//
Artikel
Artikelen

Over slappe piemels en de harde realiteit: Filmrecensie: All Stars 2: Old Stars

door gastredacteur Sjir Worms

‘Haha, Rolf Kloot!’ Het licht in het kleine doch pittoreske zaaltje van de Nijmeegse bioscoop JT Carolus was nog niet uit, of het niveau was al tot het dieptepunt gezakt en de hilariteit tot het hoogtepunt gestegen. De zaal negeert de puberale woordspeling op de naam van producent Rolf Koot, terwijl de metgezel van de grappenmaker – een van de spaarzaam aanwezige dames – minachtend haar hoofd schudt. De langverwachte tweede All Stars-film, gebaseerd op de immens populaire film en serie uit de jaren ’90, trok deze maandagavond een publiek van veelal jonge mannen met jeugdsentiment.

In All Stars 2: Old Stars worden de heren van Swift Boys 8 – allen inmiddels op leeftijd – uitgenodigd op de bruiloft van voormalig teamgenoot Bram (Danny de Munk), die zowel in de serie als in de eerste film uit de spreekwoordelijke kast was gekomen. Aangezien de heren inmiddels niet meer wekelijks voetballen en de bruiloft in Barcelona plaatsvindt, is het nodige telefoonverkeer het gevolg, waarmee de kijker en passant wordt bijgepraat over de laatste vijftien jaar van het leven van de hoofdrolspelers. Johnny (Daniël Boissevain) zit in dusdanige geldnood dat hij de onderhoudskosten van zijn vaders graf (gestorven in de eerste film) niet meer kan opbrengen; keeper Willem, gespeeld door de immer kostelijk ongemakkelijke Thomas Acda, zit nog steeds stevig onder de plak bij zijn Surinaamse vrouw Anja, die – als nieuwe ontwikkeling – ook nog eens vreemdgaat; bij Mark (Peter Paul Muller), in serie en film een schuinsmarcherend rokkenjager, wordt teelbalkanker geconstateerd, wat hij voor zijn teamgenoten geheim houdt; Paul (Raymi Sambo) heeft carrière gemaakt als presentator van Nederland in Beweging, – of een programma dat er sterk op lijkt – hetgeen voor vermakelijke scènes zorgt met hoogbejaarde dames (‘Ik heb altijd tijd voor mijn fans’); en Peter (Kasper van Kooten) is nog steeds het neurotische buitenbeentje (‘Wij zijn samen in de F’jes begonnen en Peter is er pas bij de E’tjes bij gekomen’), maar is er financieel zichtbaar op vooruit gegaan. Een probleem doet zich echter voor wanneer de tot het Boeddhisme bekeerde Hero (Antonie Kamerling) onvindbaar in Tibet blijkt te zitten en Peter in zijn plaats Nemo (Cas Jansen, in de serie vooral bekend door de roemruchte ‘Fair Play-aflevering’), diens tot de islam bekeerde broertje, uitnodigt. Eenmaal op Schiphol komt enfant terrible Johnny door openstaande boetes niet door de douane en wordt Nemo (inmiddels: Khalil Wahdoud) – surprise, surprise! – door een misverstand voor terrorist aangezien, waardoor de heren per auto Barcelona moeten zien te bereiken.
Wat volgt is een roadmovie van anderhalf uur, waarvan de humor het niveau van de ‘terroristengrap’ nauwelijks overstijgt. Door een misverstand komen onze antihelden op een Duitse nudistencamping terecht, hetgeen aanvankelijk voor vrij leuke situaties zorgt, maar later ontaard in een zeer beeldend schouwspel van slappe piemels en hangtieten, dat zich tot overmaat van ramp uitstrekt over meer dan een half uur. Na de pauze lijkt het in eerste instantie niet veel beter te worden; aan de Franse grens wordt Willem – in het bezit van Johnny’s drugs – aangehouden en naar het gevang afgevoerd. Wat volgt zijn verwoede pogingen om Willem vrij te krijgen, waarbij geen enkel tenenkrommend cliché over de Franse gendarmerie geschuwd wordt.
Net als de film een banaal aftreksel dreigt te worden van de voorgaande film en serie, waarvan de grote kracht juist de unieke combinatie van drama en humor was, komt de omslag. Het lukt de mannen, met ‘hulp’ van de uit Barcelona overgekomen Bram, om Willem en uiteindelijk ook zichzelf vrij te krijgen. Willem komt vervolgens op een boerderij op het Franse platteland terecht en wordt op slag verliefd op de doofstomme plaatselijke boerendochter, die in alles het tegenovergestelde is van zijn dominante Anja (‘Ze klaagt nóóit!’), en besluit zijn beslissing om een echte Franse wijnboer te worden kracht bij te zetten door de jongens te ontvluchten. Wanneer Willem in een oud kerkje wordt gevonden, stort hij in. Langzaam maar zeker komen daarop ook de problemen van de andere ‘All Stars’ tot uiting, met als tragisch dieptepunt Marks angst om te sterven aan zijn levensbedreigende ziekte.

Zowel de eerste All Stars-film als de gelijknamige televisieserie moesten het – zoals gezegd – hebben van een unieke combinatie van humor en drama. Uniek omdat beiden niet zozeer elkaar opvolgden, maar onderdeel waren van elkaar. Film en serie gingen in essentie om vrij ernstige zaken; overspel, homofobie, de grenzen van vriendschap, ziekte en zelfs dood. Al deze dingen werden echter gerelativeerd door de (voetbal)humor en in die humor was vaak een boodschap verpakt. All Stars – in ieder geval in de jaren ’90-variant – kon af en toe bijzonder platvloerse humor (al haalde die het gelukkig nooit bij de Duitse naaktcamping) moeiteloos combineren met reële problemen, zonder dat de ernst daarvan ontkend of ondermijnd werd.
All Stars 2 – die meer dan twee uur duurt – lijkt dit niveau van de oude serie in de eerste anderhalf uur bij lange na niet te halen. Toch lijkt de film in het laatste halfuur iets van haar oude glorie te herwinnen. Met name de toiletscène is wat dat betreft exemplarisch; net terwijl de sfeer door alle problemen en ontluikende ruzies tussen de heren tot het dieptepunt is gedaald, vindt Johnny – een plaatsgebonden ontlaster – in Spanje eindelijk zijn felbegeerde, schone, niet-Franse toilet. Terwijl de rest van het team elkaar na een forse discussie verslagen staat aan te staren, huppelt een eindelijk van zijn last verloste Johnny naar de wasbak met de woorden: ‘Wisten jullie dat mensen het gelukkigst zijn op het toilet? En waar ben je dan gelukkiger dan op het toilet met je vrienden?’
Daarnaast vertonen de acteurs – naar Nederlandse standaarden – zeer aardig komisch acteerwerk en is de voice-over, die eerst de stem van Johnny lijkt te zijn waar het later om Nemo / Khalil blijkt te gaan, mijns inziens juist wel zeer geslaagd.

Al met al kent All Stars 2: Old Stars dus twee gezichten; een banale ‘Hangoveresque’ klucht van bijna anderhalf uur wordt gevolgd door een net zo banale, maar niettemin geslaagde tragikomedie in het laatste half uur. Wat dat betreft voldoet de film uiteindelijk wel aan de verwachtingen van deze twintiger met jeugdsentiment. Met het aloude adagium ‘beter laat dan nooit’ in gedachte scoren de Old Stars met deze film een gedegen voldoende, al had het schrappen van een paar naakte Duitsers geen kwaad gekund.

Over Gastredactie

Mail ons en word gastredacteur!

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: