//
Artikel
Artikelen

FC Sankt Pauli: piketpaal in een Europees financieel moeras

In een wereld die wordt gedomineerd door het snelle geld en snelle jongens in nog snellere zaakwaarnemerpakken, blijkt het commerciële aspect van de BVO steeds vaker leidraad voor beleid. Voetbal is, zo zullen alle kenners betogen, steeds meer verworden tot een activiteit met enorme commerciële waarde. Betoogd zou kunnen worden dat niet het sportieve of sociale aspect het belangrijkste is van het hedendaagse betaalde voetbal, maar eerder het financiële. Zonder lucratieve sponsorcontracten, tonnen of miljoenen subsidie vanuit de lokale overheid, of de financiële injecties van een suikeroom uit landen veel oostelijker dan hier, heeft menig voetbalclub moeite het hoofd boven water te houden in de wild klotsende zee van het moderne topvoetbal. Het drijfwaardig kunnen houden van de gemiddelde BVO is vooraleerst een zaak van financiële aard en de commerciële sector staat dientengevolge en logischerwijs steeds vaker aan het roer van het voetbalschip. Maar of het sportieve en sociale aspect daar wel bij vaart?

Het primaat van het geld

De voetbalwereld pretendeert een sector te zijn waarin het commerciële aspect het grootste goed is, maar wanneer beter bekeken blijkt dat veel BVO’s het financieel-technisch veel slechter doen dan de spelers op het veld. Zeker in Nederland, waar vrijwel alle clubs roekeloos en slecht financieel beleid voeren en in grote (veelal levensbedreigende) situaties terecht zijn gekomen. Als ik een snor en een voorliefde voor sigaren zou hebben gehad, zou ik hebben gesproken van financieel opportunisme en emotiemanagement. Maar in deze gepopulariseerde metafoor zit wel een kern van waarheid. Het grote merendeel van de armlastige Europese clubs probeert een heel select groepje steenrijke BVO’s na te doen en bij te benen, uit kortzichtige overwegingen. Die overwegingen lijken in eerste instantie sportief succes te zijn: ‘we moeten die en die buitenlandse speler kopen voor teveel geld omdat we anders geen CL spelen’. Maar daarmee is sportief succes slechts een middel om het werkelijke doel, namelijk de inkomsten die verbonden zijn aan Europees voetbal, te verwezenlijken. Met als gevolg een desastreus hoge salarispost. Bovendien kunnen niet alle clubs met ambitie structureel op een hoog Europees niveau acteren; sommige clubs zijn vanwege lokale situaties – zoals de mogelijkheid vrijwel oneindig te lenen, zoals Spaanse clubs doen – veel beter in staat grote bedragen uit te geven en dus over het algemeen betere, want duurdere, spelers aan te trekken.

Het is echter alsof alle in de financiële winterkou zittende Europese clubs als geblinddoekten en masse op een muur afrennen waarin een kleine opening zit die toegang biedt tot het fijne verwarmde vertrek van Cl-premies en tv-gelden. De meesten – zij die net iets langzamer rennen – zullen zich knock-out tegen de muur en de in het slot gegooide deur slaan, om daarna bewusteloos in de vrieskou om te komen. De UEFA ziet het probleem ook en komt met een oplossing: een snelheidslimiet waaraan iedereen zich moet houden. Deze Financial Fair Play is volgens de organisatie noodzakelijk omdat clubs desastreus financieel beleid voeren met als frauduleus doel Cl-inkomsten en tv-gelden.  Met ernstige gevolgen: ‘In 2008 bedroeg het gezamenlijke verlies van de Europese topclubs  578 miljoen euro. Daarnaast hadden zij dat jaar een gezamenlijke schuld van 5,5 miljard euro. Bijna de helft (47%) van de clubs meldden verliezen en gemiddeld 65% van de uitgaven van de clubs ging dat jaar naar salarissen’. De oplossing volgens de Europese voetbalbond? Simpel: clubs mogen niet meer uitgeven dan ze genereren; de salarispost moet overeenkomen met de inkomsten. Maar, dat zegt niets over het feit dat sommige clubs veel makkelijker aan (geleend) geld van buiten de club kunnen komen dan andere: Ajax zal nooit zoveel geld kunnen lenen als Real Madrid. NEC zal nooit zoveel geld uit sponsoring en recettes halen als Jordania en Abramovic over de balk kunnen smijten. Als Financial Fair Play daadwerkelijk een illusie is, is er dan een weg uit het drijfzand van de vercommercialiseerde voetbalwereld?

Ja, die is er wel. Maar net zoals dat wild bewegen en spartelen in drijfzand alleen maar voor verdere verstrikking zorgt, moeten clubs geen financiële oplossing voor het financiële probleem zoeken. Meer inkomsten genereren moet niet het doel zijn: de blik van de clubs moeten veranderen van een die gericht is op financieel succes op Europees topniveau, naar een focus op de lokale sociale en maatschappelijke functie van de vereniging. De Hamburgse club FC. St. Pauli is een goed voorbeeld voor noodlijdende clubs in Nederland en daarbuiten.

Officiële clublogo FC St. Pauli. Foto: Wikimedia Commons.

Commercie en de havens van Hamburg

De tweede club in de tweede stad van Duitsland, Hamburg, is een ietwat ongewone verschijning in de voetbalwereld van onze oosterburen. Fans pronken met de zwarte vlag met een afbeelding van een doodshoofd als symbool van hun liefde voor de club die wel als meest politiek-linkse van Europa wordt gezien. Een interessante parallel bestaat met clubs uit andere havensteden, zoals Livorno in Italië, waar een deel van de aanhang ook links van politieke kleur is. En de oorsprong van het huidige linkse karakter van de club moet ook in de havenwijken van Hamburg gevonden worden.

In de jaren tachtig kwam uit de krakerspanden van dat deel van de stad het idee om met een doodskopvlag naar het stadion van de lokale club te gaan. Wat begon als een grap groeide uit tot een symbool voor het linkse karakter van de supportersschare, aldus Sven Brux, hoofd van de supportersvereniging. De club promoveerde in die jaren van de derde divisie naar de Bundesliga, met minimale financiële middelen, waardoor het doodshoofd symbool stond voor de underdogpositie en de afkeer van de clubs met het grote geld. Sankt Pauli als een moderne Robin Hood. Brux: ‘So nahm diese Fanszene die Rolle des unerschrocken gegen die übermächtigen, reichen Clubs ankämpfenden Underdogs gerne an und mit ihr das passende visuelle Erkennungszeichen: die Totenkopffahne‘. Hoewel het bestuur er in eerste instantie niet blij mee was, heeft het symbool nu volgens officieel clubbeleid dezelfde statuur als het verenigingswapen, en is het ironisch genoeg een groot commercieel succes geworden.

In 2003 was de club financieel bijna ten einde, toen er nieuwe president genaamd Corny Littman kwam: “The club financially was at the end; it was a question to go on or just to let it die. It was a really hard time, in 2003, all players left the team. The club didn’t have any money at all,” recalled Littmann. “It was always the main question: how to save the identity of the side and, on the other hand, know we are a professional football club’? Littmann heeft commerciële activiteiten ontplooid, simpelweg omdat het nodig was, maar altijd met oog voor het behoud van het clubkarakter. Zo wordt er merchandiseverkocht, maar is in samenspraak met de fans afgesproken dat de naam van het stadion nooit aan een commercieel bedrijf verkocht wordt.

Daarnaast gaat de club vanwege dezelfde reden niet mee in het blinde collectieve binnenhalen van dure buitenlandse spelers, maar richt ze zich op het vastleggen van relatief goedkope lokale voetballers. Dat levert een gezonde salarispost op die de inkomsten niet overschrijdt en draagt via herkenbaarheid bij aan de binding van de fans met de club. Onbekende doch overal geflopte videobandaankopen uit verre oorden blijven de fans op deze wijze eveneens bespaard. Natuurlijk, het is moeilijk het evenwicht tussen sportief en sociaal succes, en financieel overleven, te vinden, maar hetgeen waarin Sankt Pauli een voorbeeld is voor veel clubs gaat om het doel dat zij nastreeft. Dat is een doel dat breder is dan het financiële oogmerk.

Zoals een fan genaamd Daniel terecht aangeeft: “St. Pauli is a way of life. We are not a club that wants to make money, we just love soccer. Even if we go down to the second division again it doesn’t matter. It doesn’t matter.” En in praktijk consulteert de club de fans bij belangrijke beslissing, hetgeen eigenlijk logisch is, want een vereniging – zelfs een professionele voetbalclub – bestaat in eerste instantie voor haar supporters en leden. Dat betaalt zicht in Hamburg uit in een progressief en financieel gezond beleid en daardoor heeft de club als een van de eerste oog gehad voor misstanden zoals racisme en homofobie in de (voetbal)wereld, en treedt ze op als voorbeeldfunctie in de sociale omgeving.

Een weg uit het moeras: sociale vereniging als doel

Om tot een oplossing te komen van deze financiële crisis moet niet gezocht worden naar een antwoord dat enkel oog heeft voor de financiële aspecten van een vereniging: gelijke financiële middelen bij alle clubs is een illusie. De oplossing ligt in het ondergeschikt maken van het commerciële aspect aan andere zaken, zoals de maatschappelijke en sociale functie die een club heeft. Over het algemeen correspondeert dat met een verschuiving van de geografische focus. De blik van de club moet niet enkel blindstaren op Europees (financieel en sportief) succes, maar in eerste instantie gericht zijn op de lokale situatie: de clubcultuur en sociale functie van de voetbalvereniging in het ommeland. Mijns inziens is nooit bewezen dat een fan meer van zijn club houdt als deze in de internationale arena meehobbelt terwijl ze wegens financieel wanbeleid langzaam sterft, dan wanneer de club met lokale spelers en in een lokale competitie op gezonde financiële wijze het voor de eigen voetballers gekomen publiek eens per twee weken probeert te vermaken. Integendeel zelfs.

Het eerste en enige doel van een club is de binding met de fans en lokale omgeving: voetbal is veel meer dan een balletje rondtikken en het uitdelen van dure premies aan overgewaardeerde spelers. Het gaat erom dat in de betreffende de gemeente een plek van vereniging (het woord zegt het al) wordt geboden: sociale cohesie is het doel. Ik wil niet bepleiten dat financiën van geen belang zijn in een BVO: dat zou naïef zijn. Of dat meedoen aan Europees voetbal uit den boze is. Maar deze zijn bijzaken. De werkelijke doelstelling van clubbeleid dient omgedraaid te worden. Financiën dienen slechts ondersteunend te zijn aan het werkelijke sociale doel, meer niet. Ze dienen zeer zeker geen doel op zich te zijn. Clubs als Sankt Pauli, maar ook Heracles en FC Twente in Nederland zijn wat dat betreft aardig op weg. Hoewel sommige fans in Sankt Pauli klagen dat teveel vercommercialisering optreedt in hun geliefde vereniging, kan het clubbestuur niks verweten worden. Om te blijven bestaan moeten ze wel hun shirt verkopen aan commerciële instellingen: maar het doel blijft daarbij altijd het kunnen aanbieden van het sociale goed vereniging. En meer is er niet nodig. Behalve dan winnen van HSV.

Bronnen

Officiële website Sankt Pauli: http://www.fcstpauli.com/
James Montague, ‘Punks, prostitutes and St. Pauli: Inside soccer’s coolest club’
http://edition.cnn.com/2010/SPORT/football/08/18/football.st.pauli.punks/index.html

Over Thomas Vries

"Mijn voorliefde voor voetbal en voetbalverhalen komt voort uit een in mijn jeugd ingeslopen gevoel van miskenning. De kleine Thomas – rechtsbuiten van D-1 van VV Beegden – schreeuwt in mijn volwassen zelf over het algemeen hard om aandacht die hij als – laten we eerlijk zijn – matig begenadigd manusje-van-alles nooit kreeg van jeugdtrainer Grad. Daar komt ook mijn onvoorwaardelijke steun aan de underdog vandaan: zie het als een verlate zelfrechtvaardiging. Aldus voel ik me genoodzaakt op een andere manier aan te tonen dat ik heus wel ergens goed in ben wat betreft voetbal: niet zozeer tegen een bal trappen, maar meer het schrijven van het voetbalverhaal. Als door het postmodernisme beïnvloede cultuurhistoricus en stadsgeograaf is het mijn doel om aan De Skybox bij uitstek narratieve bijdragen te leveren. Het gaat mij vooral om het uitwerken van een gekozen thema, een invalshoek, een mooie anekdote of metafoor: onderwerpen als sociale vereniging, de tragiek van het zwarte gat na de voetbalcarrière en het persoonlijke verhaal van een net-niet wereldberoemde voetballer, dát zijn de verhalen die ik graag als ware het een voorleesavondje aan het publiek van deze website wil vertellen. De mogelijkheid tot het uitwerken van een heel kleine metafoor, een vergeten tragiek, tot een kort romanachtig verhaal is waarom ik met veel enthousiasme samen met mijn compagnons dit initiatief heb opgericht."
%d bloggers liken dit: