//
Artikel
Artikelen

‘Gracias por el gol en propia puerta!’: De dood van een gouden voetbalgeneratie

De kreet weerklonk in een donkere parkeergarage van Medellín rond drie uur in de nacht, waarna twaalf kogels zich in het lichaam van de hulpeloze Andrès Escobar boorden. De stoere Colombiaanse verdediger werd naar een ziekenhuis gebracht, terwijl de dader zijn .38-kaliber pistool wegstopte en in een voorbijrijdende Toyota Pickup-truck sprong. In het ziekenhuis werd het onvermijdelijke geconstateerd: op 27-jarige leeftijd kwam er een einde aan het leven van een mandekker die nog vele interlands voor zijn land had kunnen spelen. De wereldpers viel over elkaar heen. Wat gebeurde er in deze donkere zomernacht in de Colombiaanse stad? In de nacht van 1 op 2 juli 1994, tijdens het nog aan de gang zijnde WK in de Verenigde Staten, verloor de Colombiaanse ‘gouden generatie’ één van haar sterkhouders. De excentrieke doelman René Higuita, de flamboyante spelmaker Carlos Valderama, ze zouden het na het WK 1994 zonder hun Escobar moeten doen. Wat de exponent van een gouden generatie had moeten worden, eindigde in een nachtmerrie. Het verhaal over het leven en de tragische dood van ‘The Gentleman of Football’, zoals zijn bijnaam luidde. 

Escobar en een gouden generatie

Tsjechië had het in de beginjaren van de 21ste eeuw met Nedved en Rosicky, net als het Portugal van Figo en Rui Costa en het Uruguay van nu, met Suarèz, Forlan en Cavani kan ook met recht een ‘gouden generatie’ genoemd worden. Eens in de zoveel jaar staat er een zogenaamd ‘klein voetballand’ op, waar een aantal spelers een team weten te dragen, dat voor een uitschieter kan zorgen op een groot toernooi. Colombia zag het aan het begin van de jaren negentig gebeuren. Een generatie, gedragen door vedettes als Valderrama en Higuita en aangevuld met eveneens grote namen als spits Fausto Asprilla en middenvelders Freddy Rincón en Leonel Álvarez zou in 1994 zijn hoogtepunt gaan bereiken. Voor het grote publiek zou het het laatste mondiale toernooi moeten worden waarop een 32-jarige Valderrama zijn kunsten zou moeten gaan tonen.

Met nummer twee op het shirt verdedigde Andrés Escobar de geel-rood-blauwe kleuren van Colombia. Hij was eigenlijk een opvallend onopvallende verschijning in het elftal vol flamboyante spelers. Zijn afkomst was dan ook anders dan die van het gemiddelde Zuid-Amerikaanse talent. Zijn vader was bankier, zodat de jonge Escobar een tamelijk zorgeloze jeugd kende en slechts weinig werd blootgesteld aan de ellende uit de sloppenwijken van Medellín. Met dank aan hun rijke vader, die met zijn vermogen kinderen probeerde te redden uit de kluwen van drugsbaronnen, die gedurende de jaren tachtig steeds meer grip op de Colombiaanse binnensteden hadden gekregen, konden broers Andrès en Santiago Escobar zich helemaal richten op datgene wat ze zo graag deden: voetballen. Andrès bleek al gauw de meest talentvolle telg uit de familie Escobar te zijn, terwijl zijn oudere broer zich al vrij snel richtte op een carrière als trainer, die hem inmiddels al meerdere titels op leverde.

Twee mondiale eindtoernooien

In 1988 debuteerde Escobar voor het Colombiaanse elftal. Langzaam en geruisloos verwierf hij een basisplaats en op het WK van 1990 in Italië was hij inmiddels een gewaardeerde kracht geworden. De kwalificatie voor het toernooi was een bevestiging voor het talent dat de generatie herbergde. Na een gewonnen barrage-confrontatie tegen Israël, maakte het land zich op voor deelname aan het eerste mondiale eindtoernooi sinds 1962. De centrale verdediger Escobar speelde tijdens de vrij succesvol verlopen campagne. De groepsronde werd tegen de verwachtingen in overleefd en in de achtste finale had Kameroen extra tijd nodig om de Colombiaanse talenten huiswaarts te doen keren. Met de ervaring van een WK in de rugzak vlogen veel Colombiaanse spelers uit over de wereld. Zo gingen keeper Higuita en de middenvelders Álvarez en Valderrama naar Real Valladolid en kwam Rincón via omzwervingen bij Palmeiras en Napoli uiteindelijk bij Real Madrid terecht. Escobar speelde echter al aan de overkant van de oceaan voor BSC Young Boys in Zwitserland en ging juist de tegenovergestelde kant op. Terwijl de vedettes voor het grote geld van Europa vielen, keerde de verdediger na het WK met heimwee terug naar de club waar het voor hem ooit was begonnen: Atlético Nacional Medellín.

Waren het in 1990 nog flierefluiters die zonder verwachtingen naar Italië kwamen, in 1994 waren het gelouterde wereldburgers die de weg naar de Verenigde Staten hadden gevonden. Het toernooi begon echter in mineur voor het elftal. Het verrassende Roemenië had aan de hand van superster-in-de-dop Gheorghe Hagi weinig moeite met de Zuid-Amerikanen en won simpel met 3-1. Doordat de andere teams uit de groep – Zwitserland en het thuisland Verenigde Staten –  de punten in de andere wedstrijd deelden en Zwitserland later van Roemenië won, konden de Colombianen zich geen nederlaag meer permitteren. Op de wedstrijd tegen de Verenigde Staten lag dan ook een grote druk. Een roemloze aftocht in de poulefase, daarmee hadden de ambitieuze Colombianen geen rekening gehouden. Het gebeurde echter toch. Een eigen doelpunt van Andrès Escobar leidde de 2-1 nederlaag en daarmee het afscheid van het toernooi in. Het Colombiaanse volk was in rouw. Dat enkele dagen later met 2-0 het reeds geplaatste Zwitersland werd verslagen, deed daar niets aan af.

Thuis in Medellín

‘We vroegen hem hier te blijven’, zei Gusta Plombo, die namens de Colombiaanse TV medeverantwoordelijk was voor de opnames in de Verenigde Staten, achteraf. Escobar had commentator kunnen worden bij de knock-out-fase, waarin het toernooi inmiddels beland was. Escobar bedankte voor de eer en vloog met het team terug naar Medellín. Escobar was meer dan lang genoeg in het buitenland geweest, zo vond hij zelf. Hoewel Medellín de thuisbasis was van ’s werelds meest dodelijke drugskartels, was het voor Escobar simpelweg ‘thuis’ en hij wilde de stad het liefst helemaal niet meer verlaten na zijn avontuur in Zwitserland. De verdediger had vaak overwogen hoe het zou zijn in te gaan op een langdurige verbintenis in Europa, maar wilde gewoon niet zo lang weg zijn van zijn thuisstad. Wat voor naam Medellín ook had, voor Escobar was het thuis.

Het was niet alleen de stad die hem aan zijn thuis bond. Ook de liefde hield de 27-jarige prof in Medellín. Over minder dan een maand zou hij met tandartse Pamela Cascardo, met wie hij al vijf jaren een relatie had, in het huwelijksbootje stappen. Op het moment dat Escobar het vliegtuig neerdaalde op het vliegveld van Medellín, waren vader en moeder Escobar op vakantie in Nevada. Zij zouden echter op tijd terug zijn om het huwelijksfeest bij te wonen. Het liep anders.

De moord

In de avond van 1 juli belde Escobar wat vrienden op, om samen wat te gaan drinken in een van de barretjes die Medellín rijk was. Kort daarna vertrok de groep naar een slijterij, waarna een gedeelte van de groep vrienden zich mengde in het feestgedruis van nachtclub ‘El Indio’. Rond drie uur vond Andrès Escobar het welletjes geweest en vertok hij naar huis toe. Nadat hij de club had verlaten, slenterde hij, niet vermoedend welk noodlot op hem wachtte, door de parkeergarage. Op het moment dat hij in zijn auto wilde stappen, werd hij klemgereden door een tweede wagen. Drie mannen en één vrouw stapten uit en begonnen Escobar uit te schelden. De woorden sneden door de stille nacht, waarna twee mannen hun pistolen te voorschijn haalden. Eéntje schreeuwde de woorden ‘Gracias por el gol en propia puerta!’, dat zoveel betekent als ‘bedankt voor de eigen goal!’ en schoot de verdediger resoluut neer. Dat deed hij niet met één, maar met twaalf kogels. Misschien om er zeker van te zijn dat de Colombiaanse landverrader nooit meer het gele shirt van Colombia zou verdedigen. Hij zou inderdaad het land nooit meer vertegenwoordigen. Een kleine drie kwartier later overleed hij, in het ziekenhuis, ver weg van vriendin en ouders.

De moordenaar, Humberto Castro Muñoz, werd niet veel later gepakt en bekende de moord in 1995. Over het motief hoefde, gezien het laatste verwijt dat hij naar het slachtoffer had geslingerd voordat hij het lichaam doorrijgde met kogels, niet lang te worden gegist. Opmerkelijk was echter dat Muñoz een allerminst vlekkeloze reputatie had in het Colombiaanse drugsmilieu, helemaal losgeslagen kort na de dood van cocaïnehandelaar Pablo Escobar – geen familie – in 1993. Hij was een gevreesde bodyguard van een van de grootste Colombiaanse drugskartels en werkte verder voor twee grootgrondbezitters Peter David en Juan Santiago Gallon Henao, die naar verluid zwaar op Colombiaans succes op het WK 1994 hadden gewed. De gevangenisstraf, die bij het ingaan 43 jaar zou moeten duren, duurde wegens goed gedrag uiteindelijk slechts tot 2005. Zijn medestanders die bij de moord betrokken waren, werden helemaal niet bestraft. Andrès Escobar werd zo het slachtoffer van het criminele en gewelddadige milieu dat de Colombiaanse samenleving in die tijd was.

Voor Colombia bleek het het einde van de gouden generatie. In 1998 ging het team roemloos ten onder en daarna werd het land veroordeeld tot een anonieme rol op een lager plan, in de schaduw van grootmachten Brazilië en Argentinië en nieuwe succesgeneraties van Paraguay en Uruguay. Inmiddels is de criminaliteit in Medellín sterk gedaald en probeert de stad los te komen van het imago uit de jaren tachtig en negentig met vergaande modernisering en de aanleg van een metronet. En al groeide Andrès Escobar op in misschien wel  de meest criminele stad ter wereld en had hij nog nooit met de metro van de ene naar de andere plek in de stad kunnen gaan, hij wilde er nooit weg. Met dank aan een losgeslagen bodyguard hoefde hij er sinds de zomer van 1994 ook nooit meer te gaan. Ver voordat treinen onder de Colombiaanse grond nietsvermoedende inwoners naar hun plekken van bestemming brachten, werd Escobar onder zijn geliefde thuisgrond begraven. De ‘Gentleman of Football’ was verdwenen van de voetbalvelden in Medellín, maar zijn bestaan zou er door niemand meer worden vergeten.

Bronnen:

–          http://articles.latimes.com/1994-07-03/news/ss-11597_1_escobar-s-death-fifa-officials-world-cup-usa

–          http://knol.google.com/k/the-tragedy-of-andres-escobar-1967-1994#

–          http://articles.latimes.com/1994-07-03/news/ss-11601_1_world-cup

–          http://www.time.com/time/magazine/article/0,9171,981082,00.html

–          http://articles.latimes.com/1994-07-06/sports/sp-12330_1_world-cup

Over Remy Maessen

"Ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was zaterdagmiddag rond een uur of twee. Die ochtend had ik – als voorhoedespeler van de D-jeugd van de inmiddels niet meer bestaande voetbalclub KVC – waarschijnlijk weer wat kansen om zeep geholpen en ik zat inmiddels huiswerk te maken. Mijn vader, toenmalig bestuurslid van VVV, vroeg of ik zin had om die avond samen met hem naar ‘De Koel’ – nog steeds Neerlands meest pittoreske voetbalstadion – te gaan voor de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch. De Venlonaren hielden het Den Bosch van Ruud van Nistelrooij en Anthony Lurling op 1-1 en mijn liefde voor het spelletje was geboren. Inmiddels, 14 seizoensgidsen van Voetbal International verder, ben ik bijna afgestudeerd als parlementair historicus en durf ik te zeggen dat ik van meer antiquarische voetbalfeitjes – van lang vergeten eindtoernooien tot de Nigeriaanse competitie anno 2011 – op de hoogte ben dan menig ander liefhebber. Deze feitjes zal ik – evenals mijn ervaring als hoofredacteur van diverse tijdschriften – gaan aanwenden om dit initiatief tot een succes te maken. Kleine momentjes en kenschetsen van vergeelde voetbalbladzijden vormen mijn specialisatie – bedoeld om bij elke lezer een ‘aha-erlebnis’ op te wekken."

Reacties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: