//
Artikel
Moment van de Week

Week 2: Real Madrid – Barcelona, eenzame oase in almaar dorrer wordend woestijnlandschap

Er zijn bijna dertig minuten gespeeld als Luis Lionel – Kortweg ‘Leo’ – Messi de bal op komt halen bij Xavi, op eigen helft, vlakbij de middellijn. In één beweging passeert hij Mesut Özil en Xabi Alonso en wat volgt is een weergaloze pass op Alexis Sanchez, de verrassend in de basis startende Chileense vleugelspeler. Sergio Ramos, Pepe en Fabio Coentrão staan een fractie van een seconde verkeerd opgesteld, een foutje dat je je tegen dit Barcelona niet kunt permitteren. Op volle snelheid neemt Sanchez de bal mee en schiet hij hem in de touwen achter de kansloze keeper Casillas. Het betekent de 1-1 in een wedstrijd die later in 1-3 voor de Catalanen zou eindigen. Het moment bewijst eens te meer dat we aan het kijken zijn naar voetbal op het allerhoogste niveau. Aan de ene kant spelen jongens als Özil, Cristiano Ronaldo en Xabi Alonso – misschien wel ’s werelds meest ondergewaardeerde speler, maar La Pulga uit Rosario laat zien wie de allerbeste is. Dat is degene die weet wat hij met de bal gaat doen voordat hij hem heeft, daadwerkelijk iets geniaals doet, en het er dan ook nog eens doodeenvoudig uit laat zien. Goochelende vleugelspelers in de Eredivisie; we hebben genoeg Chanturia’s, Cabrals en Musa’s in de Nederlandse stadions lopen. Maar bij de echte grootmeester ziet het eruit alsof hij met twee vingers in de neus het Madrileense middenveld oversteekt. Wie deze wedstrijd heeft gezien weet het zeker: De Spaanse Primera División is de droomcompetitie bij uitstek. Maar wie verder kijkt, moet tot een andere conclusie komen. En dat is precies wat deze auteur bij het schrijven van dit stuk is overkomen.

 

Het is datgene wat eigenlijk niemand zich voorneemt buiten de Spaanse landsgrenzen – misschien afgezien van voetbaljunk Jan Boskamp: een avondje Granada – Real Zaragoza kijken. Middelmatige over-the-hill zijnde voetballers als Luís García en geflopte talenten als Hélder Postiga en Ikechukwu Uche bevolken de velden vanavond. Het wordt uiteindelijk 1-0, door ene Ighalo, een Nigeriaanse spits die in dienst voor clubs als SFK Lynn en Cesena eerder het weinig indrukwekkende aantal van 10 doelpunten bereikt heeft. De wedstrijd is exemplarisch voor alles wat zich beneden de eerste twee plaatsen begeeft. Waar menig voetballiefhebber enthousiast de wonderkinderen in Madrid volgde, zal de gemiddelde supporter buiten Camp Nou en Santiago Bernabeù weinig moeite hebben met het vatten van slaap op de tribunes.

Over het algemeen hebben clubs als Barcelona en Real Madrid dan ook weinig moeite met een bezoekje van dergelijke clubs. Zo speelt Barcelona steevast met drie verdedigers tegen de mindere goden in de competie, een verdediging van wie Javier Mascherano en Dani Alves niet eens echte verdedigers kunnen worden genoemd. Het zorgt ervoor dat op dagen wanneer Levante op bezoek komt in Camp Nou, Barcelona op halve kracht de zichzelf ingravende Valencianen met 5-0 terug naar huis stuurt. Ter illustratie: de geblondeerde oud-PSV spits Arouna Koné weet voorin in zijn uppie geen vuist te maken tegen de gelegenheidsdefensie van de Catalanen.

Gapend met drie punten in de tas huiswaarts keren: het gebeurt de Spaanse top-2 niet alleen tegen de Levantes van deze wereld. Een respectabele club als Villareal werd op bezoek in Barcelona, waar linkshalf Seydou Keita rechtsachter stond, met 5-0 van de mat geveegd. In mei van dit jaar ging Real Madrid op bezoek in Sevilla, waar het plaatselijke Sevilla FC zes doelpunten om de oren kreeg. Omdat bij Real Madrid de concentratie verslapte moest Casillas nog twee doelpunten slikken, maar de Madrileense zege kwam tegen Sevilla – in recordtempo van UEFA-cupwinnaar onderweg naar grauwe middenmoter in Spanje – nooit in gevaar. In Mestalla gebeurde Real Madrid hetzelfde: tegen Valencia scoorde de club ook zes keer, waarna in het tweede gedeelte van de tweede helft nog drie doelpunten geslikt werden. Scoren tegen de grootmachten – het lijkt slechts een gevolg van het concentratieloos geven van vergiffenis.

Afgelopen week werd dan ook het demasqué van het Spaanse voetbal nog duidelijker: met geen enkel punt verliet Villareal het Champions League-podium, terwijl Valencia het miljoenenbal moest verlaten nadat het achter Chelsea en Bayer Leverkusen slechts derde werd. Dat de top-2 simpel de volgende ronde bereikte behoeft geen toelichting. Het is alweer meer dan een decennium geleden dat Valencia de finale van de Champions League bereikte en ook de succesjaren van Villareal liggen ver achter ons. Het succeselftal van Sevilla werd door Real Madrid (Marcelo, Sergio Ramos) en Barcelona (Keita, Dani Alves) zorgvuldig uit elkaar gekocht, waarna de vrije val inzette die de club tot op de dag van vandaag niet weet te stoppen.

Het is dan ook vooral Sevilla dat begint te morren. Het is alweer bijna acht seizoenen geleden dat een ander team dan Real of Barça de landstitel wist te behalen (Valencia, 2004) en het ziet er niet naar uit dat de kooplustige topclubs die status-quo gauw zullen laten varen. Madrid kocht, vooral na het hernieuwd aantreden van Florentino Perèz zoveel mogelijk spelers op en Barcelona, mes que un club of niet, dat betaalt nog steeds de allerhoogste salarissen van alle clubs en Lionel Messi verdient het meeste van alle voetballers ter wereld en passeert spelers voor een hongerloon van 31 miljoen euro bruto per jaar. Waar betalen de clubs dat van, zo rees de vraag dan ook bij Sevlla-preses José María del Nido. Hij plaatste zijn vraagtekens bij de verdeling van het TV-geld in Spanje. Nader onderzoek wijst uit dat Barcelona en Real Madrid de helft van het astronomische bedrag van 600 miljoen euro mogen verdelen en de achttien andere clubs de andere helft. ‘In het huidige verdelingssysteem is het voor iedere andere club dan Real of Barcelona onmogelijk om de Primera División te winnen’, zo gaf Del Nido aan en hij spoorde zijn collega’s aan met hem in opstand te komen: ‘Ik zou niet weten hoe één van ons (voorzitters van de clubs die tegen zijn) aan onze fans kan rechtvaardigen dat we niet meedoen om een plaats die hoger ligt dan plek vijf.’ Was het eerst nog een eer Messi of Ronaldo op bezoek te krijgen in je stadion; het begint erop te lijken dat de andere clubs genoeg beginnen te krijgen van de oneerlijke concurrentie in de competitie – die langzaam ook zijn weerslag lijkt te krijgen op de Europese prestaties van de clubs, zo getuigen de recente prestaties.

Niets dan lof over het voetbal van Barcelona en Real Madrid. De voetballers doen dingen met een bal die niemand anders kan. Naar Özil, Ronaldo, Messi of Xavi kijken, iets mooiers bestaat er bijna niet voor de liefhebber. Bijna niet. Er bestaat namelijk één fundamenteel mooiers en dat is een echte wedstrijd, zoals die afgelopen zaterdag plaatsvond. Twee teams die op voorhand niet kansloos zijn en niet één team dat zich met de staart tussen de benen ingraaft en een ander team dat zich met twee vingers in de neus naar een overwinning wandelt – daarbij geholpen door miljoenen aan TV-gelden waarvan andere clubs slechts kunnen dromen. Het zal een kwestie van tijd zijn, voordat er daadwerkelijk stappen worden ondernomen door de andere teams, want in de verte – en die verte komt snel naderbij –  lonkt een Schots scenario. En dat wil niemand.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."
%d bloggers liken dit: