//
Artikel
Artikelen

De wijzen uit het Oosten: Heracles Almelo als gidsclub

Gedesillusioneerd verlieten de Venlose hemelbestormers het veld van het Polman Stadion. Hun team had het gepresteerd in negentig minuten zeven doelpunten te slikken. Meteen na het fluitsignaal was een zwart-witte tornado opgestoken, die pas bij het laatste fluitje van scheidsrechter Blom was gaan liggen. Armenteros, Quansah, Everton, Vejinovic en Plet – de laatstgenoemde twee spelers zelfs tweemaal – hadden slechts zeven van de talloze aanvallen met stuk voor stuk schitterende treffers bekroond. Het ambitieuze VVV-Venlo, dat bij monde van voorzitter Hai Berden een week eerder in Voetbal International aangaf de Eredivisie op termijn te willen winnen, staat troosteloos onderaan, terwijl tegenstander Heracles Almelo, dat werkt met een niet veel hogere begroting, op een tiende plaats staat, nadat het de afgelopen seizoenen steeds boven verwachting presteerde. Zijn de Almeloërs een nuttige gidsclub voor ambitieuze teams uit de kelder van de Eredivisie en de bovenkant van de Jupiler League? Een analyse.

Een spaarzame voorzitter

In 1998 – Heracles was op dat moment een modale club in ’s lands laagste betaalde voetbaldivisie – deed gerechtsdeurwaarder Jan Smit zijn intrede in de voetbalwereld als voorzitter van Heracles. Ter illustratie, in het seizoen waarin Smit de voorzittershamer in handen nam verwierven de Heraclieden de op één na laatste plaats in de competitie. Naast kampioen FC Den Bosch waren Emmen en Helmond Sport de topclubs van dat moment. Alle drie de clubs voetballen nog steeds in de kelder van het betaald voetbal en in Emmen is zelfs een commissie in het leven geroepen om te onderzoeken of betaald voetbal in Drenthe nog wel haalbaar is. Inmiddels geplaagd door schulden, toen spelers contracterend waar men in Almelo slechts van kon dromen. De situatie veranderde niet meteen toen Jan Smit bij de Heracles Almelo begon. Waar anderen als Alex Pama (Cambuur Leeuwarden – nog Eredivisieclub in 1998) en Hai Berden (VVV-Venlo) de supporters al snel verrasten met het aantrekken van grote namen, was daarvan bij Smit geen sprake. In bestuurskamers, waar het een mantra lijkt te zijn nieuwe spelers aan te trekken met mogelijk te verdienen inkomsten uit de toekomst, regeert het opportunisme – zeker daar waar bestuursleden een succesvol zakelijk verleden hebben, maar in Heracles is daarvan geen sprake. Jan Smit – op zijn tweeëntwintigste al de jongste gerechtsdeurwaarder van Europa en inmiddels toegetreden tot de Quote 500 – is echter ook zo’n bestuurslid met een succesvolle carrière buiten het voetbal. Toch is op genoemde manier zakendoen voor hem geen optie:  Jan Smit gaf reeds jaren geleden aan dat hij niets moest hebben van deze manier werken: ‘vooral onder startende ondernemers heb je veel gokkers. Men probeert iets ten koste van de crediteuren. Na twee jaar staat nog maar de helft van die ondernemingen overeind. Ze slepen anderen mee, het is een sneeuwbaleffect. Dat is geen ondernemen, dat is gokken. Ondernemen is kennis en gevoel hebben van de markt, er invloed op kunnen uitoefenen. Je moet niet afhankelijk zijn van derden. Mijn bedrijf had twee keer zo groot kunnen zijn als ik meer risico’s had genomen. Maar ik heb nooit iets gekocht met andermans geld.’ Hetzelfde geldt volgens Smit voor de aandelenbeurs: ‘Ik erger me ook wild aan al die zogenaamde slachtoffers van leaseconstructies met aandelen. Volkomen onbegrijpelijk. Ze zouden niet goed zijn voorgelicht. Wat een onzin. Ze hebben gewoon gegokt voor het grote geld. Als het andersom was gegaan met de beurs, als ze dik hadden verdiend, dan had je daarover niemand gehoord.’, zo meldde Smit in ‘De Zaak’ een vakblad voor ondernemers.

Geduld, behalve met het stadion

Rustig groeien – en vooral geen ondoordachte dingen doen –  was dan ook het devies bij Heracles Almelo. Slechts op één gebied moest progressie worden gemaakt: een nieuw stadion. Zonder vreemde constructies, maar in goede samenwerking met particulieren en de gemeente Almelo werd in 1999 de bouw van het Polman Stadion gerealiseerd. Geen lelijk betonblok, maar een knus nieuw stadion – een stadion dat precies genoeg plaats bood aan de op dat moment geldende vraag van supporters en sponsors, waardoor het stadion al gauw vol zat en het meteen voor sfeer zorgde.. Het stadion genereerde nieuwe inkomsten. Met die nieuwe inkomsten bekostigde de club de komst van een grote naam: Nico-Jan Hoogma moest vanaf 2004 leiding geven aan de jonge defensie. Tegenover de komst van de routinier stond het vertrek van trainer Gert-Jan Verbeek, die als beginnend trainer van Jan Smit de kans had gekregen bij Heracles, maar naam had gemaakt en de club verliet voor een kans bij SC Heerenveen. Verbeek werd vervangen door AGOVV-trainer Peter Bosz. Hij werd meteen in zijn eerste seizoen kampioen van de Eerste Divisie. Dat gebeurde niet met veel grote namen. Hoogma vormde samen met de uit de Utrecht-jeugd weggeplukte rechtsachter Rudy Jansen en de zelf opgeleide Peter ‘Chuckie’ Reekers en Mark Looms – inderdaad, tot op de dag van vandaag de linksachter van dienst – de defensie. Op het middenveld was de van AGOVV overgekomen jonge spelmaker Remon de Vries de beste speler, eendrachtig met de van Helmond Sport overgenomen Roel Buikema en het voormalig Haarlems talent Gert-Jan Tamerus. Met de uit de eigen jeugd afkomstige Thijs Sluiter en de uit de jeugdopleiding van FC Twente afkomstige Jeffrey de Visscher op de flanken en de van Anderlecht gehuurde Sjerjill Macdonald in de spits, was de voorhoede van de kampioen er één van een veredeld beloftenteam. Van een budgettair zeer aantrekkelijk team had Peter Bosz – samen met clubicoon en cultuurbewaker Hendrie Krüzen als assistent – een kampioensteam gemaakt.

Eendracht maakt macht: omarm je rivalen

De aloude rivaliteit met grote broer FC Twente bleek geen obstakel voor intensieve samenwerking. De jeugdopleidingen van beide clubs werden in 2002 samengevoegd en gingen in eerste instantie verder als Voetbalacademie FC Twente/Heracles. Door de KNVB werd het opleidingscentrum, dat tegenwoordig naar de naam Voetbalacademie FC Twente luistert en ook de opleiding van Go Ahead Eagles heeft geïntegreerd, werd in 2003 en 2009 met het maximale aantal van vier sterren gehonoreerd. Dat de opleiding goed werkt voor de clubs, blijkt uit de doorstroom van uitzonderlijk talent. Zo bracht de opleiding Karim El Ahmadi, Wout Brama en Marko Arnautovic voort voor FC Twente en profiteerde Heracles met Paddy John en Nino Beukert. Inmiddels werpt de opleiding ook voor Heracles meer vruchten af. Gaby Jallo, Mike te Wierik, Thomas Bruns en Anmar Almubarak hebben immers besloten een contract te tekenen bij de Almeloërs en de getructe buitenspeler Ninos Gouriye volgt waarschijnlijk snel. Met de goede faciliteiten die het opleidingscentrum biedt, worden talenten voor de regio behouden en vertrekken ze niet meer zo snel naar andere clubs – zoals eerder het geval was bij bijvoorbeeld Derk Boerrigter. De prestaties doen de rest. En zo is het een vicieuze cirkel, waarin de Tukkers – inmiddels met behulp van de club uit Deventer – terecht zijn gekomen. Een betere opleiding leidt tot betere prestaties en betere prestaties leiden ertoe dat de clubs er bij de talentvolle jeugd goed op blijven staan. Bovendien is de regio Twente inmiddels een gerespecteerd voetbalbolwerk geworden: sponsors identificeren zich graag met de prestaties, de sfeer en de manier van werken die door de voetbalclubs wordt uitgedragen. Het zorgt voor nog meer inkomsten. Samenwerking met je rivalen: het blijkt een vliegwiel voor succes. Zuid-Limburg zou er veel van kunnen leren.

Een goed scoutingsnetwerk: ver weg is het gras niet altijd groener, maar soms wel

Nico-Jan Hoogma is inmiddels geen verdediger meer van dienst, maar heeft de kicksen verruild voor het maatpak. Als algemeen directeur geeft hij leiding aan een professioneel voetbalbedrijf, waardoor talent op structurele wijze voor de club werd gewonnen. Dat dit talent niet uit verre oorden hoeft te komen, hebben Smit en Hoogma ondervonden nadat de grote aankoop Sota Hiroyama, de Japanse spits die meer furore maakte met het feit dat hij op de fiets naar de training kwam dan op het voetbalveld, met heimwee al vrij snel huiswaarts keerde. Het leerde de clubleiding om talent dichter bij huis te zoeken. Ook in huurcontracten zag Smit niet veel – al bleek de aanvankelijke huur van Kwame Quansah van Ajax een voltreffer – waardoor vaak spelers bij Heracles kwamen voetballen die voor een prikkie konden worden opgehaald. Dan is het zaak om de juiste personen te halen en daarbij gaan de Heraclieden niet over één nacht ijs.

In de AZ-opleiding werden Marko Vejinovic, Ben Rienstra en Willie Overtoom uitgebreid door Heracles-scouts bekeken. Alle drie de spelers braken niet door bij het AZ, dat in de periode-Scheringa vooral werd gedomineerd door gearriveerde vedettes en toptalenten. Overtoom kwam nota bene bij amateurclub Holland Sport terecht, waar Heracles hem ophaalde. Dat hij inmiddels op het punt staat international van Kameroen te worden en met meerdere topclubs in verband wordt gebracht, is het bewijs dat de scouts het bij het goede eind hadden. Ook het binnenhalen van Marko Vejinovic bleek een gouden zet. Rekende hij vorig jaar al af met Mark-Jan Fledderus als linkshalf, dit seizoen presteert de linkspoot constant en blijkt hij een meester in het simpele positiespel te zijn. Ben Rienstra werd vorig seizoen als ‘nummer zes’ gecontracteerd, dit seizoen vervangt hij de ervaren Belgische verdediger Birger Maertens  naar behoren. Dat de jonge middenvelder de vervanger van Maertens werd, karakteriseert het beleid van Heracles. Hoewel er een buitenlandse verdediger op proef was en naar behoren presteerde, prefereerde de club het doorstromen van Rienstra. Het vertrouwen werd door de jongeling – ook al zo’n fantastische pion in het positiespel – niet beschaamd.

Toen Bas Dost, die in Emmen voor weinig geld werd opgehaald, voor veel geld aan Heerenveen werd verkocht, zocht de club wel naar een vervanger. Die vervanger werd gevonden in Velsen. Glynor Plet, mislukt bij FC Den Bosch maar geslaagd voor een nieuwe kans in het profvoetbal bij Telstar, was vastberaden zijn tweede kans als profvoetballer niet te laten schieten. Hij had een seizoen aanpassen nodig, maar is inmiddels de vaste spits op het kunstgras in het Polman Stadion.

Everton in actie tijdens de voorbereiding

Naast hem staan vaak Samuel Armenteros – gewogen en te licht bevonden bij Heerenveen – en de enige echte exoot voor wie een groot bedrag werd betaald: Everton Ramos da Silva. De kleine en behendige Braziliaanse aanvaller – die dolgraag het Nederlandse paspoort wil bemachtigen omdat hij zich zo thuis voelt in Twente – kostte de club een half miljoen – en daarmee bijna net zoveel als de rest van het basiselftal. Hij scoorde namens zijn Braziliaanse werkgever Grêmio Baureri 53 keer in 3 seizoenen en zorgde bijna hoogstpersoonlijk voor de promotie van zijn club. In plaats van mee te promoveren, koos de Braziliaan voor Almelo. Het succes van Everton zorgde niet voor een bataljon Brazilianen in het Polman Stadion. Smit koesterde zijn geluk en zocht tegelijkertijd rustig verder in de directe omgeving van Twente naar versterking.

Ga goed met je werknemers om

Het feit dat Peter Bosz inmiddels is teruggekeerd op het oude nest, nadat eerder ook Gertjan Verbeek met plezier weer aan de slag ging bij Heracles, us geen toeval, zoals het ook geen toeval is dat Nico-Jan Hoogma nog steeds algemeen directeur van de club is. Dat de technische staf al jarenlang uit vrijwel dezelfde mensen bestaat is ook een teken aan de wand: Heracles gaat goed met zijn mensen om. Geen enkele trainer werd ontslagen en dat Gert Heerkes ondanks twee goede seizoenen geen contractverlenging werd aangeboden, kan met het oog op de latere carrière van de Coevordenaar alleen maar als een gouden zet worden gezien. Terugkerende werknemers, de loyaliteit van de huidige staf: het toont het immense belang van continuïteit in een voetbalvereniging. Die continuïteit is ook in het eerste elftal te zien. Antoine van der Linden, Mark Looms en Tim Breukers, ze spelen al jaren in de verdediging van Heracles, zoals Quansah – ooit als aanvaller overgekomen van Ajax – al jarenlang het vuile werk opknapt op het Almelose middenveld. Doelman Remko Pasveer werd rustig gebracht en was klaar voor het grote werk toen de ervaren doelman Martin Pieckenhagen – destijds gecontracteerd dankzij het uitstekende netwerk van Nico-Jan Hoogma – echt te oud was geworden voor een basisplek. Dat gewilde talenten als Everton en Overtoom nog steeds het Heracles-shirt dragen kan eveneens moeilijk los worden gezien van het positieve werkklimaat in Almelo.

Goed voorbeeld doet volgen?

Terug naar die koude vrijdagavond. Bij VVV speelde een Japanner die na het Honda-succes snel werd aangetrokken en was een drietal Nigerianen actief en zat er ook nog ééntje op de bank. De club brak vorig seizoen met trainer Jan van Dijk – nadat voorzitter Berden en hij wekenlang ruziënd over de straat hadden gevlogen en de organisatie gaat komende zomer – wederom – op de schop, waardoor directeur voetbalzaken Mario Capteijn de club zal verlaten. Inmiddels vertrok ook Glen de Boeck De Koel gedesillusioneerd. De Belg, een week eerder nog geroemd door Berden in Voetbal International, bleek in het geheel geen goed gevoel te hebben overgehouden aan zijn voormalige werkgever. Hoe is het mogelijk dat de – in de zomer nog ideale –  trainer/coach, het na een paar maanden al zo gehad heeft met VVV?

Uit de jeugdopleiding spelen alleen Niels Fleuren en Ferry de Regt geregeld in het eerste en van een scoutingsnetwerk lijkt bij VVV al helemaal geen sprake. Mohammed Allach contracteerde de voltreffers Nordin Amrabat en Adil Auassar, Hai Berden wist via Sef Vergoossen Keisuke Honda op de kop te tikken en via Nol Hendriks komt de ene na de andere schimmige exoot de club binnen. Waar een jaar geleden, in een vlaag van grootheidswaanzin, Berden poogde Kevin Strootman te contracteren, haalde Heracles bij Sparta de jongere en onbekendere Lerin Duarte op – die vrijdagavond een fantastische wedstrijd speelde. Wie de grote lijn kan ontdekken, mag het zeggen. Het toont het belang van continuïteit en geduld in een organisatie. Berden wil zo snel mogelijk kampioen worden en is bereid daarvoor bereid best wel een gokje te nemen. Hoe zei Smit het jaren geleden ook alweer?

‘Vooral onder startende ondernemers heb je veel gokkers. Men probeert iets ten koste van de crediteuren. Na twee jaar staat nog maar de helft van die ondernemingen overeind. Ze slepen anderen mee, het is een sneeuwbaleffect. Dat is geen ondernemen, dat is gokken. Ondernemen is kennis en gevoel hebben van de markt, er invloed op kunnen uitoefenen. Je moet niet afhankelijk zijn van derden.’

Heracles is alles wat VVV wil zijn en VVV is alles wat Heracles niét wil zijn. Zoveel is duidelijk.

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: VVV staat al jarenlang stil. Uittocht van voetbalkennis gelogenstraft | - 28 mei 2013

%d bloggers liken dit: