup: fanliefde aan de andere zijde van het kanaal

Door Stefan Meens

Sinds mijn twaalfde heb ik een ongekende passie voor Brits voetbal. Niet alleen de spectaculaire Premier League, maar ook de ‘echte’ Britse voetbalcultuur gedragen door clubs met illustere namen als Queens Park Rangers, Leyton Orient and Charlton Athletic  die spelen in ouderwetse, kille, koude en bovenal sfeervolle stadions als Craven Cottage, The Hawthorns en Molineux, hebben een plaats in mijn hart. In deze column zal ik opvallende zaken uit de Engelse en Schotse voetbalcultuur bespreken die wellicht in ons land van ‘totaalvoetbal’ minder bekend zijn. Van King Kenny tot Gazza. Van Match of the Day tot Wembley en van Fernando Ricksen de Ibrox legende tot het dramatische niveau van de Britse analisten (wij mogen in onze handen wrijven met Edje van der Sar). In mijn eerste bijdrage kan ik niet anders beginnen dan te schrijven over de club die 14 jaar geleden mijn passie voor de Britse voetbalcultuur deed ontvlammen: Arsenal FC.

De wet van de Remmende Voorsprong

Zondag 28 Augustus jongstleden. Ik twijfel of ik de pub in duik of dat ik de bank opzoek. Het is namelijk weer tijd voor de (wekelijkse) wedstrijd van het jaar. Vandaag op het menu: Manchester United vs. Arsenal. Normaal gesproken loop ik voor aanvang druk te ijsberen en tactische plannen te smeden in de veronderstelling dat de telefoon ieder moment kan gaan met Arsène Wenger aan de lijn – of ik even wil uitleggen hoe we dat varkentje uit Manchester gaan wassen. Deze zondag ligt de zaak anders. Arsenal is het seizoen slecht begonnen en voor de zoveelste keer kraakt en piept het op het transfergebied rondom het Emirates stadion. Met andere woorden, ik teken voor een gelijkspel.

Theatre of Nightmares
Wengers vreemdelingenlegioen denkt er die middag op Old Trafford hetzelfde over. Vanaf de eerste minuut domineren Rooney en co. Het jonge, schuwe en angstige Arsenal staat zodoende bij rust 3-0 achter. Koos Kansloos. En dus, zoals de Schotse traditie betaamt, besluit ik mijn heil in de pub te zoeken. Op weg naar de kroeg zit ik vast in de metro, in mijn achterhoofd baal ik behoorlijk want ik mis immers een gedeelte van de tweede helft. Echter het overgrote deel van mijn verstand is blij de misère te missen. 3-0 bij rust, het kan namelijk niet erger. Dus wel.

Rond de zeventigste minuut heb ik me uit de krochten van de underground gevochten. Bij de eerste de beste pub gooi ik een blik door het raam, hopende op een 3-1 of wellicht 3-2 tussenstand. 5-2. Ik twijfel aan mijn ogen, ik poets mijn brillenglazen, 6-2. Vertwijfeld loop ik naar binnen en zie een herhaling van Rooneys penalty die United haar zesde doelpunt oplevert. Dit is niet zomaar een nederlaag, dit is een vernedering, het einde van een tijdperk, de era ‘Wenger’ is niet meer. “Had ie mij maar moeten bellen”, redeneer ik terwijl ik met ongeloof de zevende en achtste treffer van United tel.

De dagen na deze desastreuze nederlaag zie ik me genoodzaakt me te doordrenken van clubliefde. Er zit niets anders op dan mijn vrije tijd volledig te besteden aan het ophalen van herinneringen. Daar zit ik dan, op een regenachtige maandagmiddag (en daar heb je er veel van in Glasgow) met een bakkie pleur. Ik struin YouTube af om oude glorieuze voetbalbeelden van mijn FC te versmaden. Met stip op één vastgeroest in mijn bookmarks, favorieten en most-watched sectie, is Manchester United – Arsenal, de editie negen jaar voorafgaand aan de recente monsterzege van de Mancunians.

Theatre of Dreams
Het is acht mei 2002. In de voorlaatste competitieronde heeft Arsenal slechts één punt nodig om de tweede titel in vijf jaar veilig te stellen. En laat de Gunners nu net aantreden tegen de enig overgebleven concurrent: de aartsrivaal uit Manchester. United. De thuisploeg start met sterren als de excentrieke Fabian Barthez, de snoeiharde Roy Keane, de even sympathieke als dodelijke Ole Gunnar Solksjaer en clubiconen (toen al) Paul Scholes en Ryan Giggs. Uiteraard staat het elftal onder leiding van Sir Alex Ferguson. Arsene Wenger treedt aan met een keurkorps bestaande uit onder meer David Seaman, Martin Keown, Patrick Vieira, Freddie Ljungberg en Silvain Wiltord. Opvallende afwezige is Thierry Henry. De twee Nederlandse sterren op het affiche, Bergkamp aan Londense en Van The Man (Nistelrooy) aan Manchester-zijde, starten op de bank. De spanning die over de wedstrijd hangt, komt het niveau niet ten goede en Silvain Wiltords doelpunt is tevens de eindscore. De Gunners winnen in het hol van de leeuw de Premier League titel. De beelden waarop de Arsenal spelers voor het uitvak de vreugde delen met de meegereisde fans markeert het hoogtepunt van Wengers carrière in Noord-London.

Fastforward naar 29 oktober 2011, half vier, Stamford Bridge. Robin van Persie staat met gestrekte armen voor een klein legertje ‘Gooners’ in de hoek van de met blauw doordrenkte thuishaven van Chelsea. Van Persie heeft zojuist zijn (Engelse) hattrick voltooid en daarmee het lot van Chelsea bezegeld. Arsenal gaat triomfantelijk huiswaarts en laat de buur uit London gedesillusioneerd achter met een 5-3 nederlaag. De vraag rijst of de 8-2 twee maanden eerder, wel echt het einde van het Wenger-tijdperk heeft ingeluid. Immers, de ploeg lijkt zich na de zwakke competitiestart te hebben herpakt. De club speelt voor de vijftiende achtereenvolgende seizoen in de Champions League, het nieuwe stadion zit wekelijks vol en financieel gaat het de club een stuk beter dan de meeste Europese topteams. Daarbij is er weer genoeg kwaliteit te bespeuren op het veld kijkende naar het nieuwe cohort talenten: Aaron Ramsey, Jack Wilshire, Wojciech Szczęsny en Alex Oxlade-Chaimberlain behoren tot de potentiële top in de Premier League. Met Van Persie, Vermaelen en Song lijkt het team volwaardige opvolgers in huis te hebben voor steunpilaren van weleer als Tony Adams, Patrick Vieira en Thierry Henry. Toch wringt er iets bij Arsenal. De club dicteert niet meer het Britse voetbal, drukt er geen stempel meer op. Arsenal lijkt steeds meer op één van de vele Londense voetbalbastions (zoals Queens Park Rangers en Fulham) die achter de feiten aanhobbelen.

Vandaar dat er frustratie heerst bij spelers en supporters. Iedereen die de club een warm hart toedraagt voelt dat er meer inzit, zeker als een zoveelste zwakke seizoenstart kan worden voorkomen. Immers de averij in deze voetbaljaargang is al voor een groot deel opgelopen voordat de eerste wedstrijd werd gespeeld. De fans hebben begrip voor het feit dat spelers als Fabregas en Nasri een leegte achterlaten die nauwelijks valt op te vullen. Het is echter de manier waarop Wenger tracht de exodus op te vangen die tot grijze haren leidt. Het is niet meer anticiperen maar reageren. Een ‘gedetailleerd’ overzicht van de afgelopen transfer periode:

Talenten (Nasri, Cesc etc) kopen – opleiden tot topspelers – vedetten verkopen, steunpilaren vallen weg -wachten, wachten, wachten – hoop op nieuw talent – uitblijven talent – wachten, wachten – Paniek! – Mertesacker, Arteta, Benayoun…

Laatstgenoemden zijn spelers die een decennium geleden niet rondom Highbury zouden opduiken. Immers, in de eerste helft van Wengers dictatuur liep alles op rolletjes. Arsène transformeerde de club van ‘Boring Boring Arsenal’ tot een attractieve voetbalmachine met een prima cocktail van Engelse degelijkheid achterin en continentaal aanvallend talent in de overige linies. Ook de transfers bevestigen deze sterke periode. Als we de losse flodders als Gilles Grimandi, Oleg Luzhny en Stefan Malz weglaten, worden alle uitgaande vedetten netjes vervangen met volwaardige opvolgers: Pires, Henry en Petit voor Merson, Wright en Overmars.

Oleg Luzhny en co.
Vanaf 2003/2004 lijkt de Franse oefenmeester er een handje van te hebben sterspelers weg te werken en ze te vervangen met talenten of ‘stopgap signings’ als Francis Jeffers, Edu en Jamie Alliadiere, terwijl sterren Henry, Vieira en Pires de deur uitlopen. Natuurlijk, de talenten Fabregas, Flamini en Van Persie breken door, maar het momentum om echt slagvaardig aan een nieuw seizoen te beginnen ontbreekt sinds 2004 structureel.

Wat is het probleem? Geld? Weliswaar hanteert de club een salarisplafond, maar wie 10 miljoen pond uitgeeft aan een zeventienjarig talent van Southhampton (Alex Oxlaide-Chaimberlain) kan moeilijk spreken van financiële nood categorie 1. De kern van de zaak ligt bij Wengers afwachtende houding. Zijn beleid kenmerkt zich door reageren in plaats van anticiperen. Doeltreffend anticiperen is reageren op het juiste moment met topaankopen wanneer sterspelers vertrekken. Dus niet alleen een dozijn jonge talenten inslaan. Toch is het niet verwonderlijk dat Arsene vasthoudt aan zijn transferstrategie. Immers, in de eerste helft van zijn Arsenal-carrière loonde de afwachtende houding zich. Spelers als Henry, Pires en Overmars werden toch wel binnengehaald. Met diezelfde instelling heeft Arsenal echter in de laatste jaren echter veel spelers misgelopen. Xabi Alonso, Juan Mata en Maarten Stekelenburg zijn befaamde voorbeelden. Het uitblijven van topaankopen en het handhaven van een salarisplafond heeft ertoe geleid dat Arsenal niet meer wordt gezien als eindstation. De club is omgetoverd tot een opleidingsfiliaal voor de echte topclubs in Barcelona, Madrid, Milan en nog pijnlijker: Manchester.

Remmende Voorsprong
De verklaring voor deze teloorgang is eenvoudig. Het is niet het grote geld, het verlaten van het heilige Highbury of het verliezen van vedetten. Het is de gruwelijke wet van de Remmende Voorsprong. Wenger is volledig gaan geloven in zijn eigen succes. De romanticus in hem gelooft in de mythe dat talent voldoende is voor succes. Als bewijs zal hij Barcelona aanhalen of zijn eigen successen met Arsenal toen hij in 1998 en 2002 de dubbel pakte en in 2003 een heel jaar ongeslagen bleef. Wie nauwlettend kijkt naar deze succesvolle elftallen ziet dat deze talentvolle teams onmisbare steunpilaren bevatten als Adams en Vieira bij Arsenal, en Puyol en Guardiola (als speler) bij Barcelona. Stuk voor stuk no-nonsense voetballers die de creatieve spelers in stelling brengen en de rust bewaren.

En juist deze spelers verliest Arsenal keer op keer, seizoen na seizoen. Wenger denkt dat spelers zich niks aantrekken van een salarisplafond en genoeg ambitie herbergen om voor minder geld voor Arsenal te spelen. Niets is minder waar en de rivalen slaan genadeloos toe. Wie kijkt naar de top in Engeland, en met name Man United, ziet een perfecte mix van jong en oud, routine en talent. Toegegeven, Man City en Chelsea hebben ontegenzeggelijk een groot deel van hun succes gekocht. Echter de beleidsmakers zoeken naar dezelfde balans die Wenger de grootse successen bracht in de eerste tien jaar op Highbury. Het grote geld is slechts een middel, maar ontegenzeggelijk de snelste weg naar deze balans.

Het product Arsenal staat als een huis. Het staat voor goed voetbal, een prachtig nieuw stadion en financieel een enigszins verantwoord beleid. Maar de voetbalwereld is hard: wie geen prijzen pakt verliest snel zijn reputatie en een vol stadion en de daarbij behorende recettes en sponsorinkomsten. Voor Wenger rest er dus maar één hoop: Financial Fairplay moet er snel komen, zodat Arsenal weer eindstation wordt voor stervoetballers en geld een minder groot struikelblok vormt. Mochten deze regels langer op zich laten wachten of er helemaal niet komen, dan zal Wenger toch zijn morele principes moeten laten varen en meer geld uitgeven. Anders verandert Arsenal FC weer in ‘Boring Boring Arsenal’ en wordt het weer één van talloze ‘volksclubjes’ uit London. “And being compared to Sp*rs,  that’s a price not worth paying”.

Over Gastredactie

Mail ons en word gastredacteur!

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: