//
Artikel
Artikelen, De Vergeten Voetballer

Quincy Owusu-Abeyie, de desillusie van een ruwe diamant

En weg was hij: ‘nowhere to be found’. De technische staf van het Spaanse Malaga bleef bellen en bellen, maar kreeg geen gehoor. Spoorloos. ‘La Gacela’, vrij vertaald ‘de Gazelle’, was niet meer. De man die de gedoodverfde opvolger van Arjen Robben werd genoemd en het Nederlands elftal van de eenentwintigste eeuw van dribbels en assists moest voorzien kwam niet opdagen op één van de trainingen van de Zuid-Spaanse voetbalclub.  Het lijkt een repetitieve notie in de nog immer prille voetbalcarrière van de jonge Nederlander met Ghanese roots. Het is het verhaal van een jongen die opgroeide in een wijk die snel de desastreuze tekortkomingen van het naoorlogse modernisme liet zien en waarin ‘overleven op straat’ een wijdverspreid adagium werd. We hebben het hier over Quincy Owusu-Abeyie, voormalig vleugelspits uit de Amsterdamse Bijlmer.

De gedachten gaan terug naar tien juni 2005. Het Nederlands Elftal voor spelers onder 21 jaar begint het WK in eigen land tegen de altijd gevaarlijke Japanse equipe. Keer op keer wervelt Owusu langs zijn directe tegenstander Mishihiro Yasuda, een speler wiens naam doet memoreren aan een willekeurige dappere Japanse krijger uit één der Kurosawa-films. Met razendsnelle rushes en duizelingwekkende dribbels zet Owusu zijn directe tegenstander meerdere malen voor schut: beelden die ongetwijfeld verborgen zijn gebleven voor de scouts van Vitesse, daar de Japanner met de wulpse geblondeerde kuif heden ten dage in Arnhem zijn voetbalkunsten etaleert. In de kranten niets dan lof: Nederland heeft de opvolger voor Arjen Robben al in huis, met als voordeel dat het voorkomen van de buitenspeler meer recht doet aan het Nederlandse multiculturalisme dan dat van een boerenzoon uit Bedum. Het mocht duidelijk zijn: Owusu zou in de voetsporen van Overmars en Robben treden, de toekomstige helden van weleer.

Het liep even anders. Zoals voor zoveel jongens van zijn generatie lagen de lusten des levens nadrukkelijk op de loer. De Amsterdamse jeugdtrainers van Ajax werden gek van de wekelijkse trainingabsenties, het gebrek aan inzet bij invalbeurten, de schromelijke zelfoverschatting van een weliswaar begenadigd talent en de onprofessionele houding van Owusu buiten de lijnen. In navolging van spelers als Sergio Zijler, Brutil Hosé en Etiënne Esajas was het niet het gebrek aan kwaliteit dat een doorbraak in Ajax 1 tegenhield: nee, de verleidingen van de straat bleken debet aan het demasqué. Scouts van Arsenal trotseerden echter wekelijks de regen van De Toekomst en wisten Owusu en Ajax van elkaar te verlossen. In de roemruchte jeugdopleiding van de Londense voetbalclub wist de jonge dribbelaar zich te ontpoppen tot ongrijpbare vleugelspits die met zijn snelheid de supporters langs de lijnen in verroering wist te brengen. Op 28 oktober 2003 maakte Owusu zijn debuut in de Engelse League Cup tegen het nietige Rotherham United. Het duurde echter een jaar voordat Owusu voor het eerst het net wist te vinden voor de ‘Gunners’, namelijk in een bekerwedstrijd tegen Everton. Het was in deze periode dat voetbalminnend Nederland geloofde een ruwe diamant op de linkerflank te bezitten, met de weergaloze show tegen de Japanners als levend bewijs.

Het kwam echter nooit tot een definitieve doorbraak. In april 2005 haalde Owusu de tabloids door betrokken te zijn bij een vechtpartij in een Londens café: een gebeurtenis die symbool staat voor de grilligheid van de speler binnen en buiten de lijnen. Eind 2006 begon de grote queeste naar succes voor de jonge Ghanees: een reis die begon in de troosteloze buitenwijken van Moskou op de trainingsvelden van Spartak. In de vrieskou wist de buitenspeler nooit te aarden: blessures, het gebrek aan sociale interactie met medespelers en wederom de lusten van het goede leven stonden succes onherroepelijk in de weg. Owusu maakte vooral furore in de donkere discotheken van de Russische hoofdstad en geenszins op het veld. Na twaalf wedstrijden vervolgde Owusu zijn tocht naar de Spaanse zon in Galicië bij Celta de Vigo, waar hij ook nimmer wist te overtuigen. In 2008 wist Owusu maar liefst drie clubs te slijten – Birmingham City, Cardiff City en Portsmouth – als bewijs dat zijn carrière ernstig in het slop was geraakt. Het doek viel definitief toen Owusu in april 2010 inging op een lucratief aanbod van Al-Sadd in Qatar: het voetbalkerkhof van de wereld. Hier wist Owusu ruim vijf ton per jaar op zijn rekening bij te schrijven, zoals versleten pseudovedetten als Ronald de Boer dat al jaren deden. Eén cruciaal verschil: Owusu telde niet meer dan 24 levensjaren.

Na een mislukte verhuurperiode in Malaga, waar hij zonder blikken of blozen wegbleef van de trainingen om zijn contract te laten ontbinden, kreeg Owusu onlangs een nieuwe kans bij het Griekse Panathinaikos. De voetballiefhebber stemt dat wellicht treurig, maar de portemonnee van Owusu blijft goedgevuld. Dat Owusu heden ten dage de voorkeur geeft aan het uitkomen voor zijn ‘eigen’ Ghana zal niemand in Nederland treurig doen stemmen: de jarenlange verwaarlozing van een carrière heeft Owusu verbannen naar een collectief geheugenverlies. Het is de teloorgang van een talent als bewijs dat toewijding en professioneel gedrag net zo zwaar meewegen als door God gegeven kwaliteiten in het al dan niet slagen van een voetballer. Dat wat ooit als de hoop voor de toekomst gezien werd, blijkt derhalve nu de desillusie van een ruwe diamant.

Over Boudewijn Wijnacker

"Voetbal is voor mij meer dan datgene dat zich binnen de lijnen afspeelt. Als cultuurhistoricus en stadsgeograaf ben ik van mening dat het bestaan van een BVO kan bijdragen aan de identiteit, historie en het karakter van een dorp, stad of regio. Vooral het mannelijke deel van een stedelijke populatie kent vaak een sterke affiniteit met een plaatselijke voetbalvereniging. Het is deze invloed van een voetbalvereniging op de samenleving die voor mij de drijfveer vormt voor het oprichten van De Skybox met mijn zeer gewaardeerde collega’s. Mijns inziens blijft dit spanningsveld tussen maatschappij en voetbal onderbelicht in overige voetbaltijdschriften en websites: voor zakelijke verslagen van gespeelde wedstrijden verwijs ik je dan ook graag door naar andere webpagina’s. Daar waar mijn collega’s meer thuis zijn in de internationale naam en faam van het voetbal, duik ik graag in de spelonken van het Nederlandse betaalde voetbal, met name de Eerste Divisie. Voetbal staat hier dicht bij de mensen, getuige de van een gratis seizoenskaart voorziene fans van Helmond Sport, die vanaf hun tuinstoelen op het dak van het schuurtje in de eigen tuin het vaak matige voetbal gade kunnen slaan. De lezer kan van mij licht cynische beschouwingen van opmerkelijke gebeurtenissen verwachten, die zich zowel binnen als buiten de lijnen afspelen. Bovendien zal ik me focussen op nostalgisch getinte artikelen, analyses van de cultuurhistorische waarde van door de tand des tijds aangetaste voetbalstadions en odes aan vergeten voetballers."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: